HOOFDSTUK XI. HET HUWELIJK VAN KONING VOUKASHIN.

De boodschap aan Vidossava.

Koning Voukashin [65] van Skadar aan de Boyana [66] schreef een boek

[67] en zond dat naar Herzegovina, naar de witte stad Pirlitor [68]

tegenover den berg Dourmitor. Hij schreef het in het geheim, en in

het geheim zond hij het aan de schoone Vidossava, de eenzame gade

van den voïvode Momtchilo. Aldus was de inhoud van het boek:

"Heil u, Vidossava, echtgenoote van Momtchilo! Waarom woont gij

te midden van ijs en sneeuw? Indien gij opziet van de muren van uw

kasteel, dan ziet gij den berg Dourmitor met sneeuw en ijs, niet alleen

in den winter, maar ook midden in den zomer; indien gij naar beneden

kijkt, zie, daar stroomt uw onstuimige rivier, de Tarra, die op haar

golven hout en steenen draagt. Er zijn geen doorwaadbare plaatsen, noch

bruggen die haar overspannen; ze is slechts omgeven door pijnboomen en

stukken rots. Waarom zoudt gij geen vergif toedienen aan uw echtgenoot

of hem aan mij verraden? Dan zoudt gij naar mij kunnen vlieden, naar

de vlakke zeekust in mijn witte stad aan de Boyana. Ik zal u gaarne

trouwen en gij zult mijn koningin worden. Gij zult zijde spinnen

op een gouden spoel, zitten op gouden kussens en fluweel dragen,

geborduurd met goud. En hoe prachtig is deze stad Skadar aan de

Boyana! Als gij neerziet op de vruchtbare hellingen boven de muren,

dan rust uw blik op ontelbare vijgen en olijvenboomen en wijngaarden

vol druiventrossen; als gij omlaag kijkt, zie! hoe wit de vlakten zijn

van nijgende tarwevelden en groen van de sappige weiden. Door de weiden

stroomt de heldergroene Boyana; haar wateren worden bevolkt door alle

soorten van visschen, die gij versch opgediend op tafel zult hebben,

indien gij dat wenscht."

Het verraad van Vidossava.

Toen Vidossava het boek had gelezen, schreef zij haar antwoord in fijne

letters: "Mijn heer, gij koning Voukashin! Het is geen gemakkelijke

taak den voïvode Momtchilo te verraden, nog minder gemakkelijk is het

hem te vergiftigen. Momtchilo heeft een zuster, Yevrossima genaamd,

die zijn gerechten gereed maakt en voor hem van elk gerecht iets

gebruikt. Hij heeft negen broers en twaalf volle neven, die wijn

schenken in zijn gouden beker; zij drinken altijd vóór hem, eer hij

een teug neemt! Ook, o koning! bezit de voïvode Momtchilo een paard,

Yaboutchilo genaamd, dat vleugels heeft en vliegen kan, zoo ver als

zijn meester maar wil. Dit is nog niet alles. Mijn echtgenoot heeft een

zwaard, versierd met diamanten, zoo groot als de oogen van een meisje;

hiermede gewapend vreest hij niemand dan God. Maar luister naar mij,

o koning Voukashin! Verzamel een ontzaglijk groot leger! Voer uw helden

naar het meer, en verberg u daar in de bosschen. Het is de gewoonte

van Momtchilo elken Zondagmorgen op de jacht te gaan; dan rijdt hij

uit met zijn negen broeders en twaalf neven, en wordt daarbij vergezeld

door een wacht van veertig mannen uit zijn kasteel. Op den avond, die

aan den volgenden Zondag vooraf gaat, zal ik Yaboutchilo de vleugels

afbranden; het met juweelen bezette zwaard zal ik in gezouten bloed

doopen, zoodat het Momtchilo onmogelijk zal zijn het uit de scheede

te trekken: aldus zult gij in staat zijn hem te overwinnen."

Toen dit boek in handen kwam van koning Voukashin, werd zijn hart

verheugd, en hij verzamelde een groote strijdmacht en trok op naar

Herzegovina. Hij trok naar het meer bij het kasteel van Momtchilo,

waar hij zich in de naburige bosschen verborg.

Aan den vooravond van den Zondag trok Momtchilo zich in zijn slaapkamer

terug om te rusten op de zijden kussens, toen, zie! zijn gade tot hem

kwam. Zij legde zich niet neer op de zijden kussens, maar bleef naast

haar echtgenoot staan en haar tranen vielen op zijn hoofd. Toen hij

de warme tranen op zijn ridderlijke wangen voelde, keek de voïvode

op en zei:

"O, Vidossava, mijn getrouwe gade! Welk groot verdriet heeft u

getroffen, dat gij tranen op mijn hoofd stort?"

