Nu moet ik eerst van de vergaderingen en van de vrouwen vertellen,
die wij hier in Peking ontmoet hebben. Het spreekt vanzelf, dat
wij Maandagmorgen er direct op uitgingen om de presidente en andere
bestuursleden der Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op te sporen. Dat
bleek niet zoo gemakkelijk. Na lang zoeken--en de afstanden in
Peking zijn zeer groot--vonden wij de woning der presidente en
vernamen daar, dat zij niet thuis, maar den geheelen dag op kantoor
aanwezig was. Dat kantoor is het bureau van de "Peking Times", een
dagblad, dat in de Chineesche taal uitgegeven wordt, waarvan zij de
hoofdredactrice is. Het bureau van dat blad was niet moeilijk te
vinden, maar daar vernamen wij, dat mrs. Tang Chuen Ying met twee
andere dames was uitgegaan, iets wat zij zelden of nooit deed. Wij
lieten onze kaartjes achter, met het adres van ons hotel. Teruggekomen
in het hotel vernamen wij daar, dat drie dames ons een bezoek hadden
gebracht en hare kaartjes afgegeven hadden. Het waren Mrs. Tang, de
presidente, miss Wang en miss Sung, bestuursleden der vereeniging. Nog
dienzelfden avond herhaalden zij haar bezoek. Geen van de drie sprak
een woord Engelsch, zoodat wij ons van 'n tolk moesten bedienen. De
vereeniging was zoowel uit Shanghaï als uit Nanking van onze komst
verwittigd, maar daar men niet had opgegeven langs welke route wij
kwamen, hadden de dames ons niet aan den trein kunnen verwelkomen. Wij
werden nu uitgenoodigd Woensdagmiddag in het vereenigingsgebouw te
willen komen, waar men ons een welkom wilde aanbieden.
Toen wij Woensdagmiddag om twee uur het vergaderlokaal binnentraden,
wachtte ons daar een enorm groote, enthousiaste menigte. Gelukkig
was er geen muziek, maar met een oorverdoovend handgeklap en Hu,
hu-geroep werden wij ontvangen, dat zoolang duurde tot wij op het
podium aangekomen en onze plaatsen hadden ingenomen. De presidente
leidde ons bij het publiek van ongeveer duizend personen in, vertelde
het een en ander van ons beiden, wat niet voor ons vertaald werd, en
toen zij geëindigd had, stond heel de groote menigte op en boog voor
ons. In de groote zaal waren alle zitplaatsen door vrouwen ingenomen,
terwijl de galerij geheel gevuld was met mannen. Men stond letterlijk
plat gedrukt tegen de muren. Toen moest eerst mrs. Catt en daarna ik
een speech houden, die door een jongmensch, dat 5 jaar in Engeland
was geweest, woord voor woord in het Chineesch werd overgezet. Het
was een dankbaar publiek, dat na elken zin, dien wij uitspraken,
nadat die vertaald was, warm applaudisseerde.
Daarop kreeg miss Sung het woord. Miss Sung is de Christabel
Pankhurst van China. Een jong, hartstochtelijk persoontje, met
iets bovennatuurlijks in haar fanatiek glinsterende oogen, begaafd
met een redenaarstalent en sprekende gestes, die zelden geëvenaard
worden. Het publiek hing aan hare lippen. Hoewel wij hare woorden
niet konden verstaan,--de zin van hetgeen zij zeide, werd evenwel
voor ons vertaald,--was het toch duidelijk, dat zij het publiek
meesleepte. Zij vertelde, hoe de hoofdpersonen in de revolutie de
vrouwen behandeld hebben, welke diensten zij van haar gevergd hadden
en welke belooning zij haar daarvoor thans gaven. Zij zelf, miss
Sung, werd door een generaal (zijn naam heb ik niet kunnen verstaan)
aangewezen om een bom te gooien in het rijtuig van den onderkoning,
den dag vóór de revolutie was uitgebroken. Haar daad werd evenwel
verijdeld en zij in de gevangenis geworpen, waar zij onthoofd zou
worden. Door een samenloop van omstandigheden ontkwam zij dien dood,
doch toen zij na een maand door de revolutionisten in vrijheid werd
gesteld, werd zij onmiddellijk in de voorste gelederen der vechtende
soldaten geplaatst, waar zij steeds de gevaarlijkste diensten heeft
moeten verrichten. Een heele reeks meisjes noemde zij op, die allen op
die wijze gesneuveld zijn, zij was op wonderbaarlijke wijze gespaard
gebleven. Miss Sung was een dergenen die als gewoon soldaat het leger
diende, doch tot officier opklom.
Zij ging toen de argumenten na, die de mannen thans tegen de invoering
van vrouwenkiesrecht gebruiken, waarvan het krachtigste is, dat China
niet zoo iets nieuws kan invoeren, vóór dat de groote Europeesche
mogendheden zijn voorgegaan. Dit argument hekelde zij op sarcastische
wijze; China had niet geaarzeld de vrouwenkrachten op eene wijze
in de revolutie te gebruiken, als nimmer te voren een Europeesche
natie had gedaan, nu het op belooning dier diensten aankomt, aarzelt
men andere landen ten voorbeeld te zijn. Zij gispte de handelingen
van den president Yuan en van den Nationalen Raad, die bij al hunne
besprekingen vergeten, dat er vrouwen in China bestaan.
Daarop kreeg miss Wang het woord. Miss Wang is onderwijzeres. Zij
stond aan 't hoofd van een groote meisjesschool in Japan, die zij,
toen de revolutie uitbrak, verliet, om naar China over te komen
en haar diensten aan de revolutionisten aan te bieden. Zij is een
kalme, bezadigde spreekster, die de wetten van China voor de vrouwen
besprak en ze danig gispte. Zij zette uiteen hoe het Chineesche
meisje van af haar geboorte slavin is, een slavenleven, waaraan zij
alleen kan ontkomen door haar land te ontvluchten. Ook zij gispte
de handelingen van deze regeering, die de zaken in het land voor de
vrouwen voorloopig niet wil wijzigen en die zeker niet de polygamie
in China zal afschaffen, het kwaad, waaruit zooveel ellende voor
de vrouwen voortspruit. Waar de hoogste man in het land thuis een
wettige vrouw en dertien bijwijven bezit, en verder waar hij komt,
zich meisjes laat brengen, waar alle regeeringspersonen polygamisten
zijn, daar was voor de vrouwen niet veel heil te wachten.
Toen spraken nog een paar andere jonge vrouwen, die er beide op
aandrongen, dat de Chineesche meisjes zouden weigeren te huwen en
daarna sloot de presidente de vergadering. Wij werden toen uitgenoodigd
met eenige uitverkorenen thee te drinken in een ander lokaal, waar
men ons dan het een en ander van haar doen en laten zou vertellen.
't Meest interesseerde ons, de wijze, waarop deze vrouwen het werk
der vereeniging geregeld hebben. De Peking-afdeeling telt duizend
leden. Zij hebben vier groepen gevormd, waarvan een het politieke
werk doet. Die groep gaat nauwgezet de handelingen der regeering na,
zendt verzoekschriften aan de regeering, waar die dienst kunnen doen,
zorgt voor persberichten, hekelt den Nationalen Raad als hij de vrouwen
vergeet, tracht nu en dan een persoonlijk onderhoud te verkrijgen
met regeeringspersonen en doet tal van zaken meer, die in die lijn
vallen. De tweede groep is de onderwijsgroep. Deze tracht scholen voor
meisjes tot stand te brengen en waar een school is, trachten de leden,
door met de ouders te spreken, deze te bewegen hunne dochters naar
school te zenden. Ook geven de onderwijzeressen, leden dier groep,
's avonds onderwijs aan vrouwen en meisjes, die daags in fabrieken en
werkplaatsen arbeiden. Deze groep moet alles doen, om het onderwijs
der vrouwen te bevorderen. De derde groep is de industrieele. Deze
tracht de werkende vrouwen tot organisatie te brengen en waar zij de
omstandigheden geschikt acht, de vrouwen tot coöperatieven arbeid aan
te sporen en ze in die richting te vereenigen. Eenige coöperatieve
groepen zijn reeds gevormd en een paar kleine vakorganisaties zijn
tot stand gebracht. De vierde groep is de propagandistische groep. De
leden daarvan doen alles om de propaganda voor vrouwenkiesrecht te
bevorderen. Zij doen dat door 't beleggen van vergaderingen, door
huisbezoek, door strooibiljetten en alle ook bij ons gebruikelijke
middelen.
De leden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Peking, zijn
niet slechts in naam lid: de meesten nemen op de een of andere wijze
ook deel aan het groote werk, dat er verricht moet worden.
Ik vroeg ook hier, evenals in Nanking, wat de vereeniging dacht
te doen als de Nationale Raad eens niet de wenschen der leden
inwilligde. Zonder aarzelen antwoordde de presidente: "een bom gooien
in de eerste vergadering, die het parlement zonder de vrouwen zal gaan
houden." Wij glimlachten en zeiden, dat zulke radicale middelen zelden
doel treffen, toen Miss Sung het woord nam, zeggende: "Men heeft ons
vrouwen in de revolutie gebruikt om bommen te maken en te werpen, wij
zullen ze ook voor eigen vrijheid weten aan te wenden." Mrs. Catt
vroeg of die militante strijdwijze uit eigen boezem voortkwam,
of dat zij daartoe gedreven werden door wat de couranten haar van
uit Engeland berichten? De presidente beantwoordde die vraag met
op hoffelijke wijze te zeggen: "Wij hebben dat geleerd van onze
Amerikaansche en Europeesche zusters". Wij hebben haar toen verteld,
dat alleen in Engeland een groep vrouwen op militante wijze optrad,
maar dat verreweg de meeste Engelsche strijdsters voor kiesrecht en
die uit alle andere landen den vreedzamen weg volgen. Zij schoven
toen de schuld op de Chineesche pers, die haar nooit berichten
over die vreedzame maatregelen bracht, maar alleen mededeelde,
welke handelingen de Engelsche suffragettes bedreven. Wij hebben
haar toen eenige vreedzame methoden aangeraden en wezen haar er op,
dat de vrouwen nooit de ruwe wegen, die de mannen dikwijls inslaan om
hun doel te bereiken, moesten volgen. Zelfs de Engelsche suffragettes
hadden bij al haar militant optreden, nimmer bloed vergoten.
Den volgenden dag woonden wij eene vergadering bij van de besturen
der verschillende groepen, waarin de verkregen resultaten van het
verschillend werk werden besproken en men elkaar nieuwe wenken gaf. Wij
kregen daartoe gelegenheid met de hoofdpersonen in het werk nader
bekend te worden. Als men hoort en ziet wat al deze vrouwen doen,
welke groote offers aan geld, tijd en krachten zij aan de zaak--de
wettelijke en sociale verheffing der vrouw--brengen, dan moeten wij
allen beschaamd staan tegenover onze Chineesche zusters.
Na afloop van deze vergadering brachten eenige van deze dames ons
naar een nabijzijnd lokaal, waar eene vergadering gehouden werd van de
Tang Ming Hui en waar het woord gevoerd werd door den vecht-generaal
Chang, den revolutionist bij uitnemendheid. De generaal, gekleed in
een zwart pak met gekleede jas, zette na afloop van zijn speech den
hoogen zwarten zijden hoed van 't jaar nul op zijn veel te kleinen
kop en toen zag hij er meer uit als iemand, die kleine kindertjes
bang kan maken, dan als iemand, waarvoor een leger op de vlucht zal
gaan. Hij scheen echter de gave van het woord te hebben, want de
heele vergadering was warm gestemd en bracht hem eene daverende ovatie.
