De slag bij Waterloo.
Wellington sloeg zijn hoofdkwartier op te Waterloo, een dorp, gelegen
ten Zuiden van Brussel aan den uitgang van het bosch van Soniën. De weg
van Waterloo naar het gehucht Mont St. Jean is steeds hellend en heeft
ter halverwege een zijtak naar Nivelles. Ten Zuiden van Mont St. Jean
stond op een hoogte de herberg La Belle Alliance, ten Westen ligt het
stadje Braine-la-Leud en ten Oosten het dorpje Ohain. Twee belangrijke
punten in den slag bij Waterloo zijn het kasteel Goumont of Hougoumont,
bestaande uit een heerenhuis, hoeve en tuin, omringd door dikke muren,
waarnaast een boschje en een boomgaard, 1000 schreden van de stelling
van den rechtervleugel gelegen en de hoeve La Haye Sainte, rechts van
den straatweg gelegen en 500 schreden van den kruin der hoogte van Mont
St. Jean. Bij deze hoeve was een groentetuin en een boomgaard, beide aan
de zijde van den weg door een muur en aan de andere zijden door dichte
heggen begrensd.
Ten Oosten der herberg La Belle Alliance ligt in de laagte het dorp
Planchenoit. Tusschen genoemde herberg en de stelling van Mont St. Jean
ligt een terrein, dat ten Westen begrensd wordt door den rijweg naar
Nivelles, ten Oosten door het gehucht Smohain, de hoeven Papelotte en
La Haye en het kasteel Frichemont.
[Illustratie: SLAG BIJ WATERLOO, 18 JUNI 1815.]
De beide legers, die hier een strijd op leven en dood zouden beginnen,
waren ongeveer even talrijk, tusschen de 65.000 en 70.000 man sterk. Bij
Wellingtons leger waren 12000 à 13000 ruiters en 200 kanonnen, terwijl
Napoleon over 15000 ruiters en 246 kanonnen beschikte. Aan den slag
namen 18.000 Nederlanders deel, meest jonge, ongeoefende soldaten;
slechts enkelen hunner waren in den krijg geharde veteranen, die in
Duitschland en Spanje hadden gestreden.
De Prins van Oranje voerde bij Waterloo de eerste linie met 7 batterijen
aan. Met uitzondering van de ruiterij onder Collaert, die Nederlanders
waren, had de Prins enkel het bevel over vreemden. Wellington stelde 39
Bataljons in de eerste linie op den heuvelrug van Mont St. Jean, terwijl
de overige Bataljons in de tweede en derde linie achter die hoogte of
meer zijwaarts gelegerd waren. Lord Hill, die het bevel had over den
rechter vleugel, stond met vijf Bataljons rechts van den straatweg
naar Nivelles. Onder hem voerde Chassé eene afdeeling aan. Een zijner
Brigades hield Braine-la-Leud bezet. Picton voerde, met Smohain, La Haye
en Frichemont in het gezicht, den linkervleugel aan. De uiterste punt
hiervan stond onder bevel van Saksen Weimar, terwijl de Brigade van
Bylandt zich meer in het midden bevond. De artillerie werd gevormd door
de rijdende Batterij van Bijleveld, en twee Engelsche voetbatterijen.
Den nacht van Zaterdag 17 op Zondag 18 Juni regende het onophoudelijk.
Eerst Zondagmorgen 10 uur hield de regen op. Napoleon hield nu eerst
nog eene wapenschouwing over zijne troepen, om zoo de zijnen tot den
strijd aan te vuren, niet beseffende dat hij (die de meeste zijner
overwinningen overigens aan den spoed zijner wapenen te danken had) op
deze wijze kostbaren tijd deed verloren gaan, daar hij zoodoende aan
Blücher, dien hij verslagen waande, tijd gaf, om Wellington ter hulpe
te snellen.
Na de wapenschouwing plaatste Napoleon zich op een hoogte achter La
Belle Alliance, vanwaar hij het geheele slagveld kon overzien. 5 minuten
over half twaalf viel het eerste schot en—de slag bij Waterloo was
begonnen. Bij Hougoumont lag Kapitein Busgen met een Bataljon Nassauers
gelegerd en zes Bataljons Franschen vielen hem daar aan, in de hoop
Hougoumont te kunnen bezetten. Busgen, door eenige troepen van de
Engelsche Garde versterkt, stelde zich dapper te weer, boom voor boom
werd verdedigd en boschje en tuin nu eens genomen en dan weer heroverd.
