25 Februari. Delhi, eens de hoofdstad van Indië, waar de
Mohammedaansche regeering gevestigd was, en dat thans weder tot
hoofdstad en zetel der tegenwoordige regeering verheven, is; Delhi,
waar reeds drie keeren eene koninklijke Durbar is gehouden en dat
slechts twee maanden geleden alle Indische vorsten met hunne vrouwen
en gevolg, benevens duizenden belangstellenden en nieuwsgierigen
heeft geherbergd; Delhi, dat in de Indische en Britsch-Indische
geschiedenis zoo'n groote rol speelt en waar in 1857 de muiterij,
die zoovele Engelschen het leven kostte, haar oorsprong nam; die
stad had bij ons verwachtingen gewekt, waaraan Delhi niet heeft
beantwoord. Wij dachten hier het culminatiepunt van Indische grootheid
en belangrijkheid te zullen vinden, maar hierin zijn wij teleurgesteld.
Delhi is op het oogenblik niets anders dan een klein, vuil stadje,
waarvan de Britten zullen trachten een stad van beteekenis te
maken. Voor den gewonen toerist bezit het fort met de zich daarbinnen
bevindende tempels, het paleis en de moskeeën de grootste aantrekking,
doch dit was heden niet te bezichtigen, omdat het Zondag is. Wij
begonnen daarom onzen dag met een rit door de stad en omgeving. De
stad en omgeving bieden vooral den Britten vele historische
bijzonderheden. Overal vindt men nog overblijfselen van den grooten
opstand, een halve eeuw geleden. Oude tempels zijn toen ten deele
verwoest, graftomben van vorsten en heiligen tot ruïnes gemaakt,
machtige paleizen naar den grond gehaald. Neemt men de moeite om tot
op den top van den "herinneringstoren aan de muiterij" te klimmen,
dan overziet men het geheele veld, waar de opstand plaats vond en waar
de slachtoffers grootendeels zijn gevallen. Deze herinneringstoren
steekt sterk af bij de Kutab Minor, ook een herinneringstoren, den
toren van victorie, 900 jaren geleden door de Mohammedanen gebouwd
uit de steenen van verwoeste Hindoe-tempels, om hunne overwinning
te vereeuwigen. De Kutab Minor, zoo indrukwekkend door zijn hoogte
en elegantie, wordt beschreven als de schoonste in zijn soort in de
geheele wereld. Een mijner boeken over Indië noemt het de zuiverste
uitdrukking van krijgshaftige energie, evenals de Taj Mahal het symbool
is van liefde en hartstocht, en de graftombe van koning Akbar majesteit
en wijsheid uitdrukt,
Den geheelen weg over naar Kutab Minar, waar wij vandaag ook een
bezoek brachten, is als bezaaid met overblijfselen van moskeeën
en graftomben. Een paar bezichtigden wij nauwkeurig, maar voor
het meerendeel hadden wij geen oogen meer. Wij zijn voorloopig
over-verzadigd met deze dingen en alleen indien het fort ons morgen
iets zeer bijzonders op dit gebied te genieten geeft, zullen wij in
staat zijn het nog in ons op te nemen.
Met veel belangstelling zagen wij echter vandaag de plaats waar
koning George in December j.l. aan alle personen van positie en rang
in Indië audientie verleende, waar de duizenden en nog eens duizenden
bezoekers in Delhi in tenten ondergebracht waren, waar alle Indische
vorsten en de Begum van Bhopal allen met hun gevolg en olifanten en
ander gedierte ieder hun afzonderlijk kamp hadden; hoe de ontelbare
massa door dit kleine stadje, dat weldra een groote stad zal worden,
gevoed en van water voorzien werd, en waar de koning en de koningin
gehuisvest waren. Dat na afloop van de Durbar vele van de bezoekers
ziek werden, verwondert ons, na hetgeen wij zagen, niet.
