VAN AGRA TOT DELHI.

21 Febr. Sedert twee dagen zit ik nu in Agra, de stad waarvan ik,

zoolang ik in Indië ben, heb hooren gewagen. Bij elke goed- of

afkeuring over 't geen ik hier zag, bij elke waardeering van het een

of ander, of geringschatting van iets anders, gaf iedereen, die in

Indië bekend is, er gereisd heeft, steeds tot antwoord: "Wacht tot ge

in Agra komt". Mijne verwachting was dus hoog gespannen, de boeken,

die ik er over gelezen had, hadden die spanning niet weinig verhoogd,

ik vreesde derhalve zeer voor eene teleurstelling. Teleurgesteld ben

ik echter niet.

De stad zelf, met ongeveer 20.000 inwoners--liefelijk aan de

Jumna-rivier gelegen--is een niet zeer opvallende Indische stad. Maar

de paleizen, moskeeën, graftomben en vooral en bovenal de Taj Mahal,

geven haar eene bijzondere beteekenis.

De Taj Mahal is een wereldberoemd Mausoleum, dat door sommige

schrijvers het fijnste en best uitgevoerde architectonisch kunstwerk

wordt genoemd, door anderen als het prachtigst Mausoleum van de wereld

wordt beschreven. Het was in 1652 voltooid, nadat er gedurende 22

jaren door 20.000 arbeiders aan gewerkt was. Met dat kunstwerk werd

het hoogtepunt van kunstuiting in Indië bereikt. Voorafgaand daaraan

was in Agra het nog steeds beroemde fort en daarin gelegen paleis,

het Paleis van Akbar, voltooid. De van 1628 tot 1658 regeerende

vorst, Shah Jehan, wilde zijn meestgeliefde vrouw, Arimand Banu,

bijgenaamd Mumtaz-i-Mahal, (de trots van het Paleis), bij haar leven

een graftombe schenken, zoo mooi en zoo kostbaar, als nergens in

de wereld bestond. Daarin wilde hij, na zijn dood, alleen met haar

rusten. Als Mohammedaansche vorst bezat hij meerdere vrouwen. Nog

vóór het voleindigd was, stierf de vrouw in het kraambed van haar

achtste kind. Haar lijk werd zoo lang naast de tombe bewaard, tot

die gereed was.

Hoewel men het geheele kunstwerk, dat zich hoog boven zijne omgeving

verheft, den geheelen weg over, als men er heen rijdt, voor zich ziet,

en het zoo de aandacht trekt, dat men geen oog heeft voor den mooien

weg, die er heenvoert, staat men toch op het oogenblik, dat men aankomt

en het geheele gebouw door de prachtige poort voor zich ziet, langen

tijd ademloos. Daar staat het in al zijn pracht en grootheid en het

effect is overweldigend. Het zuiver-wit marmer, waaruit het geheel is

samengesteld, komt machtig mooi uit tegen den blauw-azuren hemel en

't groen van de pijnboomen, die 't op eenigen afstand omgeven. Zoo van

verre ziet men nog niets van de détailuitvoering, als fijn kunstwerk

uitgevoerd, en van de schittering en verscheidenheid der ingelegde

juweelen. Alles is in harmonie met het fijne, witte marmer, waarin

het is uitgevoerd. Hoewel aan dit kunstwerk niets gespaard is, wat

de waarde er van verhoogen kon, krijgt men toch geen oogenblik den

indruk, dat het overvoerd is. De kosten ervan worden op 31.000.000

rupees geraamd. Zooveel geld voor een graftombe kon natuurlijk

alleen besteed worden in een tijd, waarin de vorst van zoo'n land

een jaarlijksch inkomen genoot, grooter dan dat, wat jaarlijks in de

Britsche schatkist binnenkomt, een inkomen, waarvan hij geen kostbaar

leger en nog kostbaarder vloot had te onderhouden, waarvan niets afging

voor onderwijs of voor andere sociale doeleinden. In den democratischen

tijd, waarin wij thans leven, kunnen zulke kunstproducten niet meer

worden gebouwd. De menschen, die thans over zoovele millioenen hebben

te beschikken, bouwen zich op andere wijze graftombes, waardoor zij

zich eveneens onsterfelijk maken, doch waarvan op andere wijze door de

navolgende geslachten genoten wordt. Een graftombe, zooals Carnegie,

in Amerika, zich bij zijn leven bouwt, of een zooals Nobel, in Zweden,

zich na zijn dood oprichtte, valt meer in onzen geest en is meer in

overeenstemming met den tijd, waarin wij leven.

