VIJFDE TOONEEL.

Een ander gedeelte van het slagveld.

Krijgsgedruisch. De Dauphijn, Orleans, Bourbon, de Connetabel, Rambures

en Anderen komen op.

CONNETABEL. O, diable!

ORLEANS. O, Seigneur!—le jour est perdu! tout est perdu!

DAUPHIJN. Mort de ma vie! ten duivel alles! alles!

Smaad, eeuw’ge schande zetelt hoonend nu

In onze vederpluimen!—O, meschante fortune!

(Een kort strijdgedruisch.)

Niet vluchten! staat!

CONNETABEL. Niet één gelid houdt stand.

DAUPHIJN. O, eeuw’ge smaad!—doorsteken wij onszelven!

Is dit de bende, waar we om dobbelden?

ORLEANS. Is dit de koning, wien wij losgeld eischten?

BOURBON. O schande, en eeuw’ge schande, niets dan schande!

Laat ons in eere sterven! nogmaals kampen!

En hij, die thans Bourbon niet volgen wil,

Ga heen en houde, ’t hoofd ontbloot, de wacht,

Gelijk een lage kopp’laar, voor de kamer,

Waarin een slaaf, niet eed’ler dan mijn hond,

De schoonste zijner dochters hem onteert!

CONNETABEL. Was wanorde ons verderf, die helpe ons nu!

Laat ons in dichte drommen ’t leven off’ren!

ORLEANS. Er zijn er nog genoeg van ons in leven,

Om in ’t gedrang den vijand te verstikken,

Indien slechts aan een plan te denken waar’.

BOURBON. Ter helle een plan! ons in ’t gedrang gestort!

Zijn smaad verlengt, wie niet zijn leven kort.

(Allen af.)

Koning Hendrik de Vijfde · 第 24 / 32 题