2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong,
10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing)
een kopje vol.
Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs
bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.
Bereiding:
Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de
visch aan kleine reepen.
Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn
en doet deze dan bij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de
reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en
het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende,
de santen, benevens de versche garnalen.
Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing
en smaak, meer roode lombok bij.