EERSTE TOONEEL.

Frankrijk. Voor Harfleur.

Krijgsgedruisch. Koning Hendrik komt op, benevens Exeter, Bedford,

Gloster en Soldaten met stormladders.

KONING HENDRIK. Nog eens gestormd, nog eens, mijn lieve vrienden!

Of stopt de bres met Englands doode strijders!

In vredestijd staat niets den man zoo goed,

Dan rustige bescheidenheid en ootmoed;

Maar trilt des oorlogs storm ons in het oor,

Bootst dan het doen des fellen tijgers na;

Spant iedre pees en wekt uw bloed; vermomt

Uw vriendlijke natuur door norsche woede;

Leent dan aan ’t oog een onheilspellend uitzicht;

Het gluur’, gelijk een veldslang, door de schutpoort

Van ’t hoofd; de wenkbrauw overwelv’ het dreigend,

Gelijk een rots, die, onder uitgehold,

Ver uitsteekt over zijn vergruisden voet,

Waar de oceaan vernielend, woest, om bruist.

Spert wijd het neusgat, klemt de tanden saam,

Houdt de’ adem in, spant al uw kracht en geest

Tot volle hoogte!—Op, op, gij Englands eedlen!

Gij, ’t bloed van in den krijg beproefde vaad’ren,

Vaad’ren, die, elk een Alexander, hier

Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds rustloos streden,

En ’t zwaard eerst borgen om gebrek aan werk.

Onteert uw moeders niet, maar staaft, dat zij,

Die gij uw vaders noemt, u ook verwekten.

Weest mannen van een grover bloed ten voorbeeld,

Leert hun wat strijden is.—Ook gij, braaf landvolk,

Met leden, die in England groeiden, toont

De kracht van uwe weiden; laat ons zweren,

Dat ge uw verzorging waard zijt; doch dit weet ik;

Want zoo gering of laag is geen van u,

Dat nu zijn oog niet straalt van eed’len gloed;

Ja, ’k zie, gij staat als brakken aan de lijn,

En rukt om los te komen. ’t Wild is op;

Gaat, volgt uw moed; uw wapenkreet bij ’t stormen

Zij:—„God met Hendrik! England en Sint George!”

(Allen af. Krijgsgedruisch en kanonschoten.)

Koning Hendrik de Vijfde · 第 12 / 32 题