STICHTING EN GROOTTE.

Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid

bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest

is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds

bekend was, als blijkt uit zekeren brief van Andreas den

vijfentwintigsten Bisschop van Utrecht, waarin van bovengemelden Hero

gewaagd word. In de handvest van Hertog Willem van Beieren in ’t Jaar

1355, word van Weesp het allereerst melding gemaakt, als van eene Stad,

voorzien met poorten en wallen, en hare Burgers Poorters genoemd.

De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten,

die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden

van de stroomende Rivier de Vecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in

een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën

deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen

in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste

beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen,

woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen

verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, dat

Weesp voorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker

grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men

noch de overblijfsels ziet aan de Muiderpoort, de Waag en den

zogenaamden Olijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als

rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de

uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk

gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk

gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der

hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere

uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk, de Muider, Naarder

of ’s Gravelandsche, en Utrechtsche poort; de eerste is een oud gebouw,

in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder

het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en

van eenen ordentlijken aanleg.

’T WAPEN.

Weesp heeft twee Wapens: te weeten het Oude en Nieuwe. Het oude

verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’

kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel overeenkomst met het

tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw

veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of

decreeten gebruikt.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 330 / 455 题