Bajem (spinazie), 2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjes temoekoentji,
2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie, zout naar
smaak, santen.
Bereiding:
De bajem kookt men af, de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat
water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen
benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.
Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels
rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor