Toen ik mijn vorigen brief eindigde waren wij van plan den volgenden
morgen af te reizen om naar Tientsin te gaan. Kort nadat de brief
verzonden was, ontvingen wij bericht van den Amerikaanschen
ambassadeur, dat hij voor ons had aangevraagd een zitting van
den Nationalen Bond bij te mogen wonen en dat dit verzoek voor
den volgenden morgen was ingewilligd. Wij besloten ons verblijf in
Peking met twee dagen te verlengen en ons bezoek aan Tientsin op te
offeren. De treinenloop in China is nog niet zoo goed geregeld als
in Europa, één dag uitstel van een reis, beteekent voor het minst
twee dagen, want slechts drie keer in de week loopt een sneltrein
in de richting Peking-Mukden. Wij vonden het echter van meer belang
om dit Chineesche parlement in werking te zien, dan om in Tientsin,
een havenstad als Shanghaï en Hongkong, waar het Europeesch element
overheerscht, eenige dagen over te blijven.
Vergezeld van een Chineeschen tolk, die ons van de Amerikaansche
ambassade ter begeleiding was medegegeven, woonden wij Maandagmorgen
een zitting van het Chineesche parlement bij. Dit lichaam houdt zijn
vergaderingen op het oogenblik nog in de gehoorzaal van de Chineesche
Juristenschool te Peking. Het was een vrij volledige vergadering,
ongeveer 80 van de 120 leden waren aanwezig. Verreweg de meesten waren
mannen van 30 à 40 jarigen leeftijd, slechts enkelen leken ouder en
jonger. Niet alleen waren de meeste heeren in Chineesche kleeding,
hoewel vrij van alle praal en pracht, maar er waren zoowaar nog
vijf onder hen, die den staart nog lang en breed over den rug hadden
hangen. Slechts zeer enkelen droegen een Europeesch costuum.
Daar iedere provincie het recht heeft vijf afgevaardigden naar
dit parlement te zenden,--zooals men weet, is dit nog maar
een voorloopig parlement--zagen wij de typen der Chineezen uit
verschillende deelen van het land vrijwel allen voor ons. De
Chineezen zeggen, dat zij uit vijf stammen bestaan en dat de kleuren
der republikeinsche vlag die stammen vertegenwoordigen. Het zijn de
eigenlijke Chineezen, de Mohammedanen, de Thibetanen, de Mongoliërs
en de Manchu's. De drie laatsten, die op het oogenblik strijden
voor hun onafhankelijkheid, een onafhankelijkheid, die zichtbaar
zal uitloopen op een indeeling bij Engeland, Rusland en Japan,
hebben geen vertegenwoordigers naar den Nationalen Raad gezonden,
en het zal de vraag zijn, hoelang de vijfkleurige vlag in China nog
gehandhaafd zal kunnen worden. Het eigenlijke China (China proper)
bestaat uit 18 provincies. Deze afgevaardigden vormen verreweg het
meerendeel in de vertegenwoordiging. De Mohammedanen zijn eigenlijk
ook Chineezen, die overal verspreid, doch meest in het Westen van
het land wonen. Zij waren oorspronkelijk Joden, die later tot het
Mohammedanisme zijn overgegaan en nu nog, heel eigenaardig, als een
afzonderlijke stam beschouwd worden. Door hun sterk Joodsch type,
vielen zij onmiddellijk in de vergadering op.
Men bediscussieerde, toen wij op de tribune de vergadering bijwoonden,
den toestand in Thibet, doch door het niet geregeld bijhouden der
dagbladen waren wij niet geheel op de hoogte van den tegenwoordigen
stand der zaken aldaar en konden daardoor de waarde der gehouden
speeches, waarvan de inhoud ons door den tolk verklaard werd, niet
bepalen. Kalm en bezadigd was echter de toon van elken spreker,
hoffelijk waren deze mannen in al hunne uitingen, eenvoudig en
zeker leidde de president de discussiën, alles ging met een in het
oogvallende waardigheid en kalmte. Ik heb in ons land, in Engeland, in
Oostenrijk, in België en in Frankrijk parlementszittingen bijgewoond,
maar nergens heb ik zooveel ernst bij de behandeling van 's lands
zaken gezien, zooveel intelligente gezichten onder de afgevaardigden
geteld, als hier in dit Chineesche lichaam. Deze mannen waren zich
zichtbaar bewust van den ernst der taak, die hun was toevertrouwd
en van den moeilijken en ernstigen tijd, waarin hun land op dit
oogenblik verkeert.
