XII.

Toen ik mijn vorigen brief eindigde waren wij van plan den volgenden

morgen af te reizen om naar Tientsin te gaan. Kort nadat de brief

verzonden was, ontvingen wij bericht van den Amerikaanschen

ambassadeur, dat hij voor ons had aangevraagd een zitting van

den Nationalen Bond bij te mogen wonen en dat dit verzoek voor

den volgenden morgen was ingewilligd. Wij besloten ons verblijf in

Peking met twee dagen te verlengen en ons bezoek aan Tientsin op te

offeren. De treinenloop in China is nog niet zoo goed geregeld als

in Europa, één dag uitstel van een reis, beteekent voor het minst

twee dagen, want slechts drie keer in de week loopt een sneltrein

in de richting Peking-Mukden. Wij vonden het echter van meer belang

om dit Chineesche parlement in werking te zien, dan om in Tientsin,

een havenstad als Shanghaï en Hongkong, waar het Europeesch element

overheerscht, eenige dagen over te blijven.

Vergezeld van een Chineeschen tolk, die ons van de Amerikaansche

ambassade ter begeleiding was medegegeven, woonden wij Maandagmorgen

een zitting van het Chineesche parlement bij. Dit lichaam houdt zijn

vergaderingen op het oogenblik nog in de gehoorzaal van de Chineesche

Juristenschool te Peking. Het was een vrij volledige vergadering,

ongeveer 80 van de 120 leden waren aanwezig. Verreweg de meesten waren

mannen van 30 à 40 jarigen leeftijd, slechts enkelen leken ouder en

jonger. Niet alleen waren de meeste heeren in Chineesche kleeding,

hoewel vrij van alle praal en pracht, maar er waren zoowaar nog

vijf onder hen, die den staart nog lang en breed over den rug hadden

hangen. Slechts zeer enkelen droegen een Europeesch costuum.

Daar iedere provincie het recht heeft vijf afgevaardigden naar

dit parlement te zenden,--zooals men weet, is dit nog maar

een voorloopig parlement--zagen wij de typen der Chineezen uit

verschillende deelen van het land vrijwel allen voor ons. De

Chineezen zeggen, dat zij uit vijf stammen bestaan en dat de kleuren

der republikeinsche vlag die stammen vertegenwoordigen. Het zijn de

eigenlijke Chineezen, de Mohammedanen, de Thibetanen, de Mongoliërs

en de Manchu's. De drie laatsten, die op het oogenblik strijden

voor hun onafhankelijkheid, een onafhankelijkheid, die zichtbaar

zal uitloopen op een indeeling bij Engeland, Rusland en Japan,

hebben geen vertegenwoordigers naar den Nationalen Raad gezonden,

en het zal de vraag zijn, hoelang de vijfkleurige vlag in China nog

gehandhaafd zal kunnen worden. Het eigenlijke China (China proper)

bestaat uit 18 provincies. Deze afgevaardigden vormen verreweg het

meerendeel in de vertegenwoordiging. De Mohammedanen zijn eigenlijk

ook Chineezen, die overal verspreid, doch meest in het Westen van

het land wonen. Zij waren oorspronkelijk Joden, die later tot het

Mohammedanisme zijn overgegaan en nu nog, heel eigenaardig, als een

afzonderlijke stam beschouwd worden. Door hun sterk Joodsch type,

vielen zij onmiddellijk in de vergadering op.

Men bediscussieerde, toen wij op de tribune de vergadering bijwoonden,

den toestand in Thibet, doch door het niet geregeld bijhouden der

dagbladen waren wij niet geheel op de hoogte van den tegenwoordigen

stand der zaken aldaar en konden daardoor de waarde der gehouden

speeches, waarvan de inhoud ons door den tolk verklaard werd, niet

bepalen. Kalm en bezadigd was echter de toon van elken spreker,

hoffelijk waren deze mannen in al hunne uitingen, eenvoudig en

zeker leidde de president de discussiën, alles ging met een in het

oogvallende waardigheid en kalmte. Ik heb in ons land, in Engeland, in

Oostenrijk, in België en in Frankrijk parlementszittingen bijgewoond,

maar nergens heb ik zooveel ernst bij de behandeling van 's lands

zaken gezien, zooveel intelligente gezichten onder de afgevaardigden

geteld, als hier in dit Chineesche lichaam. Deze mannen waren zich

zichtbaar bewust van den ernst der taak, die hun was toevertrouwd

en van den moeilijken en ernstigen tijd, waarin hun land op dit

oogenblik verkeert.

