KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is,

volgends Jacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den

Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aan St.

Laurentius wierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw,

pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend

Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaarden Petrus Hemoni

vervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust

binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel,

de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592

gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen

onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met

een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’

kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der

Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word

bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het

tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de

Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.

De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder

het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier

Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van

hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen

versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word,

volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten

September 1642. Tobias Brustenbach was de eerste Leeraar maar ook te

gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die

tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op

de Achtergracht gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een

Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve

vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was

zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig

Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij

door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door

wijle Vrouwe Voigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich

zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene

Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der

Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.

De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig

door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun

Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar

versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen

fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel

nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer

bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het

Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in

geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente

gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig

appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der

Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders

bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.

De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is

toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein

doch net gebouw is.

Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed het St.

Bartholomei Gasthuis geene geringe plaats. De tijd van derzelver

stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt

uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of

naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het

is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men

kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor

Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door

de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit

huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s

Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld

worden.

Het Burger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voor de Zusteren

van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter

herberginge en opvoeding van Weezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad

waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen,

die mede Jaarlijks aangesteld worden.

Het Armen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die

te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden

opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en

Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het

tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggende

Militie.

De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de

Stichting van wijlen den Heere Cornelis van Drosthagen, bij beslotene

laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends

welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder

het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft;

zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’

Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen

worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand

gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in

drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders

zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter

gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde

Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:

De voorzorg van Drosthagen

Voor Armen, Weez’ en Magen,

Zij steeds bij ’t Nageslacht

Met dankbaarheid herdacht!——

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 331 / 455 题