De bard begint.
Genadige schepper! Dondert het of schudt de aarde? Of kan het zijn
het loeien van den stormachtigen oceaan, die zijn golven tegen het
strand beukt? [73]
Neen, het is geen donder, noch is de aarde aan het schudden of de
onstuimige Oceaan bezig tegen het strand te beuken.
Zie! de heiligen verdeelen onder elkaar de schatten des Hemels, van
de Aarde en van de Zee; de Heilige Petrus en de Heilige Nicolaas,
Johannes en Elias; onder hen is ook de Heilige Panthelias.
Plotseling nadert met langzame, sleepende schreden, Beata Maria;
de tranen stroomen haar langs het bleeke gelaat.
"Lieve zuster" sprak de heilige Elias, "gij Beata Maria! Welk groot
ongeluk heeft u getroffen, dat de tranen langs uw wangen stroomen?"
Daarop sprak Beata Maria onder haar snikken door: "O mijn lieve
broeder, gij Donderaar Elias. Hoe kan ik nalaten tranen te storten,
nu ik juist uit Indië ben teruggekeerd, uit Indië, dat gevloekte
land? In dat ontaarde land heerscht volstrekte regeeringloosheid; het
volk heeft geen eerbied voor zijn meerderen; kinderen gehoorzamen hun
ouders niet; ouders vertreden hun kinderen onder hun eigen voeten. (dat
hun wangen blozen bij den divan [74] voor God, die de waarheid zelf
is). De eene _koom_ beschuldigt den ander voor den rechter en legt
een valsche getuigenis tegen hem af--waarmee hij zijn eigen ziel
verliest, en nadeel toebrengt aan hem, die als getuige aanwezig is
geweest bij zijn huwelijk of doop; de broeder daagt den broeder uit
tot een tweegevecht; een bruid is niet veilig in handen van een dezer,
en helaas, zelfs nog ontzettender dingen heb ik gezien!"
De Donderaar Elias gaf ten antwoord: "O, lieve zuster, gij Beata
Maria. Wisch deze tranen af van uw lieftallig gelaat. Indien wij
deze schatten hebben verdeeld, zullen wij naar den divan tot onzen
Almachtigen Schepper gaan. Tot Hem willen wij bidden, dat Hij in
Zijn oneindige genade ons de sleutels verleene der Zeven Hemelen,
om die er mede te sluiten. Ik zal de wolken verzegelen, zoodat er
geen droppel regen meer uit neervalt, noch stortregen, noch zachte
dauw. Ook zullen de zilveren stralen der maan gedurende den nacht
niet schijnen. Alzoo zal er gedurende drie volle jaren een ontzettende
droogte heerschen en noch tarwe, noch wijn zal er groeien, ja, zelfs
niet zooveel als er noodig is voor de Heilige Mis."
Beata Maria was getroost en wischte de tranen weg van haar melkwit
gelaat. En de heiligen gingen voort met het verdeelen der schatten:
Petrus koos wijn en tarwe en de sleutels van het Hemelsche Rijk:
Elias koos den bliksem en den donder; Panthelias de groote hitte;
Johannes broederschap en koomschap, zoowel als het Heilige Kruis;
Nicolaas koos de zeeën met de galeien er op.
De Gramschap van God.
Toen begaven allen zich naar den divan bij den Almachtige, tot Wien
zij onophoudelijk baden, drie lichte dagen en drie duistere nachten
lang. Zij baden en inderdaad hun gebeden werden verhoord: God gaf
hun de sleutels van de Hemelen.
Zij sloten de Zeven Hemelen af en drukten zegels op de wolken en ziet,
drie volle jaren viel er geen druppel regen, noch stortregen, noch
zachte dauw. Het zilveren licht der maan scheen niet en er groeide
geen wijn, noch ontsproot de tarwe in den verschroeiden grond, zelfs
niet zooveel als noodig was voor de behoeften der Heilige Kerk.
Aanschouwt wat gebeurde! De zwarte aarde spleet; levenden werden er
in verzwolgen--God zond een afgrijselijke plaag, die ouden en jongen
wegmaaide, hen scheidende, die elkaar dierbaar waren. De weinigen,
die dit overleefden, hadden bitter berouw en wendden zich tot God
den Heer, in Wien zij waarachtig geloofden en Die hen nu zegende.
En Gods zegen, dien Hij dezen menschen gaf, is gebleven tot op dezen
dag: er zou een zomer en een winter zijn, elk jaar een!
Zooals het lang geleden was, zoo is het ook nu. "Aangebeden
God dat onze dankzeggingen U bereiken! Wat geschied is,
dat het nooit weer geschiede."