Op eene der zijbanken naast den presidentszetel zaten de

vertegenwoordigers der verschillende departementen, waarin de

Regeering hare werkzaamheden heeft verdeeld. De departementen van

Oorlog, van Financiën, van Buitenlandsche en Binnenlandsche Zaken

en dien van Onderwijs waren dien morgen alleen vertegenwoordigd. Er

zijn elf departementen. Telkens als de afgevaardigden het wenschten,

verstrekten deze vertegenwoordigers de noodige inlichtingen. Door

zitten en opstaan, of door handopsteking, werd dien morgen over de

verschillende voorstellen gestemd. Toen men later aan financieele

kwesties begon en wij oneindige cijferreeksen te hooren kregen,

vonden wij het tijd, om ons bezoek af te breken.

De tolk vertelde ons, dat kort geleden de godsdienstkwestie in den

Nationalen Raad behandeld was, waarbij was besloten, den Christelijken

godsdienst als nationalen godsdienst aan te nemen. Men was echter

gestuit op het bezwaar tusschen de keuze der Christelijke godsdiensten,

daarover kon men niet tot overeenstemming komen, zoodat de beslissing

tot later is uitgesteld. De bovendrijvende meening was evenwel, dat

China, evenals Engeland en Rusland, een eigen Christelijken godsdienst

zou aannemen.

Toen wij Dinsdagmiddag Tientsin gepasseerd waren op weg naar

Shan-hai-Kwan, was de drukte langs de spoorlijn opvallend. Niet alleen

waren overal Chineesche troepen gewapend opgesteld, maar ook zagen wij

buitengewoon vele Europeesche en Amerikaansche militairen. Wat was er

gaande? Na verloop van eenigen tijd wist de Engelsche conducteur--de

lijn Peking-Mukden is een Engelsche onderneming, doch is nu ook in

staatsexploitatie--ons te vertellen dat dr. Sun Yat-Sen met gevolg

in 'n speciale trein ons vooruit was op weg naar Shan-hai-Kwan,

alwaar hij den nacht zou doorbrengen. De conducteur raadde ons bij

het eerstvolgend station, een telegram te zenden naar het hotel om

zeker te zijn goede kamers te vinden. Zouden wij dr. Sun nu toch nog

ontmoeten? Het had er alle schijn van. In Pei-tai-ho, op nog ruim

een half uur afstand van Shan-kai-Kwan haalden wij den trein van

dr. Sun in, die aldaar was uitgestapt om een toespraak tot het volk

te houden. Er heerschte daar een groote opgewondenheid en drukte en

alles was met groen en vlaggen mooi gemaakt. Wij waren nu den trein van

dr. Sun vooruit en arriveerden om 7 uur, zonder verdere bijzonderheden

in Shan-hai-Kwan. Daar wachtte een bijzonder zenuwachtige menigte den

held der revolutie. De hotelier kwam ons persoonlijk van den trein

halen en ook hij vertoonde een opvallende nerveusiteit. Wij vernamen

van hem, dat dr. Sun met gevolg, tezamen 18 personen, 's avonds om 8

uur in zijn hotel zou aankomen, dat hij een diner en de noodige kamers

in gereedheid had gebracht, maar dat hij nu vreesde dat niemand zou

komen, omdat even voor onze komst een complot van Manchu's ontdekt was,

dat bezig was de laatste ijzeren brug, die wij zoo juist gepasseerd

waren, in de lucht te doen springen. Dat plan was verijdeld, maar daar

men andere onheilen vreesde, had men dr. Sun getelegrafeerd niet naar

Shan-hai-Kwan te komen en liever terug te gaan of in Pei-tai-ho te

blijven. Men had echter alle voorzorgen genomen om, in geval dr. Sun

toch zou komen, alle aanvallen te kunnen afweren.

Van het station tot het hotel gingen wij door een dubbele rij

Chineesche soldaten, niemand mocht doorgaan die niet zijn alibi

kon bewijzen. Om ons moeilijkheden te besparen was de hotelier--een

Oostenrijker--ons persoonlijk van den trein komen halen. Het hotel

is een Europeesche inrichting, in 1900, na den bokseraanval, door

de Europeesche mogendheden daar gebouwd, om in tijd van nood als

vluchtheuvel te dienen voor de legaties. In tijd van vrede wordt het

als gewoon hotel gebruikt

Om half negen kwam een telegram, dat dr. Sun niet zou komen en nu

konden wij met een viertal heeren-reizigers, meest allen "mannen

van zaken", van het goede diner en de buitengewoon fijne vruchten

profiteeren. Om half elf echter--mijne reisgezellin lag reeds te

bed, terwijl ik met een der heeren in de hal van het hotel zat te

praten,--komt opeens met eene bijzondere drukte dr. Sun met zijn heele

gevolg aanzetten. Zijne vrouw en een zijner dochters en de vrouw

van generaal Wang waren bij hem. Deze drie vrouwen zijn bijzondere

Chineesche schoonheden. Slechts korten tijd vertoefden allen in de

hal; toen vroeg de secretaris van dr. Sun naar de kamers en begaf het

geheele gezelschap zich naar boven. Dr. Sun en eenige heeren kwamen

spoedig terug, die na een kort gesprek met den hotelier weder naar

buiten togen om ergens anders den nacht door te brengen. Wij weten

niet, of dat geschiedde voor de veiligheid van degenen, die dien

nacht in het hotel doorbrachten, of met het oog op eigen behoud. Wij

sliepen echter dien nacht den slaap der onschuld en ontwaakten den

volgenden morgen zonder dat ons een haar gekrenkt was.

