HOOFDSTUK XXVIII.

Zeden en toestanden in de 19e eeuw.—Belangrijke Waterwerken.—De

Overstrooming van 1861.

De 19e eeuw is in vele opzichten een eeuw van verlichting en vooruitgang

geweest. In het begin dier eeuw waren de steden nog vestingen. Ze waren

door grachten, wallen en muren omringd. Wilde men er binnen komen, dan

moest men eene brug over en eene poort door gaan. De voornaamste straten

werden des avonds door lantaarns die aan dwars over de straten gespannen

touwen waren opgehangen, slechts spaarzaam verlicht. De achterbuurten

moesten dit voorrecht geheel missen.

Van de meeste steden zijn thans de wallen geslecht en in sierlijke

plantsoenen herschapen. De muren zijn afgebroken en zelfs vele grachten

gedempt. De straten worden des avonds door gaslantaarns helder verlicht.

Meer en meer treft men zelfs electrische verlichting aan.

Ook in de huizen is veel veranderd. In plaats van het haardvuur van

vroeger, vindt men er nu overal kachels, waarin men steenkolen, cokes,

en turf stookt. Gebruikte men eerst steenen kachels, thans zijn ze alle

van ijzer. De woningen worden niet meer door kandelaars met brandende

vetkaarsen of door walmende met raapolie gevulde tuitlampjes verlicht,

maar door gas- of petroleumlampen, of hebben zelfs electrische

verlichting.

In het begin der 19e eeuw waren de dilligence of postwagen en de

trekschuit de meest gebruikte vervoermiddelen. De dilligence was een

groote koets, waarvan de wagenbak niet op veeren, maar op sterke riemen

rustte. Bovenop werden gewoonlijk de pakken en kisten der reizigers

geladen. De trekschuiten gingen geregeld van de eene plaats naar de

andere en werden door een paard getrokken.

[Illustratie: DE EERSTE STOOMBOOT OP HET Y VOOR AMSTERDAM.]

De postwagen vervoerde niet alleen brieven, maar nam ook wel personen en

goederen mee. Voorop zat de postiljon, die op zijn horen blies, als de

wagen voor het kantoor van den postmeester moest stilhouden. Postzegels

werden nog niet gebruikt. Wie een brief ontving, moest er steeds vracht

voor betalen. De postmeester ontving een vast salaris. Hij moest de

gelden, voor het brievenvervoer gebeurd, in 's rijks kas storten.

Onder Koning Willem I werden straat- en grintwegen aangelegd. Klei-,

zand- en veenwegen, die bij regenachtig weer erg modderig waren,

verbonden echter verreweg de meeste plaatsen.

In het begin der 19e eeuw droeg men nog veel kleeren van eigen geweefde

wollen of linnen stoffen. Het degelijke duffel of laken was als

kleedingsstof zeer in eere. In de meeste huizen vond men een spinnewiel,

waarmee in den wintertijd de wol der schapen of de draden van het door

de landlieden zelf verbouwde vlas tot garen werden verwerkt. De winkels

in de steden waren nog niet versierd met hooge en breede spiegelruiten.

Waterleidingen zoowel als watertorens waren nog onbekend.

Een verblijdend verschijnsel is het aantal uitvindingen, vooral op het

gebied van stoom en electriciteit in de 19e eeuw. In 1824 verscheen

de eerste stoomboot voor Amsterdam en nu doorkruisen vele honderden

zulke booten de binnenwateren en de snel in aantal toenemende kanalen

van ons land. In 1839 reed de eerste spoortrein van Amsterdam naar

Haarlem; nu is ons land met een uitgebreid net van spoorwegen overdekt en

reusachtige spoorbruggen gebouwd. Hierdoor en door goedkoope tramlijnen

is het mogelijk geworden, uit alle plaatsen van eenig belang in ons land

op éénen dag, b.v. naar Amsterdam en Utrecht te reizen.

[Illustratie: DILLIGENCE VAN DEN HAAG NAAR ROTTERDAM IN 1813.]

Ook het postwezen heeft in de laatste jaren een hooge vlucht genomen.

In 1870 werd het uniformport ingevoerd en van toen af is door de

invoering van postzegels, briefkaarten, postpakketten en postspaarbanken

de post een ware zegen voor ons volk geworden. In 1851 werd de

Rijkstelegraafdienst ingesteld en nu kan een ieder voor weinige centen

in enkele oogenblikken door het geheele land berichten verzonden

krijgen.

