IV.

Even vast als de Amerikanen overtuigd zijn dat hun opvoedingssysteem de

beste is in de wereld, even vast gelooven zij, dat hun strafstelsel, de

inrichting hunner gevangenissen en de behandeling der gevangenen door

geen enkel land geëvenaard worden. Zij hebben van hunne gevangenissen

gaandeweg overal opvoedingsgestichten gemaakt, waarin de veroordeelden

tot bruikbaarder menschen worden opgevoed en die elkeen die er een

zekeren tijd moet vertoeven, als een beter en hooger ontwikkeld

mensch verlaat dan toen hij er in kwam. De Amerikanen hebben in

hun strafstelsel geheel gebroken met de opvatting, dat iemand,

die misdoet, gestraft moet worden; hun systeem beoogt van de

veroordeelden goede burgers te maken, die door geregelden arbeid,

waarin zij belang stellen, door gezonde ontspanning en regelmatige

rust, aan een regelmatig bestaan gewend worden, zoodat zij een

andere opvatting van het leven krijgen en lust in werken daardoor

ontstaat. Bovendien laten zij hen 'n ambacht grondig leeren, zoodat

zij, in de maatschappij teruggekeerd, den strijd om het bestaan met

eerlijke middelen kunnen strijden.

Hoe geheel anders is de opvatting van ons gevangeniswezen. Wij,

en bijna nog overal in Europa, meenen, dat wij iemand, die de wet

overtreedt, moeten straffen met dagen, maanden of jaren opsluiting

in cellen, waardoor wij 't lichaam van zoo'n veroordeelde verzwakken

en zijn geest dooden. Wij ook laten hem arbeid verrichten, maar een

arbeid, die nog eentoniger en geestdoodender is dan niets doen. Wij

meenen, dat wij ons moeten wreken op een veroordeelde en vergeten

daarbij, dat die veroordeelde ons later die wraak dubbelvoudig

terugbetaalt, doordat wij in hem alle zachtere gevoelens tot zwijgen

hebben gebracht. Zijn de uitkomsten van ons strafstelsel niet slecht

genoeg om eens met de oude opvatting te breken en een proef te nemen

met een geheel ander stelsel, of ten minste grondig te bestudeeren,

welke de uitkomsten zijn, die de Vereenigde Staten met hun Reformatoria

verkrijgen? Acht jaren geleden was ik in de gelegenheid in Amerika

eenige van deze instellingen te bezoeken, doch ik heb den verderen

ontwikkelingsgang van hun systeem niet bijgehouden. Hier vernam ik,

dat zij op den ingeslagen weg steeds verder waren gegaan, omdat de

verkregen resultaten schitterend waren. Toen de Amerikanen dan ook

hier de contrôle over de gevangenissen van de Philippijnen hebben

overgenomen, hebben zij onmiddellijk het geheele strafstelsel

gewijzigd en alle oude, onmenschelijke gevangenissen afgebroken,

en er reformatoria voor in de plaats gebracht, waarin zij met het

in toepassing brengen van nieuwe methoden verder gaan dan ergens in

de wereld, en dus ook op dit gebied proefnemingen op groote schaal

verrichten.

Zooals ons hier alles gemakkelijk wordt gemaakt, zoo werd ook ons

bezoek aan de Bilibid prison, zooals de Amerikanen deze gevangenis

noemen, vergemakkelijkt. Het is eigenlijk een pleonasme van

Bilibid prison te spreken, want Bilibid is 't Spaansche woord voor

gevangenis. Toen wij een dag voor ons bezoek hadden vastgesteld,

behoefden wij slechts in de auto plaats te nemen om te 9 uur, toen

wij aan de poort aankwamen, den directeur reeds wachtende te vinden,

die ons zelf wilde rondgeleiden en de noodige inlichtingen geven.

Bij de overname van de gevangenissen vonden de Amerikanen daarin tal

van personen, over wie nooit een vonnis geveld was; menschen die reeds

lang van hunne vrijheid beroofd waren, zonder dat zij wisten waarom

en zonder dat iemand van de rechters of van de gevangenisemployees

kon vertellen, waarom die menschen daar zaten; anderen waren er,

die lichte vergrijpen gepleegd hadden, waarvoor men hen gevangen

had genomen, doch waarover nooit een vonnis was geveld, zoodat zij,

noch iemand anders, wisten aan te geven, hoelang die opsluiting moest

duren. Schandelijk was de rechtspraak in dit land door de Spanjaarden

verwaarloosd. Men vond er, om een enkel voorbeeld te noemen, een man,

een gezeten burger uit een provinciestadje, die steeds een deugdzaam

leven had geleid en die gevangen was genomen op vermoeden, dat hij een

moord had gepleegd. Of dat vermoeden enigen grond van waarheid bevatte,

was nooit onderzocht en een vonnis over hem was nooit geveld. Bij

onderzoek bleek nu, dat het vermoeden zijn oorsprong had gevonden in

een droom van een oude vrouw uit het stadje. Zij had in haar droom

gezien, dat die man een kind vermoordde. Deze droom had zij hare buren

verteld en nog voor den dag om was, heette het, dat die vrouw den

moord had gezien en daarop werd de man gevangen genomen. Het feit,

dat er nooit een levend wezen in dat stadje gemist werd, dat de man

dien nacht als een trouw echtgenoot aan de zijde van zijn vrouw had

geslapen en andere bijgebrachte redenen, die de onschuld van dien man

klaar en helder bewezen, konden hem niet uit de gevangenis redden;

"de rechters moesten de zaak eerst onderzoeken" en daarvoor schenen

zij nooit tijd te hebben. Tal van zulke verhalen hoorden wij niet

alleen daar, doch vonden ze ook vermeld in de verschillende boeken,

die wij over deze kolonie lazen. Het spreekt vanzelf dat, toen de

Amerikanen het beheer in handen namen, er eerst een schifting moest

gemaakt worden tusschen de personen, die in de gevangenis behoorden

te zijn en degenen, aan wie de vrijheid teruggegeven kon worden. Ook

werden tal van onbehoorlijk lange straffen voor kleine vergrijpen

in mildere straffen omgezet Onmiddellijk was met den bouw van nieuwe

gevangenissen begonnen, waarvan er nu 39 in de verschillende provinciën

verspreid zijn; een er van doet dienst voor jeugdige veroordeelden.

Verreweg de grootste en de belangrijkste van deze gevangenissen is

de Bilibid, die gezegd wordt de grootste van de wereld te zijn. Zij

bestaat uit 50 verschillende gebouwen en kan 5000 veroordeelden

bevatten. Er zijn over het geheele land 50.000 veroordeelden en

alleen zij, die een vonnis hebben, waardoor zij meer dan twee jaren

van hunne vrijheid beroofd worden, gaan naar Bilibid.

Dat de gevangenissen hier niet onder het departement van Justitie,

maar onder dat van onderwijs ondergebracht zijn, geeft reeds de aard

van hunne bestemming aan. Iemand die het niet vooraf wist, zou nooit

vermoeden, dat Bilibid eene gevangenis is. Men vindt er geene gewapende

wachters, er zijn nergens cellen, de kleeding der gevangenen wijkt

niet in 't oogloopend af, van de gewone, hier gebruikelijke en men

passeert niemand die niet een of ander werk verricht. Alleen hebben

de mannen aan den boord van hun jas of baadje een nummer en ziet men

consequent drie verschillende kleuren van kleeding. Deze kleuren

geven aan in welke klasse de dragers ingedeeld zijn. Zij beginnen

allen in de derde klasse en kunnen door goed gedrag opklimmen tot de

tweede en eerste klasse. Elke gevangene, die niet ziek is moet daags

werken. Als hij ziek is, gaat hij naar het hospitaal der gevangenis.

