HOOFDSTUK XVIII.

Beleg van Naarden.—Delfzijl in onze macht.—Geweldenarijen der

Franschen op Walcheren en in Zeeland.—Nederland, van vijanden

gezuiverd, wordt met België tot één Koninkrijk vereenigd.

Den 26 April 1814 was Deventer aan ons overgegaan en den 3 Mei

Coevorden, doch met Naarden ging het zoo gemakkelijk niet. De bezetting

van Naarden was 2000 man sterk, die herhaaldelijk uitvallen deed en dan

door plundering aan levensvoorraad wist te komen. Bovendien hief zij

van de vermogenden in Naarden een zware belasting, terwijl zij 200 armen

de stad uitdreef. Ook aan krijgsbehoeften had Naarden geen gebrek.

Herhaaldelijk liet Krayenhoff Naarden beschieten, doch hij was met zijn

macht van ongeoefende strijders niet tegen de bezetting opgewassen.

Eerst den 12 Mei gaf Generaal Quitard op last van Lodewijk XIV Naarden

aan ons terug.

Ook de Fransche bezetting van Delfzijl deed vele uitvallen, waarbij zij

tal van molens en boerderijen te Farmsum, Uitwierda en Birsum in brand

staken. Kolonel Busch, door Pruisen en Engelschen gesteund, wilde de

vesting aanvallen, doch Generaal Otto van Styrum gaf tegenbevel, waarop

de Engelschen en Pruisen aftrokken en het beleg alleen aan de Hollanders

overlieten. Men meldde den Franschen Commandant, dat Napoleon op Elba

zat en Lodewijk XVIII Koning van Frankrijk was geworden. Hij zond nu een

officier naar Parijs, die de waarheid hiervan bevestigde, waarop hij den

28 Mei 1814 de witte vlag liet opsteken en Delfzijl aan ons overgaf.

Het eiland Walcheren bleef ook nog lang in het bezit van den vijand.

Bij het begin der omwenteling verbood de prefect van Walcheren alle

correspondentie met de andere streken van ons land, terwijl hij tal

van personen als gijzelaars naar Vlissingen, of zelfs naar Parijs

liet brengen, o.a. de Rechter A. C. van Citters en de Oud-Baljuw van

Middelburg J. J. de Bruin. De Franschen beroofden de inwoners zooveel

zij konden, o.a. ontnamen zij hun in Nov. 1813 220 paarden, terwijl zij

800 arbeiders dwongen, aan hun vestingwerken te arbeiden. Van December

1813 tot Maart 1814 moesten 100 voerlieden met hun paarden en wagens

gratis voor de Franschen allerlei goederen vervoeren. De bovengenoemde

800 arbeiders ontvingen elke week 2100 francs, welke som door 100 der

meest gegoede inwoners bijeengebracht moest worden. Toen de drie

kooplieden Serlé, Andriessen en Meyners weigerden tot deze som bij te

dragen, werden hunne goederen gerechtelijk verkocht. Nog voor het einde

van Maart 1814 werd in drie termijnen de geheele belasting over 1814

ingevorderd. De Franschen wilden op deze wijze aan 400.000 francs zien

te komen. Daar de belasting minder dan 400.000 francs opbracht, moesten

een 30-tal vermogende ingezetenen uit hun particuliere kas dit tekort

aanvullen. Tegen betalen van bons, die later konden worden ingeleverd,

moesten de ingezetenen voor de vestingen levensmiddelen en andere

benoodigdheden verstrekken. Vele leveranciers ontvingen echter geen

bons. Den 11 Febr. 1814 beval de Gouverneur Gilly, dat de inwoners al

hun geweren moesten inleveren. Een officier met 40 man moest dit bevel

in de dorpen St. Laurens en Brigdamme uitvoeren. Toen hij echter te St.

Laurens kwam, begon men de klok te luiden, welk voorbeeld in de andere

dorpen gevolgd werd. Boeren en burgers, met stokken, vorken enz.

gewapend, daagden nu uit Serooskerke en andere plaatsen op en dreven den

officier met zijne mannen naar Middelburg terug. De boeren waagden het

zelfs, in deze stad binnen te dringen, doch ze werden daar zóó hevig

beschoten, dat ze met achterlating van één doode en eenige gekwetsten de

vlucht moesten nemen. 19 landlieden werden gevangen genomen. Ook eenige

ingezetenen van Middelburg, de predikant van Serooskerke en de Maires

van Brigdamme en Aagtekerke werden gegrepen, doch na verhoor weer

vrijgelaten. De Maire van Buttinge werd van zijn ambt ontzet en eenigen

tijd gevangen gehouden, omdat men hem verdacht, dat hij den tegenstand

had aangemoedigd.

Gouverneur Gilly poogde ook Noord-Beveland in zijne macht te krijgen,

doch de 60 man, die hij daarheen zond, werden gevangen genomen en op

Engelsche schepen gebracht. Na eerst eene batterij op Zuid-Beveland tot

twee keer toe vernield te hebben, deed Gilly met 500 man eene poging,

om Zuid-Beveland in zijne macht te krijgen. De Engelsche bezetting te

Borselen en de gewapende Landstorm op Zuid-Beveland dreven echter de

Franschen terug, terwijl hun kort daarop de gemeenschap met het Fort

Bath geheel werd afgesneden. Toen de Franschen hoorden van Napoleons

verbanning naar Elba, heschen ze te Middelburg de witte vlag. De

afpersingen op Walcheren bleven echter tot 6 Mei aanhouden, toen

eindelijk de Fransche Generaal d' Arboville overkwam, aan wien de

ontruiming van Walcheren was opgedragen.

[Illustratie: HET CONGRES TE WEENEN.]

Thans was geheel ons land van vijanden gezuiverd en wij konden ons

geheel wijden aan de regeling onzer binnenlandsche aangelegenheden.

De belastingen lieten wij onveranderd. Alleen schaften wij het

Tabaksmonopolie af. In een buitengewone vergadering der Staten-Generaal

van Mei 1814 werd naast een werkelijke ook een _uitgestelde_ schuld

vastgesteld, ter herleving van het 2/3 gedeelte, dat men onder Napoleon

door de tiërceering verloren had. Ons crediet herleefde en onze effecten

stegen in waarde. Handel en scheepvaart begonnen te bloeien.

Het Congres, door de Groote Mogendheden te Weenen gehouden, oordeelde,

dat het voor de rust van Europa beter was, als België en Nederland

onder één scepter vereenigd werden. Immers, waren beide landen één, dan

konden ze beter een aanval afweren van het altijd woelige Frankrijk,

dan wanneer ze gescheiden waren. Nadat den 11 Febr. 1814 de Groote

Mogendheden over België een Provisioneel Bestuur hadden ingesteld en

later een Tusschen-Bestuur van Willem I, droeg het Congres van Weenen

den 15 Aug. aan genoemden Vorst het oppergebied over al de Nederlanden

op met den Koningstitel en dat wel ter schadeloosstelling voor zijn

Nassausche erflanden Dillenburg, Sieg, Siegen, Dietz en Hadamar en het

Groot Hertogdom Luxemburg.

Oostenrijk had voor 1795 België bezeten. Ter vergoeding daarvoor kreeg

het Lombardije en Venetië, welke landen dichter bij zijn grenzen en

daardoor gemakkelijker te besturen waren dan België.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 28 / 39 题