De strijdende scharen werden telkens door nieuwe troepen en meer geschut
versterkt en zetten met verbitterde woede den strijd voort.
Napoleon liet uit 74 kanonnen een uur lang het Centrum en den
linkervleugel van Wellingtons leger beschieten waarna hij d' Erlon
beval met vier Divisiën van het eerste Fransche legercorps, tot den
aanval over te gaan. Wellington had het Centrum van zijn leger meer
achterwaarts laten trekken, om zich voor het Fransche geschutvuur te
beveiligen. Bylandt met zijn Brigade stond aan den rand van een hollen
weg en ten gevolge van het geschutvuur had hij veel mannen verloren,
zoodat hij den aanval van den vijand niet kon doorstaan, en, evenals de
Engelsche Brigaden, terug moest wijken. De Franschen kregen hierdoor
gelegenheid, steeds meer vooruit te dringen, totdat het Picton gelukte,
hen tot staan te brengen, eerst door een hevig bataljonsvuur, daarna
door een bajonetaanval. Jammer, dat Picton zelf in dezen strijd
sneuvelde.
Majoor Baring werd met eenige Compagnieën Hannoveranen door een der
Brigades van d' Erlon aan de rechterzijde van Hougoumont en bij de
pachthoeve La Haye Sainte aangevallen, welken aanval hij niet kon
doorstaan, zoodat hij in de gebouwen dekking moest zoeken. Gelukkig
kreeg hij hulp van Lord Somerset, die met zijne Brigade Dragonders de
Fransche Kurassiers terugdrong, en Ponsonby, die met zijne ruiterij het
vijandelijke voetvolk onder d' Erlon deed wijken. Van onze zijde werden
gewond Kolonel van Zuylen, Van Bylandt en Westenberg (die bij Quatre
Bras zoo dapper gestreden had), terwijl aan Perponcher twee paarden
onder het lijf werden doodgeschoten. De vijand liet twee adelaren in
onze handen, doch toen de Engelschen den vijand verder vervolgden,
sneuvelde hun aanvoerder Ponsonby en werden zij terug geslagen, terwijl
van de Nederlanders hierbij vielen een Luitenant uit het Huis der
Harens (die in Spanje ook reeds zoo roemrijk gestreden had), Ritmeester
Kreitzig en Pallandt tot Eerde.
's Middags half vier hadden de Franschen nog geen enkel voordeel
behaald. De Engelsche garde sloeg, tusschen puinhoopen, vlammen en
lijken in, alle aanvallen op den post Hougoumont af, terwijl ook
Saksen-Weimar zich in zijn stelling wist te handhaven.
Baring met zijne Hannoveranen had tot nog toe den gewichtigen post van
het Centrum, La Haye Sainte, voor ons weten te behouden. Om half vier
werd hij echter door een overmachtigen vijand aangevallen. Nadat tal van
zijne mannen gevallen waren en zijn kruit en kogels verschoten waren,
was hij genoodzaakt zich terug te trekken en La Haye Sainte in handen
van den vijand te laten. Ney viel telkens Hougoumont aan, doch de
Brigade van Hachet sloeg hem tot elf keer toe terug. De Prins van
Oranje bleef moedig op zijn post, om bevelen uit te deelen en Generaal
Trip verdreef de Fransche Kurassiers en nam een aantal van hen gevangen.
Helaas sneuvelden hierbij een vierde onzer soldaten en bovendien de
oversten Caenegracht, Lechleitner, Generaal von Merlen en Majoor Bisdom.
's Avonds half 7 had Wellington reeds 18.000 man verloren, terwijl La
Haye Sainte door de Franschen genomen was. Toch had Ney het Centrum niet
kunnen verbreken, terwijl Saksen-Weimar nog steeds van geen wijken wist.