Ik had 's avonds twee keer slechts een betrekkelijk korten tijd

gelegenheid dr. Sun te zien en zijne gelaatstrekken in mij op te

nemen. Het spijt mij het te moeten zeggen, dat de indruk, dien hij op

mijn maakte, een bepaald ongunstige was. Het was een echt Chineesch

uiterlijk, niettegenstaande zijne Europeesche kleeding en Europeesche

manieren. Het gezicht boezemde mij heelemaal geen vertrouwen in; de

oogjes schitterden meer slim dan intelligent, het geheele type was

dat van een man, in staat om gauwigheidjes te doen, in plaats van te

handelen naar wijs beleid en met overdachte en eerlijk uitgevoerde

middelen. Denkelijk beleef ik nog van dien man den val, zooals ik

thans in China zijne vereering en verheerlijking heb gezien. Dat is

nu echt vrouwelijk na een eersten en korten indruk geoordeeld, maar

ik wilde dien indruk toch neerschrijven; de geschiedenis zal leeren,

of ik goed of slecht geoordeeld heb.

Shan-hai-kwan is een zeer oud stadje, waar de "Groote Muur" die China

hier van Manchurië scheidt, in de golf van Pe-Chili eindigt. In

1900, tijdens den bokseraanval, heeft men ook in ons land van dit

stadje gehoord, omdat alle mogendheden hier toen hare troepen aan

wal brachten en hare ammunitie opgestapeld hadden. Het is een druk

Chineesch stadje, waar echter voor toeristen niets bijzonders te zien

valt. Wij besloten daarom, nadat wij Woensdagmorgen reeds vroeg de

stad doorgetoerd hadden, nog met den komenden sneltrein om half tien

verder te reizen, om dienzelfden avond nog Mukden te bereiken.

Kort nadat de trein het station van Shan-hai-kwan verlaten heeft,

gaat hij midden door den eeuwenouden muur en brengt de inzittenden

daarmede uit China en in Manchurië. Spoedig bemerkten wij dien

overgang. Niettegenstaande de vruchtbaarheid van de oneindig

uitgestrekte velden, die wij doortrokken, heerschte toch in alle

dorpjes langs den weg zichtbare armoede. De leemen hutten, de

schamele kleeding, die volstrekt niet voldoende is voor het snerpend,

koude klimaat, de hongerige gezichten, alles sprak van armoede en

ellende. Aan elk station en overal langs den weg zagen wij nu Japansche

soldaten opgesteld. Die soldaten langs de spoorlijnen hier en elders,

dienen om de lijnen open te houden en om die te beschermen. Dit

is sedert 1900, na den bokseraanval, zoo ingesteld. Het is echter

opvallend, dat die taak overal onder de verschillende nationaliteiten

verdeeld is, doch in Manchurië heeft Japan alleen de verdediging

der geheele lijn op zich genomen. Ook troffen wij hier overal aan de

stations veel Japanners.

Om tien uur arriveerden wij 's avonds in Mukden, eerst aan het station

van de Noord-China-lijn en tien minuten later aan het station van

de Zuid-Manchuria of Japansche lijn. Aan dit station is een groot,

op Europeeschen voet ingericht, Japansch hotel, het Yamato-hotel,

verbonden, alwaar wij uitstekend gehuisvest zijn. Wij troffen daar

tot onze groote vreugde, den heer Kempfer, den Amerikaan, die ons in

Shanghaï elken dag zijn mooien, comfortabelen auto zond. Hij heeft

ons tweedaagsch verblijf in Mukden zeer veraangenaamd.

Mukden is de hoofdstad van Manchurië, de stad vanwaar gedurende de

laatste drie opeenvolgende eeuwen de regeerende vorsten van China

kwamen. Slechts sedert 1906, nadat tusschen Japan en Rusland volledige

vrede tot stand was gekomen, wonen hier Europeanen en hebben de groote

mogendheden hier een consulaat gevestigd. De Europeanen wonen echter

allen buiten de eigenlijke Chineesche stad, waar ook het Yamato-hotel

gelegen is. In de stad zelf vindt men het leven van echt "oud China"

onveranderd, nog aanwezig en daardoor vooral is Mukden voor toeristen

zoo interessant.

