HOOFDSTUK XXIX.

Dood van Koning Willem III.—Regentschap van Koningin

Emma.—Expeditie naar Lombok.—Troonsbestijging en huwelijk

van Koningin Wilhelmina.—Geboorte van prinses Juliana.

Koning Willem III heeft ruim 40 jaar mogen regeeren. Zondag 23 Nov. 1890

overleed hij op het paleis het Loo. In Juni 1839 was hij gehuwd met

prinses Sophia Mathilde Wilhelmina van Wurtemburg, die den 3 Juni 1877

stierf. Nog meermalen zou de vorst in rouw worden gedompeld. Zoo moest

hij in 1879 door den dood verliezen zijn broeder prins Hendrik en zijn

oudsten zoon, onzen Kroonprins Willem; in 1881 zijn oom, prins Frederik

en in 1884 zijn laatsten zoon, prins Alexander. Zoo was dan Willem III

eindelijk de eenige, de laatste mannelijke spruit van 't oude Huis

Oranje-Nassau. Hoe droef moet het hem bij die gedachte te moede zijn

geweest. Gelukkig schonk de Heere God hem een rijke vertroosting in

zijn tweede gemalin, prinses Adelheid Emma Wilhelmina Theresia van

Waldeck-Pyrmont, met wie hij den 7 Jan. 1879 in het huwelijk trad. Uit

dit huwelijk werd hem den 31 Aug. 1880 eene dochter geboren, prinses

Wilhelmina Helena Maria Paulina. „En eerlang werd zij gedoopt in den

naam des Drieëenigen Gods. Ook aan haar werden beteekend en verzegeld

al de beloften van het verbond der genade, welke de God des verbonds

schenkt aan arme zondaars en zondaressen, om 't even, of zij in een

paleis wonen of in een krot.” Slechts een tiental jaren mocht het kleine

prinsesje zich in haar vader verheugen. Willem III toch overleed, gelijk

wij zeiden, den 23 Nov. 1890 en werd te Delft begraven. En de grijze

hofprediker Van Koetsveld mocht met recht bij de geopende groeve

spreken: „Zoo is dan ons Koningshuis uitgestorven, maar Gode zij dank,

niet geheel! Wat in een hoogeren zin de profeet van Davids huis zeide:

„Een rijske zal voortkomen uit den afgehouwen tronk en een scheut uit

zijne wortelen zal vrucht dragen,” is ook op ons vorstenhuis van

toepassing.

[Illustratie: H. M. KONINGIN EMMA.]

„Ons blijft de jeugdige Koningin, als prinses reeds de oogappel van ons

volk, dat nu met dubbelen nadruk bidt: „O God, bescherm, bewaar en leid

haar aan de hand eener vrome en wijze moeder; dat eens de spruit een

boom worde als vroeger.””

Willem III werd opgevolgd door zijne dochter, Koningin Wilhelmina, onder

regentschap van hare moeder, Koningin Emma. Het regentschap duurde acht

jaren en was voor Nederland een tijd van vrede en welvaart. In 1894 was

echter eene expeditie naar Lombok noodzakelijk, om de Sassaks tegen de

Baliërs te beschermen. Op dat eiland werden onze troepen door de Baliërs

verraderlijk overvallen, waarbij Generaal Van Ham en vele anderen

sneuvelden. Generaal Vetter wist evenwel dit verraad streng te straffen

en de Baliërs voor goed te onderwerpen.

God bekwaamde de Regentes en sterkte haar voor haar moeilijke taak en

nam de jeugdige Koningin in Zijn heilige hoede en bescherming. Den 31

Aug. 1898 werd Wilhelmina 18 jaren en was dus meerderjarig. Den 6

Sept. daaraanvolgende werd ze in de Nieuwe Kerk te Amsterdam plechtig

ingehuldigd en nam ze zelf de teugels van 't bewind in handen. Met den

dichter is het onze bede:

„In gouden lett'ren zij 't geschreven,

Bevestigd door des Heeren hand,

Lang, lang moge _Wilhelmina_ leven

Tot heil van 't lieve Vaderland.”

[Illustratie: HET KONINKLIJK GEZIN.]

