BUURT AAN DE SCHULPBRUG.

Deeze kan met recht, wegens derzelver uitgebreidheid, onder de

aanzienlijke Buurten gesteld worden, als beslaande een zeer groote

uitgestrektheid gronds: zij begint reeds op den Weesperweg aan den

gebiedpaal van Amsteldam, en heeft verscheidene dwarspaden, naar den

Outewaalerweg strekkende; derhalven is onder dezelve ook begrepen, het

blokjen de Vierhuizen, op den Weesperweg, alzo genaamd, om dat het uit

vier huizen bestaat; de buurt ligt voords, voor het grootste gedeelte

zeer vermaaklijk, naamlijk aan de schoone rivier de Amstel, en nabij de

verrukkelijke Diemermeir, gedeeltelijk zelfs langs de ringsloot

derzelve.

De buurt heeft, zegt men, haaren naam van buurt aan de Schulpbrug

gekregen, door dat zij aan de brug van dien naam haar begin neemt; en

deeze brug draagt den naam van Schulpbrug, naar de aanzienlijke herberg

de Schulp, op den hoek van de Meir, bij die brug gevonden wordende.

Zij bevat verscheidene en aangenaame lustplaatsen en tuinen, die een

bevallig gezicht opleveren, zo onder het wandelen langs den Weesperweg,

als langs den Ringdijk van de Meir, en het bevaaren van derzelver

ringsloot: er worden ook eenige fabrieken in gevonden: de bewooners

zijn van den Gereformeerden, of van den Roomschen Godsdienst, die, daar

er geene kerk in de buurt is, de Gereformeerden te Amsteldam, en de

Roomschen aan de overzijde van den Amstel-stroom moeten te kerk gaan.

Ook andere Godsdienstige Gestichten zijn in deeze buurt, hoe groot in

haar bevang, niet voorhanden: de kinderen, van beiderleien gezegden

Godsdienst, gaan in het school van den Watergrafts meir, (zie onze

beschrijving van dat aangenaame oord;) de Weezen worden door het Dorp

Ouderkerk besteed, meestal, ten minsten zo veel mogelijk, bij de

bewooners der buurt zelve; en de Armen worden mede door het gezegde

dorp onderhouden.

De bezigheden der bewooneren, bestaan in verscheidenerleie handwerken;

ook zijn er, gelijk gezegd is, eenige fabrieken; aan het begin der

buurt, bij de Schulpbrug, woonen eenige visschers, een van deezen,

heeft een gedeelte van den Amstel in pacht, de overige visschers

vertieren de visch die in het Zwarte water, nabij de stad Zwol gevangen

wordt, bestaande in baars, snoek, brasem, zeelt, en paling; zij markten

alle te Amsteldam in de Nes, op de rivier vischmarkt, voor de St.

Pieters poort: over het gezegde begin der buurte, zijn ook eenige

weinige vischbanken, alwaar des zondags morgens, eene soort van markt

gehouden wordt.

Van de Geschiedenissen deezer buurt, kan niets aanmerkelijks gezegd

worden: in de jongstledene troubelen hebben de bewooners derzelve geen

aanmerkelijk deel gehad; geen ander dan dat zij bij de gezegende

omwenteling ook Pruissen hebben moeten inquartieren, en derhalven de

gewoone overlast hebben geleden.

Aan het meergemelde begin der buurte, is eene vry goede herberg; voords

vindt men in dezelve nog eenige weinige anderen, van minderen rang.

Aan hetzelfde begin kan men in de Weesper- en Muiderschuiten die van en

naar Amsteldam vaarende daar voorbij komen, naar de gezegde steden

vertrekken, of met het jagtjen in onze beschryving van de Diemermeir

gemeld, naar Amsteldam, ook met het Overhaal schuitjen mede aldaar

genoemd, naar den Utrechtschen weg, of andere zijde van den Amstel,

alwaar men door de aldaar passeerende schuiten, weder verscheidene

gelegenheden vindt, naar Utrecht, Tergoude, Delft, Rotterdam, en veele

andere steden en dorpen.

Hier op kunnen wij voegelijk laaten volgen den Amsteldijk, zig

uitstrekkende van den paal bij het tolhek tot aan de Overbuurt van

Ouderkerk, langs welken eene menigte van buitenplaatsen en

boerewoningen gevonden worden: bij het tolhek zijn nog twee paden, het

Verwerspad en ’t Rustenburger pad, waarop mede veele plaisiertuinen

liggen: langs het laastgemelde pad komt men aan de Wetering: de

bewooners deezer paden leeven meest van de moezerij.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 104 / 455 题