Alle gevangenen komen bij hunne opname eerst bij den directeur. Deze

spreekt hen vertrouwelijk toe, vertelt hun, dat hij op de hoogte is

van hun misdrijf, dat hij en alle officieel daar aangestelde personen

hun persoonlijk belang beoogen, en niets liever zien, dan dat hun

verblijf in Bilibid in elk opzicht tot hun voordeel zal strekken en

dat zij hun best moeten doen van de gunstige omstandigheden, waaronder

zij daar geplaatst zijn, zooveel mogelijk te profiteeren. Daarna gaan

zij in een desinfectie-bad, worden naar de methode Bertillon gemeten,

gephotographeerd, ingeschreven, ondergaan het gewone systeem van

identificatie en daarna blijven zij 5 dagen in quarantaine, gedurende

welke hunne excrementen onderzocht en hun lichamelijke toestand

opgenomen wordt. Door goede voeding en geestelijke en lichamelijke rust

brengt men hen in die dagen in goede lichamelijke conditie. Zijn zij

ziek bevonden, dan gaan zij eerst naar het hospitaal, zijn zij gezond,

dan worden hun na die vijf dagen de orde en regels van die gevangenis

voorgehouden en worden zij in een werkafdeeling geplaatst. De eerste

week staan zij nog maar onder halve maatregelen, om met hunne omgeving

eerst bekend te raken, daarna vangt hunne geregelde dagtaak aan.

Elke gevangene mag zelf bepalen, in welk vak hij wil opgeleid wonden,

welk werk hij het liefste doet. Heeft hij in de maatschappij reeds een

vak beoefend, dan wordt hem meestal geraden daarin voort te gaan, om

het in dat vak tot de grootste hoogte te brengen. Weet de gevangene

geen keuze te doen, dan treedt de directeur met hem in overleg en

tracht uit te vinden, wat voor zoo iemand de meest geschikte arbeid

is. Voor alle ambachten en voor elke in de eilanden bestaande industrie

bestaat in Bilibid een in alle opzichten up to date werkplaats. In die

werkplaatsen wordt het werk verricht onder geheel dezelfde voorwaarden

of omstandigheden, als in elke groote fabriek of werkplaats, met

dit verschil alleen, dat hier meer op het persoonlijk belang van

elken werkman dan op winst gelet wordt, zoodat er wordt toegezien,

dat dezelfde persoon niet te lang bij hetzelfde onderdeel van het

vak geplaatst blijft en hij door op te klimmen langzamerhand het

heele vak meester wordt. Wij zagen er achtereenvolgens de gebouwen,

waarin de smederijen en het ijzeren machinewerk geplaatst zijn; die

van de wagenmakerij, waar zoowel mooie, luxe rijtuigen, als eenvoudige

boerenkarren gemaakt worden; de meubelmakerij, waar, van het prachtige

narrohout, dat ze hier hebben, zeer mooie ameublementen gemaakt worden;

de mandenmakerij, waar alle hier voorkomende en daartoe geschikte

plantenvezelen gebruikt worden om er allerlei soort rieten meubelen

van te vervaardigen; een goud- en zilversmederij, een zeepziederij,

een schoen- en kleermakerij, een bakkerij, een hygiënische wasch-

en strijkinrichting etc. Al deze ambachten en beroepen zijn elk in

een afzonderlijk gebouw ondergebracht, en al het daar vervaardigde

werk wordt gewoon op de arbeidsmarkt gebracht. Men werkt niet onder

de gewone prijzen, de prijzen van de artikelen zijn zelfs iets hooger

dan men hier gewoon is te betalen, maar daar al het afgeleverde van

de beste kwaliteit is en in de uiterste volmaaktheid is vervaardigd,

vinden alle artikelen steeds koopers. Heel dikwijls wordt op bestelling

geleverd.

