Deze gewoonte wordt beschouwd als een overblijfsel uit de tijden,
toen de Serviërs tot het christendom werden bekeerd. Iedere
Servische familie heeft een dag in het jaar, die bekend is als slava,
gewoonlijk den een of anderen heiligendag, waarop zekere ceremoniën
worden vervuld, gedeeltelijk van godsdienstigen, gedeeltelijk van
maatschappelijken aard. De heilige, dien het hoofd der familie herdenkt
als zijn beschermheilige of naamheilige, wordt ook herdacht door zijn
kinderen en hun afstammelingen.
Eenige dagen voor de viering komt de priester naar het huis van iederen
svetchar--den man, die als hoofd der familie den heilige herdenkt--om
het water te zegenen, dat voor dit doel in een specialen bak gereed
wordt gehouden, daarna besprenkelt hij het hoofd van alle familieleden
met het heilige water, waarin hij een klein takje bazielkruid heeft
gedoopt. Hij gaat daarop van kamer tot kamer om overal dezelfde
ceremonie te verrichten.
Ten einde hun naamheilige aangenaam te zijn, vasten alle leden
der familie een week voor het feest. Den avond voor den heiligen
dag wordt voor het beeld van den heilige een kaars aangestoken,
die gedurende twee dagen blijft branden. Een of twee dagen voor het
feest bereiden de vrouwen een kolatch (een bijzondere koek, gemaakt
van tarwebloem) die ongeveer 37 1/2 c.M. middellijn heeft en ongeveer
7 1/2 c.M. dik is. De oppervlakte is verdeeld in vier parten, doordat
ze met een kruis is geteekend; elk vierde deel heeft een schild waarop
de letters I.N.R.I. staan. In het midden bevindt zich een cirkel,
en daarbinnen en poskurnik (monogram van deze initalen). Behalve de
kolatch wordt een andere koek gemaakt van witte tarwe, goed gekookt,
en vermengd met poedersuiker, gehakte noten en amandelen. Deze wordt
kolyivo genoemd (letterlijk: "iets, dat met het mes is gedood"). Dit is
blijkbaar een reliquie uit heidensche tijden, toen men met kolyivo de
dieren bedoelde, die op het altaar werden geofferd. Toen de Serviërs
bekeerd waren tot het christelijk geloof, werd hun gezegd, dat de
God der christenen en zijn heiligen geen dierenoffers en nog minder
die van een mensch verlangden, en dat daarvoor in de plaats gekookte
tarwe moest worden gebruikt. Wel eigenaardig is het, dat kolyivo
slechts bereid wordt voor die heiligen, van wie het volk gelooft,
dat zij dood zijn en niet voor hen, van wie verondersteld wordt,
dat zij nog leven, wat bijv. het geval is met St. Elias (Elyah),
de beschermheilige van den donder, en daarom ook wel de "Donderaar"
genoemd, de aartsengel Michael en eenige anderen.
De Slava-ontvangavond.
Op den vooravond van den Slavadag wordt er voldoende voedsel voor
de twee volgende dagen gereedgemaakt en tegen zonsondergang zijn al
de tafels wel voorzien van ververschingen, berekend op de komst van
een groot aantal gasten. Vrienden en bloedverwanten worden door een
boodschapper, die daartoe speciaal wordt uitgezonden, genoodigd. In
verschillende door het gebruik geijkte vormen wordt deze uitnoodiging
overgebracht; een er van is de volgende: "Mijn vader (of mijn oom,
al naar het geval is) heeft mij gezonden om u zijn groeten te brengen
en noodigt u heden avond in ons huis om een glas cognac te drinken. Wij
wenschen met u te deelen de zegeningen, die God en onze beschermheilige
over ons hebben uitgestort. Wij vragen u dringend te komen!" Bij
deze woorden overhandigt de boodschapper aan den genoodigden gast een
tchoutoura, gevuld met wijn en versierd met bloemen, waaruit de gast
dan altijd een teug drinkt. Daarna maakt hij het teeken des kruises
en zegt: "Ik dank u; dat uw Slava een gelukkige en voorspoedige
zij!" Na den wijn geproefd te hebben, vervolgt hij: "Wij zullen ons
best doen om te komen. Wij zijn dankbaar voor de uitnoodiging, die
ons ten zeerste vereert." Onveranderlijk spreekt hij deze woorden uit,
hetzij hij werkelijk van plan is de uitnoodiging aan te nemen of niet.