Op eene der zijbanken naast den presidentszetel zaten de
vertegenwoordigers der verschillende departementen, waarin de
Regeering hare werkzaamheden heeft verdeeld. De departementen van
Oorlog, van Financiën, van Buitenlandsche en Binnenlandsche Zaken
en dien van Onderwijs waren dien morgen alleen vertegenwoordigd. Er
zijn elf departementen. Telkens als de afgevaardigden het wenschten,
verstrekten deze vertegenwoordigers de noodige inlichtingen. Door
zitten en opstaan, of door handopsteking, werd dien morgen over de
verschillende voorstellen gestemd. Toen men later aan financieele
kwesties begon en wij oneindige cijferreeksen te hooren kregen,
vonden wij het tijd, om ons bezoek af te breken.
De tolk vertelde ons, dat kort geleden de godsdienstkwestie in den
Nationalen Raad behandeld was, waarbij was besloten, den Christelijken
godsdienst als nationalen godsdienst aan te nemen. Men was echter
gestuit op het bezwaar tusschen de keuze der Christelijke godsdiensten,
daarover kon men niet tot overeenstemming komen, zoodat de beslissing
tot later is uitgesteld. De bovendrijvende meening was evenwel, dat
China, evenals Engeland en Rusland, een eigen Christelijken godsdienst
zou aannemen.
Toen wij Dinsdagmiddag Tientsin gepasseerd waren op weg naar
Shan-hai-Kwan, was de drukte langs de spoorlijn opvallend. Niet alleen
waren overal Chineesche troepen gewapend opgesteld, maar ook zagen wij
buitengewoon vele Europeesche en Amerikaansche militairen. Wat was er
gaande? Na verloop van eenigen tijd wist de Engelsche conducteur--de
lijn Peking-Mukden is een Engelsche onderneming, doch is nu ook in
staatsexploitatie--ons te vertellen dat dr. Sun Yat-Sen met gevolg
in 'n speciale trein ons vooruit was op weg naar Shan-hai-Kwan,
alwaar hij den nacht zou doorbrengen. De conducteur raadde ons bij
het eerstvolgend station, een telegram te zenden naar het hotel om
zeker te zijn goede kamers te vinden. Zouden wij dr. Sun nu toch nog
ontmoeten? Het had er alle schijn van. In Pei-tai-ho, op nog ruim
een half uur afstand van Shan-kai-Kwan haalden wij den trein van
dr. Sun in, die aldaar was uitgestapt om een toespraak tot het volk
te houden. Er heerschte daar een groote opgewondenheid en drukte en
alles was met groen en vlaggen mooi gemaakt. Wij waren nu den trein van
dr. Sun vooruit en arriveerden om 7 uur, zonder verdere bijzonderheden
in Shan-hai-Kwan. Daar wachtte een bijzonder zenuwachtige menigte den
held der revolutie. De hotelier kwam ons persoonlijk van den trein
halen en ook hij vertoonde een opvallende nerveusiteit. Wij vernamen
van hem, dat dr. Sun met gevolg, tezamen 18 personen, 's avonds om 8
uur in zijn hotel zou aankomen, dat hij een diner en de noodige kamers
in gereedheid had gebracht, maar dat hij nu vreesde dat niemand zou
komen, omdat even voor onze komst een complot van Manchu's ontdekt was,
dat bezig was de laatste ijzeren brug, die wij zoo juist gepasseerd
waren, in de lucht te doen springen. Dat plan was verijdeld, maar daar
men andere onheilen vreesde, had men dr. Sun getelegrafeerd niet naar
Shan-hai-Kwan te komen en liever terug te gaan of in Pei-tai-ho te
blijven. Men had echter alle voorzorgen genomen om, in geval dr. Sun
toch zou komen, alle aanvallen te kunnen afweren.
Van het station tot het hotel gingen wij door een dubbele rij
Chineesche soldaten, niemand mocht doorgaan die niet zijn alibi
kon bewijzen. Om ons moeilijkheden te besparen was de hotelier--een
Oostenrijker--ons persoonlijk van den trein komen halen. Het hotel
is een Europeesche inrichting, in 1900, na den bokseraanval, door
de Europeesche mogendheden daar gebouwd, om in tijd van nood als
vluchtheuvel te dienen voor de legaties. In tijd van vrede wordt het
als gewoon hotel gebruikt
Om half negen kwam een telegram, dat dr. Sun niet zou komen en nu
konden wij met een viertal heeren-reizigers, meest allen "mannen
van zaken", van het goede diner en de buitengewoon fijne vruchten
profiteeren. Om half elf echter--mijne reisgezellin lag reeds te
bed, terwijl ik met een der heeren in de hal van het hotel zat te
praten,--komt opeens met eene bijzondere drukte dr. Sun met zijn heele
gevolg aanzetten. Zijne vrouw en een zijner dochters en de vrouw
van generaal Wang waren bij hem. Deze drie vrouwen zijn bijzondere
Chineesche schoonheden. Slechts korten tijd vertoefden allen in de
hal; toen vroeg de secretaris van dr. Sun naar de kamers en begaf het
geheele gezelschap zich naar boven. Dr. Sun en eenige heeren kwamen
spoedig terug, die na een kort gesprek met den hotelier weder naar
buiten togen om ergens anders den nacht door te brengen. Wij weten
niet, of dat geschiedde voor de veiligheid van degenen, die dien
nacht in het hotel doorbrachten, of met het oog op eigen behoud. Wij
sliepen echter dien nacht den slaap der onschuld en ontwaakten den
volgenden morgen zonder dat ons een haar gekrenkt was.