26 Februari. Vóór ik over vandaag ga schrijven, wil ik even de
beteekenis van het woord Durbar geven. Er kunnen onder de lezers
mijner brieven enkelen zijn, die even dom zijn als ik was, toen ik het
woord voor 't eerst hoorde en naar de beteekenis moest vragen. Het
geleerde woord beteekent niets anders dan eene groote openbare
officieele receptie; het wordt meestal alleen gebruikt wanneer het
een koninklijke receptie betreft.
Vandaag zagen wij van 9 tot 2 uur het fort en alles wat in Delhi
meer de moeite van een bezoek loont. Binnen het fort is vooral het
paleis, door Sjah Jehan gebouwd,--denzelfde, die ook de Taj Mahal
bouwde--schitterend schoon. Die man paarde aan een artistieken smaak en
lust om dien aan de wereld te toonen, ook de financieele macht om het
te kunnen uitvoeren. Dit kasteel van wit marmer, geheel met kleurig
bloemwerk ingelegd, waarvoor hij honderden werklieden uit Florence
liet overkomen, is eenig in zijn soort. De private audientiezaal
is zoo weelderig met goud en juweelen ingelegd en de pauwhaantroon,
die thans in het museum in Kensington is, moet zoo overweldigend mooi
zijn, dat de zoon van Sjah Jehan dacht, dat zijn vader krankzinnig was
en hem daarom, toen dit alles voleindigd was, in zijn kasteel in Agra
gedurende 7 jaren gevangen hield. Daar stierf de kunstlievende man in
een van de torens, die hem uitzicht gaf op zijn grootste meesterwerk,
de Taj Mahal. Deze gunst, om stervende dit werk van zijn geest voor
oogen te mogen hebben, was de eenige, die hij zijn zoon in die 7
jaren gevraagd heeft.
Over de moskeeën en andere architectonische kunstgewrochten wil ik
niet meer schrijven; Britsch-Indië biedt op dit gebied den bezoekers
een onuitputtelijken voorraad, de grootste verscheidenheid en de
hoogste kunstuiting aan.
Na de tiffin, zoo noemt men hier de lunch, gingen wij nog een paar
uur in het stadje om wat winkels te bezichtigen en het ivoorsnijwerk,
wat hier dezelfde kunsthoogte als in Japan bereikt heeft, te zien
vervaardigen. Naderhand gingen wij, zooals wij in elke stad gewoon
zijn te doen, naar een winkel, waar goede fotografieën van alle
bezienswaardigheden te koop zijn. Ik had reeds eene goede collectie
uitgezocht, toen ik den winkelier vroeg, of hij ook fotografieën
van de bijzondere inboorlingen had. Eerst gaf hij mij toen een pak
fotografieën van de mannen en vrouwen alhier in hun verschillend
beroep of met verschillend huishoudelijk werk bezig, toen een groot
pak met de portretten van alle regeerende Indische vorsten en van vele
hunner vrouwen en toen.... de portretten van alle goden. Niet alleen
waren Brahma, Vishnu, Siwa, Kreshna, enz. enz., niet als foto's van
afgodsbeelden maar als portretten van menschen voorgesteld, maar er
waren ook fotografieën van Mozes, Christus, Mohammed, en o, lezer,
schrik niet.... ook van God. Voor die allen moeten levende personen
geposeerd hebben. Mohammed was een zeer oud man, in een kleed van
kemelshaar. Het portret van God stelde ook een zeer oud man voor,
geheel naakt, zittende op zijn gekruiste beenen, met een langen,
dunnen, grijzen baard, gedeeltelijk kaalhoofdig, gedeeltelijk met lange
grijze haren. Er lag een verdrietige barre uitdrukking op het gelaat.