Terwijl de boodschapper op weg is om de gasten uit te noodigen, zijn
de vrouwen van het huis bezig al de noodige toebereidselen te maken
voor hun ontvangst. Elke gast roept, als hij den drempel nadert:
"O heer van het huis, zijt gij bereid gasten te ontvangen?" Zoodra
hij dat hoort, snelt de svetchar den gast tegemoet en begroet hem
met deze woorden: "Zeer zeker ben ik dat en ik hoop, dat er nog veel
meer gasten komen even welkom als gij!" Daarna treedt de gast binnen,
omhelst den svetchar en zegt: "Ik wensch u een zeer aangenamen avond
en een gelukkige Slava!" En dan antwoordt de gastheer als ware dat
van zelf sprekend: "Ik dank u en heet u welkom in mijn huis!"
Op dezelfde wijze worden de andere gasten begroet. Indien zij allen
aanwezig zijn, noodigt de gastheer hen uit hun handen te wasschen. Want
geen Servische boer zou ooit gaan zitten, om voedsel te gebruiken,
voordat hij dit had gedaan. Daarna wijst de gastheer ieder zijn plaats
aan, altijd met stipte inachtneming van de volgorde, waarop ieders
rang hem aanspraak geeft.
De meisjes van het huis dienen cognac rond aan de verzamelde gasten
en deze wordt, althans in den winter, gewoonlijk gewarmd, terwijl er
honig of suiker aan is toegevoegd. De gasten zijn intusschen blijven
staan en wachten zwijgend en eerbiedig tot de ceremoniën van de Slava
zullen beginnen.
De gastheer zet in het midden van de tafel een groote waskaars, die
hij niet aansteekt, alvorens het teeken des kruises driemaal gemaakt
te hebben. Daarna neemt hij een bak, waarin wat gloeiende asch ligt,
plaatst daarin eenige stukjes wierook en laat den geur dan opstijgen
naar het heiligenbeeld, dat volgens de gewoonte de eereplaats in de
woning inneemt. Nog steeds met het wierookvat in de hand staat hij
enkele oogenblikken stil voor elken gast. Indien deze plechtigheid
voorbij is en er geen priester aanwezig is, noodigt de gastheer zijn
gasten uit zelf hun gebed op te zeggen. Veel Servische boeren hebben
het talent om geïmproviseerde gebeden op te zeggen en daar is bij
deze ceremoniën altijd vraag naar. De gastheer geeft het wierookvat
aan zijn vrouw, wier plicht het is toe te zien, dat de damp van den
wierook elk deel van het huis bereikt. Daarna verbreekt de gastheer de
stilte met het volgende gebed: "Laat ons, o broeders, zeer eerbiedig
bidden tot den almachtigen Heer, onzen God, en tot de heilige
Drieëenheid! O Heer, Gij almachtig en genadig Schepper van Hemel en
Aarde, bevrijd ons, wij bidden het u, van alle onvoorziene kwaad! O,
Heilige George! (hier noemt hij den naam van den beschermheilige,
wiens feest zij vieren) onze beschermheilige, bescherm ons en wees
onze voorspraak bij den Heer onzen God; wij, die hier verzameld zijn,
vragen het u. Gij heilige Apostelen, gij vier Evangelisten en pilaren,
op wie de hemelen en de aarde rusten, wij, die zondaars zijn, smeeken
om uwe bemiddeling;" enz. Als het gebed is geëindigd, maken de gasten
verscheidene malen het teeken des kruises en dan begint het avondeten.
Slava toasten.
Gedurende de eerste twee of drie gangen gaan de gasten door met
cognacdrinken; wijn wordt niet gepresenteerd, voordat zij vleesch
hebben genomen. Bij het drinken van het eerste glas wijn brengt
de oudste gast, of de voornaamste in rang (gewoonlijk is het de
dorpsgeestelijke of de burgemeester) den eersten toast, waarvan evenals
van alle volgende de bewoordingen door de traditie zijn bepaald. In
sommige deelen van Servië brengt de gastheer zelf den eersten toast
op den aanzienlijksten van zijne gasten uit, door tot hem de volgende
woorden te richten: "Ik dank u, evenals al uw broederen, voor de eer,
die u mij genadiglijk bewijst mijn slava met uw tegenwoordigheid te
vereeren. Laat ons het eerste glas drinken ter eere van den genadigen
God. Waar wijn in zijn naam gedronken wordt, daar moge altijd voorspoed
zijn." De voornaamste gast aanvaardt den toast, maakt het teeken des
kruises en antwoordt in de volgende bewoordingen: "Ik dank u zeer,
vriendelijke en milde gastheer! Moge uw slava u voorspoed brengen, en
laat ons dit tweede glas drinken 'op het betere uur'." De derde toast
is meestal ter verheerlijking van de Drieëenheid. In het Servisch:
_Tretya-sretya, sve u slavu Svete Troyitze!_
In enkele deelen van Servië worden er zeven of zelfs meer heildronken
gebracht, maar deze gewoonte vertoont gelukkig neiging om te
verdwijnen.
