23. SAJOR BAJEM OF SAJOR MENIR.

Bajem (spinazie), 2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjes temoekoentji,

2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie, zout naar

smaak, santen.

Bereiding:

De bajem kookt men af, de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat

water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen

benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.

Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels

rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 35 / 1109 题