En het lied van Da Costa, eenigszins gewijzigd, herhalen wij:

„Heer behoud toch Wilhelmina!

Schenk haar Uw gerechtigheid!

Geef haar koningskracht in zachtheid,

Bij oprechtheid wijs beleid!

Overstort haar hoofd met zegen,

In de vreeze van Uw Naam!

Onder haar regeering blijve

Tot aan 't uiterste der aard,

't Plekje gronds bevoorrecht heeten,

Steeds zoo wondervol bewaard;

Bloeie wijsheid, kennis, godsvrucht,

Die door liefde recht en plicht,

De eerplaats heilige der grooten,

En der mindren last verlicht.”

Den 7 Febr. 1901 trad Koningin Wilhelmina in het huwelijk met

Hertog Hendrik Wladimir Albrecht Ernst van Mecklenburg Schwerin. De

Prins-Gemaal, thans Prins Hendrik der Nederlanden geheeten, werd den

19 April 1876 geboren en deed met H. M. de Koningin den 5 Maart 1901

zijn plechtigen intocht in Amsterdam. Het vorstelijk paar werd er met

geestdrift ontvangen en allerwege toegejuicht.

Dat God hun huw'lijk krone

Met ongestoord geluk:

Dat Hij zijn liefde toone

Hen hoed' voor leed en druk.

Welnu God kroonde het huwelijk van het vorstelijk paar met overgroot

geluk, toen het den 30 April 1909 werd verblijd met de geboorte van

prinses Juliana. Niet slechts in het koninklijk paleis werd hierover

gejubeld, maar door geheel het land en spontaan gaf het volk zijn

blijdschap te kennen over de geboorte van het vorstelijk kind.

=Voor uitdeelingen= hebben wij den prijs van dit

werk nog aanmerkelijk verlaagd, n.l. bij 50 ex.

à 40 cts., 100 ex. à 35 cts., 250 ex. à 30 cts.,

500 ex. à 27½ cts., 1000 ex. à 25 cts.

[Decoratieve illustratie]

Aan H.H. Secretarissen van Feestcomité's zenden

wij gaarne een exemplaar ter kennismaking.

+---------------------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: bezoek aan Amsterdam. Hij moet wachten |