De ceremonie in de kerk.
Den volgenden morgen staan al de leden der familie vroeg op, om het
huis weer in orde te brengen, en de svetchar gaat naar de naaste
kerk. Hij neemt de kolyivo, de kolatch, wat wijn, wierook en een
waskaars mee. Al deze dingen plaatst hij voor het altaar, waar zij
gedurende den ochtenddienst moeten blijven, waarna de dienstdoende
priester in de slavakoek van onderen insnijdingen maakt, die
overeenkomen met de lijnen van het kruis aan de oppervlakte. Daarna
breekt hij de koek en draait die in een cirkel met behulp van den
Svetchar, terwijl zij samen zekere gebeden opzeggen. Nadat deze
ceremonie geëindigd is, neemt de gastheer de eene helft van de koek,
en laat de andere helft voor den priester. Indien de kerk ver af ligt
en de gastheer niet lang van huis kan zijn, dan mag de slavakoek in
zijn eigen huis door hem in tweeën worden gesneden met behulp van zijn
mannelijke gasten, onder het opzeggen van de voorgeschreven gebeden;
terwijl zij in een kring staan, houden zij de koek zoo, dat hun duim
er op is geplaatst en zij haar met vier vingers ondersteunen.
Het slava-feest.
Tegen den middag, eenige minuten voordat de zon haar hoogste punt
bereikt, wordt een deel van de slavakoek op de tafel geplaatst met
een aangestoken kaars. Aan dit maal in den middag worden gewoonlijk
veel meer gasten genoodigd dan bij het avondeten van den vorigen
avond, bovendien heeft op dezen dag zelfs een vreemdeling--welke
zijn godsdienst ook moge zijn--het recht het huis binnen te gaan en
gastvrijheid te verlangen. De koninklijke Prins Marko had bijvoorbeeld
veel vrienden onder de Turken en zij kwamen altijd als gast op zijn
slavadag. Al de gasten verheffen zich tegelijk van hun zetel, maken
met grooten eerbied een kruis, en in volmaakte stilte, met gevulde
glazen, wachten zij op de toespraak, die de Svetchar zal houden. Weer
worden er drie of misschien meer heildronken uitgebracht en aanvaard
en natuurlijk worden even dikwijls de glazen geledigd en weer gevuld,
zelfs nog voor het maal van den middag is begonnen. Etend en drinkend
ter eere van God, de heilige Drieëenheid, de heilige slava, en zoo
voort, blijft men bijeen, tot laat in den nacht, wanneer de gasten zich
herinneren, dat het tijd is om naar huis te gaan. Velen brengen echter
den geheelen nacht in het huis door en blijven ook nog den volgenden
dag. Eenige vereerders van goeden wijn ontzagen zich soms niet drie
achtereenvolgende dagen en nachten te blijven. Deze buitengewone
toewijding aan de heiligen werd vooral betoond te Nish en in den
omtrek daarvan, en leverde den beroemden Servischen romanschrijver
Stephanus Strematz de stof voor een van de mooiste en zonder twijfel
een van de geestigste romans, die in Servië geschreven zijn.
De dag voor Kerstmis.
Een ander feest, dat de Serviërs evenals andere volken met vele
plechtigheden en gebruiken van onmiskenbaar heidenschen oorsprong
vieren, en dat aller hart met vreugde vervult, is het Kerstfeest. Het
is zelfs een bekende zegswijs van de Serviërs, dat "er geen dag is
zonder licht--noch eenige werkelijke vreugde zonder Kerstmis."
In den regel staat de Servische boer vroeg op, maar op den dag voor
Kerstmis (Badgni dan) is ieder nog vroeger dan gewoonlijk bij de
hand. Want het is de dag, waarop ieder lid van het gezin de handen
vol werk heeft. Twee of meer der jonge mannen worden van elk huis
uitgezonden naar het bosch [24] om een jongen eikenboom te hakken en
thuis te brengen, die _Badgnak_ wordt genoemd. (De afleiding van het
woord ligt in het duister, het is waarschijnlijk afkomstig van den
naam van een heidenschen God.)
