HOOFDSTUK XII DE HEILIGEN VERDEELEN DE SCHATTEN. [72]

De bard begint.

Genadige schepper! Dondert het of schudt de aarde? Of kan het zijn

het loeien van den stormachtigen oceaan, die zijn golven tegen het

strand beukt? [73]

Neen, het is geen donder, noch is de aarde aan het schudden of de

onstuimige Oceaan bezig tegen het strand te beuken.

Zie! de heiligen verdeelen onder elkaar de schatten des Hemels, van

de Aarde en van de Zee; de Heilige Petrus en de Heilige Nicolaas,

Johannes en Elias; onder hen is ook de Heilige Panthelias.

Plotseling nadert met langzame, sleepende schreden, Beata Maria;

de tranen stroomen haar langs het bleeke gelaat.

"Lieve zuster" sprak de heilige Elias, "gij Beata Maria! Welk groot

ongeluk heeft u getroffen, dat de tranen langs uw wangen stroomen?"

Daarop sprak Beata Maria onder haar snikken door: "O mijn lieve

broeder, gij Donderaar Elias. Hoe kan ik nalaten tranen te storten,

nu ik juist uit Indië ben teruggekeerd, uit Indië, dat gevloekte

land? In dat ontaarde land heerscht volstrekte regeeringloosheid; het

volk heeft geen eerbied voor zijn meerderen; kinderen gehoorzamen hun

ouders niet; ouders vertreden hun kinderen onder hun eigen voeten. (dat

hun wangen blozen bij den divan [74] voor God, die de waarheid zelf

is). De eene _koom_ beschuldigt den ander voor den rechter en legt

een valsche getuigenis tegen hem af--waarmee hij zijn eigen ziel

verliest, en nadeel toebrengt aan hem, die als getuige aanwezig is

geweest bij zijn huwelijk of doop; de broeder daagt den broeder uit

tot een tweegevecht; een bruid is niet veilig in handen van een dezer,

en helaas, zelfs nog ontzettender dingen heb ik gezien!"

De Donderaar Elias gaf ten antwoord: "O, lieve zuster, gij Beata

Maria. Wisch deze tranen af van uw lieftallig gelaat. Indien wij

deze schatten hebben verdeeld, zullen wij naar den divan tot onzen

Almachtigen Schepper gaan. Tot Hem willen wij bidden, dat Hij in

Zijn oneindige genade ons de sleutels verleene der Zeven Hemelen,

om die er mede te sluiten. Ik zal de wolken verzegelen, zoodat er

geen droppel regen meer uit neervalt, noch stortregen, noch zachte

dauw. Ook zullen de zilveren stralen der maan gedurende den nacht

niet schijnen. Alzoo zal er gedurende drie volle jaren een ontzettende

droogte heerschen en noch tarwe, noch wijn zal er groeien, ja, zelfs

niet zooveel als er noodig is voor de Heilige Mis."

Beata Maria was getroost en wischte de tranen weg van haar melkwit

gelaat. En de heiligen gingen voort met het verdeelen der schatten:

Petrus koos wijn en tarwe en de sleutels van het Hemelsche Rijk:

Elias koos den bliksem en den donder; Panthelias de groote hitte;

Johannes broederschap en koomschap, zoowel als het Heilige Kruis;

Nicolaas koos de zeeën met de galeien er op.

De Gramschap van God.

Toen begaven allen zich naar den divan bij den Almachtige, tot Wien

zij onophoudelijk baden, drie lichte dagen en drie duistere nachten

lang. Zij baden en inderdaad hun gebeden werden verhoord: God gaf

hun de sleutels van de Hemelen.

Zij sloten de Zeven Hemelen af en drukten zegels op de wolken en ziet,

drie volle jaren viel er geen druppel regen, noch stortregen, noch

zachte dauw. Het zilveren licht der maan scheen niet en er groeide

geen wijn, noch ontsproot de tarwe in den verschroeiden grond, zelfs

niet zooveel als noodig was voor de behoeften der Heilige Kerk.

Aanschouwt wat gebeurde! De zwarte aarde spleet; levenden werden er

in verzwolgen--God zond een afgrijselijke plaag, die ouden en jongen

wegmaaide, hen scheidende, die elkaar dierbaar waren. De weinigen,

die dit overleefden, hadden bitter berouw en wendden zich tot God

den Heer, in Wien zij waarachtig geloofden en Die hen nu zegende.

En Gods zegen, dien Hij dezen menschen gaf, is gebleven tot op dezen

dag: er zou een zomer en een winter zijn, elk jaar een!

Zooals het lang geleden was, zoo is het ook nu. "Aangebeden

God dat onze dankzeggingen U bereiken! Wat geschied is,

dat het nooit weer geschiede."

Heldensagen en Legenden van de Serviërs · 第 35 / 47 题