Hoewel ik met de Taj Mahal (wat niets anders beteekent dan de

graftombe van Mahal) dezen brief begon, is toch het fort met het zich

daarin bevindende Paleis van Akbar en de Paarl Moskee in Agra niet

minder belangrijk en bewonderenswaardig. Het geheele fort is in rood

zandsteen opgetrokken. Dit fort met paleis en moskee werd door Shah

Jehan's voorganger, den Molog Akbar, gebouwd.

De Paarl Moskee, die haar naam ontleent aan de in haar soort volmaakte

schoonheid, dankt die schoonheid vooral aan de harmonie, waarin het

geheel is uitgevoerd en het prachtige materiaal wat er voor gebruikt

werd. Hoewel alle moskeeën een zekere gelijkheid vertoonen, is toch

deze, geheel uit marmer gebouwd, door zijn sobere décoratie en zijne

volmaakte lijnen, iets geheel bijzonders.

Ook het paleis van Akbar, Mogol Akbar beteekent de groote vorst,

met zijn Jasmijntoren, zoo genaamd om de jasmijnbloemen, die op den

geheelen toren, van boven tot onder zijn aangebracht; zijn Gem-moskee,

een moskee, waarin alleen de koning en zijn liefste vrouwen mochten

komen, om te bidden; zijn spiegelpaleis, een zaal waarin de vrouwen van

den koning zich vermaakten en dat geheel met spiegelglas ingelegd is;

de badkamers van den vorst en die zijner vrouwen, waarin het geurigste

rozenwater door glazen pijpen binnenstroomde; het gouden paviljoen

en nog zoovele bijzonderheden meer, houden den bezoeker een geheelen

morgen in spanning. Meer dan dat, men zou hier weken willen vertoeven

om er elken dag eenige uren te kunnen verwijlen.

Nadat men het paleis van Akbar, de paarl-moskee en de Taj Mahal gezien

heeft, moet alles tegenvallen wat men verder hier te bezichtigen

krijgt. De Vrijdag-moskee, schoon in haar soort, waar elken dag vele,

doch Vrijdags talloos velen van de hier wonende Mohammedanen zich

in allerlei lichaamskrommingen op den grond werpen om op hunne wijze

hunne dankbaarheid voor het genotene in het leven uit te drukken en om

te bidden voor meer, was nu het bezichtigen niet waard. Onwillekeurig

maakt men een vergelijking bij het even te voren genotene en dan valt

alles tegen.

