Een kip, een vingerlengte koenjit, 10 kemiries, 6 sioongs
bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 2
stuks daon djeroek-poeroet en 2 daon salam, santen van een klapper,
zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kip wordt in stukken gesneden en half gaar gekookt. Vervolgens
stampt men de kruiden met de uitgehaalde kemiries fijn, braadt ze
op met boter en doet er de half gaar gekookte stukken kip bij, met
de daon djeroek-poeroet en daon salam. Verder lengt men dit aan met
santen en den bouillon van de kip en laat alles goed gaar koken.