En Vidossava antwoordde: "Mijn heer, gij voïvode Momtchilo. Ik heb

geen ander verdriet dan over u. Ik heb van een wonder gehoord, dat

mijn eigen oogen niet hebben gezien. Men heeft mij gezegd, dat gij

een gevleugeld paard hebt, maar ik kan het verhaal niet gelooven. Het

zal u het een of ander machtig kwaad brengen en ik vrees, dat gij

zult omkomen!"

Het gevleugelde paard.

Momtchilo was gewoonlijk voorzichtig, maar dezen keer liep hij in den

val: "Vidossava, mijn dierbare gade," zei hij teeder, "indien dat de

oorzaak van uw verdriet is, dan kan ik u gemakkelijk troosten. Gij

zult de vleugels van mijn ros Tchile [69] zien; als de eerste hanen

kraaien, ga dan naar beneden, naar de stallen; dan zult gij zien,

hoe Tchile zijn vleugels ontplooit."

Na dit gezegd te hebben, legde hij zich weer neer om te slapen. Maar

niet alzoo Vidossava. Zij bleef waken om het eerste hanengekraai te

hooren en toen zij het geluid vernam, sprong zij op, stak een lantaarn

en een kaars aan, nam wat kalfsvet en teer en spoedde zich naar de

stallen. En zie! Zij zag, hoe Yaboutchilo zijn vleugels ontplooide,

die tot aan zijn hoeven reikten. Vidossava smeerde de vleugels met vet

en teer in en stak ze met haar kaars in brand. Wat niet verbrandde,

bond zij stevig onder den buik van het paard vast. Hierna ging zij

naar het arsenaal en doopte het lievelingszwaard van Momtchilo in

gezouten bloed. Daarna keerde zij naar de kamer van haar gade terug.

De droom van Momtchilo.

Bij het aanbreken van den dag ontwaakte Momtchilo en sprak tot

Vidossava: "Mijn geliefde gade! Heden nacht heb ik een vreemden droom

gehad: plotseling verscheen een nevel wolk van het vervloekte land

Vassoye, die den berg Dourmitor omhulde. Ik reed door de wolk met

mijn negen geliefde broeders en twaalf volle neven, vergezeld van mijn

veertig wachten. In dien nevel, o, mijn geliefde Vidossava! verloren

wij elkaar uit het oog; en nooit ontmoetten wij elkaar meer! God

alleen weet, wat deze droom beteekent; maar ik heb een voorgevoel,

dat het een of ander onheil ons weldra zal treffen!"

Vidossava beproefde haar heer gerust te stellen. "Vrees niet, mijn

geliefde heer!" zei zij; "droomen zijn bedrog, God verlaat u niet!"

De hinderlaag.

Momtchilo kleedde zich voor de jacht en wandelde uit zijn witten toren

naar het plein, waar zijn negen broeders, twaalf neven en veertig

wachten reeds op hem wachtten. Zijn gade leidde zijn Yaboutchilo

naar hem toe; hij sprong in het zadel en als gewoonlijk reed hij

met zijn gevolg ter jacht. Zonder dat een hunner iets vermoedde,

bereikten zij het meer, waar eensklaps een groote strijdmacht hen

omringde. Momtchilo greep naar zijn zwaard, maar helaas, hij was niet

in staat het uit de scheede te trekken. Toen riep hij bitter uit:

"Luistert, mijn geliefde broeders! Mijn gade Vidossava heeft mij

verraden, geeft mij een zwaard?"

Haastig gehoorzaamden zijn broeders; zij gaven hem het beste zwaard,

dat zij hadden! Toen zei Momtchilo weer: "Luistert, mijn geliefde

broeders: gij zult de vleugels van het leger aanvallen en ik zal

tegen het midden den strijd aanbinden."

Machtig God, welk een heerlijk wonder! "Hoe gelukkig zoudt gij

u achten, als gij, mijn broeders [70], dat wonder hadt gezien:

hoe voïvode Momtchilo zijn zwaard zwaaide, en zich een weg baande

door den muur van vijanden!" Echter werden er meer verpletterd door

Yaboutchilo dan door het zwaard van den held! Maar helaas een droevig

ongeluk wachtte hem ten slotte. Toen hij zich door den vijand had

heengeslagen, volgden de negen zwarte paarden van zijn broeders hem;

maar de zadels waren leeg!