Toen ik dat portret in handen kreeg, waarop met Hindoestansche
letterteekens den naam stond van wien het voorstelde, vroeg ik:
En wie is dit?--Dat is de God der Christenen, was het antwoord. Ik
kon een glimlach niet onderdrukken, en vroeg of dat portret in den
hemel genomen was. Met een medelijdende uitdrukking op zijn gelaat
over zooveel domheid, antwoordde de Hindoe mij: De goden zijn niet
altijd in den hemel, zij komen van tijd tot tijd op aarde als zij
bevelen hebben te geven of iets anders hebben uit te voeren. En
onmiddellijk liet hij mij een andere fotografie zien, waar God in
een gemoedelijk praatje met Mohammed is afgebeeld. "Zie," zeide hij,
"daar is God met den profeet Mohammed; bij zoo'n gelegenheid heeft
men Hem gefotografeerd." Ik ben overtuigd, dat de man geloofde wat
hij zeide. Voor zoo'n Hindoe, wiens goden in beelden zijn uitgedrukt,
die hij niet alleen zien, maar zelfs betasten kan; die op geregelde
tijden naar de rivier gebracht worden om gewasschen te worden; wien
men voedsel brengt, enz., voor zoo iemand is het heel natuurlijk, dat
een god een belichaamd wezen is, met menschelijke vormen en behoeften.
Toen wij van dezen tocht thuis kwamen, hebben wij snel onze zeven
zaken weder bijeengepakt en nu zit ik te wachten tot het rijtuig
voorkomt om ons met den nachttrein naar Lahore te voeren. Dit is het
verste Noordoostelijke punt, dat wij gaan bezoeken.
28 Febr. Wij hebben ons de moeite gegeven naar Lahore te komen, niet
om nog meer tempels en moskeeën en forten en paleizen te zien, maar
om een van de steden van beteekenis in het Noordoosten van Indië te
leeren kennen en het stadsleven daar te aanschouwen. Een dag oponthoud
is genoeg om daarvan een indruk te krijgen, vooral als men dien dag
geheel buitenshuis doorbrengt. Lahore is eigenlijk een stad, die men
in drie afzonderlijke steden verdeelen kan; de Engelsche stad, waar de
Engelsche bevolking woont en waar alle officieele gebouwen gevestigd
zijn; de Indische stad, de oude stad, waar de inboorlingen wonen, en
het deel waar de militairen in hunne kazernes en officierswoningen
leven. Dit laatste deel is weinig belangrijk, alles ziet er frisch
en nieuw en hygiënisch uit. De oude stad doet zeer sterk denken aan
het oude Caïro, en deze overeenkomst wordt nog sterker, doordat ook
in Lahore vele Mohammedanen zijn en deze menschen hier weder zeer
streng de voorschriften van hun godsdienst volgen. Wij zagen hier
een graftombe, Ranjit Singh's Mausoleum, wiens elf vrouwen levend
met zijn lijk in het begin van de 19e eeuw verbrand werden. Op de
graftombe is een groote marmeren knop met daaromheen elf gelijke
kleinere knoppen aangebracht, vertegenwoordigende de asch van den
vorst en zijn elf geliefden.
In Lahore behooren de Hindoe's die er leven, grootendeels tot de sekte
der Sikhs, eene Hindoe-sekte, die bijna uitsluitend hier in het Noorden
van het land voorkomt. Hunne tempels, waarvan wij hier twee zagen,
zijn zeer eenvoudig, waarin wij weinig karakteristieks vonden.
Het deel van de stad waarin de Engelschen wonen en dat nog zeer
ver kan uitgebreid worden, is mooi en maakt een zeer florissanten
indruk. De woningen, alle met fraaie tuinen omgeven, zien er frisch
en Europeesch uit; de officieele gebouwen, alle in half Hindoeschen,
half Europeeschen stijl opgetrokken, verraden goeden smaak en zijn uit
een royale beurs gebouwd. Hier bezochten wij de kunstnijverheidschool,
40 jaren geleden door den vader van Rudyard Kipling, den bekenden
schrijver over Britsch-Indië, gesticht. Britsch-Indië bezit vier van
deze scholen, doch deze in Lahore is de beste en levert de meeste goede
artisten af. Wij zagen er het fijnste ivoorsnijwerk verrichten, dat
men zich denken kan. Lahore wordt beschouwd als het groote centrum van
oude en moderne kunst en ontwikkeling in Indië. Wij brachten ook nog
even een bezoek aan het museum, een van de fijnste musea in Indië,
waar onze landgenoot, de heer Vogel, het archaeologisch deel van
gecatalogiseerd heeft.
