NAAMSOORSPRONG.

Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar

stroomende, en dat den naam van Drecht draagt, (waarschijnelijk dat er

weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving van

Dord, enz. art. naamsoorsprong;) dat watertjen loost alhier in de

hoofdrivier, des is ter deezer plaats de Loozing der drecht,

(Loosdrecht:) de naamen van Oud en Nieuw, waarmede men gewoon is de

beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het

aanleggen van een tweede of Nieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 415 / 455 题