Ik had 's avonds twee keer slechts een betrekkelijk korten tijd
gelegenheid dr. Sun te zien en zijne gelaatstrekken in mij op te
nemen. Het spijt mij het te moeten zeggen, dat de indruk, dien hij op
mijn maakte, een bepaald ongunstige was. Het was een echt Chineesch
uiterlijk, niettegenstaande zijne Europeesche kleeding en Europeesche
manieren. Het gezicht boezemde mij heelemaal geen vertrouwen in; de
oogjes schitterden meer slim dan intelligent, het geheele type was
dat van een man, in staat om gauwigheidjes te doen, in plaats van te
handelen naar wijs beleid en met overdachte en eerlijk uitgevoerde
middelen. Denkelijk beleef ik nog van dien man den val, zooals ik
thans in China zijne vereering en verheerlijking heb gezien. Dat is
nu echt vrouwelijk na een eersten en korten indruk geoordeeld, maar
ik wilde dien indruk toch neerschrijven; de geschiedenis zal leeren,
of ik goed of slecht geoordeeld heb.
Shan-hai-kwan is een zeer oud stadje, waar de "Groote Muur" die China
hier van Manchurië scheidt, in de golf van Pe-Chili eindigt. In
1900, tijdens den bokseraanval, heeft men ook in ons land van dit
stadje gehoord, omdat alle mogendheden hier toen hare troepen aan
wal brachten en hare ammunitie opgestapeld hadden. Het is een druk
Chineesch stadje, waar echter voor toeristen niets bijzonders te zien
valt. Wij besloten daarom, nadat wij Woensdagmorgen reeds vroeg de
stad doorgetoerd hadden, nog met den komenden sneltrein om half tien
verder te reizen, om dienzelfden avond nog Mukden te bereiken.
Kort nadat de trein het station van Shan-hai-kwan verlaten heeft,
gaat hij midden door den eeuwenouden muur en brengt de inzittenden
daarmede uit China en in Manchurië. Spoedig bemerkten wij dien
overgang. Niettegenstaande de vruchtbaarheid van de oneindig
uitgestrekte velden, die wij doortrokken, heerschte toch in alle
dorpjes langs den weg zichtbare armoede. De leemen hutten, de
schamele kleeding, die volstrekt niet voldoende is voor het snerpend,
koude klimaat, de hongerige gezichten, alles sprak van armoede en
ellende. Aan elk station en overal langs den weg zagen wij nu Japansche
soldaten opgesteld. Die soldaten langs de spoorlijnen hier en elders,
dienen om de lijnen open te houden en om die te beschermen. Dit
is sedert 1900, na den bokseraanval, zoo ingesteld. Het is echter
opvallend, dat die taak overal onder de verschillende nationaliteiten
verdeeld is, doch in Manchurië heeft Japan alleen de verdediging
der geheele lijn op zich genomen. Ook troffen wij hier overal aan de
stations veel Japanners.
Om tien uur arriveerden wij 's avonds in Mukden, eerst aan het station
van de Noord-China-lijn en tien minuten later aan het station van
de Zuid-Manchuria of Japansche lijn. Aan dit station is een groot,
op Europeeschen voet ingericht, Japansch hotel, het Yamato-hotel,
verbonden, alwaar wij uitstekend gehuisvest zijn. Wij troffen daar
tot onze groote vreugde, den heer Kempfer, den Amerikaan, die ons in
Shanghaï elken dag zijn mooien, comfortabelen auto zond. Hij heeft
ons tweedaagsch verblijf in Mukden zeer veraangenaamd.
Mukden is de hoofdstad van Manchurië, de stad vanwaar gedurende de
laatste drie opeenvolgende eeuwen de regeerende vorsten van China
kwamen. Slechts sedert 1906, nadat tusschen Japan en Rusland volledige
vrede tot stand was gekomen, wonen hier Europeanen en hebben de groote
mogendheden hier een consulaat gevestigd. De Europeanen wonen echter
allen buiten de eigenlijke Chineesche stad, waar ook het Yamato-hotel
gelegen is. In de stad zelf vindt men het leven van echt "oud China"
onveranderd, nog aanwezig en daardoor vooral is Mukden voor toeristen
zoo interessant.
