DE BULGAREN.

De Bulgaren, wier aantal omstreeks 3 à 4 millioen zielen bedragen zal,

bewonen nu, het voornaamste deel der bevolking uitmakende, nagenoeg

geheel het oude Macedonië, het grootste gedeelte van Thracië of

Rumelië en de oude Donau-provincie Neder-Moesië.

Na hetgeen ik reeds gezegd heb, is het mogelijk dat in deze streken,

sedert de alleroudste tijden, Slawische stammen gewoond hebben,

zonder dat zij zich intussen en op den voorgrond stelden. Eerst na de

groote volksverhuizing in de 5de eeuw begonnen zij zich te roeren, en

daar verscheidene hunner Slawische stamgenooten uit het Noorden zich

met hen verbonden, werden zij, onder den naam "Sklabänen," "Slawen"

of "Anten," gevaarlijk voor de Oostelijke Romeinen; in de 6de eeuw

deden zij verwoestende invallen in het Byzantynsche rijk, bij welke

gelegenheid zij zelfs tot Athene en in den Peleponnesus doordrongen.

Deze "Sklabänen" kwamen langs de mondingen van den Donau uit het groote

gebied der Russen, en zoo schijnen dan ook nog heden ten dage hunne

nakomelingen in taal, wezen en gewoonten, ware tweelingsbroeders

te zijn der Russen, en wel voornamentlijk der Klein-Russen uit de

omstreken van Kiew en der Ukraine.

De naam _Bulgaren_ was aanvankelijk bij hen onbekend. Even zooals

zulks meermalen met de andere Slawenstammen plaats had, geraakten

ook de Slawen van den Balkan zeer spoedig onder de heerschappij van

een ander krachtig volk. Het waren de Finsch-Tartaarsche Bulgaren,

die tegen het einde der 7de eeuw van den Ural en de Wolga de Slawen

volgden, toen deze over den Donau trokken en daar aan den voet van

den Balkan op dergelijke wijze een groot rijk stichtten, als hunne

broeders de Magyaren, het iets later in Hongarije deden.--Hun naam

"Bulgaren" stamt, zegt men, af van de groote rivier de Wolga, en

beteekent zooveel als Wolgaren, bewoners der oevers van de Wolga.

Het grootste deel der onderdanen van dit Bulgarenrijk bestond nu uit

die Slawen, de Koningen en de adel echter waren van Finsch-Tartaarschen

stam. Onder aanvoering der vreemde overheerschers, in wier legers

zij bloot als soldaten dienden, hebben de Balkan-Slawen bijna alle

oorspronkelijke bewoners van Oud-Macedonischen- en Thracischen stam

in die streken, uitgeroeid of in zich opgenomen en zich overal,

tot in Thessalië toe, in hunne plaats gesteld.

Het rijk der Bulgaren, die vierhonderd jaren lang, met de Byzantynsche

Keizers in schier onafgebroken bloedigen oorlog leefden, bevatte ten

tijde zijner grootste uitgestrektheid, niet alleen de bovengenoemde

provinciën ten zuiden van den Donau, maar ook het oude Dacië

(Zevenburgen) en een groot deel van Hongarije, welk laatste zij echter

weldra aan de Magyaren verloren. Even als Zevenburgen aan de Magyaren

kwam, zoo vervielen de zuidelijke provinciën, Macedonië en Thracië,

somwijlen weder aan de Byzantijnsche Keizers, als deze eens het

bit op de tanden namen, zonder dat dan echter de vreemde bevolking

uitgeroeid werd. Het langst handhaafden de Bulgaarsche Koningen zich

in de Donau-provincie Moesië, waar zij in hunne koningsstad Tirnowo,

het Moskou der Bulgaren, resideerden. Daardoor is ook tot op den

tegenwoordigen tijd de naam "Bulgarije" aan die streek verbleven.