Toen Momtchilo dit zag, barstte zijn moedig hart haast van verdriet

over het verlies van zijn negen geliefde broeders; de arm, waarin

hij zijn zwaard hield, viel slap langs zijn zijde; en wetende, dat

hij niet langer zou kunnen vechten, gaf hij Yaboutchilo de sporen,

opdat deze zijn vleugels zou uitspreiden en naar zijn kasteel vliegen.

Maar helaas! Voor het eerst gehoorzaamde zijn paard niet aan de

sporen. Toen sprak Momtchilo verwijtend:

"O, Yaboutchilo, dat de wolven u verslinden! Menig keer hebt gij van

hier gevlogen, alleen uit tijdverdrijf en nu ik in gevaar verkeer,

wilt gij niet vliegen!"

En het ros antwoordde hinnikend: "Mijn heer, machtige voïvode

Momtchilo! Vloek mij niet, en beproef niet mij verder te dwingen! Heden

kan ik niet vliegen! Dat God uw Vidossava straffe! Dezen nacht

heeft zij de punten van mijn beide vleugels verbrand. Wat zij niet

verbrandde, heeft zij stevig onder mijn buikriem vastgebonden. O, mijn

geliefde meester; gij deedt beter te trachten alleen te ontsnappen. Ik

kan u niet helpen!"

Toen Momtchilo dit hoorde, biggelden de tranen langs zijn heldhaftig

gelaat. Het kostte hem moeite van zijn geliefde Yaboutchilo af te

stijgen; na een laatste liefkozing vermande hij zich en met drie

sprongen bevond hij zich voor den ingang van zijn kasteel. En zie! de

massieve poorten waren gesloten en gegrendeld.

Broeder en zuster.

Toen hij dit zag, riep Momtchilo luid zijn zuster toe: "O Yevrossima,

mijn geliefde zuster! Laat een rol linnen naar beneden, opdat ik

tegen den muur van het kasteel kan opklimmen en ontkomen, voordat

mijn vervolgers mij hebben ingehaald!"

Yevrossima hoorde de smeekbede en antwoordde onder een vloed van

tranen: "Helaas, mijn geliefde broeder, gij voïvode Momtchilo! Hoe

kan ik een linnen band naar beneden laten, nu mijn schoonzuster,

uw ontrouwe Vidossava, mijn haren aan een balk heeft vastgebonden?"

Maar zusters hebben een week hart voor broers [71] en Yevrossima

rukte, terwille van haar eenigen broer, zoo hevig met haar hoofd,

dat zij los kwam, maar haar haren aan den balk liet; toen nam zij een

rol linnen, maakte het eene eind vast en wierp het ander eind over den

muur van af den wal. Momtchilo greep het linnen en klom snel op naar

den rand van den wal. Hij was op het punt in de vesting te springen,

toen zijn trouwelooze gade snel kwam aanloopen, en met een scherp

zwaard het linnen boven de handen van Momtchilo doorsneed.

Terzelfder tijd was de strijdmacht van Voukashin genaderd en Momtchilo

stortte neer op hun lansen en zwaarden. Toen de koning den held zag

vallen, spoedde hij zich naar de plek en doorstak hem het hart met

een hevigen stoot. Hij stiet zoo heftig, dat het zwaard door den

muur drong.

De dood van Momtchilo.

Voïvode Momtchilo was een buitengewoon held, en hij was in staat deze

laatste woorden tegen koning Voukashin te spreken: "Mijn laatste

verzoek aan u, o koning Voukashin, is, dat gij mijn trouwelooze

Vidossava niet huwt, want zij zal ook u verraden. Heden heeft zij

mij aan u verraden, morgen zal zij u hetzelfde aandoen! Veel beter

zou het zijn mijn lieve zuster Yevrossima te huwen, de lieftalligste

van alle meisjes. Zij zal u altijd trouw zijn en u een held schenken,

even groot als gij zelf zijt!"

Dit zei voïvode Momtchilo, toen hij worstelde met den bleeken

dood. Toen hij het gezegd had, vloog zijn ziel hemelwaarts.

