HOOFDSTUK XVII.

Napoleon naar Elba verbannen.—Lodewijk XVIII Koning van

Frankrijk.—De strijd om Bergen op Zoom en den Helder.

België was, gelijk wij zagen, door de wapenen der verbonden Mogendheden

uit de macht der Franschen verlost.

Napoleon wilde nu onderhandelen, doch de Mogendheden wilden niet.

Later behaalde hij eene overwinning bij Montmirail en nu vroegen de

Mogendheden, om te onderhandelen, doch thans weigerde de Keizer. De

legers der Gealliëerden onder Blücher en Schwartzenberg rukten nu op

Parijs aan, terwijl Wellington Bordeaux veroverde en de Oostenrijkers

Lyon namen. De Keizerin, de Groot-Waardigheidsbekleders van het rijk en

Jozef Bonaparte verlieten Parijs en den 30 Maart 1814 gaf Frankrijks

Hoofdstad zich aan de Bondgenooten over. Napoleons gemalin trok naar

Weenen, zonder haar man nog eenmaal gezien te hebben en vergat hem

spoedig geheel. De Keizer van Rusland en de Koning van Pruisen trokken

den 31 Maart 1814 Parijs binnen, doch verklaarden aan de Maire van die

stad, dat zij de rechten der Fransche natie wilden eerbiedigen. De

Vauvineux zette zich de witte kokarde op den hoed, ten teeken, dat hij

zich voor het oude Vorstenhuis, De Bourbons, verklaarde. Dit voorbeeld

werd in Parijs door velen gevolgd, en weldra klonk het overal: „Leve

de Koning!” De Senaat, vroeger het gewillige werktuig van Napoleon,

ontsloeg nu de soldaten van hun eed van getrouwheid, aan hem gedaan

en stelde over Parijs een Tusschenbestuur in. Napoleon bevond zich

te Fontainebleau en gaf bevel naar Parijs op te rukken, doch zijn

maarschalk Ney zei hem, dat zijn macht een eind genomen had, dat hij

geen recht meer had, aan het leger bevelen te geven en dat hij

verstandig deed, op billijke voorwaarden afstand van de regeering te

doen. Napoleon volgde dien raad op en deed afstand van de regeering ten

behoeve van zijn zoon. De Mogendheden wilden echter dien afstand niet

erkennen, waarom hij 11 April 1814 een afstand teekende „voor zijne

opvolgers”. De Mogendheden wezen Napoleon nu het eiland Elba als

afzonderlijk vorstendom tot verblijfplaats aan met een jaarlijks inkomen

van zes millioen francs. Nadat hij den 20 April afscheid genomen had van

de 3000 man der Garde, die hem getrouw waren gebleven, trok hij, door de

Generaals Bertrant en Drouot vergezeld, en door een behoorlijk geleide

omringd, naar Elba. De Fransche Senaat riep nu Lodewijk Stanislaus

Xaverius, oudsten broeder van den onthoofden Lodewijk XVI, onder

den naam van Lodewijk XVIII, tot Koning van Frankrijk uit, terwijl

Maarschalk Soult, die bij Toulouse nog altijd aan Wellington den weg

versperde, den aftocht koos. De regeering van Napoleon, als zijnde

door geweld op den troon gekomen, werd niet geteld. Men beschouwde de

Bourbons als onafgebroken te hebben geregeerd, zoodat na Lodewijk XVI

men diens zoon Lodewijk XVII als Koning beschouwde, terwijl nu Lodewijk

XVIII den Franschen troon beklom. De nieuwe Koning had de jaren zijner

ballingschap in Engeland door gebracht en aanvaardde den 31 Mei 1814 te

Parijs de regeering. Des daags te voren had hij met de Mogendheden een

algemeenen vrede gesloten, terwijl de landen, door Napoleon met geweld

aan Frankrijk gevoegd, weer aan Frankrijk werden ontnomen. Den 4 Juni

1814 gaf Lodewijk XVIII aan Frankrijk een grondwet, terwijl de vreemde

soldaten het Fransche grondgebied verlieten.

[Illustratie: INTOCHT VAN DE GEALLIEERDE VORSTEN TE PARIJS, 31 MAART

1814.]

Ondertusschen deden wij in ons land ons best, om de Franschen uit de

door hen bezette plaatsen te verdringen. Een Engelsche afdeeling onder

Sir Thomas Graham belegerde Bergen op Zoom. Hierdoor ontstond er in

die stad een groote duurte van levensmiddelen, terwijl de Fransche

Commandant in die stad de burgerij bovendien nog 35000 francs afdwong.

Daar de Fransche bezetting niet sterk was en de felle vorst de

verdediging verhinderde, besloot Graham een aanval op de stad te doen.