De Finsche Bulgaren aan den Balkan hebben een ander lot gehad, dan

hunne in Hongarije binnengetrokken broeders, de Magyaren. Terwijl deze

midden onder de Slawen tot op onze dagen als een eigendommelijk volk

zijn blijven bestaan, verloren zich de Bulgaren langzamerhand onder

hunne Slawische onderdanen. Zij namen de taal, de levenswijze en ook

de Grieksch-christelijke godsdienst der Slawen aan en veranderden

zich allengs in Slawen. Dit geschiedde in de 8ste en 9de eeuw. Niets

bleef van hen overig, dan de Finsche naam "Bulgaren," die de eens aan

het groote rijk hunner Chans, ten zuiden van den Donau onderworpene

Slawenstammen, als hun algemeenen nationalen-naam hadden aangenomen,

zooals op gelijke wijze, de oude Galliërs den Germaanschen naam

van Franschen, van hunne in hunne nationaliteit opgegane gebieders,

de Franken, aannamen.

Sedert de 10de eeuw herinnert slechts weinig bij de Bulgaren aan

de Finnen en Tartaren, veeleer schijnen zij in zeden en gewoonten

werkelijke Slawen, alleen hunne taal toont in bouw en syntaxis nog

eenige Tartaarsche sporen. Even als de Tartaren scheren zij zich

het hoofd, en even als dezen laten zij op den schedel een langen

haarbos staan. De Bulgaarsche Slawen beroemen er zich op, onder alle

Slawen de eersten geweest te zijn, die het Christendom aannamen, eene

schrijftaal en literatuur ontwikkelden. Zonder twijfel hebben zij

dit voorrecht te danken aan hunne nabuurschap met Constantinopel. De

bijbel werd het eerst van alle Slawische dialecten in het Bulgaarsch

vertaald. Het oud-Bulgaarsch, waarvan het nieuw-Bulgaarsch eenigzins

afwijkt, had de eer de heilige kerktaal der Russen en van alle andere

niet-Katholieke Slawen te worden.

Het schijnt echter, dat met de oplossing van het krachtige,

vreemde, Tartaarsch-Finsche element, met het Slawisch worden van

den Bulgaarschen adel en der Koningen, en met de aanneming van het

christendom, ook de wilde energie van het volk verdween. Wel bestond

het oude Bulgaarsche Koningrijk te Tirnowo in Moesië, binnen beperkte

grenzen nog eenige eeuwen lang; wel voerde het nog menigen oorlog

met de Byzantijnen, de Serben en andere naburen, maar het grootste

gedeelte der Slawische Bulgaren waren aan deze naburen onderworpen, en

eindelijk werd het na de 15de eeuw een gemakkelijke buit der Osmanische

Turken. Van alle Europeanen hebben de Bulgaren het juk der Turken het

langst gedragen, en sinds het zooeven opgegeven tijdpunt zijn zij,

betrekkelijk, de trouwste of liever de geduldigste onderdanen der

Turken geweest, wien zij nimmer zooveel last berokkend hebben, als de

stoutmoedige Serviërs en hunne naburen de dappere Albaneezen. Nog meer

dan dezen zijn zij geheel aan de Turken onderworpen geworden. Onder

hen bestaan er geene zulke onafhankelijke berg-republieken, als die

der Montenegrijnen onder de Serviërs, als die der Mirditen (d.i. de

dappere mannen) en andere, onder de Albaneezen zijn. Alle Bulgaren zijn

over zoogenaamde "Spahiliks," dat wil zeggen leengoederen, verdeeld,

en zij verrichten heerendiensten voor en zijn cijnsplichtig aan den

Spahi, (den leenheer) die altijd een Turk is; aan wien zij dus even

onderworpen zijn als de Russische lijfeigene aan zijn edelman. Zij

maken in de door hen bezette landstreken de eigenlijke landbewoners

en arbeiders uit. Alle bebouwing van den grond en alle handenarbeid

wordt door hen verricht. De ploeg, de spade, de bijenkorf, de veestal,

de jaarmarkt zijn zaken, die zij boven alles liefhebben. Zij gaan,

evenals de Duitsche Holland-gangers, bij geheele scharen naar naburige

rijken of provinciën, om daar als daglooners het gras te maaien of

den oogst binnen te halen.

