LIGGING.

Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren van Amsteldam, ruim

anderhalf uur van Naarden en een groot half uur ten zuiden van Weesp:

de aangenaame rivier de Vecht loopt door de stad, die door derzelve in

twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug,

(een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare

schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt

afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten van Holland

gehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte

land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze

sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, de Hinderdam genaamd: deeze

watergelegenheid van Muiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van

het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóór Utrecht den Rhijn moeten

bevaaren, en te groot zijn om door de Nieuwersluis, of door Weesp te

schutten, hier passeeren; onder deezen zijn de Keulsche aaken wel de

voornaamsten: deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of

vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken na Naarden

en het Gooiland door Muiden passeeren, geeven in het steedjen mede

geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door

een dijk, zig strekkende van de uitwatering van de Vecht in de

Zuiderzee af, tot aan Muiderberg, en van daar tot Naarden toe.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 186 / 455 题