HOOFDSTUK XI.

Barend Ponstijn en Anton Reinhard Falck te

Amsterdam.—Omwenteling aldaar.—Omwenteling in Den Haag.

De bezetting te Amsterdam bestond uit een strafbataillon van 800 man,

eenige veteranen, benevens de gewapende douanen. Den 15 Nov. trok

Generaal Molitor met zijn troepen uit Amsterdam naar Utrecht, om zich

bij het hoofdleger in Gelderland te voegen. Pas waren de Franschen

Amsterdam uit of Barend Ponstijn ontplooide op de Nieuwe Brug te

Amsterdam de Oranjevlag, vroolijk omstuwd door honderden burgers, die

zich allen in een oogwenk met de geliefde Oranjekleur tooiden. Het volk

liep te hoop en plunderde, onder het geroep van: „Oranje Boven!” de

wachthuizen der gehate Douanen, terwijl men spotprenten op de Douanen

uitgaf. Vervolgens rukte men de uithangborden, die met den Keizerlijken

adelaar voorzien waren, naar beneden en wilde men de pakhuizen der

Douanen en de rijkstabakfabriek plunderen en vernielen. De Nationale

Garde, in allerijl onder de wapenen gekomen, wist echter door het beleid

van Anton Reinhard Falck, één harer kapiteins, dit laatste te

verhinderen.

[Illustratie: _zoek maar uit, zoek maar uit zes Douanen voor een duit_

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 19 / 39 题