HOOFDSTUK VIII.

De krijgsbedrijven der Hollanders in Rusland.—Hollandsche

pontonniers met hun bevelhebber Kapitein Benthien.

Napoleon trok van Smolensko terug naar Krasnoi, steeds vervolgd

door de hoofdmacht der Russen onder Kutusow. Hij verwachtte nog drie

legercorpsen en daar hij vreesde, dat die door den vijand zouden worden

afgesneden, trachtte hij eene door hem genomen stelling te behouden.

Eén dier afdeelingen wist zich door den vijand heen te slaan, doch de

tweede, die onder bevel van Davoust stond, werd door de Russen zoodanig

bestookt, dat Lefèbre aan het Hollandsche regiment, hoewel dat reeds tot

op 500 man verminderd was, bevel gaf, de benarde afdeeling te hulp te

komen. Het Hollandsche regiment, aangevoerd door den overste George,

tastte nu de Russen moedig aan en wist ze zoolang bezig te houden,

dat Davoust zich bij de hoofdarmee kon aansluiten. George keerde nu

terug, doch van de 500 Hollanders waren er slechts 40 overgebleven. Het

Hollandsche regiment, vroeger door Napoleon „Hollands roem” genoemd,

_had opgehouden te bestaan_. Evenals dat bij den slag bij Borodino met

het Regiment Hollandsche Huzaren was geschied, werden de overgebleven

soldaten bij de andere regimenten ingedeeld.

[Illustratie: TERUGTOCHT DER „GROOTE ARMEE” UIT RUSLAND.]

Eenigen tijd later werd het 33e regiment Lichte Infanterie (vroeger

het derde Regiment Hollandsche jagers) onophoudelijk door de Russische

ruiters aangevallen. Door zich telkens in quarré te vormen, wisten de

Hollanders steeds de aanvallen der Russen af te slaan. Ten laatste

werden ze ook door het vijandelijke voetvolk met geschut bestookt,

zoodat eindelijk slechts 78 van de onzen overbleven, waarvan 53 nog

gewond waren.

Het Hollandsche regiment „Garde te paard” van Koning Lodewijk (bij het

„Groote Leger” als Regiment „Lanciers van de Garde” ingedeeld) werd

versterkt door 200 geharde strijders, die reeds in Spanje met roem

gestreden hadden. Telkens door de Russen bestookt, was te Wilna van

dit Regiment Lanciers nog een enkel peloton over onder bevel van een

luitenant.

Van de vier Hollandsche Corpsen, bij het „Groote Leger” ingedeeld,

heeft slechts één, tenminste in naam, den veldtocht doorstaan. Van

het Hollandsche voetvolk waren de meeste officieren en manschappen

reeds omgekomen, vóór Moskou bereikt was. Dat er nog iets van het

„Groote Leger” gered is, is hoofdzakelijk te danken aan de Hollandsche

pontonniers, inzonderheid aan hun aanvoerder Kapitein George Diederik

Benthien. Te Moskou reeds werd deze Kapitein wegens de belangrijke

diensten, aan het leger bewezen, door Napoleon vereerd met de Ridderorde

van het Legioen van eer. Den 19 Oct. 1812 werd in de straten van

Polotzk het legercorps van Oudinot door de Russen onder Wittgenstein

aangevallen. Aan Benthien werd opgedragen, de brug over de Duna,

waarover de Franschen zich terug moesten trekken, niet slechts te

verdedigen, maar ook af te breken, zoo spoedig de Franschen er over

waren, opdat de Russen hen niet konden volgen. Dit laatste was niet best

te volvoeren, daar het laatste regiment dat zich aan de brug vertoonde

en uit Zwitsers bestond, de Russische voorhoede onmiddellijk op de

hielen zat. Benthien had echter de brug zoo gemaakt, dat de deelen los

aan elkander zaten en telkens uit elkander konden genomen worden. Toen

dan ook de Zwitsers de sterk golvende en slingerende brug over gestormd

waren, rukte Benthien de brug los en een oogenblik later voerden de

snelvlietende wateren van de Duna de planken en ribben der brug met zich

mee, terwijl de Franschen zich veilig aan den linkeroever der rivier

konden verschansen.

[Illustratie: DE OVERTOCHT OVER DE BEREZINA.]