Toen wij tegen den avond huiswaarts keerden, zagen wij op een dak

een paar opgesmukte, van bordpapier of iets dergelijks vervaardigde

reuzenpaarden. Goud- en zilverpapier, rood, groen en geel gekleurde

ornamentage bracht een schitterend effect teweeg. Op één van de paarden

zat een houten mannetje, op een ander een dito vrouwtje. Spoedig daarna

passeerden wij eene woning, waar in plaats van paarden, een paar dito

gefabriceerde en opgesmukte olifanten stonden. De koetsier deelde ons

mede, dat dit teekens waren, dat in beide woningen een Hindoe-bruiloft

plaats vond. Kort daarna passeerde ons, of liever wij passeerden een

optocht van vele mannen, van trommelslag en blaasmuziek begeleid,

met in hun midden een 7- of 8-jarig jongetje op een armoedig wit

paard. Paard en jongen waren ook erg met groote lappen en klatergoud

behangen, het kleine ventje had zelfs een goudpapieren kroon op

zijn hoofd. Hij was de bruidegom die naar het huis van zijne bruid

geleid werd. Wij gaven den koetsier order dezen stoet stapvoets te

volgen. Voor het huis met de bordpapieren olifanten hield de optocht

stil. De bruidegom werd van het paard getild, hem werd een soort zwaard

in de hand gedrukt--het was misschien ook van papier--en daarmede

moest de jonge held een stuk hout doorhakken om in de woning van

zijne bruid te kunnen komen. Het stuk hout viel reeds in twee stukken

nog voor hij ver genoeg was om het te kunnen aanraken. Hij had nu de

veste veroverd waarachter zijne bruid verborgen was en mocht haar in

zijn bezit nemen. Het werd ons veroorloofd binnen even een kijkje te

nemen. Het bruidje was ongeveer 6 jaar, precies weten de Hindoe's hun

leeftijd nooit op te geven, zij was even zoo mooi en bont aangedaan

als haar toekomstige heer en meester. Zoo'n Hindoe-bruiloft duurt

vele dagen lang en gaat met tal van formaliteiten gepaard. Als alles

afgeloopen is keert bruidegom en bruid elk naar hun eigen ouderlijk

huis terug en vangt het kinderleven weder aan alsof er niets bijzonders

met hen heeft plaats gegrepen. Deze kinderen, met hunne groote zwarte

oogen, die veel grooter en zwarter lijken dan zij in werkelijkheid

zijn door de brutaal zwart geverfde oogleden en wimpers, beseffen

natuurlijk volstrekt niet, dat daar door hunne moeders--het zijn

meestal de moeders die de huwelijken bekonkelen,--over hun geheel

toekomstig leven is beschikt. Het bruidje moet nu voortaan de helft

van het jaar bij hare schoonmoeder doorbrengen om die als eene slavin

te gehoorzamen. Zoodra zij huwelijks-fähig is, hebben er nieuwe

ceremoniën en feestelijkheden plaats, dan wordt zij in werkelijken

zin uitgehuwelijkt en behoort den jongen man toe.

22 Febr. Gisteravond ontmoetten wij in de eetkamer mr. en mrs. Sydney

Webb uit Londen, met wie wij overeenkwamen, dezen dag gezamenlijk

door te brengen. Wij spraken af gezamenlijk naar Fatehpur-Sikri te

gaan. Wij huurden een automobiel en vertrokken vanochtend om 8 uur

van hier. Fatehpur-Sikri beteekent de stad van Victorie, doch is

inderdaad een verlaten stad. Zij ligt op 23 mijl afstand van Agra.

De geschiedenis van deze stad luidt in het kort: Ruim 300 jaar geleden

werd zij door de grootste mogol van Indië, Mogol Akbar, de voorganger

van Shah Yehan, gebouwd. Vorst Akbar verkeerde in groote droefheid door

den dood van zijne tweeling-kinderen, die zijn liefste vrouw Mariam

Zamana hem geschonken had. Op een dag kwam hij door het armoedige

dorp Sikri, waar een beroemde Mohammedaansche priester, Sheik Salim

Chisti, in groote afzondering leefde. De vorst vroeg dezen priester

raad hoe hij aan een troonopvolger kon komen en de priester antwoordde:

"Kom en leef in Sikri". De vorst volgde dien raad op en negen maanden

later beviel Mariam van een zoon. Uit dankbaarheid maakte Akbar toen

Sikri tot de hoofdstad, bouwde er een prachtig fort, een ongeëvenaard

koninklijk paleis, een paleis voor Mariam en paleizen voor zijne

andere vrouwen, een prachtige moskee, een hospitaal, scholen, woningen

voor zijne bedienden, kortom alles wat een wijs en vooruitstrevend en

artistiek aangelegd man, die onbegrensd over geld en arbeidskrachten

te beschikken had, maar kon bedenken en noodig vond. Na 17 jaren, even

vóór het geheel voleindigd was, verliet hij dit lustoord weder. De

geschiedenis zegt, dat de ware reden waarom Akbar Fatehpur-Sikri

verliet, nooit aan iemand is medegedeeld geworden. Sommigen gissen,

dat het om gezondheidsredenen was, door gebrek aan goed water;

anderen meenen, dat de heilige Sheik te veel gestoord werd in zijne

heilige overpeinzingen door de rumoerige en overdadige feesten aan

het hof van Akbar. Hoe het zij, thans verrijst daar midden op een

groot plateau, ver boven zijne omgeving uitstekende, als het ware

midden in de wildernis, een volmaakte stad, waarvan elk deel nog een

bezoek overwaard is, een stad die thans geheel is verlaten. Alleen

onder aan den voet van den berg zijn nog enkele huisjes door eene

armoedige bevolking bewoond, die voornamelijk leven van den afval der

bezoekers. Den geheelen dag brachten wij in die stad in gezelschap

van die twee interessante kennissen uit Londen door en keerden 's

avonds dood vermoeid, doch zeer voldaan over onzen dag, huiswaarts.

