ZALIG DIE TREUREN, WANT ZIJ ZULLEN VERTROOST WORDEN.

Niet hun-alleen die juichen mogen,

Heeft God Zijn zegen weggeleid:

Zijn troostende barmhartigheid

Verschijnt ook slaaploos-schreiende' oogen.

De blik, die nu door neevlen ziet,

Wordt ras glimlachende opgeslagen;

Want pijnlijke uren, dorre dagen,

Zijn heilbeloften voor 't verschiet!

Daar is een dag van licht en vrede

Voor elken zwarten, bangen nacht;

En houdt de Droefheid te avond wacht,

De morgen brengt de Vreugde mede.

O gij wier oog, de jaren door,

Met bittre dropplen 't graf beparelt!

O, wendt het naar die Beter Waereld,

Die 't eerst hergeeft wie 't vroegst verloor!

Gelooft! al bracht u de oogst van 't leven

De leêge halmenschoof der smart!

Hebt lief en hoopt! en brak u 't hart,

Dit zij uw psalm: "Daar staat geschreven!"

God telde elk traantjen dat er dreef;

Uw winter wacht Zijn lange lente,

En de Eeuwigheid betaalt met rente,

Wat hier de Tijd u schuldig bleef!

Poëzy Nieuwe Bloemlezing uit de dichtwerken van J.J.L ten Kate · 第 100 / 144 题