Een kip, 2 pond rijst, 1 liter water, een paar stukjes foelie,
1 theelepel witte peper, 10 kruidnagels, 1 lepel zout, 20 kleine
fijngesneden uitjes, 4 sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar,
1/2 eetlepel djienten, 2 stuks lombok, 1 theelepel trassie, 4
hardgekookte eieren, een bordje-vol gepelde, gekookte garnalen, 2 aan
dunne schijfjes gesneden komkommers en eenige daons kemangie. Boter
of klapperolie.
Bereiding:
Men kookt de kip gaar met het water, het zout, de kruidnagels, peper
en de foelie.
Daarna kookt men de rijst (liwet) in den bouillon van de
kip. Vervolgens stampt men de bawang-poetih, ketoembar, djienten,
lombok en trassie samen fijn, braadt ze op en braadt er daarna de
gekookte rijst, al roerende door heen.
De twintig fijngesneden uitjes, die men te voren heeft bruin gebakken,
doet men nu voor de helft, met de helft der garnalen, door de rijst.
Wanneer men dit gerecht voordient, rangeert men er de overige gebakken
uitjes, de garnalen, komkommers, daon kemangie en de in vierde parten
gesneden eieren omheen.
N.B. Men kan ook overgeschoten rijst van den vorigen dag gebruiken.