Voor gevangenen, die hunne vakopleiding in Bilibid gehad hebben is

na hunne invrijheidstelling altijd gemakkelijk een goede patroon

te vinden. Zij worden in de keuze van een patroon door den directeur

bijgestaan, die ook voor hun verder leven hun goede vriend en raadgever

blijft. Tot dusverre komen steeds de grootste tevredenheidsbetuigingen

in van de patroons, die ontslagenen uit Bilibid in hun werkplaats

hebben genomen; zij roemen hun uitstekend werk, hun ijver en hun

goede trouw.

De dagindeeling van de gevangenen is zoo ingericht, dat behoorlijke

rust en ontspanning hunnen arbeid afwisselt. Om half zes staan zij

's morgens op, zij kleeden en wasschen zich, maken hun bed in orde

en begeven zich naar de eetzaal. Om 6 uur is het ontbijt en om half

zeven moet elk in zijn werkplaats aanwezig zijn, waar tot 11.30

gewerkt wordt. Deze vijf uur arbeid wordt echter door de meesten

onderbroken door een uur school. Alle gevangenen zijn verplicht

één uur daags naar school te gaan. Er zijn verschillende scholen,

maar van die duizenden gevangenen, waarvan niet meer dan 25 in eene

klasse gaan, kan in een uur slechts een deel onderricht ontvangen. De

lessen gaan dan ook geregeld den geheelen dag door en worden telkens

door eene andere groep leerlingen bijgewoond. Nooit gaan er echter uit

een werkplaats zooveel tegelijk, dat daardoor het werk stilstaat. De

onderwijzers in de school zijn ook gevangenen. Al het onderwijs wordt

ook daar in de Engelsche taal gegeven.

Om 11.30 wordt het werk overal stop gezet; de gevangenen gaan zich

dan wasschen, een schoon buis aandoen, en om 11.50 komen zij zich

aanmelden voor hun middagmaal. Dit geschiedt geheel op militaire

wijze. In precies tien minuten zagen wij in eene afdeeling 150 mannen

bediend worden van hun middagmaal en zich, zooals alle Aziatische

volken doen, op hunne hielen neerzetten om het sein van 12 uur af

te wachten, waarop allen, in rechte lijnen neergehurkt, begonnen te

eten. Hun middagmaal bestond dien dag in soep, een groot bord ongepelde

rijst en een ander bord vol groentencurry. 's Morgens krijgen zij

brood, koffie en bananen, 's avonds ook, maar dan worden de bananen

dikwijls door andere vruchten vervangen. Elken dag krijgen zij 1 1/4

ons vleesch of visch, terwijl aardappelen, uien en meelspijzen het

middagmenu afwisselend maken. Het eten zag er hoogst zindelijk en

smakelijk uit; in de bakkerij vonden wij het brood zelfs zoo lekker,

dat wij er met smaak een stuk van verorberden.

Na het eten krijgt elke veroordeelde eenige sigaretten en houdt

tot 1.45 zijn siesta. Om twee uur begint het werk weder, dat tot

4.30 duurt. Daarna nemen alle gevangenen een bad. Dit dagelijksch

bad is verplichtend. Zij kleeden zich dan in schoone kleederen,

hun muziekcorps speelt een vroolijken marsch en op de tonen van dien

marsch wordt op de uitgestrekte pleinen binnen de omheining van Bilibid

twintig minuten gemarcheerd. Daarna vangt het avondeten aan en als

dat is afgeloopen, is elkeen tot kwart voor negen vrij te doen wat hij

wil. In de recreatiezaal staan sigaretten voor de heeren en men vindt

er allerlei onschuldige spelen; er is een goede bibliotheek met boeken

en tijdschriften; in het gymnastieklokaal kunnen zij zich onder leiding

oefenen en velerlei athletische spelen doen; in de schoolgebouwen wordt

een uur les gegeven aan hen, die zich voor een of ander vak bijzonder

willen bekwamen, deze lessen zijn niet verplichtend; in de vergaderzaal

worden nu en dan lezingen gehouden met of zonder lichtbeelden; door

het eigen muziekcorps worden af en toe concerten gegeven en door een

andere club worden voordrachtavonden georganiseerd. Op deze en andere

wijze worden de avonden ten nutte gemaakt.