24 Februari. Wij hebben een paar vermoeiende dagen achter den

rug. Reeds vroeg zaten wij gistermorgen in het rijtuig, omdat wij,

alvorens Agra te verlaten, eerst een bezoek wilden brengen aan het

Mausoleum, dat koning Akbar voor zichzelf en zijne vrouwen gebouwd

had. Hij, de groote vorst, ontegenzeggelijk de meest bouwlievende

en artistieke man van zijn tijd, die gedurende zijn leven eerst

een heele stad bouwde, een stad die thans nog om haar schoonheid en

architectonische waarde algemeen geroemd wordt, die daarna deze stad

verliet en zich in Agra een fort en daarbinnen paleizen en een moskee

liet bouwen, eenig mooi in alle détails, die had natuurlijk ook een

mausoleum gebouwd, dat de bezichtiging waard was. Even voorbij het

dorpje Sikandra, op zes mijlen afstand van Agra, verheft zich het reeds

in de verte schitterende Mausoleum. Rondom, op grooten afstand, is het

door een rood zandsteenen, geheel opengewerkte muur omgeven, waarin

op vier tegenover elkaar liggende zijden vier koninklijke poorten

toegang geven tot het terrein, waarin de overblijfselen rusten van

den grooten man en van de vrouwen die hij lief had. De graftombe is

in drie hooge etages gebouwd, elke etage geeft een uitzicht, dat hoe

hooger men komt steeds grootscher wordt, over de geheele omgeving. De

koning moet hier zeker gedurende zijn leven veel en gaarne vertoefd

hebben. Het geheel is ook weder uit rood zandsteen opgebouwd, doch

geheel met wit en geel marmer ingelegd, wat een zeer mooi effect

geeft. De ronde daken van de verschillende domes (ik weet niet of

dat het meervoud is van dome), zijn alle met paarlemoer ingelegd,

wat beschenen door de Oostersche zon, een schitterend kleureffect

geeft. De kleine moskee, die hier bij een mausoleum nooit ontbreekt,

is een juweel van eenvoud en schoonheid. Het geheele groote terrein

buiten is nu met eeuwenoude waringinboomen begroeid en daartusschen

bloeien en groeien nu een ontelbare menigte oranjeboomen, die aan de

geheele omgeving kleur en geur geven. Wij kwamen juist in het hotel

terug om gauw de bagage op te laden en meteen naar het station te

rijden, waar de trein voor Gwalior reeds gereed stond.

Gwalior was eigenlijk niet in onze reisroute opgenomen, onze

rondreiskaart loopt ook niet over dit deel van Indië. Het is een der

vorstendommen en ligt geheel in het centrum van het land. Wij hadden

Agra wat vlugger afgewerkt dan wij ons hadden voorgenomen en wilden

den dag dien wij daardoor wonnen voor dit uitstapje gebruiken. Gaarne

zouden wij op deze spoorlijn nog wat verder zijn gegaan om een der

andere vorstendommen, Bhopal, te bezoeken, dat sedert ongeveer een eeuw

steeds door eene vorstin geregeerd wordt. De Begum of Bhopal (Begum

beteekent vorstin), die het bewind in handen heeft, wordt als zeer

verstandig en zeer vooruitstrevend geroemd. Zij was reeds verscheiden

keer in Europa, bezocht dan niet alleen Engeland, maar ook Italië,

Frankrijk en Turkije en gaf over hare Europeesche reizen eenige zeer

belangrijke boeken uit. Over hare laatste reis naar Engeland, tijdens

de kroning van koning George, schreef zij eenige tijdschriftartikelen,

waarin zij niet nalaat met veel enthousiasme te schrijven over den

laatsten grooten optocht van de Engelsche vrouwen, ter verkrijging

van vrouwenkiesrecht.