Helaas echter hadden ongeveer 18.000 soldaten van Wellingtons leger
zich in Brussel teruggetrokken, waar het gerucht verspreid werd, dat
de Hertog verslagen was. Bovendien waren vele onzer kanonnen verlaten
en zonder bediening en de meeste onzer Brigades uitgeput. En terwijl
Napoleon nog altijd zijn geduchte Oude Garde als reserve bewaarde,
beschikte Wellington over geen andere versche troepen meer dan de
Afdeeling van Chassé en enkele Engelsche Brigades. Toch bleef Wellington
moedig doorstrijden, vertrouwende, dat Blücher zijn belofte zou nakomen
en hem ter hulp zou snellen.
Na zijn nederlaag bij Ligny was Blücher naar Wavre teruggetrokken, waar
hij slechts enkele Bataljons achterliet, om met zijn overige troepen
Wellington ter hulp te komen. Door den aanhoudenden regen waren de
wegen echter haast onbegaanbaar geworden, zoodat Generaal Bulow eerst
's middags 4 uur met het 4e legercorps in het bosch van Frischemont
aankwam. Hier werd Bulow terstond in een strijd gewikkeld met het 6e
Fransche corps onder Mouton. Graaf van Labou-Grouchy, die Napoleon met
30.000 man te Wavre gelegerd had, viel bovendien Blücher's achterhoede
aan. Ten einde zijn rechtervleugel te beschermen en een nieuwen aanval
der Pruisen tegen te gaan, zond Napoleon bovendien nog 8 bataljons van
de Jonge en 2 van de Oude Garde op Bulow af, die nu terug moest trekken,
om versterking af te wachten. Blücher liet zich echter door al deze
aanvallen der Franschen niet weerhouden, om Wellington ter hulp te
snellen.
Enkele Fransche Regimenten, vreezende door de Pruisen in den rug
aangevallen te worden, begonnen terug te trekken. Napoleon, bemerkende,
dat hierdoor de aanval zijner troepen werd verzwakt, begreep, dat er
een einde aan den strijd moest komen, waarom hij aan de Garde, die hij
in reserve hield en die zoo menige overwinning bevochten had, beval,
aan den strijd deel te nemen. Maarschalk Ney aan het hoofd van vier
Bataljons der Jonge Garde, een linie Kurassiers en vier Batterijen
viel nu van La Haye Sainte het Centrum der Bondgenooten aan. De
Fransche ruiterij trok nu zich overal te zamen, terwijl d' Erlon een
voorwaartsche beweging naar Papelotte maakte en Generaal Reille opnieuw
Hougoumont aanviel.
Het Centrum der Bondgenooten had reeds veel geleden, zoodat, toen Ney
het met zijn versche troepen aanviel, het met zwaar verlies moest
terugtrekken.
De Prins van Oranje wilde dezen terugtocht voorkomen, snelde zonder
geleide naar twee Bataljons Nassauers, teneinde dezen de Franschen te
doen aanvallen en zoo mogelijk terug te dringen. Hij werd echter door
een kogel in zijn linkerschouder getroffen, zoodat hij van het paard
stortte. Hij poogde weder in het zadel te komen, doch door bloedverlies
werd hij bewusteloos. Gelukkig snelden een paar Adjudanten toe, die den
prins onder bedekking van eenige scherpschutters uit het strijdgewoel
naar het hoofdkwartier voerden. Tengevolge hiervan moesten de Nassauers
terugtrekken. Generaal Alten, die de Divisie aanvoerde, werd gewond,
terwijl van de Brigade-generaals Hachess mede gewond werd en Ompteda
sneuvelde. Zoo kwam het, dat de Fransche Garde meer en meer vorderingen
maakte. Wellington beval nu Maitland met de Engelsche Garde de Franschen
aan te vallen. Maitland bracht de Franschen daarop groote verliezen toe,
doch Ney beval nu de overgebleven reserve van de Oude Garde de Jonge ter
hulp te komen, waarop de Engelsche Garde teruggeslagen werd.
Terwijl de toestand van Wellingtons leger uiterst hachelijk was, werd
er krijgsmuziek gehoord van een naderend leger. Napoleon dacht, dat
Grouchy's leger er aan kwam, want het was Fransche muziek, die er
gespeeld werd. Tot zijne groote teleurstelling zag hij echter, dat
het niet Grouchy was, maar _Blücher_, die naderde.
