Die goeje Flitz! Misschien zou hij notaris worden, "althans, zoo geen
gemeen sujet met den post ging strijken."
Die goeje Flitz! dat was de grondtoon der overdenkingen van 't lieve
meisje _geweest_ en nu.... nu ze na het vertrek van den ex-burgemeester
op haar kamer zit, nu kan ze niet gelooven dat hij, die zoo hartelijk
over Flitz sprak, zijn vijand kon wezen, en vertrouwt dat Barend zich
ten zijnen opzichte bedroog, terwijl ze gedurig de woorden herdenkt:
"Bij zulk een benoeming behoort een _Suze_."
Nog dien zelfden middag had er tusschen de ouders Gliekke in het
woonvertrek een onderhoud plaats, 't welk besloten werd met de
verklaring van mevrouw: "Als jij er vóór bent, dan ben _ik_ er niet
tegen; 't zal dus de vraag zijn of Suus...?" En Suus die spoedig
daarop geroepen werd, en kort en zakelijk vernam dat Barend Flitz in
een vertrouwelijk gesprek met papa om de hand zijner dochter gevraagd
had,--antwoordde op papa's vraag: "Wat dunkt je er van?" _niets_,
maar wandelde den volgenden dag gearmd met den nieuwen notaris door
de boschjes van _Vredelust_, en nog een dag later door de lange
dorpsstraat.
Hoe de hekken zoo spoedig verhangen waren begreep niemand, maar zeker
is het dat de slechte noten, die er van den burgemeester Van Bavik
waren gekraakt, door de schoonste loftuitingen werden vervangen,
en Flitz verzekerde aan Suze, dat de nieuwe kantonrechter van W. de
"sjoviaalste" kerel was dien hij ooit ontmoette, en dat hij vast
geloofde mede door _zijn_ tusschenkomst de benoeming in den zak
te hebben.
Wij mogen den lezer, vóór dat wij het _point finale_ plaatsen, eenige
kleine ophelderingen niet onthouden.
Waarom solliciteerde Van Bavik, behalve de reden uit zijn dagboek
vernomen, éérst naar het burgemeesterschap te B. c. a.?
Omdat het de eenige vacante post in den omtrek van W. was, en te
W. woonde het meisje, dat hij in de academiestad leerde kennen en
teeder beminde.
Vanwaar zijn afgetrokken antwoorden aan den heer Gliekke, toen deze
den jongen burgervader over de plichten sprak, die hij zelf als vader
te vervullen had.
Omdat de vader _zijner_ Suze, met den heer Gliekke op dat punt geheel
overeenstemde.
Waarom die avondwandelingen naar W. terwijl de toegang tot Van
Hilsdorps woning hem na zijn eerste aanzoek ontzegd was?
Omdat Suze Hilsdorp een vriendin had die gaarne briefjes en
geplukte vergeet-mij-nietjes overbracht, en met toestemming van
haar echtgenoot--Alexanders academievriend--den geestigen jongen met
liefde herbergde.
Ziet gij wel lezer, dat wij zeer discreet in 't doorbladeren van het
dagboek waren.
Vaarwel! Morgen zal er een diner op _Vredelust_ zijn. Een prachtig
verlovingsdiner; en Suze Hilsdorp zal tegenover Barend Flitz, Suze
Gliekke tegenover Alexander Van Bavik zitten.
En nu eindigen wij onze vertelling, maar roepen eerst luide:
Voorzichtig gij, die schittert door vernuft en talenten, er kunnen
slangen sissen in de kransen die men u toewerpt, grijp niet al te
haastig! En gij die nooit zult schitteren, zoek geen venijn in al de
schoone bloemen, de bloemen die rijk zijn in kleuren, en mild zijn
in geuren.