| C: bezoek aan Amsterdam.—Hij moet wachten |

| B: vuilnisman.—Generaal Krayenhof bij hem |

| C: vuilnisman.—Generaal Krayenhoff bij hem |

| B: en Schindler.)—Generaal Chassé |

| C: en Schindler.—Generaal Chassé |

| B: Oranje.—De zoon van Willem V bij Lutzen.— |

| C: Oranje.)—De zoon van Willem V bij Lützen.— |

| B: Limburg Stirum en Van der Duin van |

| C: Limburg Styrum en Van der Duyn van |

| B: XI Barend Ponstijn en Anton Reinard |

| C: XI. Barend Ponstijn en Anton Reinhard |

| B: te Amsterdam.—Krayenhof, Gouverneur van |

| C: te Amsterdam.—Krayenhoff, Gouverneur van |

| B: XIV. Fagel en Perponcher naar Londen.—De |

| C: XIV. Fagel en de Perponcher naar Londen.—De |

| B: Den Helder (Verhuell). Deventer, |

| C: Den Helder (Verhuell), Deventer, |

| B: strijd om Bergcn op Zoom en |

| C: strijd om Bergen op Zoom en |

| B: Koning Willem III—Onze Koloniën. |

| C: Koning Willem III.—Onze Koloniën. |

| B: naar Lombok. Troonsbestijging |

| C: naar Lombok.—Troonsbestijging |

| B: Generaal Krayenhof, onder Koning |

| C: Generaal Krayenhoff, onder Koning |

| B: gestaakt, terwijl Krayenhof zijn |

| C: gestaakt, terwijl Krayenhoff zijn |

| B: Fansche vertaling. In alle scholen |

| C: Fransche vertaling. In alle scholen |

| B: Maar de dag des jammers kwam |

| C: Maar de dag des jammers kwam. |

| B: of Hollands luister raakt. |

| C: of Hollands luister raakt.” |

| B: van 't voorgeslacht bezingen. |

| C: van 't voorgeslacht bezingen.” |

| B: den Rijn in zijn boven en middenloop |

| C: den Rijn in zijn boven- en middenloop |

| B: „_Bataven_” door „_Grieken_” „_De |

| C: „_Bataven_” door „_Grieken_”, „_De |

| B: Krayenhof bij hem op audientie.—Hoe |

| C: Krayenhoff bij hem op :audiëntie.—Hoe |

| B: ook generaal Krayenhof den Keizer te |

| C: ook generaal Krayenhoff den Keizer te |

| B: Krayenhof had in 1810 Neerlands |

| C: Krayenhoff had in 1810 Neerlands |

| B: Mijnheer Krayenhof, die Amsterdam hadt |

| C: Mijnheer Krayenhoff, die Amsterdam hadt |

| B: verdedigen. Krayenhof ontvouwde nu |

| C: verdedigen. Krayenhoff ontvouwde nu |

| B: er van moest erkennen, herstelde Krayenhof |

| C: er van moest erkennen, herstelde Krayenhoff |

| B: ik ben te midden mijner kinderen!” |

| C: ik ben te midden mijner kinderen!”” |

| B: nu hij op zijn teruggtocht er wederkwam, |

| C: nu hij op zijn terugtocht er wederkwam, |

| B: ruiters aangevallen Door zich telkens |

| C: ruiters aangevallen. Door zich telkens |

| B: nog een enkel peleton over onder bevel |

| C: nog een enkel peloton over onder bevel |

| B: rukte Benthein de brug los en een |

| C: rukte Benthien de brug los en een |

| B: mee, om egen de verbonden mogendheden |

| C: mee, om tegen de verbonden mogendheden |

| B: en den 6 Sept. hij Dennewitz verslagen. |

| C: en den 6 Sept. bij Dennewitz verslagen. |

| B: van ons land; elfs had hij aan Rutger |

| C: van ons land; zelfs had hij aan Rutger |

| B: Maasdam. Leopold, Graaf van Limburg |

| C: Maasdam, Leopold, Graaf van Limburg |

| B: J van Oldenbarneveld (Witte |

| C: J. van Oldenbarneveld (Witte |

| B: L. GRAAF VAN LIMBURG STIRUM. |

| C: L. GRAAF VAN LIMBURG STYRUM. |

| B: Burgemeester Slichter, een vurig |

| C: Burgemeester Slicher, een vurig |

| B: Reunie niet aannemen. Nadat hij zich |

| C: Reünie niet aannemen. Nadat hij zich |

| B: achtergebleven Fransche ambtenarenaan, de |

| C: achtergebleven Fransche ambtenaren aan, de |

| B: P. P. Charle, W. Boreel, Mr. C. van der |

| C: P. P. Charlé, W. Boreel, Mr. C. van der |

| B: door Van der Duin van Maasdam, Repelaer |

| C: door Van der Duyn van Maasdam, Repelaer |

