HOOFDSTUK XXII.

Het vereenigd Koninkrijk.—Wij krijgen onze koloniën terug.

Frankrijk, nu weder door de Mogendheden bezet, moest 700 millioen francs

oorlogsschatting betalen, waarvan 60 millioen francs aan Nederland kwam.

Bovendien moest Frankrijk de kosten dragen van het bezetten van 17

vestingen, die zijn grenzen bewaken moesten. Nederland kreeg de steden

Mariënburg en Philippeville en het Hertogdom Bouillon.

Door de overwinning bij Waterloo was er een nieuwe band gehecht

tusschen het Vorstenhuis van Oranje en de Nederlanders. De twee zonen

van Koning Willem I toch hadden zich bij Quatre Bras en Waterloo hoogst

verdienstelijk gemaakt en niet weinig er toe bijgedragen dat de zege

werd behaald. En ook de koning had getoond in de ure des gevaars

standvastig aan de zijde van zijn volk te staan en geen opofferingen

te groot te achten voor de veiligheid en vrijheid zijner onderdanen.

Daar het Weener Congres Nederland met België had vereenigd, moest de

Grondwet van 1814 gewijzigd en in overeenstemming met de behoeften

van het vereenigde Koninkrijk gebracht worden. Eene commissie voor

een deel uit Belgen bestaande, hield zich met deze herziening bezig.

Volgens deze herziene Grondwet zouden de Staten-Generaal uit twee Kamers

bestaan. De Eerste Kamer zou bestaan uit leden van de aanzienlijkste

en vermogendste klasse; de Tweede Kamer, waartoe Nederland en België

ieder 55 leden kozen, moest de burger- en volksklasse vertegenwoordigen.

De Koning behoefde niet meer den Hervormden godsdienst te belijden.

De zetel der regeering zou beurtelings Brussel en 's-Gravenhage zijn.

Om de 10 jaren zou er eene begrooting van de inkomsten en uitgaven

van den Staat voor de volgende 10 jaren worden gemaakt. Het Onderwijs

zou zich voortaan niet meer met de godsdienstige opleiding der jeugd

hebben te bemoeien. Er zou vrijheid van drukpers zijn. De Tweede Kamer

moest in het openbaar beraadslagen, opdat de kiezers, als lastgevers,

konden oordeelen, hoe hunne lasthebbers zich van hun taak kweten. De

regeering zou niet langer beschikking of inzage hebben met betrekking

der godsdienstige inrichtingen, ook niet van die gezindheden, welke

subsidie ontvangen.

In Nederland werd deze Grondwet door een dubbele vergadering der

Staten-Generaal met eenparige stemmen aangenomen; maar in België vond

zij, vooral bij de geestelijkheid, grooten tegenstand, omdat volgens

die Staatsregeling aan de Kerk niet den minsten invloed op den Staat

gegeven werd. Evenwel verklaarde de Koning, dat de wet was aangenomen;

waarop Willem I den 15 Sept. 1815 te Brussel plechtig als Koning werd

ingehuldigd.

Niettegenstaande die afkondiging bleven de bisschoppen in hun verzet

volharden. Zij gaven een manifest in 't licht, waarin zij den eed op de

nieuwe grondwet eene misdaad noemden, eene verklaring, welke door den

paus bekrachtigd werd.

Het Koninkrijk der Nederlanden, waarover Willem I nu den scepter

voerde, bestond thans uit 17 provinciën, n.l. 1e. Noord-Brabant,

2e. Zuid-Brabant, 3e. Limburg, 4e. Gelderland, 5e. Luik, 6e.

Oost-Vlaanderen, 7e. West-Vlaanderen, 8e. Henegouwen, 9e. Holland,

10e. Zeeland 11e. Namen, 12e. Antwerpen, 13e. Utrecht, 14e. Friesland,

15e. Overijsel, 16e. Groningen, 17e. Drente.

Het Groot-Hertogdom Luxemburg bleef zijne betrekking tot den Duitschen

Bond behouden, hoewel het zijne afgevaardigden zond naar onze

Staten-Generaal.

Volgens het tractaat van 1814 moesten de Engelschen ons binnen

zes maanden weer in het bezit stellen van onze O. en W. Indische

bezittingen, doch ten gevolge van het vernieuwde optreden van Napoleon

kon dit eerst in 1815 geschieden. Den 11 Nov. 1815 vertrok een smaldeel

onder bevel van den Vice-Admiraal Van Braan naar West-Indië met de

Gouverneurs aan boord van Suriname, Curaçao, St. Eustatius, Saba en

St. Martin. Zonder tegenstreven gaven de Engelschen ons hier onze

bezittingen terug.

Tot Gouverneur-Generaal over O.-Indië werd benoemd Van der Capellen, die

met de Commissarissen-Generaal Elout en Buyskes in het begin van 1816

daarheen trok. De Engelsche Landvoogd Sir Stamford Raffles was niet

gezind, zoo maar voetstoots ons onze O. Indische bezittingen terug te

geven. Hij zei, dat hij uit Londen daartoe geen bevelen ontvangen had.

Eindelijk kreeg hij die bevelen en kwam O. Indië weer aan ons. Onze

koloniën aldaar waren door het tyrannieke beheer van Daendels en door

het Engelsche stelsel er niet op vooruit gegaan. Wij namen evenwel dat

Engelsche stelsel toch over, natuurlijk met enkele wijzigingen. Na zes

jaren ontvingen wij aan grondbelasting in O. Indië alleen reeds meer dan

2.200.000 gld.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 32 / 39 题