VIERDE TOONEEL.

Het slagveld.

Strijdgedruisch; schermutselingen. Een Fransch Soldaat, Pistool en de

Jongen komen op.

PISTOOL. Geef u over, hond!

SOLDAAT. Je pense, que vous estes le gentilhomme de bonne qualité.

PISTOOL. Kaliteef? kale hond! zijt gij een edelman?

Hoe is uw naam? spreek op!

SOLDAAT. O Seigneur Dieu!

PISTOOL. O, Sinjeur Djoe moet wel van adel zijn.

Weeg nu mijn woorden, Sinjeur Djoe, merk op:

O Sinjeur Djoe, mijn kling, gij springt er over,

Zoo gij, Sinjeur, mij geen uitbundig losgeld

Betalen wilt.

SOLDAAT. O, prenez miséricorde! ayez pitié de moy!

PISTOOL. Mooi praten helpt niet, goud verlang ik, goud;

Of ik haal u het darmnet uit uw strot,

In droppels purp’ren bloed.

SOLDAAT. Est-il impossible d’eschapper la force de ton bras? Grâce!

grâce!

PISTOOL. Gras zegt ge, gras?

O gij verdoemde, loopsche haas, gij grasbuik,

Biedt gij mij gras?

SOLDAAT. O pardonne moy!

PISTOOL. Wat zegt gij? een paar ton? twee tonnen moois?

Wat moois? wat geld? knaap, vraag dien schelm in ’t Fransch,

Hoe of hij heet.

JONGEN. Escoutez, comment estes vous appellé?

SOLDAAT. Monsieur le Fer.

JONGEN. Hij zegt, dat zijn naam is Mosjeur Fer.

PISTOOL. Mosjeu Fer! ik wil hem beferren en beferken en

befenkelen.—Verklaar hem dit in ’t Fransch.

JONGEN. Ik weet het Fransch niet voor beferren en befenkelen en

beferken.

PISTOOL. Hij zij bereid, ik snijd de keel hem af.

SOLDAAT. Que dit il, monsieur?

JONGEN. Il me commande à vous dire que vous faites vous prest; car ce

soldat icy est disposé tout à cette heure de couper vostre gorge.

PISTOOL. Ouy, coupe legorge, par ma foy, gij boer,

Als gij geen kronen geeft, een zak met kronen;

Of anders hakt dit zwaard u in de pan.

SOLDAAT. O, je vous supplie pour l’amour de Dieu, me pardonner. Je suis

le gentilhomme de bonne maison; gardez ma vie, et je vous donneray deux

cents escus.

PISTOOL. Wat zegt hij daar?

JONGEN. Hij bidt u zijn leven te sparen; hij is een edelman van goeden

huize, en hij wil u tweehonderd kronen als losgeld geven.

PISTOOL. Zeg hem dan dit:

Mijn woede luwt, de kronen wil ik nemen.

SOLDAAT. Petit monsieur, que dit il?

JONGEN. Encore qu’il est contre son jurement de pardonner aucun

prisonnier, néantmoins, pour les escus que vous l’avez promis, il est

content à vous donner la liberté, le franchisement.

SOLDAAT. Sur mes genoux je vous donne mille remerciemens, et je

m’estime heureux que je suis tombe entre les mains d’un chevalier, je

pense, le plus brave, valiant, et très-distingué seigneur d’Angleterre.

PISTOOL. Vertolk mij dit, gij knaap!

JONGEN. Hij zegt u op zijn knieën duizendmaal dank; en hij acht zich

gelukkig, dat hij in de handen gevallen is van een, die, naar hij

meent, de dapperste, moedigste en waardigste seigneur is van Engeland.

PISTOOL. Bij ’t bloed, dat ik steeds zuig, ik voel erbarmen. Volg mij.

JONGEN. Suivez vous le grand capitaine.

(Pistool en de Fransche Soldaat af.)

Van mijn leven heb ik zulk een volle stem niet hooren komen uit een

ledig hart; maar het zeggen is waar: in holle vaten zit de meeste

klank. Bardolf en Nym hadden tienmaal meer moed dan deze brullende

duivel uit de oude zinnespelen, wien iedereen de nagels met een houten

dolk korten kan; en die zijn beiden gehangen; en dat zou hem ook

gebeurd zijn, als hij iets stoutweg had durven stelen. Ik moet bij den

tros, bij de legerbagage, blijven in het kamp; als de Franschen het

wisten, zouden zij een mooien buit op ons kunnen behalen, want alleen

jongens zijn er bij, om de wacht te houden.

(De Jongen af.)

Koning Hendrik de Vijfde · 第 23 / 32 题