| B: ambten weder aanvaarden. De Oranjevlag |

| C: ambten weder aanvaardden. De Oranjevlag |

| B: VAN HOGENDORP, VAN DER DUIN VAN |

| C: VAN HOGENDORP, VAN DER DUYN VAN |

| B: J. A. CHANQUION, DE GRAAF VAN LIMBURG STIRUM |

| C: F. D. CHANGUION, DE GRAAF VAN LIMBURG STYRUM |

| B: optreden. Van der Duijn van Maasdam |

| C: optreden. Van der Duyn van Maasdam |

| B: afdeeling onder Sweerts de Landas te Rotterdam |

| C: afdeeling onder Sweertz de Landas te Rotterdam |

| B: te Amsterdam.—Krayenhof, Gouverneur van |

| C: te Amsterdam.—Krayenhoff, Gouverneur van |

| B: Lapupkin om hulp voor de omwenteling |

| C: Lapupkin, om hulp voor de omwenteling |

| B: wapperen. Krayenhof, die voor 19 jaar |

| C: wapperen. Krayenhoff, die voor 19 jaar |

| B: Mogendheden beöogden, zoodat hij |

| C: Mogendheden beoogden, zoodat hij |

| B: hoofdkwartier der Geällieerden te |

| C: hoofdkwartier der Gealliëerden te |

| B: de Geällieerden de stad te bestormen |

| C: de Gealliëerden de stad te bestormen |

| B: Kapitien der Etrangers, voor de |

| C: Kapitein der Etrangers, voor de |

| B: Heenemans moest Den Briel verlaten, |

| C: Heeneman moest Den Briel verlaten, |

| B: van den Pruisischen Generaal Blucher aan |

| C: van den Pruisischen Generaal Blücher aan |

| B: VAN DEN PRINS TE SCHEVENINGEN |

| C: VAN DEN PRINS TE SCHEVENINGEN. |

| B: wilde reeds den 31 Nov. naar |

| C: wilde reeds den 30 Nov. naar |

| B: nu de Prins, Lord Chancarty, Von |

| C: nu de Prins, Lord Clancarty, Von |

| B: doch moest metdezen spoedig ons land |

| C: doch moest met dezen spoedig ons land |

| B: te gaan vormde Krayenhof eene afdeeling |

| C: te gaan vormde Krayenhoff eene afdeeling |

| B: hun onderhoud ontslagen te zijn, |

| C: hun onderhoud ontslagen te zijn. |

| B: koel en overschillig, vernam |

| C: koel en onverschillig, vernam |

| B: en Gorichem aan de Franschen |

| C: en Gorinchem aan de Franschen |

| B: Vorst opgedragen In plaats der Departementen |

| C: Vorst opgedragen. In plaats der Departementen |

| B: Gealliëerden onder Blucher en Schwartzenberg |

| C: Gealliëerden onder Blücher en Schwartzenberg |

| B: te komen Daar de belasting minder |

| C: te komen. Daar de belasting minder |

| B: Bondgenooten over. Napeleons gemalin trok naar |

| C: Bondgenooten over. Napoleons gemalin trok naar |

| B: Maire van Butlinge werd van |

| C: Maire van Buttinge werd van |

| B: Tusschen-Bestuur van Wilem I, droeg het |

| C: Tusschen-Bestuur van Willem I, droeg het |

| B: den 15 Aug, aan genoemden Vorst |

| C: den 15 Aug. aan genoemden Vorst |

| B: worden, rukte Blucher met 117.000 |

| C: worden, rukte Blücher met 117.000 |

| B: Luik, Hoei, Clarleroi en Dinant. |

| C: Luik, Hoei, Charleroi en Dinant. |

| B: Gemappe, Enghien en Birche, |

| C: Gemappes, Enghien en Birche, |

| B: ruiterij. Generaal Collaers, bekend |

| C: ruiterij. Generaal Collaert, bekend |

| B: einde aldaar Blucher tegen te houden |

| C: einde aldaar Blücher tegen te houden |

| B: Blucher, zoodat doordringen daar |

| C: Blücher, zoodat doordringen daar |

| B: ontmoeting met Blucher had. Beide |

| C: ontmoeting met Blücher had. Beide |

| B: dat Blucher bij Ligny den Franschen |

| C: dat Blücher bij Ligny den Franschen |

| B: was—dat Blucher bij |

| C: was—dat Blücher bij |

| B: Wellington bericht, dat Blucher bij |

| C: Wellington bericht, dat Blücher bij |

| B: Hiervan zond hij Blucher bericht |

| C: Hiervan zond hij Blücher bericht |

| B: 70-jarige Blucher antwoordde, |

| C: 70-jarige Blücher antwoordde, |

| B: ontmoedigd, terwijl Blucher ons nu |

