De stichting van Loosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat
aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare
1632, vindt men de beide Loosdrechten begroot op 1807 morgen 300 roeden
lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt
men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden
integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den
korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken,
dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer
wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk
verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in de Nieuwe
Loosdrecht meer dan in de Oude; (van de eerstgemelde desaangaande nader
onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied
op wel 2950 morgen [22], zo land als water, welk water mede in de
verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende plassen zijn. In de
Oude Loosdrecht liggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin
die het mede van de Nieuwe wint: zie onze beschrijving van dezelve.
Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op
omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat
zekerlijk iet zonderlings is.