HOOFDSTUK XXI.

De slag bij Waterloo.

Wellington sloeg zijn hoofdkwartier op te Waterloo, een dorp, gelegen

ten Zuiden van Brussel aan den uitgang van het bosch van Soniën. De weg

van Waterloo naar het gehucht Mont St. Jean is steeds hellend en heeft

ter halverwege een zijtak naar Nivelles. Ten Zuiden van Mont St. Jean

stond op een hoogte de herberg La Belle Alliance, ten Westen ligt het

stadje Braine-la-Leud en ten Oosten het dorpje Ohain. Twee belangrijke

punten in den slag bij Waterloo zijn het kasteel Goumont of Hougoumont,

bestaande uit een heerenhuis, hoeve en tuin, omringd door dikke muren,

waarnaast een boschje en een boomgaard, 1000 schreden van de stelling

van den rechtervleugel gelegen en de hoeve La Haye Sainte, rechts van

den straatweg gelegen en 500 schreden van den kruin der hoogte van Mont

St. Jean. Bij deze hoeve was een groentetuin en een boomgaard, beide aan

de zijde van den weg door een muur en aan de andere zijden door dichte

heggen begrensd.

Ten Oosten der herberg La Belle Alliance ligt in de laagte het dorp

Planchenoit. Tusschen genoemde herberg en de stelling van Mont St. Jean

ligt een terrein, dat ten Westen begrensd wordt door den rijweg naar

Nivelles, ten Oosten door het gehucht Smohain, de hoeven Papelotte en

La Haye en het kasteel Frichemont.

[Illustratie: SLAG BIJ WATERLOO, 18 JUNI 1815.]

De beide legers, die hier een strijd op leven en dood zouden beginnen,

waren ongeveer even talrijk, tusschen de 65.000 en 70.000 man sterk. Bij

Wellingtons leger waren 12000 à 13000 ruiters en 200 kanonnen, terwijl

Napoleon over 15000 ruiters en 246 kanonnen beschikte. Aan den slag

namen 18.000 Nederlanders deel, meest jonge, ongeoefende soldaten;

slechts enkelen hunner waren in den krijg geharde veteranen, die in

Duitschland en Spanje hadden gestreden.

De Prins van Oranje voerde bij Waterloo de eerste linie met 7 batterijen

aan. Met uitzondering van de ruiterij onder Collaert, die Nederlanders

waren, had de Prins enkel het bevel over vreemden. Wellington stelde 39

Bataljons in de eerste linie op den heuvelrug van Mont St. Jean, terwijl

de overige Bataljons in de tweede en derde linie achter die hoogte of

meer zijwaarts gelegerd waren. Lord Hill, die het bevel had over den

rechter vleugel, stond met vijf Bataljons rechts van den straatweg

naar Nivelles. Onder hem voerde Chassé eene afdeeling aan. Een zijner

Brigades hield Braine-la-Leud bezet. Picton voerde, met Smohain, La Haye

en Frichemont in het gezicht, den linkervleugel aan. De uiterste punt

hiervan stond onder bevel van Saksen Weimar, terwijl de Brigade van

Bylandt zich meer in het midden bevond. De artillerie werd gevormd door

de rijdende Batterij van Bijleveld, en twee Engelsche voetbatterijen.

Den nacht van Zaterdag 17 op Zondag 18 Juni regende het onophoudelijk.

Eerst Zondagmorgen 10 uur hield de regen op. Napoleon hield nu eerst

nog eene wapenschouwing over zijne troepen, om zoo de zijnen tot den

strijd aan te vuren, niet beseffende dat hij (die de meeste zijner

overwinningen overigens aan den spoed zijner wapenen te danken had) op

deze wijze kostbaren tijd deed verloren gaan, daar hij zoodoende aan

Blücher, dien hij verslagen waande, tijd gaf, om Wellington ter hulpe

te snellen.

Na de wapenschouwing plaatste Napoleon zich op een hoogte achter La

Belle Alliance, vanwaar hij het geheele slagveld kon overzien. 5 minuten

over half twaalf viel het eerste schot en—de slag bij Waterloo was

begonnen. Bij Hougoumont lag Kapitein Busgen met een Bataljon Nassauers

gelegerd en zes Bataljons Franschen vielen hem daar aan, in de hoop

Hougoumont te kunnen bezetten. Busgen, door eenige troepen van de

Engelsche Garde versterkt, stelde zich dapper te weer, boom voor boom

werd verdedigd en boschje en tuin nu eens genomen en dan weer heroverd.

