HOOFDSTUK XXV.

Frankrijk en Engeland leggen beslag op onze schepen.—De Franschen

bombardeeren Antwerpen's Citadel.—Willem I teekent in 1839 de 34

artikelen.—Het Reveil.

In Londen werd in dezen tijd een vergadering (Conferentie) van

gevolmachtigden der vijf groote mogendheden (Frankrijk, Engeland,

Rusland, Oostenrijk en Pruisen) gehouden. Deze bood thans een traktaat

van scheiding, bestaande uit 24 artikelen, aan, dat door België

aangenomen, doch door onzen Koning, evenals een vroeger uit 18 artikelen

bestaand traktaat, geweigerd werd. Toen Engeland en Frankrijk zagen,

dat onze Koning in zijne weigering bleef volharden, kwamen zij in 1832

overeen, het genoemde traktaat door dwangmiddelen ten uitvoer te leggen.

Dientengevolge werd, tegen alle recht, beslag (_embargo_) op onze

schepen gelegd, terwijl te gelijkertijd een Fransch leger van 70.000 man

in België rukte, om het kasteel bij Antwerpen in bezit te nemen. De

dappere Chassé bleef evenwel de overgave volstandig weigeren. En nu had

er gedurende 24 dagen een bombardement plaats, zooals er wellicht nooit

een aanschouwd werd. De Citadel was in de gedaante van een vijfhoek

voortreffelijk aangelegd. Eene afdeeling kanonneerbooten, onder Schout

bij nacht Koopman, belemmerde de Franschen aan de rivierzijde. Hoewel

steeds uit 14 batterijen een regen van kogels, bommen en houwitsers op

het kasteel neerplofte, waren de Franschen, die ten hoogste op 10

dagen wederstand gerekend hadden, na verloop van dien tijd nog niets

gevorderd. Eerst toen na 25 dagen beleg, van 30 Nov. tot 24 Dec., de

sterkte als tot een puinhoop was geschoten, de bomvrije gebouwen

vernield, de waterputten ingestort waren en een bres, 33 Meter breed, de

gracht had gevuld, bood Chassé de ontruiming aan. Omdat echter Gerard

ook nog de overgave van een paar andere forten eischte, waaraan Chassé

niet kon voldoen, moest de bezetting krijgsgevangen blijven. Koopman

verbrandde zijne vaartuigen liever, dan dat hij ze overgaf. Zulk een

standvastige moed boezemde zelfs den Franschen zoo groote hoogachting

voor onze krijgslieden in, dat zij die bij elke voorkomende gelegenheid

betuigden.

Na de vermeestering van de Citadel, welke den Franschen volgens hunne

eigene opgave 3700 dooden en 8000 gewonden gekost heeft, werd den 21

Mei 1833 te Londen eene overeenkomst getroffen, waarbij het embargo

opgeheven en onze krijgsgevangenen in Frankrijk vrijheid gegeven werd

naar hun vaderland terug te keeren, waar zij onder luide toejuichingen

verwelkomd werden. Ofschoon na deze laatste gebeurtenis alle

vijandelijkheden tusschen ons land en België een einde namen, bleven

echter de bestaande geschillen tot in 1839 voortduren, wanneer het

bovengenoemde tractaat van scheiding door Willem I aangenomen en de

vrede tusschen Nederland en België hersteld werd.

Door dezen strijd met België was ons land diep in schulden geraakt, die

2200 millioen gulden bedroegen, waarvan 40 millioen gulden rente betaald

moest worden.

[Illustratie: RUÏNE VAN DE KERK EN HET HUIS VAN CHASSÉ, IN DEN CITADEL

VAN ANTWERPEN.]

Ongeloof en revolutie kregen in dezen tijd hoe langer hoe meer invloed

op ons volk. Gelukkig werd er in ons vaderland een geestelijke opwekking

bespeurd, het _reveil_ geheeten en mochten wij onder ons volk vele

helden des geloofs zien optreden, als de dichters Bilderdijk en Da

Costa, verder Groen van Prinsterer, Capadose en zoo velen meer. Vol

geestdrift zong Da Costa:

„Zij zullen het niet hebben,

Ons oude Nederland!

Het bleef bij alle ellenden

Gods en der Vaad'ren pand!

Zij zullen het niet hebben,

De goden van den tijd!

Niet om hun erf te wezen,

Heeft God het ons bevrijd.

Met al hun schoone woorden,

Met al hun stout geschreeuw,

Zij zullen het niet hebben,

De Goden dezer eeuw.

Tenzij het woord des Zwijgers

Moedwillig werd verzaakt:

'k Heb met den Heer der Heeren

Een vast verbond gemaakt”.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 35 / 39 题