De belangrijkheid van de balladen.
Dat het Servische volk--als Slavische en christelijke
nationaliteit--niet geheel bezweek onder den Ottomaanschen onderdrukker
en dat de zuidelijke Slaven na bijna vijf eeuwen van onderwerping
aan den Turk nog een diep besef behouden hadden van hun nationale
idealen, is voornamelijk te danken aan de Servische nationale poëzie,
die in het hart der Balkan-Christenen een diepen haat tegen den Turk
levendig heeft gehouden en onder de onderdrukte Serviërs de herinnering
levendig hield aan gemeenschappelijk ondernomen pogingen van verzet,
welke de nederlaag van den Turk op de slagvelden van Koumanovo,
Monastir, Prilip, Prizrend, Kirk-Kilisse en Scoetari ten gevolge had.
Wie heeft deze gedichten geschreven? Wij zouden even goed kunnen
vragen, wie is de schrijver van den Ilias en de Odyssee?
Indien Homerus het collectieve pseudoniem is voor een geheele reeks
van Helleensche nationale dichters, dan is "het Servische volk" dat
van de nationale dichters, die Servische epische gedichten door de
eeuwen heen zongen en voor wie het onverschillig was, of hun naam aan
hun schepping verbonden werd. De taak van de geleerde Diascevastes uit
de eeuw van Pisistratus, welke zij met zooveel bekwaamheid vervulden
in het oude Hellas, is in Servië in het begin der negentiende eeuw
ondernomen door een boer, die zich zelf had gevormd, den beroemden
Vouk Stephanovitch-Karadgitch.
De eerste verzameling van Servische nationale gedichten, die hij
neerschreef, zooals hij ze opving van de lippen der gousslari
(Servische nationale barden) werd voor het eerst in 1814 te
Weenen uitgegeven en niet alleen gretig gelezen in Servië en in de
letterkundige kringen van Oostenrijk en Duitschland, maar ook in
andere deelen van Europa. Goethe zelf vertaalde een der balladen en
zijn voorbeeld werd weldra gevolgd door anderen.
Deze gedichten--gelijk ook uit de voorbeelden in dit boek
blijkt--blijven stilstaan bij den roem van het middeleeuwsche Servische
rijk, die verloren ging op het noodlottige slagveld van Kossovo (1389).
Toen de Turken de Servische landen onderwierpen en de bloem der
Servische aristocratie verdreef, vonden deze mannen een toevlucht in
de kloosters en dorpen, waar de Turksche ruiterij nooit kwam. Daar
konden zij gedurende eeuwen ongestoord blijven, bezield door de
welsprekendheid der Servische monniken, die het als hun plicht
beschouwden voor het volk achter hun oude muren de herinnering te
bewaren aan oude koningen en tzaren en aan het roemrijk verleden,
waarin zij op het toppunt van hun macht stonden.
Beroepsbarden trokken van het eene dorp naar het andere, in eenvoudige,
tienlettergrepige verzen de daden bezingend van Servische helden en
Haïdooks (roofridders), de eenigen, die nog weerstand boden aan de
Turksche wreedheden. De barden brachten nieuws rond van politieke en
andere belangrijke gebeurtenissen, dikwijls meer of minder misvormd, en
de begaafde Serviërs--want begaafd waren zij en zijn zij nog--vonden
het niet moeilijk zich het verhaalde later te herinneren en aan
anderen de geschiedenis weer over te brengen, die hun in dichterlijken
vorm was meegedeeld. Daar het rhytme van de gedichten gemakkelijk
is, en de nationale balladen doortrokken waren van den geest, die
elken waren Serviër bezielt, gebeurt het niet zelden, dat een boer,
die eens een gedicht heeft gehoord, niet alleen dat kan herhalen,
zooals hij het gehoord heeft, maar ook passages improviseert, ja,
hij kan soms zelfs geheel oorspronkelijke balladen samenstellen.
In Servisch Hongarije zijn scholen, waar de blinden deze nationale
balladen leeren en van de eene jaarmarkt naar de andere trekken,
om ze voor te dragen voor de boeren, die daar uit verschillende
Servische landen samenkomen. Maar dit is niet de ware methode. In
de bergen van Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina bestaat
er geen gelegenheid ze werktuigelijk te leeren; zij zijn aan allen
van kindsbeen af bekend. Indien in den winteravond de leden van een
Servische familie rondom het vuur zijn verzameld en de vrouwen spinnen,
dan worden er gedichten opgezegd door hen, die ze het best kennen.
De Goussle.