De strijdende scharen werden telkens door nieuwe troepen en meer geschut

versterkt en zetten met verbitterde woede den strijd voort.

Napoleon liet uit 74 kanonnen een uur lang het Centrum en den

linkervleugel van Wellingtons leger beschieten waarna hij d' Erlon

beval met vier Divisiën van het eerste Fransche legercorps, tot den

aanval over te gaan. Wellington had het Centrum van zijn leger meer

achterwaarts laten trekken, om zich voor het Fransche geschutvuur te

beveiligen. Bylandt met zijn Brigade stond aan den rand van een hollen

weg en ten gevolge van het geschutvuur had hij veel mannen verloren,

zoodat hij den aanval van den vijand niet kon doorstaan, en, evenals de

Engelsche Brigaden, terug moest wijken. De Franschen kregen hierdoor

gelegenheid, steeds meer vooruit te dringen, totdat het Picton gelukte,

hen tot staan te brengen, eerst door een hevig bataljonsvuur, daarna

door een bajonetaanval. Jammer, dat Picton zelf in dezen strijd

sneuvelde.

Majoor Baring werd met eenige Compagnieën Hannoveranen door een der

Brigades van d' Erlon aan de rechterzijde van Hougoumont en bij de

pachthoeve La Haye Sainte aangevallen, welken aanval hij niet kon

doorstaan, zoodat hij in de gebouwen dekking moest zoeken. Gelukkig

kreeg hij hulp van Lord Somerset, die met zijne Brigade Dragonders de

Fransche Kurassiers terugdrong, en Ponsonby, die met zijne ruiterij het

vijandelijke voetvolk onder d' Erlon deed wijken. Van onze zijde werden

gewond Kolonel van Zuylen, Van Bylandt en Westenberg (die bij Quatre

Bras zoo dapper gestreden had), terwijl aan Perponcher twee paarden

onder het lijf werden doodgeschoten. De vijand liet twee adelaren in

onze handen, doch toen de Engelschen den vijand verder vervolgden,

sneuvelde hun aanvoerder Ponsonby en werden zij terug geslagen, terwijl

van de Nederlanders hierbij vielen een Luitenant uit het Huis der

Harens (die in Spanje ook reeds zoo roemrijk gestreden had), Ritmeester

Kreitzig en Pallandt tot Eerde.

's Middags half vier hadden de Franschen nog geen enkel voordeel

behaald. De Engelsche garde sloeg, tusschen puinhoopen, vlammen en

lijken in, alle aanvallen op den post Hougoumont af, terwijl ook

Saksen-Weimar zich in zijn stelling wist te handhaven.

Baring met zijne Hannoveranen had tot nog toe den gewichtigen post van

het Centrum, La Haye Sainte, voor ons weten te behouden. Om half vier

werd hij echter door een overmachtigen vijand aangevallen. Nadat tal van

zijne mannen gevallen waren en zijn kruit en kogels verschoten waren,

was hij genoodzaakt zich terug te trekken en La Haye Sainte in handen

van den vijand te laten. Ney viel telkens Hougoumont aan, doch de

Brigade van Hachet sloeg hem tot elf keer toe terug. De Prins van

Oranje bleef moedig op zijn post, om bevelen uit te deelen en Generaal

Trip verdreef de Fransche Kurassiers en nam een aantal van hen gevangen.

Helaas sneuvelden hierbij een vierde onzer soldaten en bovendien de

oversten Caenegracht, Lechleitner, Generaal von Merlen en Majoor Bisdom.

's Avonds half 7 had Wellington reeds 18.000 man verloren, terwijl La

Haye Sainte door de Franschen genomen was. Toch had Ney het Centrum niet

kunnen verbreken, terwijl Saksen-Weimar nog steeds van geen wijken wist.