Om 8.45 begeeft zich ieder naar zijn slaapgebouw en om 9 uur moet

elkeen in zijn bed liggen. Ook des nachts worden de gevangenen niet

ingesloten. De slaapgebouwen waren precies zoo ingericht als wij

dat hier in de kazernes hebben gezien. In elk groot slaapgebouw,

waar van alle kanten de frissche lucht binnenstroomt, slapen 144

gevangenen. Elk heeft een ijzeren ledikant met stroomatras, twee

lakens, een kussen met wit kussensloop en een wollen deken. Van

elke zes is degeen, die de beste cijfers voor gedrag heeft, de

hoofdpersoon. Hij moet toekijken, dat de anderen behoorlijk in hun

bed liggen, hun bed netjes onderhouden en dat zij niets doen, wat

niet geoorloofd is. Over 4 van zulke groepen is een hoogere bewaker

aangesteld, terwijl in elk slaapgebouw twee gevangenen de volle

verantwoordelijkheid dragen voor de goede orde van zaken. Deze twee

worden alleen gekozen uit de eerste klas gevangenen, dat zijn zij,

die een volkomen smetteloos gedragboekje hebben. Bovendien staat in

elk gebouw elk der daar aanwezige gevangenen om beurten één uur op

schildwacht. Hij is verplicht onmiddellijk één der laagste opzichters

te wekken als er met een van de vijf onder hem geplaatsten het een

of ander gebeurt. Ander toezicht wordt er 's nachts niet uitgeoefend.

De vrouwenafdeeling is geheel afgezonderd van de mannenafdeeling. Deze

staat onder toezicht van een directrice, die vroeger aan het hoofd van

een hospitaal heeft gestaan. Zij is hare ongeveer 150 vrouwen niet

alleen geheel meester, maar zij beheert dit heele gedeelte zonder

eenige hulp, dan alleen van de gevangenen zelf. Met de grootste

liefde en vertrouwelijkheid gaat zij met elk harer veroordeelden om

en de directeur verzekerde ons, dat er niet een onder haar was, die

voor de Matron niet haar leven zou willen geven. Toen de directrice

eens, de eene maal in de vijf jaren die zij daar is, voor zes weken

eene vacantie nam, dachten de vrouwen nooit dien tijd zonder haar te

kunnen doorkomen. Zij heeft ze toen geregeld met brieven op de hoogte

gehouden van haar doen en laten en haar 't een en ander van hetgeen

zij zag en ondervond medegedeeld. Bij haar terugkomst waren allen zoo

uitgelaten van vreugde, dat zij onmiddellijk besloot haar nooit meer

zoo lang alleen te laten. Sedert heeft zij Bilibid nooit langer dan

eenige uren achtereen verlaten. De vrouwen maken in hoofdzaak kant en

borduursels. Dit zijn de twee zaken, die hier bijna alle vrouwen kennen

en waarin zij het tot eene groote hoogte gebracht hebben. Langzamerhand

is dat werk hier door de kloosterscholen ingebracht en de Philippino's

schijnen een bijzondere handigheid en een bijzonderen smaak voor dit

werk te bezitten. Wat wij in de gevangenis zagen maken, was wel het

mooiste en fijnste, wat wij hier tot dusver van dit werk gezien hebben.

Overigens worden op de vrouwen natuurlijk dezelfde regelen toegepast

als op de mannen.