Op ongeveer twintig minuten afstand van 't hotel is een groote, nieuwe
poort, de Russische poort, die daar tusschen 1903-1906, in den laatsten
Russisch-Japanschen oorlog, door de Russen werd opgericht, die zich
toen van hunne zege bewust bleken te zijn. Eerst na den grooten slag
in Mukden, waarbij de Russen het totaal tegen de Japanners hebben
afgelegd, is de vrede tot stand gekomen.
In de straten in de oude stad Mukden, zijn allerlei dingen, die
de aandacht trekken. Het meest opvallend, omdat zij zooveel leven
maken, zijn de glinsterend geschuurde, groote koperen waterketels, die
overal langs een weg te hooren en te zien zijn. Deze ketels hebben van
binnen een vuurtje, de rook komt uit een lange kachelpijp, die door
het deksel steekt, naar buiten, waardoor het water verhit wordt en
zoodra het water gaat koken, wordt dit door een soort stoomfluitje
aan de buitenwereld kenbaar gemaakt. Dit water wordt verkocht om
thee te maken. Een Chinees doet een paar theeblaadjes in zijn kopje,
giet daar kokend water op en drinkt dan direct zijn kopje leeg. De
vele koperen waterketels maken te zamen zoo'n spektakel, dat men in
den aanvang denkt in een groot fabrieksdistrict aangeland te zijn.
De haartooi der Manchu-vrouwen is ook zeer opvallend. Ik schreef
hierover reeds in Peking, doch hier in Mukden is de verscheidenheid
zoo groot, dat geen twee vrouwen hetzelfde kapsel vertoonen. Wel
komen allen daarin overeen, dat het haar hoog boven op het hoofd
is opgemaakt en vol kleurige bloemen, koralen, zilveren en gouden
pennen en linten zit, maar de wijze, waarop dit alles is aangebracht,
verschilt van elke vrouw. Ik heb gehoord, dat zoo'n kapsel een week
en langer duurt en dat deze vrouwen, als trouwens zoovele Aziatische
menschen, in halfzittende houding slapen, of achter in de nek een
hard kussentje aanbrengen, zoodat zij met het hoofd niet den grond
of de mat waarop zij liggen, kunnen raken.
Even buiten de stad, langs een prachtigen boschweg, zijn de graftomben
van de Manchu-keizers. Deze zijn vooral de bezichtiging waard om de
schilderachtige omgeving, waarin zij zich bevinden.
Het mooiste en belangrijkste zagen wij echter den eersten dag van ons
verblijf in Mukden, in het oude koninklijk paleis. Het paleis was
eigenlijk niet te bezichtigen, omdat het een Chineesche feestdag,
de eerste herfstdag was. Door bemiddeling evenwel van onzen goeden
vriend, die eerst van den Amerikaanschen consul een introductie tot
de Chineesche autoriteiten had verkregen en toen dezen had verteld,
dat wij zulke belangrijke personen waren dat wij niet op gewone wijze
ontvangen konden worden, verkregen wij permissie om 's middags om 2
uur in het oude paleis te komen. Daar werden wij zeer hoffelijk, eerst
in de receptiezaal met thee, koekjes, fruit en sigaretten ontvangen,
daarna door het paleis geleid en toen werden ons de enorme schatten,
die in dit paleis nog aanwezig zijn, vertoond, alsof wij de eene of
andere grootheid waren. Een halssnoer van parelen, twee meter lang,
waarvan elke parel zoo groot als een dikke erwt is, twee helmen,
met op den top een duiveneigroote parel, degens met handvatsels
van diamanten en robijnen, zijden mandarin-kleederen, waarvan de
rozen met gekleurde edelsteenen geborduurd zijn, een collectie oud
brons en oud Chineesch porselein, enz., alles van een onberekenbare
waarde. Een enorme groote bibliotheek met oude Chineesche manuscripten
was mede aanwezig. Onwillekeurig vraagt men zich af: waarom brengt
de Chineesche regeering deze schatten niet in veiligheid, nu het toch
voor iedereen duidelijk is, dat Japan op het oogenblik zit te wachten,
waarop het Manchurië, zonder veel gedoe, gaat inpalmen? Hier in Mukden
met Japan eenerzijds en den geest der bevolking anderzijds tegen zich,
zijn deze kostbaarheden voor China geen oogenblik veilig.
Met den nachttrein, te middernacht, verlaten wij Mukden en nemen
daarmede afscheid van China. Morgenavond hopen wij behouden in Seoul,
de hoofdstad van Korea, aan te komen.