Blücher, het krijgsgewoel overziende, zag, dat hij terstond moest
ingrijpen, wilde hij een nederlaag van Wellington voorkomen. Met het
bajonet op het geweer liet Blücher zonder verwijl in stormpas op het
Fransche korps onder d' Erlon aanvallen, terwijl hij aan de Oostzijde
van het slagveld een geweldig geschutvuur op den vijand liet openen.
Het korps van d' Erlon sloeg op de vlucht naar de zijde van Papelotte.
[Illustratie: GEBHARD LEBERECHT VON BLÜCHER.]
Chassé had des middags den uitersten rechtervleugel laten oprukken,
om het Centrum te versterken. Toen hij den aanval der Pruisen op de
Fransche Garde zag, liet hij ook een zijner Brigaden met de Brigade
van Maitland op den vijand aanvallen. Bovendien kwam het Pruisische
legercorps onder Von Ziethen aan den linkervleugel Saksen-Weimar te
hulp, waarop zes Regimenten ruiterij de Franschen in de flank aanvielen.
Op bevel van Wellington werd er nu een algemeenen aanval op den vijand
gedaan en wel met het verrassend gevolg, dat de Bondgenooten La Haye
Sainte opnieuw veroverden en verder op La Belle Alliance aantrokken.
Op alle punten werden nu de Franschen op de vlucht geslagen en eer nog
de nacht gedaald was, was Wellington zeker van de overwinning en het
Fransche leger zoozeer uit elkander geslagen, dat niet één verstrooid
Bataljon meer bij elkander kon verzameld worden. En terwijl Napoleon
door zijne legerhoofden van het slagveld werd gedragen, zetten zijne
soldaten onafgebroken hun vlucht voort naar Beaumont en Philippeville.
Bij La Belle Alliance ontmoetten na den slag Wellington en Blücher
elkander en vol blijdschap over de schitterende overwinning, die zij
behaald hadden, vielen de twee veldheeren elkander om den hals.
Wellington keerde naar Waterloo terug, terwijl Blücher te Gemappes
overnachtte en zijn voorhoede naar Frasnes trok.
In den slag bij Waterloo verloren de Bondgenooten 24.600 man, waaronder
3400 Nederlanders, terwijl aan de zijde der Franschen 18000 man
gesneuveld waren, terwijl zij 7000 man als krijgsgevangenen in handen
der Bondgenooten moesten laten, die bovendien 200 kanonnen, de geheele
legertros en zelfs het reisrijtuig van Napoleon buit maakten.
Wellington droeg aan Prins Frederik, die het opperbevel over de
Nederlandsche troepen verkreeg, op, de vestingen aan de Westzijde der
Sambre te nemen, terwijl Blücher zou trachten die aan de Oostzijde
der Sambre te veroveren. Prins Frederik, hoewel toen nog slechts 18
jaren oud, veroverde weldra Quesnoy en Condé!
Den 22 Juni 1815 kwam Napoleon te Parijs als vluchteling aan, waar hij
bij niemand ondersteuning vond.
„Nog is het leger 80.000 man sterk; laten wij de overmoedigen straffen
en de eer van Frankrijk herstellen!” „Ga,” zeide hij tot Generaal
Becker, „ga naar het Voorloopig Bestuur en bied het uit mijn naam mijn
krachten aan. Zeg, dat ik als eenvoudig generaal aan het hoofd der
troepen, den hoon, Frankrijk aangedaan, wil wreken. Zeg, dat ik daarna
het commando wil nederleggen, om te Malmaison een afgezonderd leven te
leiden.”
Zoo smeekt de Keizer, die anders gewoon is te bevelen. Te vergeefs was
evenwel deze zending van Becker. Men wilde van Napoleons voorstel niets
hooren. Van allen verlaten, begaf hij zich aan boord van een Engelsch
oorlogsschip, de Bellerophon, zich zoo onder bescherming der Engelsche
wetten stellende. Kapitein Maitland ontving en behandelde Napoleon als
gast, ofschoon hij hem dadelijk als gevangene beschouwde. Men vergunde
den vluchteling niet meer aan land te stappen. Den 31 Juli 1815 werd
Napoleon op last der Mogendheden naar het eiland St. Helena verbannen,
midden in den Atlantischen Oceaan, waar hij in Mei 1821 overleed,
tengevolge van kanker in de maag.