Op ongeveer twintig minuten afstand van 't hotel is een groote, nieuwe

poort, de Russische poort, die daar tusschen 1903-1906, in den laatsten

Russisch-Japanschen oorlog, door de Russen werd opgericht, die zich

toen van hunne zege bewust bleken te zijn. Eerst na den grooten slag

in Mukden, waarbij de Russen het totaal tegen de Japanners hebben

afgelegd, is de vrede tot stand gekomen.

In de straten in de oude stad Mukden, zijn allerlei dingen, die

de aandacht trekken. Het meest opvallend, omdat zij zooveel leven

maken, zijn de glinsterend geschuurde, groote koperen waterketels, die

overal langs een weg te hooren en te zien zijn. Deze ketels hebben van

binnen een vuurtje, de rook komt uit een lange kachelpijp, die door

het deksel steekt, naar buiten, waardoor het water verhit wordt en

zoodra het water gaat koken, wordt dit door een soort stoomfluitje

aan de buitenwereld kenbaar gemaakt. Dit water wordt verkocht om

thee te maken. Een Chinees doet een paar theeblaadjes in zijn kopje,

giet daar kokend water op en drinkt dan direct zijn kopje leeg. De

vele koperen waterketels maken te zamen zoo'n spektakel, dat men in

den aanvang denkt in een groot fabrieksdistrict aangeland te zijn.

De haartooi der Manchu-vrouwen is ook zeer opvallend. Ik schreef

hierover reeds in Peking, doch hier in Mukden is de verscheidenheid

zoo groot, dat geen twee vrouwen hetzelfde kapsel vertoonen. Wel

komen allen daarin overeen, dat het haar hoog boven op het hoofd

is opgemaakt en vol kleurige bloemen, koralen, zilveren en gouden

pennen en linten zit, maar de wijze, waarop dit alles is aangebracht,

verschilt van elke vrouw. Ik heb gehoord, dat zoo'n kapsel een week

en langer duurt en dat deze vrouwen, als trouwens zoovele Aziatische

menschen, in halfzittende houding slapen, of achter in de nek een

hard kussentje aanbrengen, zoodat zij met het hoofd niet den grond

of de mat waarop zij liggen, kunnen raken.

Even buiten de stad, langs een prachtigen boschweg, zijn de graftomben

van de Manchu-keizers. Deze zijn vooral de bezichtiging waard om de

schilderachtige omgeving, waarin zij zich bevinden.

Het mooiste en belangrijkste zagen wij echter den eersten dag van ons

verblijf in Mukden, in het oude koninklijk paleis. Het paleis was

eigenlijk niet te bezichtigen, omdat het een Chineesche feestdag,

de eerste herfstdag was. Door bemiddeling evenwel van onzen goeden

vriend, die eerst van den Amerikaanschen consul een introductie tot

de Chineesche autoriteiten had verkregen en toen dezen had verteld,

dat wij zulke belangrijke personen waren dat wij niet op gewone wijze

ontvangen konden worden, verkregen wij permissie om 's middags om 2

uur in het oude paleis te komen. Daar werden wij zeer hoffelijk, eerst

in de receptiezaal met thee, koekjes, fruit en sigaretten ontvangen,

daarna door het paleis geleid en toen werden ons de enorme schatten,

die in dit paleis nog aanwezig zijn, vertoond, alsof wij de eene of

andere grootheid waren. Een halssnoer van parelen, twee meter lang,

waarvan elke parel zoo groot als een dikke erwt is, twee helmen,

met op den top een duiveneigroote parel, degens met handvatsels

van diamanten en robijnen, zijden mandarin-kleederen, waarvan de

rozen met gekleurde edelsteenen geborduurd zijn, een collectie oud

brons en oud Chineesch porselein, enz., alles van een onberekenbare

waarde. Een enorme groote bibliotheek met oude Chineesche manuscripten

was mede aanwezig. Onwillekeurig vraagt men zich af: waarom brengt

de Chineesche regeering deze schatten niet in veiligheid, nu het toch

voor iedereen duidelijk is, dat Japan op het oogenblik zit te wachten,

waarop het Manchurië, zonder veel gedoe, gaat inpalmen? Hier in Mukden

met Japan eenerzijds en den geest der bevolking anderzijds tegen zich,

zijn deze kostbaarheden voor China geen oogenblik veilig.

Met den nachttrein, te middernacht, verlaten wij Mukden en nemen

daarmede afscheid van China. Morgenavond hopen wij behouden in Seoul,

de hoofdstad van Korea, aan te komen.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 125 / 133 题