Helaas echter hadden ongeveer 18.000 soldaten van Wellingtons leger

zich in Brussel teruggetrokken, waar het gerucht verspreid werd, dat

de Hertog verslagen was. Bovendien waren vele onzer kanonnen verlaten

en zonder bediening en de meeste onzer Brigades uitgeput. En terwijl

Napoleon nog altijd zijn geduchte Oude Garde als reserve bewaarde,

beschikte Wellington over geen andere versche troepen meer dan de

Afdeeling van Chassé en enkele Engelsche Brigades. Toch bleef Wellington

moedig doorstrijden, vertrouwende, dat Blücher zijn belofte zou nakomen

en hem ter hulp zou snellen.

Na zijn nederlaag bij Ligny was Blücher naar Wavre teruggetrokken, waar

hij slechts enkele Bataljons achterliet, om met zijn overige troepen

Wellington ter hulp te komen. Door den aanhoudenden regen waren de

wegen echter haast onbegaanbaar geworden, zoodat Generaal Bulow eerst

's middags 4 uur met het 4e legercorps in het bosch van Frischemont

aankwam. Hier werd Bulow terstond in een strijd gewikkeld met het 6e

Fransche corps onder Mouton. Graaf van Labou-Grouchy, die Napoleon met

30.000 man te Wavre gelegerd had, viel bovendien Blücher's achterhoede

aan. Ten einde zijn rechtervleugel te beschermen en een nieuwen aanval

der Pruisen tegen te gaan, zond Napoleon bovendien nog 8 bataljons van

de Jonge en 2 van de Oude Garde op Bulow af, die nu terug moest trekken,

om versterking af te wachten. Blücher liet zich echter door al deze

aanvallen der Franschen niet weerhouden, om Wellington ter hulp te

snellen.

Enkele Fransche Regimenten, vreezende door de Pruisen in den rug

aangevallen te worden, begonnen terug te trekken. Napoleon, bemerkende,

dat hierdoor de aanval zijner troepen werd verzwakt, begreep, dat er

een einde aan den strijd moest komen, waarom hij aan de Garde, die hij

in reserve hield en die zoo menige overwinning bevochten had, beval,

aan den strijd deel te nemen. Maarschalk Ney aan het hoofd van vier

Bataljons der Jonge Garde, een linie Kurassiers en vier Batterijen

viel nu van La Haye Sainte het Centrum der Bondgenooten aan. De

Fransche ruiterij trok nu zich overal te zamen, terwijl d' Erlon een

voorwaartsche beweging naar Papelotte maakte en Generaal Reille opnieuw

Hougoumont aanviel.

Het Centrum der Bondgenooten had reeds veel geleden, zoodat, toen Ney

het met zijn versche troepen aanviel, het met zwaar verlies moest

terugtrekken.

De Prins van Oranje wilde dezen terugtocht voorkomen, snelde zonder

geleide naar twee Bataljons Nassauers, teneinde dezen de Franschen te

doen aanvallen en zoo mogelijk terug te dringen. Hij werd echter door

een kogel in zijn linkerschouder getroffen, zoodat hij van het paard

stortte. Hij poogde weder in het zadel te komen, doch door bloedverlies

werd hij bewusteloos. Gelukkig snelden een paar Adjudanten toe, die den

prins onder bedekking van eenige scherpschutters uit het strijdgewoel

naar het hoofdkwartier voerden. Tengevolge hiervan moesten de Nassauers

terugtrekken. Generaal Alten, die de Divisie aanvoerde, werd gewond,

terwijl van de Brigade-generaals Hachess mede gewond werd en Ompteda

sneuvelde. Zoo kwam het, dat de Fransche Garde meer en meer vorderingen

maakte. Wellington beval nu Maitland met de Engelsche Garde de Franschen

aan te vallen. Maitland bracht de Franschen daarop groote verliezen toe,

doch Ney beval nu de overgebleven reserve van de Oude Garde de Jonge ter

hulp te komen, waarop de Engelsche Garde teruggeslagen werd.

Terwijl de toestand van Wellingtons leger uiterst hachelijk was, werd

er krijgsmuziek gehoord van een naderend leger. Napoleon dacht, dat

Grouchy's leger er aan kwam, want het was Fransche muziek, die er

gespeeld werd. Tot zijne groote teleurstelling zag hij echter, dat

het niet Grouchy was, maar _Blücher_, die naderde.