| C: ontmoedigd, terwijl Blücher ons nu |

| B: Smohain, de hoeven Papelate en |

| C: Smohain, de hoeven Papelotte en |

| B: Batterij van Byleveld, en twee Engelsche |

| C: Batterij van Bijleveld, en twee Engelsche |

| B: Blucher, dien hij verslagen |

| C: Blücher, dien hij verslagen |

| B: zich op een hoogte achter Le |

| C: zich op een hoogte achter La |

| B: Bij Hougoumon lag Kapitein Busgen |

| C: Bij Hougoumont lag Kapitein Busgen |

| B: beveiligen. Bijland met zijn Brigade |

| C: beveiligen. Bylandt met zijn Brigade |

| B: Zuylen, Van Byland en Westenberg |

| C: Zuylen, Van Bylandt en Westenberg |

| B: vertrouwende, dat Blucher zijn belofte |

| C: vertrouwende, dat Blücher zijn belofte |

| B: Ligny was Blucher naar Wavre |

| C: Ligny was Blücher naar Wavre |

| B: had, viel bovendien Blucher's achterhoede |

| C: had, viel bovendien Blücher's achterhoede |

| B: beschermen en een nieuwen aanva |

| C: beschermen en een nieuwen aanval |

| B: af te wachten. Blucher liet zich echter |

| C: af te wachten. Blücher liet zich echter |

| B: reserve van de Oude garde de Jonge |

| C: reserve van de Oude Garde de Jonge |

| B: maar _Blucher_, die naderde. |

| C: maar Blücher_, die naderde. |

| B: Blucher, het krijgsgewoel |

| C: Blücher, het krijgsgewoel |

| B: geweer liet Blucher zonder verwijl |

| C: geweer liet Blücher zonder verwijl |

| B: GEBHARD LIEBERECHT VON BLUCHER. |

| C: GEBHARD LEBERECHT VON BLÜCHER. |

| B: den slag Wellington en Blucher |

| C: den slag Wellington en Blücher |

| B: terug, terwijl Blucher te Gemappes |

| C: terug, terwijl Blücher te Gemappes |

| B: terwijl Blucher zou trachten die |

| C: terwijl Blücher zou trachten die |

| B: West-Vlaanderen, 8e Henegouwen, 9e. Holland, |

| C: West-Vlaanderen, 8e. Henegouwen, 9e. Holland, |

| B: Landvoogd Sir Stamford Rafles was niet |

| C: Landvoogd Sir Stamford Raffles was niet |

| B: De Algarijnsche zeeroovers |

| C: De Algerijnsche zeeroovers |

| B: Algarijnsche zeeschuimers zeer onveilig |

| C: Algerijnsche zeeschuimers zeer onveilig |

| B: onder bevel van lord Exmouth, vereenigd met |

| C: onder bevel van Lord Exmouth, vereenigd met |

| B: Vice-admiraal Van der Cappelen, wist den |

| C: Vice-admiraal Van der Capellen, wist den |

| B: beslag op onze schepen. De |

| C: beslag op onze schepen.—De |

| B: overen, het genoemde traktaat |

| C: overeen, het genoemde traktaat |

| B: Hall. Grondwetsherziening.—Thorbecke en |

| C: Hall.—Grondwetsherziening.—Thorbecke en |

| B: geest der eeuw, waar Da Casta |

| C: geest der eeuw, waar Da Costa |

| B: HOOFDSTUK XXVII |

| C: HOOFDSTUK XXVII. |

| B: weigerde aan onzen eisch: het |

| C: weigerde aan onzen eisch, het |

| B: Amsterdam en Utrecht reizen. |

| C: Amsterdam en Utrecht te reizen. |

| B: DILICENCE VAN DEN HAAG NAAR |

| C: DILLIGENCE VAN DEN HAAG NAAR |

| B: auto's verdongen. En het rijwiel |

| C: auto's verdrongen. En het rijwiel |

| B: landbouwers en veehouhouders brengen |

| C: landbouwers en veehouders brengen |

| B: Koning Koning Willem III.—Regentschap |

| C: Koning Willem III.—Regentschap |

| B: naar Lombok. Troonsbestijging en |

| C: naar Lombok.—Troonsbestijging en |

| B: boom worde als vroeger.” |

| C: boom worde als vroeger.”” |

| B: der mindren last verlicht. |

| C: der mindren last verlicht.” |

| B: Prins-Generaal, thans Prins Hendrik der |

| C: Prins-Gemaal, thans Prins Hendrik der |

| B: 500 ex. 27½ cts., 1000 ex. |

| C: 500 ex. à 27½ cts., 1000 ex. |

| |

+---------------------------------------------------------+

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 39 / 39 题