Geheel anders dan de oorlogzuchtige Serviërs en Albaneezen,

hebben de Bulgaren, sedert het te loor gaan van hun niet onroemrijk

verleden, met andere woorden sedert meer dan 500 jaren, het moorddadig

krijgsgewemel over hunnen rug laten rollen, zonder daaraan een actief

aandeel te nemen. Zij vreesden oorlog en strijd, en hunne soldaten

hebben zelden heldendaden verricht. Ja de trotsche Osmanli heeft hen

zelfs meermalen vol verachting van zijn leger, waarin Bosniërs en

Albaneezen de voornaamste plaats innamen, uitgesloten. De Bulgaren

hebben in den nieuweren tijd slechts nog ééne soort helden gehad,

hunne zoogenaamde Haiducken, hunne roovers, die ten allen tijde in

de bergen van den Balkan te vinden waren en zijn, maar wier aantal

in onrustige tijden, wanneer hunne vaderlandsliefde opgewekt werd,

dikwijls tot groote en gevaarlijke scharen aanwies.

Wanneer de Bulgaar de hem dikwijls door zijne Osmanische heeren

toegevoegde onbillijkheden niet langer verdragen kan; wanneer hem zijne

bruid ontvoerd, of zijn land en grond geroofd wordt; wanneer het hem,

zooals den Zwitser Melchtal, gebeurt, dat de een of andere brutale

machthebber, zijn vader het gezicht ontneemt of doodt; wanneer hij

zich in eene samenzwering ter bevrijding van het vaderland ingelaten,

of tegen de wetten zijner gebieders gezondigd heeft, dan zegt hij:

"ik word Haiduck!" met andere woorden, hij gaat naar de woeste en

afgelegene gedeelten van den Balkan, en leidt daar met gelijkgezinden,

de Turksche overheid trotseerende, een wild, vrij rooversleven. Uit

den schoot dezer patriotsche en oproerige Haiducken-vereenigingen

zijn somwijlen, als zij om zich henengrepen, als zij toevloed uit

invloedrijke familiën kregen, groote schokken voor het land ontstaan.

Zoowel onder Tartaarsche, Byzantynsche, als onder Turksche

heerschappij, onder den hardsten druk en onder eeuwenlange

kwellingen, hebben de Bulgaren hunne oorspronkelijke gewoonten,

hun Slawisch nationaal-karakter en hunne taal bewaard. Zij zijn,

zooals wij reeds zeiden, een wel vreedzaam maar taai volk, geduldig

maar volhardend, gedwee maar arbeidzaam. Overal waar zij komen,

b.v. ook in Zuid-Rusland, dat sedert de tijden van Catherina vele

duizende Bulgaarsche landverhuizers ontving, genieten zij den roep,

uitstekende landbouwers en spaarzame huisvaders te zijn, die somwijlen

niet minder werkzaam en vlijtig zijn dan de Duitsche kolonist. In

Rusland kan men het best opmerken, hoezeer zij in taal en zeden op

de Russen gelijken, hoewel zij in politieken zin niet altijd met den

grooten Czar sympathiseeren.

De woonplaatsen, dorpen en huizen, die de Bulgaren aan beide

hellingen van den, met bosschen wilde kersen-, pruimen- en andere

boomen bedekten, Balkan en van het Rhodope-gebergte, ja! in alle

bergen en dalen tot aan den voet van den Olympus, tot aan de grenzen

van Thessalië gebouwd hebben, gelijken in hooge mate op die der

Klein-Russen en Kozakken in zuidelijk Rusland. Even als daar hebben

ook zij hunne woningen half in den grond ingegraven, terwijl die

voor het overige uit leem, riet en vlechtwerk bestaan. Even als de

Kozak, bouwt ook de Bulgaar een aparten stal voor zijne paardjes,

een anderen voor zijne ossen, een anderen voor de schapen of geiten,

kippen of honden. En het geheel van zulk eene boeren-hofstede ziet

er uit als eene bonte verzameling korven van wilgentakken gevlochten,

verschillend in grootte en vorm.