De poorten van het kasteel werden nu geopend en de ontrouwe Vidossava

kwam naar buiten om koning Voukashin welkom te heeten. Nadat zij hem

begroet had, ging zij hem voor naar haar witten toren en wees hem een

plaats aan haar gouden tafel. Zij bood hem fijne wijnen aan en vele

kostbare gerechten. Daarna ging zij naar het arsenaal en bracht hem

de wapenrusting en de wapenen van Momtchilo. Maar merkwaardig! De

helm, die Momtchilo juist paste, viel koning Voukashin neer op de

schouders. Een van Momtchilo's kaplaarzen was groot genoeg voor de

twee voeten van koning Voukashin. Het zwaard van Momtchilo was een

armlengte te lang, toen koning Voukashin het aan zijn gordel paste!

De straf van Vidossava.

Toen hij dit alles zag, riep koning Voukashin uit: "Helaas! Wee

mij! Dat God mij vergeve! Welk een trouweloos monster moet deze

jeugdige Vidossava zijn om zulk een held te verraden, wiens gelijke

over de geheele wereld vergeefs gezocht moet worden! Hoe kon ik,

rampzalige, verwachten, dat zulk een vrouw mij trouw zou blijven?"

Na dit gezegd te hebben, riep hij luid zijn bedienden, die Vidossava

grepen en haar mooie ledematen aan de staarten van vier paarden bonden,

die ze toen voor het kasteel Pirlitor uiteen joegen.

Vreeselijk lot, aldus werd ze levend aan stukken gescheurd.

Daarna plunderde de koning het kasteel van Momtchilo en voerde

Yevrossima weg naar Skadar aan de Boyana. Later betoonde hij zich haar

liefde waardig trouwde haar en zij schonk hem Marko en Andreas. En

inderdaad, Marko erfde den heldenmoed van voïvode Momtchilo en zoo

werd de voorspelling van zijn oom vervuld.

Historische aanteekening.

Hoe ruw de gewoonten ook mogen zijn, waarvan in deze ballade uit de

veertiende eeuw een beeld gegeven wordt, in mijn verzameling is ze

toch ongetwijfeld een plaats waard. Ze werd neergeschreven door Vouk

St. Karadgitch, die ze opving van de lippen van een Servischen bard,

en ik kan niet genoeg mijn spijt uitdrukken over mijn onmacht om

in een andere taal de schoone en stoutmoedige vergelijkingen en de

even kernachtige als welsprekende uitdrukkingen tot haar recht te

laten komen.

De Fransche troubadours der middeleeuwen kozen zelden de ontrouw

van vrouwen als thema; waarschijnlijk omdat een geval als in onze

ballade beschreven werd hetzij onbekend was, hetzij te algemeen,

om als belangrijk te worden beschouwd. Indien Servische barden de

wispelturigheid en het verraad van het zwakkere geslacht niet dan

bij hooge uitzondering bezongen, dan kwam dat door den weerzin, die

in Servië door de ontrouw, zoowel van den echtgenoot als van zijn

gade wordt opgewekt. Ongetwijfeld heeft de bard in een klooster, dat

hij op een zijner reizen aandeed, een of andere kroniek opgedoken,

waaraan hij eenige feiten ontleende betreffende het huwelijk van

koning Voukashin en, evenals de Fransche troubadour, die uit het

sobere historische materiaal, dat hem ten dienste stond, het verhaal

van den slag bij Ronceval opbouwde, heeft zijn fantasie aangevuld,

wat hem aan feiten ontbrak.

Voor het algemeen oordeel over de ontrouw vindt men een aanwijzing in

de barbaarsche straf, die de bard Vidossava oplegt. Het mag zeker

als een groote merkwaardigheid gelden, dat ik bij mijn nasporingen

geen enkele ballade heb gevonden, waarin ontrouw van den kant van

een echtgenoot voorkomt.

In de balladen, die betrekking hebben op Prins Marko zien wij, dat

hij altijd ridderlijk jegens vrouwen was, vooral tegenover weduwen

en onderdrukte meisjes, onverschillig welke haar maatschappelijke

positie of godsdienst ook waren. Hij is bereid Turksche meisjes

bij te staan en zelfs zijn leven voor haar te wagen. In de ballade

getiteld: "De gevangenschap en het huwelijk van Stephanus Yakshitch"

verhaalt de bard, hoe hij de liefde opwekt van een hartstochtelijk

Turksch meisje, die hij echter afwijst; reeds de enkele gedachte aan

een verbintenis tusschen een Christen en een Mohammedaansche vrouw

wekt zijn verontwaardiging. Het kan zijn, dat koning Voukashin voor

Vidossava's huwelijk met voïvode Momtchilo omgang met haar had, maar

indien dat zoo was, dan moet het meer een politieke verbintenis zijn

geweest dan een zaak van het hart.

Heldensagen en Legenden van de Serviërs · 第 34 / 47 题