Vrijdag en Zaterdag maakten wij een tocht, die onvergetelijk is. Met
een groep van vijf Amerikanen, twee heeren en drie dames, gingen wij
gezamenlijk een bezoek aan de Ming-graftomben van Peking en de Big
Wall (groote muur) brengen. Dit is een tweedaagsche toer. Wij hadden
drie gidsen aangesteld, die alles voor ons in gereedheid moesten
brengen. Vrijdagmorgen om acht uur verlieten wij het hotel, om, na een
uur rijden in een rickshaw, aan een klein station aan te komen, vanwaar
wij per trein naar Nankau gingen. Om half twaalf kwamen wij daar aan en
vonden daar reeds voor elk een draagstoel met vier Chineesche koelies
wachtende, die ons naar de graftomben zouden brengen. Mandjes, gevuld
met een koude lunch, waren van uit Peking medegenomen. Drie uren lang
werden wij in bijna aanhoudenden draf door de koelies voortgedragen,
waarbij wij van voor naar achter, van rechts naar links en van onder
naar boven geschud werden. De weg ging over bergen en dalen, door
weilanden en over rotsblokken en door snelvlietende stroomen. Vooral
door deze laatste hadden wij veel angst uit den stoel en in het water
aan te landen, want de koelies sprongen daarbij dikwijls van steen tot
steen. Een van onze dames-metgezellen viel op den terugweg dan ook,
doch werd nog bijtijds door hare koelies gegrepen en kwam er met een
paar natte voeten en een nat handtaschje, waaruit eenige kleinigheden
in den stroom verdwenen, af. Om ongeveer twee uur arriveerden wij aan
het begin van den zoogenaamden "Heiligen Weg", waar een prachtige,
vijfboogige poort van wit marmer, zeer mooi gebeeldhouwd, den ingang
vormt. Deze poort is nog in volkomen staat aanwezig en laat niet na,
een imposanten indruk te maken. Van af die poort gingen wij nu een
uur ver langs een geplaveide straat, die evenwel niet onderhouden is,
door een aan weerszijden door reuzenbeelden afgepaalden weg naar den
tempel, waar de lijken der gestorven keizers eerst gebracht worden,
alvorens zij in de graven nedergelegd worden. Ook hier was weder alles
meer indrukwekkend door het beeld dat het ons gaf van den geest der
Chineezen en van de hoogte van hun kunst in verloopen eeuwen, dan door
de artistieke waarde der dingen, die wij zagen. Alleen het landschap,
dat wij doortrokken, was zeer mooi en deed ons allen denken aan de
bergen van Arizona, hoewel toch ook weder de bergen hier, zooals in
elk land, iets bijzonders vertoonen, wat niet onder woorden kan worden
gebracht, iets dat alleen eigen is aan elk land afzonderlijk. Om 7
uur kwamen wij 's avonds in ons klein Nankau-hotel aan, bijna allen
te vermoeid om ons het zeer goede diner goed te laten smaken.
Zaterdagmorgen werden wij allen om vijf uur gewekt om tegen zes uur
aan het station te kunnen zijn, om van daar naar Ching-lung Chiao te
vertrekken in een werkmanstrein. De spoorlijn van Nankau-lung tot
Ching-lung Chiao is in wording, maar met een speciale vergunning
wordt het toeristen vergund in een van de open bakken, waarmede
de werklieden op de verschillende punten langs den weg naar hun
werk gebracht worden, mede naar boven te gaan. Een snerpende koude
bergwind deed ons in dat vroege morgenuur en in die open bak bijna
bevriezen. Wij apprecieerden het ten zeerste, dat de gidsen wollen
dekens uit het hotel hadden medegenomen om ons in te wikkelen. Doch
wij vergaten spoedig het vroege morgenuur, koude en vermoeienis door
de onbeschrijfelijk indrukwekkende omgeving die wij doortrokken. Elf
mijlen lang, in welken wij bijna duizend meter stegen, en die wij in
twee uren aflegden, gingen wij door een vreemde, wilde bergstreek,
met een even wilden plantengroei. Wij waren op weg naar den Grooten
muur. Dit is een muur, tien meter hoog en elf meter dik, die over een
afstand van 2.500 mijlen, (ongeveer zes maal de afstand van Amsterdam
naar Parijs) China van Mongolië en Thibet scheidt. Deze muur begint
in Shan-hai-kwan in zee en eindigt in Suchoo in zee. In ongeveer 200
jaar vóór Christus begon de keizer Chin-shi-Hwang-ti dezen muur te
bouwen. De steenen, voor den bouw gebruikt, zijn groote baksteenen,
die in dien tijd in de zon werden gebakken. Zij zijn viermaal zoo
groot als onze baksteenen. Alle troepen en karavanen, die sedert de
laatste twee duizend eeuwen van uit Mongolië en Thibet, China wilden
bereiken, moesten den eenen ingang der poort, die wij op weg waren
te bezoeken, passeeren.