Als monarch is zij natuurlijk gekant tegen elk recht der burgers om

invloed uit te oefenen op de wijze waarop een land geregeerd wordt,

maar zij is van oordeel, dat overal waar dit recht aan mannen gegeven

is, men het den vrouwen niet mag onthouden. Mrs. en mr. Sydney Webb,

die eenige dagen haar gasten waren, vertelden ons zeer veel van

haar. Maar een bezoek aan Bhopal zou voor ons alleen waarde hebben

als wij met de vorstin in aanraking konden komen en hoewel dat

zeer gemakkelijk tot stand was te brengen door de introducties die

wij bezitten, is de tijd die dit alles in beslag neemt te lang om

ons dit te vergunnen. Het begint reeds overal zeer warm te worden,

midden op den dag is het buiten reeds bijna ondragelijk. Willen wij

voor Calcutta en van daar voor Rangoon het niet veel te heet vinden,

dan moeten wij hier en daar onze reis bekorten en nergens langer

blijven dan strikt noodig is.

Om vier uur kwamen wij in Gwalior aan, de stad die den naam van den

staat draagt. De trein voerde ons door een zeer barre streek, die nog

vol leeuwen en tijgers en andere wilde beesten is. Voor Engelsche

sportliefhebbers die hier in den jachttijd veel zijn, om van te

watertanden. De leeuwenjacht is ook een groote liefhebberij van den

tegenwoordigen Maharatja. Tot voor korten tijd waren de toeristen die

Gwalior bezochten en eene introductie van eigen consul konden vertoonen

waarin wordt verteld, dat zij behooren tot de "distinguished" mannen

of vrouwen van hun land, de gasten van den vorst van Gwalior. Deze

had, toen koning Edward in 1876 hem als prins van Wales bezocht,

een mooi gebouw laten zetten, waarin de Engelsche koningszoon met

zijn gevolg kon wonen, zoolang hij in Gwalior vertoefde. Sedert dien

tijd gebruikte de vorst dit gebouw om zijne gasten, toeristen met

eene aanbeveling, te herbergen. De tegenwoordige jonge vorst heeft

er echter een gewoon hotel van gemaakt met een Europeeschen manager

aan het hoofd, waarin nu elke toerist voor acht rupees per dag een

buitengewoon goed onderkomen en een uitstekende tafel vindt.

Vanwege het mooie, sterke fort, dat nu evenals andere forten die wij

hier zagen, voor het Engelsche leger gebruikt wordt, wordt Gwalior

het Gibraltar van Indië genoemd. Doch daarover later.

