NAAMSOORSPRONG.

Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven

gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van

de Vecht is: het woord Mond nu, was weleer Muden, zijnde door

klankverbastering in Muiden veranderd; de oude naam Amuden, zegt men,

bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden

woords, Aa naamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan de

Mond mede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen

dikwerf voor onder den gezegden naam van Amuden.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 187 / 455 题