Onder dezelve bekleed het Stadhuis de eerste plaats. Het is een
buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw
uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen
Voorgevel, naar de Jonische en Dorische orden. Zo schoon dit Gebouw
zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het
ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker
beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te
bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer
zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met
prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper Burgemeester
Gijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber
in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad
weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand
de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe
bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor
liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig
Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de
St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige
overblijfsels te vinden waren.
De Waag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in
den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634
gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der
Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats
van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de
Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet
onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.
De Stads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft men, niet zonder
grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent
genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet
onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks
tractement gegeven word.
De Stads Fransche Kostschool voor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig
Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze
School is in eenen zeer bloeienden staat.
Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen,
wier aantal geduurig toeneemt.
De Vleeschhal en Bank van Leening zijn geene Stadsgebouwen, wordende de
eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar
voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd
hebbende, gaan wij over tot derzelver