Nadat wij ons door een goed kop thee verfrischt hadden, begaven

wij ons onmiddellijk op weg om voor het te donker werd nog het een

en ander te zien. Het eerst reden wij door den mooien tuin, waarin

ook het hotel is gelegen van den Maharatja en kwamen zoo voor zijn

mooi nieuw paleis. Wij lieten het rijtuig stil houden om het geheel

beter te kunnen overzien en direct kwamen er acht verschillende

bedienden uit het paleis snellen, waarvan één, aan zijne kleeding

te oordeelen, de voornaamste, ons met velerlei eerbiedige buigingen,

in een onverstaanbare taal, de Hindoestansche taal, aansprak. Ik gaf

hem te beduiden, dat wij geen Hindoestani verstonden en vroeg of er

niet iemand was die Engelsch of Fransch sprak. Na korten tijd kwam

er een jonge man uit 't paleis, meer of min Europeesch gekleed, die

als tolk kon dienen. Ik vertelde hem, dat wij vreemdelingen waren,

veel van den Maharatja gehoord hadden en heel graag zijn paleis

wilden zien. Toen dit aan de bedienden vertolkt was, snelde een naar

binnen en kwam spoedig daarna terug met het bericht, dat wij welkom

waren. Wij zagen echter den Maharatja niet, wel zijn enorm groot,

nieuw paleis, dat half Oostersch, half Europeesch in constructie en

meubileering is. Het geheel verraadde goeden smaak en de beschikking

over een zeer groot inkomen. Toen wij het paleis gezien hadden,

sprong een der bedienden naast den koetsier op den bok en bracht ons

rond. Eerst naar de stallen, waar een keur van mooie Arabische en

Australische paarden stond; toen naar de 20 olifanten, waarvan een

eenige dagen geleden de gelukkige moeder van een lieftallige spruit

was geworden. Het jonge olifantje, even schalksch en speelsch als

alle jonggeborenen, zag er zoo snoezig uit, dat ik het haast als een

schoothondje zou hebben geliefkoosd, maar de jaloersche moeder liet

een al te nauwe aanraking met haar kind niet toe. Daarna bracht de

bediende ons naar den rozentuin en naar de allée, waarin de vorstin

het liefst rondrijdt. Ook nu ontmoetten wij haar in haar rijtuig,

doch de gordijntjes waren neergelaten, zoodat wij alleen konden zien,

dat er twee dames in dat rijtuig zaten. Deze arme vorstin is op het

oogenblik diep te beklagen. Zij is kinderloos. De vorst, die een

troonopvolger moet hebben, voelt zich verplicht een tweede vrouw te

nemen in de hoop daarbij kinderen te krijgen. Binnen eenige weken

zal de dochter van den vorst van Baroda zijn tweede vrouw worden.

Deze vorst, Maharatja Sir Madeno Rao Sindhia staat als een ontwikkeld

en vooruitstrevend man bekend. Hij doet veel voor de ontwikkeling

van zijn volk. Er zijn in zijn rijk staatsscholen voor elementair

en vakonderwijs, waarin het onderwijs gratis gegeven wordt. Wij

zagen een school voor technisch onderwijs, waarin de leerlingen

in smidswerk, goud- en zilverwerk, weven, horlogemaken en in andere

vakken onderwezen worden. Wij zagen hier ook een gevangenis. Dit gebouw

en de wijze waarop de 500 gevangenen er behandeld worden, heeft al

de verschrikkingen van dit soort inrichtingen verloren. Ik had hier

gaarne langer vertoefd en van een der hoofdpersonen meer bijzonderheden

vernomen, doch wij kwamen reeds laat in den middag aan en hadden geen

tijd te wachten tot de directeur ons te woord kon staan. De gevangenen

waren nergens opgesloten in cellen, het waren allen frissche open

ruimten, waarin licht en lucht vrijen toegang hebben. Alle gevangenen

werkten. Het voornaamste bedrijf, dat zij leeren en daar tot een

wonderbare hoogte uitvoeren is het maken van tapijten, een soort

Smyrna-tapijten. Een der gevangenen leest hardop het patroon af en

vijf of zes gevangenen die allen hetzelfde patroon verwerken, zeggen

't na onderwijl zij uitvoeren wat de eerste opgelezen heeft. Zoo wordt

voorkomen, dat er onderling gesprekken gevoerd worden, terwijl toch

allen hunne stemmen kunnen laten hooren. Geen veroordeelde verlaat

de gevangenis die niet grondig dit vak heeft leeren beoefenen. Ook

allerlei andere vakken worden er onderwezen en in praktijk gebracht.

Vanmorgen waren wij reeds om 7 uur op weg om het beroemde fort

van Gwalior met de zich daarbinnen bevindende paleizen, tempels,

moskeeën, en andere oudheden te zien, die hier reeds van de 9e en

10e eeuw dateeren. Voor dit doel moesten wij weder van olifanten als

vervoermiddel gebruik maken, die nog steeds door den vorst gastvrij ter

beschikking van de reizenden worden gesteld. Wij waren nu reizigsters

met ondervinding en oefening in dit vervoermiddel en maakten met meer

gerustheid van dit rijpaard gebruik, hoewel de gevolgen voor maag

en ingewanden vrijwel dezelfde bleven als bij den eersten keer. Het

merkwaardigste, dat wij dezen morgen zagen waren de in de rotsen

uitgehouwen afgodsbeelden, enkele van 15 tot 20 meter hoogte.

Maar ook de stad was zeer de bezichtiging waard en gaf ons opnieuw

een beeld van de wijze, hoe de welgestelde Hindoes en Mohammedanen

vroeger hun welstand ten toon spreidden. Ik kan daarover echter nu

niets vertellen, want het is middernacht. Ik zit nu in Delhi, en ik

verlang naar mijn bad en bed.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 76 / 133 题