Binnen deze woon- en huishoudingkorven houden zij overigens op hunne

wijze alles zeer netjes; op hunne akkers en in hunne tuinen maken zij

van ieder hoekje gebruik, om het te bebouwen en ieder plekje van eene

vruchtdragende plant te voorzien.

Even als de Russen en schier alle Slawen, trachten ook de Bulgaren

hun dikwijls treurig bestaan door gezang op te vroolijken. 's Morgens

vroeg als zij uitgaan, en 's avonds laat wanneer zij bij troepen van

het veld terugkeeren, zingen de mannen en vrouwen hunne melancholische,

eentoonige liederen, die ver over de velden klinken en dikwijls den

nacht met zwaarmoedige klanken vervullen. Ook aan het hoofd hunner

kudden, die hunne melodiën volgen, trekken zij met gezang uit. Het

instrument, waarmede zij hunne liederen accompagneeren, schijnt eene

navolging te zijn van de fluit, waarop de herders van Theokrites

bliezen. De oude Grieksche dubbel-tibia is bij de Bulgaren, zooals

ook bij de Zuidelijke-Slawen nog van dezelfde antieke gedaante. Men

beleeft in het binnenste der door hen bewoonde dalen, vlakten en

heuvelen, momenten en tooneelen, die aan het leven der herders en

herderinnen van Arkadië herinneren.

Een der merkwaardigste onder hunne antieke, nog nu bestaande gewoonten,

is de zoogenaamde "Probatimstwo" (de verbroedering). Evenals de oude

Thraciërs, bij wie reeds de Grieken deze gewoonte vonden, en van

wie de Bulgaren haar waarschijnlijk overnamen, nemen zij meermalen

een geliefd persoon als broeder of zuster aan. Een priester zegent

deze verbintenis, even als het huwelijk, in. Aan de beide vrienden

wordt daarbij, boven het graf hunner ouders, een krans op het hoofd

gezet. Zij geven elkander vervolgens den broederkus en zijn nu als

"Probatim" (bonds-broeders) voor het leven in geluk en ongeluk

aan elkander verbonden. Somwijlen verbinden zich op dezelfde wijze

geheele familiën. Deze schoone gewoonte is echter niet uitsluitend

Bulgaarsch. Men vindt ze ook bij andere Zuidelijke-Slawen.

De Bulgaarsche vrouwen behooren tot de schoonste van Turkije. Zij zijn

van eene hooge, goedgevormde, krachtige en toch uiterst fijne gestalte,

die men dikwijls, wanneer zij met golvend, met frissche bloemen

versierd haar voorbij zweven, met bewondering in dit barbaren-land

ziet. Meer dan eens is, wanneer door een Osmanli zulk eene Bulgaarsche

Helena ontvoerd werd, het geheele land in rep en roer gekomen, evenals

Griekenland toen de echtgenoote van Menelaus geroofd werd, en zijn

dien tengevolge gebeurtenissen voorgevallen, die men als eene herhaling

in het klein van den Trojaanschen oorlog zou kunnen beschouwen.

Van de mythe van Orpheus, die 1250 jaren vóór de geboorte van Christus

de dieren des wouds betooverde, en ook van meer andere dergelijke

poëtische sagen, die de Grieken bij de oude Thraciërs putten,

kan men ook onder de hedendaagsche Bulgaren sporen vinden, en tot

zulke idyllische genrebeelden als die welke Homerus en Theokrites

ons schilderen, hadden ook de Bulgaarsche dorpstooneelen aanleiding

kunnen geven, als de dagelijksche voorvallen in het land der Prinses

Nausica of onder de Sikelische herders.