Tal van machines zijn uitgevonden, waardoor men veel sneller en vaak

veel netter kan werken dan weleer. Wat vroeger door menschenhanden werd

verricht, en heel veel, dat men toen niet kon doen, wordt thans door

middel van machines uitgevoerd. Sedert de stoom in gebruik gekomen is,

zijn in vele steden fabrieken gebouwd. Vooral Twente en de Meyery van

den Bosch in N. Brabant zijn fabrieksdistricten.

Door de telefoondraden zijn vele huizen en de steden met elkander

verbonden. Daardoor is het mogelijk, dat menschen, die ver van elkander

af wonen, in hunne woningen met elkander spreken.

De zware omnibussen van vroeger zijn meestal alle door de trams en

auto's verdrongen. En het rijwiel of de fiets doet meer en meer als

vervoermiddel dienst. Zelfs de vliegmachine en het luchtschip worden

middelen van vervoer.

Wat den landbouw betreft, de landbouwers en veehouders brengen meest

hun melk naar zuivelfabrieken, waar men door middel van machines op

uitnemende wijze boter en kaas uit de melk weet te halen. En waar men

vroeger alleen stalmest en straatvuil voor bemesting bezigde, daar koopt

men tegenwoordig vele balen kunstmest aan, om die over het land te

strooien.

[Illustratie: OPENING VAN DE EERSTE HOLLANDSCHE IJZEREN SPOORWEG 20

SEPT. 1839.]

Werd van 1848 tot 1853 het Haarlemmermeer drooggemaakt, waardoor 15.000

H.A. grond op de golven werd veroverd, van 1863 tot 1876 is het IJ voor

Amsterdam vervangen door een kanaal, dwars door de duinen heen, met

zeesluizen, havenhoofden en lichttorens ver in zee, waardoor de zwaarst

beladen Oceaanbooten, die 9 Meter diepgang hebben, aan de Handelskade

te Amsterdam kunnen komen. Zoo ook is een nieuwe waterweg door den

Hoek van Holland naar Rotterdam gegraven, en Vlissingen tot een haven

gemaakt voor het wereldverkeer. De droogmaking van de Zuiderzee behoort

niet meer tot de onmogelijkheden. In 1883 werd te Amsterdam eene

wereldtentoonstelling gehouden, zooals er voor dien tijd nog slechts

te Londen, Parijs, Weenen en Philadelphia gehouden waren.

Bij dit alles verkeerde ons land in een gunstigen toestand. Door een

verstandig en zuinig beheer werd er sedert vele jaren veel meer door

de schatkist ontvangen, dan de uitgaven bedroegen, waardoor er zooveel

van 's Rijks schulden kon worden afgelost, dat wij in 1860 jaarlijks 9

millioen gulden minder rente behoefden te betalen dan tijdens de leening

van Van Hall in 1844.

Toch troffen ook rampen ons land. Pas was 1861 aangevangen, of de

treurmare werd vernomen, dat ten gevolge van zwaren ijsgang een

geweldige overstrooming in het land tusschen Maas en Waal, evenals in

den Bommelerwaard geheele dorpen en velden als in een zee veranderd had,

waardoor duizenden menschen huis en have ontvluchtten en op de daken

en hooge gebouwen of elders een veilige toevlucht zoeken moesten. Tot

overmaat van ramp had dit plaats gedurende een fellen vorst in het

midden der maand Januari, waardoor de ongelukkigen verkleumd van koude

en gekweld door den honger, niet dan een akeligen dood voor oogen

hadden, te meer, daar de vloed door de van boven telkens aandrijvende

ijsschotsen gestadig klom.

[Illustratie: HET EERSTE RIJWIEL.]

Was de nood groot, niet minder groot was de algemeene deelneming. Koning

Willem III was één der eersten, die zich naar de plaats des onheils

begaf. Overal nam hij de doeltreffendste maatregelen, om de ongelukkigen

te redden en een veilig dak te bezorgen. Veertien dagen bracht Z. M.

onder rustelooze inspanning en verachting van zijn eigen leven onder

deze ongelukkigen door en rustte niet, voor dat allen huisvesting en

doelmatige verzorging gevonden hadden. Toen eerst verliet de Koning

een oord vanwaar hem dankbare zegenbeden eener geredde menigte naar

de residentie volgden. Als in triumf werd de vorst te 's-Gravenhage

ingehaald. Ja, de geestdrift van het volk was wellicht grooter en

inniger, dan dat de vorst uit een beslissenden veldslag als overwinnaar

ware wedergekeerd.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 38 / 39 题