Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen dat
Amsteldam haar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede
optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht van Van
Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat
omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben
nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning
vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd,
na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen
veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die
wijze is Amsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene
verbazende koopstad geworden: onder ons art. Geschiedenissen, zullen
wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar
geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
Het getal der huizen in Amsteldam en haare Voorsteden, (die mede zeer
aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij
sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op het
Weesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd
worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000,
waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks
onder ons artijkel Kerklijke en Godsdienstige gebouwen zal blijken.