De balladen worden onveranderd opgezegd onder begeleiding van een
primitief instrument met één snaar, een _goussle_ genaamd, dat in
bijna elke woning wordt aangetroffen. De populaire Servische dichter
Peter Petrovitch liet ons in zijn meesterwerk _Gorsky Viyenatz_
("De Bergkrans") de volgende regels na, die een spreekwoordelijke
bekendheid hebben gekregen.
Dye se goussle u kutyi ne tchuyu
Tu su mrtva i kutya i lyoudi.
(Het huis, waarin de goussle niet wordt gehoord,
Is dood, en eveneens de menschen, die er wonen.)
De oude mannen met volwassen zonen, die geen harden arbeid behoeven
te doen, zeggen de verzen voor hun kleinkinderen op, welke behagen
scheppen in de rhythmische poëzie, waaruit zij kennis putten van het
verleden. Zelfs de abten van de kloosters achten het niet beneden
zich deze balladen voor te dragen en hun zang te begeleiden met de
eentonige klanken van de goussle. Maar de uitvoering draagt meer het
karakter van een voordracht dan van een lied. De snaar wordt slechts
aan het eind van elk vers even geraakt. In enkele deelen van Servië
echter wordt op elke lettergreep den nadruk gelegd door een streek met
den strijkstok te doen en de laatste lettergreep wordt wat uitgehaald.
Deze epische tienlettergrepige versregels bestaan altijd uit vijf
trochaeën; steeds met een rust na den tweeden voet; en bijna elke
regel is op zich zelf een volledige zin.
Er is nauwelijks een herberg of wijnhuis in eenig Servisch dorp, waar
boeren te zamen komen zonder een goussle-speler, om wien zij zich
vereenigen en naar wiens voordrachten zij met genot luisteren. Bij
de feesten in de omgeving der kloosters, waar de boeren in grooten
getale samenkomen, dragen beroepsgousslars heldenzangen voor en
doen daarbij in sommige passages hun gevoel zoo krachtig spreken,
dat er ternauwernood een toehoorder is, wiens wangen niet rijkelijk
bedauwd zijn van tranen. De muziek is buitengewoon eenvoudig, maar
de eenvoud er van vormt een machtig en indrukwekkend contrast met den
overvloed van romantiek, die uit de heldendaden van den een of anderen
lievelingsheld spreekt--van den koninklijke Prins Marko bijvoorbeeld.
Er zijn vele stoute overdrijvingen in deze nationale liederen en het is
niet te verwonderen, dat zij door Westersche critici onderschat werden,
wat vooral het geval was met de balladen, waarin de heldendaden van
den geliefden Marko bezongen worden--die "zijn zwaren staf omhoog
werpt, zoo hoog, dat hij de wolken raakt, en weer opvangt in zijn
rechterhand, zonder van zijn trouw strijdros Sharatz af te stijgen".
Het kan zijn, dat de lezer nu en dan op een passage stuit, die hem
wat ruw toeschijnt, maar hij moet bedenken, dat de balladen gewoonlijk
door eenvoudige, ongeletterde boeren van geslacht tot geslacht werden
overgedragen. De meeste van die, welke de daden van den koninklijken
Prins Marko tot onderwerp hebben, dateeren uit het begin der veertiende
eeuw, toen de gewoonten, zelfs in Westelijk Europa nog al afweken
van die, welke nu heerschen. Mijn vertalingen zijn echter zorgvuldig
herzien door mevrouw C. H. Farnam, die groote belangstelling voor het
werk koesterde en beproefd heeft het oorspronkelijke tot zijn recht te
laten komen, ook daar, waar het ons wat ruw voorkomt. Nadat zij eenigen
tijd in Servië had doorgebracht--zooals vele edele Engelsche vrouwen
gedaan hebben--de gewonde helden van den Balkan-oorlog verplegende en
hun pijnen met onuitsprekelijke teederheid en toewijding verzachtende,
voelde zij zich aangetrokken tot het natuurlijke, aangeboren gevoel
van eerlijkheid en tot den moed, die haar beschaafden geest in deze
eenvoudige Serviërs opviel en sedert strekte zich haar belangstelling
ook uit tot hun geschiedenis en letterkunde. Het is opmerkenswaard,
dat de geschiedenis van de Servische en andere Zuid-slavische volken,
ontwikkeld als ze is door hun poëzie--zoo al niet er geheel door
vervangen--daardoor nationaal eigendom is geworden, en zóó in de
herinnering van het geheele volk voortleeft, dat een reiziger uit
het Westen verbaasd moet zijn, als hij zelfs den meest onwetenden
Servische boer hoort vertellen van de oude koningen en tsaren, van
de roemrijke dynastie van Nemagnitch en van de daden der nationale
helden uit alle tijdperken.