Een kip, 4 lepels bruin gebraden uien.
Daarna de volgende kruiden: 1 lepel ketoembar, 1/4 lepel djienten,
1 theelepel fijne peper, 1 theelepel fijngesneden djahé, 1 lepel
fijngesneden laos, 2 theelepels fijngesneden seréh, 1 theelepel zout,
2 eetlepels fijngesneden uien, 2 à 4 lomboks, een kopje warm water,
santen van 1/2 klapper, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kip wordt aan stukken gesneden en in boter bruin gebraden. De
kruiden worden fijngestampt, met de kip opgebraden en aangelengd met
een kopje warm water.
Daarna doet men de gebraden uien en de santen er bij en laat dit
samen koken tot alles goed gaar is.