Het zou mij te ver voeren, als ik ook nog 't hospitaal, met het daaraan

verbonden sanatorium voor longlijders, dat boven op het platte dak is

aangebracht, ging beschrijven. Dit hospitaal met zijne verschillende

afdeelingen en zijn operatiezaal is even zoo goed en zoo hygiënisch

ingericht als elk nieuw Amerikaansch hospitaal. Hoewel er een vaste

dokter is aangesteld, dienen de patiënten toch ook voor klinisch

onderwijs aan de studenten der universiteit, die daar dagelijks hunne

lessen aan het ziekbed hebben, terwijl er altijd eenige afgestudeerde

studenten als assistenten van den fungeerenden dokter werkzaam zijn.

Tal van zaken heb ik bij de beschrijving onaangeroerd moeten laten,

omdat het onmogelijk is een volledig overzicht van deze merkwaardige

instelling in briefvorm samen te pakken; bij eene afdeeling moet ik

echter nog een oogenblik stilstaan, omdat dit een geheele nieuwe zaak

is, die nog nergens, ook niet in Amerika, bestaat. Het spreekt van

zelf, dat men overal in Amerika en zelfs ook de directeur van hier met

de grootste belangstelling de uitkomsten van deze nieuwe proefneming

gadeslaat, waaruit niet alleen voor rechters en gevangenisspecialisten,

maar ook voor psychologen zeer veel zal te leeren vallen.

Men heeft n.l. op een der vele eilanden, die de Philippijnen vormen,

een landbouwonderneming gesticht, die de Iwahig Penal Colony genoemd

wordt, waar elke zwaar of levenslang veroordeelde, die het door

goed gedrag verdiend heeft, op eigen verzoek naar toegezonden kan

worden. Deze kolonie is in het midden van het eiland Palawan gelegen,

een lang, strookvormig eiland, dat het dichtst bij Britsch-Borneo

ligt. Reeds zijn daar in de vijf jaren, dat de kolonie bestaat, 1200

veroordeelden, mannen en vrouwen, naar toe gebracht. Om 't voorrecht te

genieten naar de Iwahig Penal Colony overgeplaatst te worden, moet de

zwaar veroordeelde drie jaren achtereen een smettelooze conduitestaat

bezitten. Gedragen zulke veroordeelden zich ook nog gedurende drie

jaren volkomen goed in de kolonie, dan wordt hun toegestaan hunne

familie te laten overkomen en een gezin op te bouwen. De familieleden

worden dan op staatskosten daarheen vervoerd. Een getrouwde man kan

echter zijne vrouw, noch zijne kinderen dwingen zijne ballingschap met

hem te komen deelen, dit moet door vrouw en kinderen geheel vrijwillig

geschieden. Ook mogen de mannen- en vrouwen-veroordeelden op het eiland

onderling trouwen, als beide personen althans niet met een andere

man of vrouw reeds getrouwd zijn. Zoo hebben er zich in den loop der

jaren verschillende gezinnen gevormd en worden er jaarlijks van 5 tot 8

wettige kinderen geboren. Van onwettige geboorten zag ik niets vermeld.

Als de kolonisten zich in de kolonie één jaar goed gedragen hebben en

het landbouwwerk genoegzaam kennen, dan ontvangen zij een stuk grond,

dat zij voor eigen rekening mogen cultiveeren. Zij ontvangen dan

ook een voorschotsom om alle benoodigdheden te kunnen koopen en om

hunne gevangeniskleeding voor gewone kleeding te verwisselen. Uit de

opbrengst van den grond moet langzamerhand het voorgeschoten kapitaal

terugbetaald worden.

Aan het hoofd van deze kolonie staat een directeur, die tevens de

leider van het landbouwwerk is. Hij wordt in zijn werk bijgestaan

door drie Amerikaansche en vier Philippino-assistenten. De overige

opzichters benoemt hij uit zijne gevangenen.

Verder wordt deze gemeente geregeerd als elke andere gemeente in de

Philippijnen. De kolonisten benoemen uit hun midden een president

(een burgemeester) en gemeenteraadsleden, die alle gemeentebelangen

onderling regelen. De directeur van de kolonie heeft echter het

veto-recht.

