De strijd bij Quatre Bras.
Bij Quatre Bras groeide de legermacht van Maarschalk Ney langzamerhand
aan tot 15.750 man infanterie, 1865 ruiters en 38 kanonnen; de Prins
stond hiertegenover met slechts 6832 man voetvolk, 16 kanonnen en eenige
ruiters.
Ney wierp zich met al zijn macht op een Compagnie onzer jagers,
dat wijken moest. Generaal Bachelu viel nu met zijne Divisie onzen
linkervleugel aan, waarop de kapitein Bijleveld zich oostelijk terug
trok en Kapitein Stievenaar naar de zijde van het bosch van Bossu, waar
hij door een houwitser doodelijk getroffen werd.
De Nassauers wisten de Fransche lanciers, die onze Tweede Brigade
aanvielen, aanvankelijk af te weren, doch deze kregen hulp van het
Fransche voetvolk, zoodat onze positie hachelijk werd. Saksen Weimar met
de sabel in de vuist drong nu met de zijnen voorwaarts en dreef den
vijand weer naar den rand van het bosch. Hier werd hij echter op zulk
een hevig geschutvuur onthaald, dat hij weer terug moest trekken, tot de
Prins van Oranje hem met twee in reserve staande bataljons te hulp kwam,
waardoor de vijand belet werd, verder in het bosch door te dringen.
Intusschen verdedigde Overste Westenberg, hoewel hij het bevel
voerde over jonge en ongeoefende soldaten, met goed succes de hoeve
Germioncourt tegen een verwoeden aanval der Franschen. De vijand begon
nu echter de hoeve onder het geschutvuur te nemen, waarop de Prins van
Oranje, met den hoed zwaaiend, aan onze troepen de kanonnen aanwees,
die het meest verwoesting aanrichtten en die daarom genomen moesten
worden. De troepen waren echter voor deze taak niet berekend. De Prins
had het alleen aan zijn paard te danken, dat hij niet in de handen
van den vijand viel, waartusschen hij was geraakt. Zijn adjudant,
Otto van Styrum, werd evenwel gewond. En ten laatste moesten wij de
hoeve Germioncourt in handen der Franschen laten en naar Quatre Bras
terugtrekken. Wel kwam uit Nivelles een Brigade Nederlandsche Kavallerie
(Dragonders, Huzaren en rijdende Artillerie) te hulp, doch deze viel te
weifelend en met te weinig overleg aan, zoodat ze met verlies van vele
officieren en soldaten werd terug geslagen.
[Illustratie: SLAG BIJ QUATRE BRAS (16 JUNI 1815).]
Streden de Nederlanders bij Quatre Bras niet met succes, toch lag hun
verdienste vooral hierin, dat zij den overmachtigen vijand tegenhielden,
tot de Engelschen tot den strijd gereed waren. 's Middags 4 uur keerde
Wellington van het Pruisische leger terug en nam terstond te Quatre
Bras het opperbevel over de troepen op zich. Ook verschenen Picton
en de Hertog van Brunswijk met hun Divisies op het strijdtooneel. De
Nederlandsche troepen hadden 's nachts geen rust gehad en den geheelen
dag gestreden, zoodat zij vermoeid en afgemat waren. Toch bleven ze
moedig en onvermoeid den strijd voortzetten. Zelfs gelukte het Kapitein
Gey met zijn rijdende artillerie vier kanonnen van de voetbatterij, die
de Franschen genomen hadden, te hernemen.
De Franschen kregen echter ook versterking. Napoleons broeder Jerôme
kwam met de reserve hun te hulp. De Hertog van Brunswijk sneuvelde en
zijne troepen, die den straatweg bezet hielden, moesten die ontruimen.
Ook Saksen-Weimar moest het bosch van Bossu aan den vijand prijs geven
en naar Hautain-le-Val trekken. Aan den linkervleugel verloor een
regiment Bergschotten de helft zijner manschappen, een vaandel en tot
drie keer toe zijn aanvoerder. De Fransche Kurassiers onder Kellerman,
Hertog van Valmy, dreven de Nederlandsche ruiterij tot Quatre Bras
terug.
Gelukkig werd onze linkervleugel versterkt door een Brigade
Hannoveranen, terwijl twee versche Brigaden Engelschen zich bij
Saksen-Weimar aansloten, die nu het bosch van Bossu opnieuw veroverden
en bezet hielden. Wellington heroverde de hoeve Germioncourt en aan den
linkervleugel moesten de Franschen al de door hen behaalde voordeelen
weer prijsgeven terwijl hun in het centrum door nieuw aangebracht
geschut het voortdringen werd belet. Toen Ney 's avonds 10 uur zijne
troepen naar de zijde van Frasnes deed terugtrekken, was de strijd bij
Quatre Bras geëindigd. Wij hadden er 567 man aan gesneuvelden en
gekwetsten verloren.
Den volgenden morgen, 17 Juni, kreeg Wellington bericht, dat Blücher bij
Ligny verslagen was geworden. Hij besloot daarom van Quatre Bras terug
te trekken, ten einde eene stelling te betrekken, die niet zoo ver van
de Pruisen verwijderd was. Hiervan zond hij Blücher bericht en deelde
dezen tevens mee dat hij een slag met de Franschen zou aanvaarden, als
hij verzekerd kon zijn van de hulp van twee Pruisische legerkorpsen.
De 70-jarige Blücher antwoordde, dat hij niet met twee legerkorpsen,
maar met geheel zijn leger te hulp zou komen, onder voorwaarde echter,
dat als Napoleon den 18 Juni den aanval niet waagde, Wellington moest
aanvallen.
Op Zaterdagmorgen 17 Juni 1815, 's voormiddags 10 uur, begon
Wellington van Quatre Bras terug te trekken, waarbij nog herhaaldelijk
geschermutseld werd tusschen de Engelsche achterhoede en de Fransche
voorposten. Intusschen was Napoleon zelf nu ook te Quatre Bras
aangekomen. Indien hij terstond den aanval begonnen was, dan had hij
veel kans op een overwinning gehad, want de verbonden troepen waren op
den terugtocht en dus ontmoedigd, terwijl Blücher ons nu niet te hulp
kon komen. 't Zij hij zijn soldaten rust wilde geven, 't zij hij niet
meer over de vroegere veerkracht beschikte, hij liet het thans niet tot
een slag komen.
In den namiddag, toen Wellington zijn terugtocht volbracht had, begon
het geweldig te regenen, waardoor het den Franschen onmogelijk werd,
ons nog verder te vervolgen. De regen hield ook den geheelen nacht aan
en doorweekte den bodem zoozeer, dat ook den volgenden dag van een
veldslag geen sprake scheen te kunnen zijn, hoewel Napoleon des avonds
tegenover Wellingtons stellingen positie gekozen had.