Blücher, het krijgsgewoel overziende, zag, dat hij terstond moest

ingrijpen, wilde hij een nederlaag van Wellington voorkomen. Met het

bajonet op het geweer liet Blücher zonder verwijl in stormpas op het

Fransche korps onder d' Erlon aanvallen, terwijl hij aan de Oostzijde

van het slagveld een geweldig geschutvuur op den vijand liet openen.

Het korps van d' Erlon sloeg op de vlucht naar de zijde van Papelotte.

[Illustratie: GEBHARD LEBERECHT VON BLÜCHER.]

Chassé had des middags den uitersten rechtervleugel laten oprukken,

om het Centrum te versterken. Toen hij den aanval der Pruisen op de

Fransche Garde zag, liet hij ook een zijner Brigaden met de Brigade

van Maitland op den vijand aanvallen. Bovendien kwam het Pruisische

legercorps onder Von Ziethen aan den linkervleugel Saksen-Weimar te

hulp, waarop zes Regimenten ruiterij de Franschen in de flank aanvielen.

Op bevel van Wellington werd er nu een algemeenen aanval op den vijand

gedaan en wel met het verrassend gevolg, dat de Bondgenooten La Haye

Sainte opnieuw veroverden en verder op La Belle Alliance aantrokken.

Op alle punten werden nu de Franschen op de vlucht geslagen en eer nog

de nacht gedaald was, was Wellington zeker van de overwinning en het

Fransche leger zoozeer uit elkander geslagen, dat niet één verstrooid

Bataljon meer bij elkander kon verzameld worden. En terwijl Napoleon

door zijne legerhoofden van het slagveld werd gedragen, zetten zijne

soldaten onafgebroken hun vlucht voort naar Beaumont en Philippeville.

Bij La Belle Alliance ontmoetten na den slag Wellington en Blücher

elkander en vol blijdschap over de schitterende overwinning, die zij

behaald hadden, vielen de twee veldheeren elkander om den hals.

Wellington keerde naar Waterloo terug, terwijl Blücher te Gemappes

overnachtte en zijn voorhoede naar Frasnes trok.

In den slag bij Waterloo verloren de Bondgenooten 24.600 man, waaronder

3400 Nederlanders, terwijl aan de zijde der Franschen 18000 man

gesneuveld waren, terwijl zij 7000 man als krijgsgevangenen in handen

der Bondgenooten moesten laten, die bovendien 200 kanonnen, de geheele

legertros en zelfs het reisrijtuig van Napoleon buit maakten.

Wellington droeg aan Prins Frederik, die het opperbevel over de

Nederlandsche troepen verkreeg, op, de vestingen aan de Westzijde der

Sambre te nemen, terwijl Blücher zou trachten die aan de Oostzijde

der Sambre te veroveren. Prins Frederik, hoewel toen nog slechts 18

jaren oud, veroverde weldra Quesnoy en Condé!

Den 22 Juni 1815 kwam Napoleon te Parijs als vluchteling aan, waar hij

bij niemand ondersteuning vond.

„Nog is het leger 80.000 man sterk; laten wij de overmoedigen straffen

en de eer van Frankrijk herstellen!” „Ga,” zeide hij tot Generaal

Becker, „ga naar het Voorloopig Bestuur en bied het uit mijn naam mijn

krachten aan. Zeg, dat ik als eenvoudig generaal aan het hoofd der

troepen, den hoon, Frankrijk aangedaan, wil wreken. Zeg, dat ik daarna

het commando wil nederleggen, om te Malmaison een afgezonderd leven te

leiden.”

Zoo smeekt de Keizer, die anders gewoon is te bevelen. Te vergeefs was

evenwel deze zending van Becker. Men wilde van Napoleons voorstel niets

hooren. Van allen verlaten, begaf hij zich aan boord van een Engelsch

oorlogsschip, de Bellerophon, zich zoo onder bescherming der Engelsche

wetten stellende. Kapitein Maitland ontving en behandelde Napoleon als

gast, ofschoon hij hem dadelijk als gevangene beschouwde. Men vergunde

den vluchteling niet meer aan land te stappen. Den 31 Juli 1815 werd

Napoleon op last der Mogendheden naar het eiland St. Helena verbannen,

midden in den Atlantischen Oceaan, waar hij in Mei 1821 overleed,

tengevolge van kanker in de maag.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 31 / 39 题