Deze kolonie heeft een oppervlakte van 50 vierk. mijlen en

eerst op zeven mijlen afstand van daar is een kleine staf van

Philippino-politieagenten gestationneerd, die in tijd van gevaar

telefonisch opgeroepen kan worden. In de vijf jaren, dat de kolonie

bestaat, heeft de politie nog nooit dienst behoeven te doen. Het

gedrag van de kolonisten was zoo goed, dat men dit jaar voor het eerst

eenigen van de allerbesten een zesweeksch verlof heeft toegestaan,

om in Baguio, het Tosari der Philippino's, een rusttijd in een

koeler klimaat door te maken. Ook deze proef is goed afgeloopen,

heeft gunstige gevolgen gehad en zal nu jaarlijks herhaald worden.

Langzamerhand zal nu het eiland Palawan geheel in cultuur gebracht

en door veroordeelden bevolkt worden. Daar het bijna allen levenslang

of heel lang veroordeelden zijn, dus menschen, die een zware misdaad

hebben bedreven, die de bevolking van de kolonie uitmaken, en het hun

veroorloofd is onderling te trouwen en een nieuw geslacht te vormen,

is het zeker voor onze herediteitstheorieën van het hoogste belang,

om na te gaan wat uit deze bevolking groeit.

Iets, naar mijne meening geheel in tegenstelling met de humane geest,

die in Bilibid heerscht en waarvoor de directeur mij ook geen voldoende

verklaring kon geven, was het terechtstellen van zeven mannen, die

achter een hek stonden te wachten tot zij geëxecuteerd zouden worden,

Deze zeven mannen waren geboren criminalisten, onverbeterlijken,

die allen gruwelijke moorden gepleegd hadden en in de gevangenis,

zelfs onder het strengste toezicht, gevaar voor hunne medegevangenen

opleverden. Hen wachtte de doodstraf door electriciteit. Het gezicht

van die zeven wachtende mannen zal mij nog lang bijblijven.

Om nu niet zoo griezelig te eindigen zal ik tot slot een eigenaardig

verzoek mededeelen, dat juist den directeur bereikte, toen wij 's

morgens in Bilibid aankwamen. Het was eenig in zijn soort en bracht den

directeur in verlegenheid, zoodat onze komst een welkome gelegenheid

was, om de vrouw, die het verzoek deed, weg te sturen, om het antwoord

over eenige dagen te komen halen. Hij heeft nu tijd tot beraad.

De vrouw was vier jaren in Bilibid geweest, en was zes weken geleden

ontslagen. Zij vroeg nu verlof om met den gevangene X., die tot

twintig jaren veroordeeld is, waarvan nu acht om waren, te mogen

trouwen. Die man wordt dus eerst in 1924 ontslagen en tot dusver was

zijn gedrag nog niet van dien aard, dat men hem eenige privilegiën

heeft kunnen toestaan. Hoe die man en vrouw liefde voor elkaar hebben

kunnen opvatten, was den directeur een raadsel, daar de mannen en

vrouwen in de gevangenis streng van elkander zijn gescheiden, en wat

die betrekkelijk jonge en vrij knap uitziende vrouw kon bewegen zich

wettelijk te binden aan een man, die haar pas over een dozijn jaren

kan toebehooren, is onverklaarbaar. De directeur verzekerde ons, dat

hem nog nooit een dergelijk verzoek bereikt had en dat hij geloofde,

dat het eenig was in zijn soort. In hoever hij er een gunstig oor

aan kan verleenen, zal afhangen van de uitkomsten van het onderhoud,

dat hij dien avond met den man in kwestie hoopte te hebben.

Dengenen, die van Reformatoria eene studie maken en over deze

belangrijke inrichting meer willen weten, raad ik aan zich te wenden

tot mr. Geo Wolfe, director of Prisons, Manila.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 107 / 133 题