Nog verdienstelijker maakte Benthien zich bij den overtocht over de

Berezina. Daar de oevers dezer rivier zeer moerassig zijn, was het

moeilijk, een geschikte plaats voor den overtocht te vinden. Bij het

dorp Studianka meenden de Franschen den overtocht te moeten wagen. Ze

telden 30.000 strijdbare mannen en bovendien nog 60.000 ongewapenden,

terwijl ze voorzien waren van een groot aantal vaartuigen. Ongelukkig

hadden ze tegen den raad van Benthien in, de laatste pontons verbrand,

wijl ze de daarvoor gespannen paarden noodig hadden, om de kanonnen te

trekken. Benthien liet daarom de houten huizen van Studianka afbreken,

waarvan hij schragen en twee houten bruggen maakte. Twee dagen van

ongeloofelijke inspanning gingen daarmee heen. Om de schragen in de

rivier te bevestigen moesten de pontonniers in het water en daarbij

zakten zij soms tot den hals toe in den modder, terwijl de scherpe

ijsschotsen, die de rivier afdreven, den arbeid zeer belemmerden.

Tot overmaat van ramp kon men geen balken en planken krijgen, die de

vereischte lengte hadden, om voor het bouwen der brug te dienen, terwijl

men de deelen met hennep, hooi en boomschors aan elkander moest hechten.

Toch waren de twee bruggen in twee uren tijds voltooid. Terstond

liet Napoleon er 7000 man overtrekken, teneinde de Russen onder

Tschitschakou, die hem van de overzijde bestookten, terug te drijven. De

Franschen behaalden de overwinning, hoofdzakelijk tengevolge der heftige

wijze, waarop de Hollandsche kurassiers onder kolonel A. D. Trip den

vijand aanvielen. Nu de weg hierdoor vrij geworden was, trokken de

overige Franschen ook over de bruggen. Alleen bleef Maarschalk Victor

met 4300 weerbare strijders aan den linkeroever, teneinde een talrijke

menigte van ongewapenden, zieken, gewonden, paarden, kanonnen en

voertuigen te beschermen en den overtocht over de Berezina mogelijk te

maken. Daar Wittgenstein met driedubbele overmacht Maarschalk Victor

bestookte, beval Napoleon aan Daendels, naar den linkeroever terug te

keeren, teneinde den overtocht te dekken. Victor, nu door Daendels

ondersteund, wist den geheelen dag den vijand tegen te houden,

terwijl intusschen de weerlooze hoop de bruggen overtrok. Het was

een schrikkelijk schouwspel, die ordelooze en onafzienbare menigte

vluchtelingen, zieken, gewonden, vrouwen, kinderen, gedrongen tusschen

paarden, wagens en kanonnen, elkander verdringend, terugstootend,

vertrappend, om maar het eerst buiten het bereik van den vijand te zijn,

terwijl de Russen niet ophielden kogels en granaten in die vluchtende

menigte te schieten. Tegen den avond eindigde van beide zijden het

schieten. Opdat nu ook Victor en zijne manschappen de brug bereiken

konden, legden 160 pontonniers en sapeurs een loopgraaf van opgestapelde

lijken aan, waartusschen de soldaten voor de aanvallen van den vijand

beveiligd waren. Toen zij den overkant bereikt hadden, werd de brug in

brand gestoken. Toch bleven er nog 5000 man aan den linkeroever, die

niet in staat waren te vluchten of niet de wagens met levensmiddelen

wilden verlaten. Voor zoover zij niet door de speren der Kozakken van

het leven werden beroofd, werden ze door de Russen in harde

krijgsgevangenschap gevoerd.

Van de 160 pontonniers waren ten laatste slechts 40 overgebleven en van

dezen hebben niet meer dan 7 het vaderland terug gezien.

Bij het overtrekken van één der bruggen, door de genie over de Berezina

geslagen, bezweek de brug. Vruchteloos schreeuwden de voorsten aan

hunne achter hen opdringende makkers toe, om terug te keeren. Niemand

luisterde naar die stemmen. Men drong vooruit en stortte zijne

voorgangers in de diepte, tusschen de bulderende ijsschotsen, om

een oogenblik later in denzelfden afgrond gedrongen te worden.

Van de 15000 man, waarmee Napoleon Wilna binnentrok, droegen nog slechts

600 de wapens.

God redde Nederland gedenkschrift bij gelegenheid van het honderd-jarig jubileum van Neerlands herkregen onafhankelijk volksbestaan (30 Nov. 1813 - 30 Nov. 1913) · 第 16 / 39 题