Wij zouden heel graag van Lahore uit een uitstapje gemaakt hebben
naar Kashmir, waar we dichtbij waren, maar dit was onmogelijk met
het oog op onze verdere reisplannen.
Vanmorgen kwamen wij om 10 uur in Amritsar aan. Dit is de heilige
stad van de Sikhs. Het is zeker de schilderachtigste stad van
alle, die wij in Indië zagen. De gouden tempel, waarvoor de meeste
toeristen hier een deel van den dag doorbrengen, is de heilige tempel
der Sikhs. Deze tempel staat midden in een grooten vijver, die de
poel der onsterfelijkheid genoemd wordt. Rondom dien vijver staan
verschillende andere tempels van minder beteekenis dan de gouden
en eenige oude paleizen. De Sikhs zijn thans in een feestweek: het
feest der aanbrekende lente, dat acht dagen duurt en voornamelijk zijn
uiting vindt in een bedevaart naar den gouden tempel. Mannen en vrouwen
uit alle oorden van dit district, vooral de landbouwende bevolking,
komen in deze week in Amritsar om hunne offeranden in den tempel
te brengen en een goeden oogst af te smeeken. De trein, die ons van
Lahore naar Amritsar bracht, bevatte honderden bedevaartgangers. Voor
dit voorjaarsfeest is elkeen, mannen, vrouwen en kinderen, geheel in
witte gewaden gekleed, die van boven tot onder met rose verf bespat
zijn; sommigen hadden rose en gele verfvlekken. Grijsaards hadden zelfs
hunne lange witte baarden ook rose geverfd en de witte turban eveneens.
De gouden tempel, een tempel van wit marmer met een koperen dak,
dat in het zonlicht schittert als goud, en met vier massief zilveren
deuren, is mooi, maar kan geen vergelijking doorstaan met hetgeen wij
op dit gebied reeds zagen. Zoo midden in het water maakt hij echter een
goed effect. Er was juist een dienst begonnen toen wij aankwamen. Alle
priesters en geloovigen zaten in een kring op den grond; in het midden
was een rood fluweelen doek uitgespreid, waarop ieder, die binnenkwam,
zijne offerande gooide of legde, en dan tusschen de biddenden ging
zitten. De offeranden, die wij zagen brengen, bestonden uit bloemen,
mandjes met zoetigheden of uit geld. Een enkele gooide een enveloppe
neer, alle anderen een kleiner of grooter geldstuk. Aan de vier
punten van den doek lagen hoopjes graan voor de rondfladderende
duiven en andere vogels, die daarvan gedurende den bidstond gretig
kwamen snoepen. De geheele tempel was van binnen ook met witte doeken,
waarop rose en gele verfvlekken waren, behangen.
De Sikhs dragen, evenals de Sinhaleezen, lang haar, dat echter in
een knot boven op den kruin van het hoofd is vastgemaakt door een
eigenaardig soort kam. Doordat zij echter turbans dragen, valt dit
lange haar bij hen niet zoo sterk op als bij de Sinhaleezen. Doch
ook de Sikhs hebben, niettegenstaande zij bijna allen baard en
knevel dragen, en zeer sterk behaard zijn, zeer zachte vrouwelijke
trekken. Dit is heelemaal niet in overeenstemming met hetgeen zij
eigenlijk zijn. Wij passeerden namelijk de sedert eenige jaren
bestaande universiteit der Sikhs, een universiteit, door hen zelven
uit eigen fondsen gesticht. Wij gingen naar binnen; de cursus was
echter juist geëindigd, alleen een tiental mannen, naar gissing
tusschen de 25 en 30 jaar, die studenten bleken te zijn, waren nog
aanwezig. Wij dachten, dat zij de leeraren waren en vroegen om eenige
inlichtingen. Zij waren allen bereid ons de noodige inlichtingen te
geven. Zij vertelden ons--allen spraken uitstekend Engelsch--dat de
Sikhs geen eigenlijke sekte der Hindoe's waren, doch meer als een
kaste beschouwd wilden worden. Zij waren een militaire kaste; zij
noemden het een "Old Templars Knighthood". Hunne priesters dragen
zwaarden, hetgeen wij reeds opgemerkt hadden. De lange haren moeten
kracht uitdrukken. Wij vernamen van deze jonge mannen, die allen een
intelligent, zacht uiterlijk hadden, veel dat onze belangstelling
gaande maakte. Een van hen offreerde ons een klein Engelsch boekje,
waarin wij het een en ander over hunne tempels, zeden en gebruiken
en de geschiedenis van den gouden tempel kunnen vinden.