Een Duitsch geleerde heeft, zooals bekend is, onze Philhellenen op

eene wreede wijze uit den droom gewekt, doordien hij hun trachtte te

bewijzen, dat de tegenwoordige Grieken geene nakomelingen der oude

Hellenen, maar hoofdzakelijk slechts Slawen waren. Wanneer men echter

in het Slawisch-Bulgarije, dingen als de bovengenoemde waarneemt, zou

men haast omgekeerd gelooven, dat zelfs de andere genoemde Slawen nog

dezelfde antieke en onveranderde tijdgenooten van Homerus zijn. Het

schijnt zelfs, dat deze oude zanger dezelfde menschen onder andere

namen voor zich gehad heeft. Is dit wellicht niet anders dan een

schijn, zoo vindt men toch in Thracië, zooals in het algemeen in iedere

andere aardstreek, zekeren geest, niet een volks- maar een landsgeest,

die zich daar zoo inheemsch gemaakt heeft, dat hij alle stammen,

die zijn land binnentrekken, aangrijpt en met zich eenvormig maakt.

Ook in de groote steden, die in het land aangetroffen werden, in

Sophia, Varna, Philippopolis enz, zijn de Bulgaren ingedrongen,

ofschoon zij daarin niet zoo den boventoon kregen als op het platte

land, waar zij _alles_ overstroomden. Geen dezer steden hebben zij

zelven gebouwd. Het zijn overoude Grieksche en Romeinsche stichtingen,

die in de algemeene Slawen-overstrooming als staan-geblevene boomen

uitsteken, en waarin de kern nog heden Grieksche burgers en nevens

hen Joden en Armeniërs zijn, terwijl als hoofd over allen een Turksch

Pascha met zijne Spahis en Trawanten staat. Zelfs in de steden,

die zooals Adrianopel en Gallipoli reeds geheel in het Grieksche

bevolkings-gebied liggen, zijn de marktkramer, de daglooner en

de mindere man Bulgaren. En zelfs Constantinopel heeft eene zeer

aanzienlijke Slawisch-Bulgaarsche bevolking.

Hier in Constantinopel was natuurlijk van ouds her, even als voor alle

volken van het groote Grieksch-Illyrische schier-eiland, zoo ook voor

de Zuidelijke-Slawen, een ruim veld ter verkrijging van rijkdommen,

invloed en macht. Vele Slawen werden hier tot den Islam bekeerd en

klommen dan dikwijls als renegaten tot hooge waardigheden op. Eenige

der in de geschiedenis der Osmanen uitstekendste ministers of

Groot-Vizieren, waren van Slawischen oorsprong, zoo b.v. Chosrew-Pascha

onder Murad IV, zoo ook de machtige Mehemed Sokolis, die als een arme

Bulgaarsche Slawe naar Stamboel gesleept, en vervolgens in den dienst

getrokken werd, wiens steun hij worden zou.

Ja, reeds ten tijde der Byzantynsche Keizers hebben zich niet

zelden zulke Slawen, van slaven of gewone soldaten, tot gekroonde

souvereinen opgewerkt. Meer dan één beroemd Oost-Romeinsch Keizer

was van Slawisch-Bulgaarsch bloed. Ook Belisarius, de gevierde held

en veldheer van Justinianus, schijnt, naar zijne geboorte en naam

te oordeelen, een echte Slawe geweest te zijn. Nog nu weet ieder de

beteekenis van het woord "Belisarius" (Beloi Czar = de witte Vorst.)

Even als naar Rusland, zoo zijn ook vele Bulgaren bij verschillende

gelegenheden naar Hongarije getrokken, en eindelijk zijn, van

Constantinopel uit, de Bulgaren ook somwijlen bij honderdduizenden

naar Klein-Azië overgeplant geworden. Maar hier, in een overzicht

over Europa, hebben wij hunne lotgevallen dáár niet te volgen.

Geschiedenis der Europeesche Volken · 第 10 / 62 题