Op weg naar Ching-lung Chiao gaat de trein steeds dicht langs het
pad, welke de karavanen nemen. Onophoudelijk zagen wij meters-lange
kameelengroepen, langzaam en statig dat pad afkomen en andere, die
naar boven trokken. In één groep telde een onzer heeren reisgenooten
146 kameelen, kleinere van 50 tot 70 kameelen waren er legio. Al
die beesten die China introkken, waren beladen met ruw katoen en
versche appels, die op den terugweg waren naar Mongolië of Thibet,
droegen thee met zich. Schilderachtig was vooral het gezicht als
wij hier en daar een kamp passeerden, waar halt gehouden werd en
manschappen en beesten gelegenheid kregen te rusten en hun ontbijt
te gebruiken. Honderden bruine kameelen zagen wij dan, met het licht
van de vroege ochtendzon overgoten, liggen of grazen en daar tusschen
in de begeleiders, in hunne hemelsblauwe, lange kleederen. Het was,
evenals een onzer gidsboeken juist weergeeft, "het leven in de
middeleeuwen aanschouwelijk voorgesteld." Wij zagen op dezen weg
meer kameelen dan wij in Egypte en Britsch-Indië in al den tijd,
dien wij er doorbrachten, gezien hebben.
Om 8 uur waren wij aan het stationnetje, het voorloopige eind van
de baan; daar wachtte voor ons elk een ezeltje om ons verder naar
boven te brengen. Maar 't waren Chineesche ezeltjes, zonder zadel,
zooals zij door de Chineezen bereden worden. Wij moesten niet alleen
als mannen te paard zitten, maar wij hadden voor onze voeten bijna
geen steun. Een soort kussen lag op den rug van het kleine dier,
en bij elk ezeltje liep een man om ons, in tijd van nood, tot steun
te dienen. Voor ons dames was nog een ander groot bezwaar. Onze
nauwe rokken moesten tot boven toe opgeschort worden, anders was
het bestijgen en het berijden dier rijpaarden onmogelijk. Alleen
mrs. Catt droeg een practische rok. Om onze beenennaaktheid een beetje
te bedekken, legden de gidsen de meegebrachte dekens over ons, en zoo
besteeg onze fantastisch uitgedoste groep den eeuwenouden wal, die
in den loop der eeuwen nog wel bontere karavanen heeft zien passeeren.
Boven aangekomen, vervalt men onwillekeurig in diep gepeins. Niemand
van de heele vroolijke groep sprak in den beginne 'n woord. Daar
stonden wij boven op den grooten wal, in een van de vele wachttorens,
vanwaar men een onmeetbaar vergezicht heeft tot diep in Mongolië,
vanwaar de bergen van Thibet aan den horizon verrijzen en geen
sterveling China kan naderen, zonder reeds van verre door de op
wacht staande Chineezen bespeurd te worden. Wat hebben die ouden
zich beveiligd voor indringing van ongewenschte gasten! Maar niet
alleen in een historisch opzicht was dit vergezicht indrukwekkend,
ook als landschap was het grootsch. Uren lang zou ik in een van die
wachttorens hebben kunnen zitten droomen. Op elken bergtop is een
wachttoren gebouwd, die boven over den steenen muur met elkander in
verband staan. Als men van uit den trein die spitse bergketen ziet en
op elke punt een toren, dan lijkt het, alsof er geen verband tusschen
die punten mogelijk is, maar boven aangekomen, ziet men, hoe dat
kunststuk tweeduizend jaren geleden tot stand werd gebracht. Thans
is China bezig midden door dien muur een spoortrein aan te leggen,
die dwars door Mongolië Siberia zal bereiken, en de Trans-Siberische
route voor China met eenige dagreizen zal verkorten.
Op dezelfde avontuurlijke wijze als wij naar boven gekomen waren,
daalden wij ook weder naar beneden. De hotelier van het Nankau-hotel
had onze lunchmandjes weder gevuld en liet ons dien aan den trein
brengen, zoodat wij in eens door naar Peking konden terugkeeren. Dat
wij allen meer dan vermoeid daar laat in den middag aankwamen,
behoeft nauwelijks gezegd te worden.
Wij gebruikten nog een paar dagen om tot rust te komen, vóór wij
verder reisden, in welken tijd ik een lunch bij onzen Hollandschen
ambassadeur, een tea bij de Italiaansche legatie en een diner bij
den Amerikaanschen vertegenwoordiger medemaakte. Den overigen tijd
gebruikten wij voor het bezoeken van eenige belangrijke bazaars
en voor echt vrouwelijk winkelen. Men kan dat laatste nergens zoo
gezellig doen als in China, waar tal van de curieuste dingen in de
winkels te zien en te koop zijn.