Op onzen tocht door de stad zagen wij hier weder tal van heiligen, die
in zelfkastijding of in heilige overpeinzing de zaligheid hiernamaals
hopen te verwerven, of misschien wel een goed leven op aarde. Een
betrekkelijk jonge man, met lange zwarte haren, zat geheel naakt
tusschen vijf houtvuren, ver genoeg van hem verwijderd, om hem niet
te kunnen verbranden, maar dicht genoeg om hem een warm lichaam te
bezorgen. Rondom hem zaten tal van eenvoudige zielen in heiligen
ootmoed te luisteren naar de woorden van wijsheid en bezieling,
die van de lippen van dezen dwaas vloeiden.
Een eind verder zat een grijsaard met haren, die ver over den grond
vielen. Dichtbij gekomen bleek het echter, dat er een soort vlas
tusschen de haren gevlochten was, waardoor het zoo lang leek. Die
man zat met een strak gelaat te staren in het verre verschiet. Hij
zat in heilige overpeinzing en mocht niet gestoord worden. Naast
hem stond een koperen bedevaartsnapje, waarin de voorbijgangers eene
offerande konden werpen, als zij deze heilige wenschten te eeren. Men
moet een bepaald aantal dagen of weken zichzelf gekastijd hebben, of
heilige overpeinzingen hebben gehouden, alvorens het publiek iemand
heilig verklaart.
Op dezen tocht in het Noordoostelijk deel van Indië zagen wij
weder een geheel ander type van menschen, dan wij te voren gezien
hadden. Vooral in Amritsar zagen wij, doordat de feestweek zooveel
boeren en anderen uit Peshawar, Afghanistan, Kashmir en andere buurten
naar den gouden tempel had gelokt, tal van nieuwe typen en ook geheel
andere kleederdrachten. Hoevele verschillende turbans wij vandaag
opmerkten, is niet te tellen.
29 Febr. De nachttrein bracht ons hedenochtend vroeg in Lucknow. Dit
mooie provinciestadje biedt den gewonen toerist weinig belangrijks. Uit
een geschiedkundig oogpunt is Lucknow natuurlijk zeer belangrijk. Hier
was in 1857 het centrum van de muiterij en een geheelen dag kan men
zoek brengen om alle punten te bezoeken, die nog de kenteekenen, van
den gevoerden strijd dragen. Een rilling kan men niet onderdrukken als
men de kelders ziet, waarin de vrouwen en kinderen maanden lang voor
hunne veiligheid ondergebracht zijn, doch waarin zij door de hitte,
benauwde atmosfeer, slechte voeding en nog slechter water als sneeuw
voor de zon wegteerden. De begraafplaats, waar meer dan 2000 vrouwen,
kinderen en grijsaards in dien tijd begraven werden, duidt maar te
duidelijk aan, dat de sterfte onder deze beschermden grooter was dan
onder de deelnemers aan de verdediging.
De native town in Lucknow kan ook op niets bijzonders bogen; een
vergelijking met wat wij in Lahore en Amritsar zagen, is zelfs niet
te treffen.
Wij zullen hier dan ook niet langer dan een dag vertoeven en
vertrekken morgenochtend naar Benares. Het hotel--voor het eerst een
werkelijk goed hotel in Indië, dat door een Duitsche eigenaar beheerd
wordt,--lokt ons tot eenige dagen langer verblijf, enkel en alleen om
wat uit te rusten. Wij durven ons die weelde echter niet veroorlooven.