De Franschen toch hadden den slag bij Montmirail gewonnen, waarop Von

Bulow terugtrok, zoodat Graham bevreesd was, dat de Franschen weer

voorwaarts zouden trekken en Antwerpen, Bergen op Zoom en Grave als

steunpunten zouden bezigen. Na de aandacht der Fransche bezetting

afgeleid te hebben door een schijnaanval op de Steenbergsche poort,

liet hij des nachts drie colonnes over de grachten van Bergen op Zoom

trekken, waarvan twee in de stad kwamen en verschillende bastions wisten

te bezetten. Een Fransch Adjudant wist echter de vluchtende bezetting

niet slechts weer tot staan te brengen, maar zelfs tot zulk een hevigen

tegen-aanval te bewegen, dat de Engelschen overhaast de bastions

verlieten en maakten, dat ze de stad weer uitkwamen. Zoo was dan deze

aanval mislukt, wat mede was veroorzaakt geworden door het sneuvelen

van verschillende Engelsche officieren, zoodat de Engelsche troepen hun

leiding misten en in verwarring kwamen.

Den 5 April 1814 ontving de Fransche bevelhebber van Bergen op Zoom

bericht van de verbanning van Napoleon. Hij verving toen de driekleurige

vlag en kokarde voor de witte vlag en kokarde der Bourbons, doch gaf de

stad niet over. Eerst toen Lodewijk XVIII het hem beval, kregen wij

Bergen op Zoom terug.

De Fransche bezetting van Grave maakte zich aan plundering der omstreken

schuldig en de Commandant der stad wilde zelfs zijne vijandelijkheden

niet staken toen men hem berichtte, dat Napoleon verbannen was. Eerst

toen hij hoorde, dat Venlo en Maastricht zich overgegeven hadden,

ontruimde hij Grave.

Generaal De Jonge deed al het mogelijke, om Den Helder weer aan ons te

brengen. Toen hij niet meer over de hulp der Kozakken kon beschikken,

richtte hij eene ruiterbende op van 78 man, die, met lansen gewapend,

aan de voorposten goede diensten bewezen. Voorts voegden zich nog 300

man van den Landstorm te Alkmaar bij hem. Uit het tuighuis te Medemblik

ontving hij twee twaalfponders en twee veldstukken, terwijl hem uit

Alkmaar een aanzienlijk getal geweren gezonden werd. De Jonge liet

nu aan Verhuell weten, dat Gorinchem en 's Hertogenbosch onze zijde

gekozen hadden en dat de Mogendheden in Frankrijk groote vorderingen

maakten, doch de admiraal wilde van geen toegeven weten. Zijne Fransche

onderbevelhebbers rieden hem aan, de vloot in brand te steken, de forten

in de lucht te laten vliegen, het Nieuwediep te versperren, den zeedijk

door te steken en te trachten met twee fregatten te ontvluchten, doch

ook hiervan wilde Verhuell niets weten. Daar eerst zijn Hollandsch

zeevolk, en later, de Nationale Garde hem had verlaten, beschikte hij

over slechts 1100 man en was zijne positie uiterst moeilijk. Bovendien

had hij met geldgebrek te kampen en daar hij geen gedwongen geldheffing

in Den Helder wilde uitschrijven, leende hij geld in Den Helder met

zijn eigen goederen tot onderpand. Daar hij aan de landzijde door onze

troepen was ingesloten en aan de zeezijde door de Engelschen, kon hij

geen bevelen uit Parijs ontvangen. En daar hij die toch zeer noodig had,

bood luitenant Rijk, een bekwaam zeeofficier, zich aan, naar Parijs te

gaan. Verhuell nam dat aanbod met dankbaarheid aan. Den 12 Febr. 1814

wist De Rijk, vermomd, in een visschersboot door de Engelsche vloot heen

te komen. Wel maakten de schipper en zijn knecht bezwaar, om verder te

varen, toen ze vernamen, dat zij naar Frankrijk moesten, doch De Rijk

wist hen toch tot doorvaren te bewegen. Den 15 Febr. landde De Rijk te

Duinkerken, vanwaar hij zich over Bologne naar Parijs begaf, waar hij

bij den minister van Marine werd toegelaten. Deze gaf hem 10.000 Francs

mee en zei, dat Verhuell naar bevind van zaken moest handelen.

De Rijk kwam onopgemerkt door de troepen der Mogendheden, die in

Frankrijk gelegerd waren, heen, stapte 13 Maart te Duinkerken weer in

zijn visschersboot, doch was genoodzaakt, te Ostende wegens stormweer

binnen te loopen, waar hij zich 10 dagen schuil hield, tot hij den 25

Maart behouden in Den Helder wederkeerde. Hier deelde hij aan Verhuell

mede, dat Napoleon overwinningen had behaald, zoodat Verhuell nog geen

vrijmoedigheid had, de vesting aan ons weder te geven. Eerst den 4 Mei

1814 liet hij de witte vlag hijschen, waarna hij ontslagen werd van zijn

eed, aan Napoleon gedaan en hij Den Helder ontruimde. Hij verzocht nu

Koning Willem I in Nederlandschen dienst te mogen treden, wat geweigerd

werd. Verhuell ging nu naar Parijs, waar hij Pair van Frankrijk werd en

in hoogen ouderdom overleed.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 27 / 39 题