NAAMSOORPRONG.

Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier de Amstel,

(ter plaatse, of nabij de plaats, die nog de dam genoemd wordt,) ter

weeringe van het water; deeze kreeg den naam van Amsteldam, dat is, dam

van, of, in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd

tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen spelden

Amsterdam, naar een ouder taalgebruik, toen men de meening van dam van,

of, in den Amstel, uitdrukte, door het woord Amstelredam, waarvoor men

thans zou kunnen zeggen Amstelerdam.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 31 / 455 题