HOOFDSTUK XX.

De strijd bij Quatre Bras.

Bij Quatre Bras groeide de legermacht van Maarschalk Ney langzamerhand

aan tot 15.750 man infanterie, 1865 ruiters en 38 kanonnen; de Prins

stond hiertegenover met slechts 6832 man voetvolk, 16 kanonnen en eenige

ruiters.

Ney wierp zich met al zijn macht op een Compagnie onzer jagers,

dat wijken moest. Generaal Bachelu viel nu met zijne Divisie onzen

linkervleugel aan, waarop de kapitein Bijleveld zich oostelijk terug

trok en Kapitein Stievenaar naar de zijde van het bosch van Bossu, waar

hij door een houwitser doodelijk getroffen werd.

De Nassauers wisten de Fransche lanciers, die onze Tweede Brigade

aanvielen, aanvankelijk af te weren, doch deze kregen hulp van het

Fransche voetvolk, zoodat onze positie hachelijk werd. Saksen Weimar met

de sabel in de vuist drong nu met de zijnen voorwaarts en dreef den

vijand weer naar den rand van het bosch. Hier werd hij echter op zulk

een hevig geschutvuur onthaald, dat hij weer terug moest trekken, tot de

Prins van Oranje hem met twee in reserve staande bataljons te hulp kwam,

waardoor de vijand belet werd, verder in het bosch door te dringen.

Intusschen verdedigde Overste Westenberg, hoewel hij het bevel

voerde over jonge en ongeoefende soldaten, met goed succes de hoeve

Germioncourt tegen een verwoeden aanval der Franschen. De vijand begon

nu echter de hoeve onder het geschutvuur te nemen, waarop de Prins van

Oranje, met den hoed zwaaiend, aan onze troepen de kanonnen aanwees,

die het meest verwoesting aanrichtten en die daarom genomen moesten

worden. De troepen waren echter voor deze taak niet berekend. De Prins

had het alleen aan zijn paard te danken, dat hij niet in de handen

van den vijand viel, waartusschen hij was geraakt. Zijn adjudant,

Otto van Styrum, werd evenwel gewond. En ten laatste moesten wij de

hoeve Germioncourt in handen der Franschen laten en naar Quatre Bras

terugtrekken. Wel kwam uit Nivelles een Brigade Nederlandsche Kavallerie

(Dragonders, Huzaren en rijdende Artillerie) te hulp, doch deze viel te

weifelend en met te weinig overleg aan, zoodat ze met verlies van vele

officieren en soldaten werd terug geslagen.

[Illustratie: SLAG BIJ QUATRE BRAS (16 JUNI 1815).]

Streden de Nederlanders bij Quatre Bras niet met succes, toch lag hun

verdienste vooral hierin, dat zij den overmachtigen vijand tegenhielden,

tot de Engelschen tot den strijd gereed waren. 's Middags 4 uur keerde

Wellington van het Pruisische leger terug en nam terstond te Quatre

Bras het opperbevel over de troepen op zich. Ook verschenen Picton

en de Hertog van Brunswijk met hun Divisies op het strijdtooneel. De

Nederlandsche troepen hadden 's nachts geen rust gehad en den geheelen

dag gestreden, zoodat zij vermoeid en afgemat waren. Toch bleven ze

moedig en onvermoeid den strijd voortzetten. Zelfs gelukte het Kapitein

Gey met zijn rijdende artillerie vier kanonnen van de voetbatterij, die

de Franschen genomen hadden, te hernemen.

De Franschen kregen echter ook versterking. Napoleons broeder Jerôme

kwam met de reserve hun te hulp. De Hertog van Brunswijk sneuvelde en

zijne troepen, die den straatweg bezet hielden, moesten die ontruimen.

Ook Saksen-Weimar moest het bosch van Bossu aan den vijand prijs geven

en naar Hautain-le-Val trekken. Aan den linkervleugel verloor een

regiment Bergschotten de helft zijner manschappen, een vaandel en tot

drie keer toe zijn aanvoerder. De Fransche Kurassiers onder Kellerman,

Hertog van Valmy, dreven de Nederlandsche ruiterij tot Quatre Bras

terug.

Gelukkig werd onze linkervleugel versterkt door een Brigade

Hannoveranen, terwijl twee versche Brigaden Engelschen zich bij

Saksen-Weimar aansloten, die nu het bosch van Bossu opnieuw veroverden

en bezet hielden. Wellington heroverde de hoeve Germioncourt en aan den

linkervleugel moesten de Franschen al de door hen behaalde voordeelen

weer prijsgeven terwijl hun in het centrum door nieuw aangebracht

geschut het voortdringen werd belet. Toen Ney 's avonds 10 uur zijne

troepen naar de zijde van Frasnes deed terugtrekken, was de strijd bij

Quatre Bras geëindigd. Wij hadden er 567 man aan gesneuvelden en

gekwetsten verloren.

Den volgenden morgen, 17 Juni, kreeg Wellington bericht, dat Blücher bij

Ligny verslagen was geworden. Hij besloot daarom van Quatre Bras terug

te trekken, ten einde eene stelling te betrekken, die niet zoo ver van

de Pruisen verwijderd was. Hiervan zond hij Blücher bericht en deelde

dezen tevens mee dat hij een slag met de Franschen zou aanvaarden, als

hij verzekerd kon zijn van de hulp van twee Pruisische legerkorpsen.

De 70-jarige Blücher antwoordde, dat hij niet met twee legerkorpsen,

maar met geheel zijn leger te hulp zou komen, onder voorwaarde echter,

dat als Napoleon den 18 Juni den aanval niet waagde, Wellington moest

aanvallen.

Op Zaterdagmorgen 17 Juni 1815, 's voormiddags 10 uur, begon

Wellington van Quatre Bras terug te trekken, waarbij nog herhaaldelijk

geschermutseld werd tusschen de Engelsche achterhoede en de Fransche

voorposten. Intusschen was Napoleon zelf nu ook te Quatre Bras

aangekomen. Indien hij terstond den aanval begonnen was, dan had hij

veel kans op een overwinning gehad, want de verbonden troepen waren op

den terugtocht en dus ontmoedigd, terwijl Blücher ons nu niet te hulp

kon komen. 't Zij hij zijn soldaten rust wilde geven, 't zij hij niet

meer over de vroegere veerkracht beschikte, hij liet het thans niet tot

een slag komen.

In den namiddag, toen Wellington zijn terugtocht volbracht had, begon

het geweldig te regenen, waardoor het den Franschen onmogelijk werd,

ons nog verder te vervolgen. De regen hield ook den geheelen nacht aan

en doorweekte den bodem zoozeer, dat ook den volgenden dag van een

veldslag geen sprake scheen te kunnen zijn, hoewel Napoleon des avonds

tegenover Wellingtons stellingen positie gekozen had.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 30 / 39 题