Als de jonge man, die den boom moet hakken, hem heeft uitgekozen,
knielt hij neer en woorden van begroeting prevelend en het bij deze
gelegenheid gebruikelijk gebed opzeggend, werpt hij er een handvol
koren naar toe; daarna maakt hij driemaal het teeken des kruises en
draagt dan zorg den kant, waar hij begint met hakken zoo te kiezen,
dat de boom naar het Oosten moet vallen en wel juist op het oogenblik,
dat de zon zich boven den horizon vertoont. Hij moet er ook op letten,
dat de boom bij het op de aarde vallen geen takken aanraakt van een
nabijstaanden boom, anders zou meer dan waarschijnlijk de voorspoed
van het huis in het komend jaar worden verstoord. De stam van den
boom wordt nu in drie blokken gehakt, waarvan het eene wat langer is
dan de beide andere.
Tegen den avond, als alles gereed is en al de leden van de familie
verzameld zijn in de keuken, het voornaamste vertrek in de woning,
wordt een groot vuur ontstoken en het hoofd van de familie brengt
plechtig de Badgnak binnen, die hij zoo op 't vuur plaatst, dat het
dikke einde ongeveer 30 c.M. buiten den haard blijft; ondertusschen
spreekt hij op luiden toon zijn goede wenschen uit voor den voorspoed
van het huis en alle bewoners.
Op dezelfde manier brengt hij de andere deelen van den Badgnak binnen,
en als ze alle drie branden, pakken de jonge herders het grootste
blok vast, want zij gelooven door zoo te doen zich de gehechtheid
hunner schapen aan haar lammeren te verzekeren, van de koeien aan
haar kalveren en van alle andere dieren aan haar jongen.
Op dit oogenblik brengt het oudste lid der familie een bos stroo en
overhandigt dien aan de huisvrouw, aan wie hij tegelijkertijd "een
goede en gelukkige Badgni dan" wenscht. Dan werpt zij een handvol
koren naar hem toe, dankt hem voor het stroo en begint in de keuken
en aangrenzende kamers het stroo op den vloer uit te strooien onder
het nabootsen van het geklok der hennen, terwijl de kinderen haar
vroolijk volgen en de geluiden nabootsen, die jonge kuikens maken.
Indien dit gedaan is, moet om te beginnen de moeder een gele kaars
brengen en een aarden bak, gevuld met brandende kolen.
De vader maakt weer eerbiedig een kruis, steekt de kaars aan en doet
wat wierook op de asch. Intusschen hebben de overige familieleden
zich al in een halven kring opgesteld, waarbij de mannen rechts en de
vrouwen links staan. Nu gaat de vader overluid gebeden opzeggen en
loopt van het eene einde van den halven kring naar het andere; voor
ieder staat hij een korte poos stil, opdat de damp van den rookenden
wierook in het wierookvat, dat hij in zijn rechterhand houdt, ieder op
zijn beurt in het gelaat komt. De gebeden, die zij bij deze gelegenheid
opzeggen, duren ongeveer vijftien of twintig minuten en verschillen
in bijna elk district. Na vijftien gebeden nemen zij allen plaats
voor het avondeten, dat niet neergezet is op een tafel, maar op den
grond. Want het wordt als een goede orthodoxe gewoonte beschouwd om
op den avond voor Kerstmis zakken over den steenen of leemen vloer te
leggen en kussens in plaats van stoelen te gebruiken. Gedurende het
avondeten, waarbij geen vleesch wordt gebruikt, drinkt de huisvader
met geestdrift heildronken op de Badgnak, daarbij gelijktijdig zijn
wenschen uitsprekende voor hun aller voorspoed in het nieuwe jaar. Hij
giet ook een glas wijn over de uitstekende einden van het blok. In
verscheidene deelen van Servië vasten al de boeren--mannen, vrouwen,
zelfs kleine kinderen--de vijf en veertig dagen voor Kerstmis; zij
onthouden zich van vleesch, eieren en melkspijs en eten eenvoudig
groenten en vruchten.
Als het avondeten voorbij is, gaat de geheele familie naar bed,
behalve een der jonge mannen, die bij het vuur blijft, om toe te zien,
dat de Badgnak niet geheel verbrandt en het vuur niet uitdooft.
Kerstdag.
Algemeen neemt men aan, dat de plechtigheden en gebruiken bij dit
kerkelijke feest, dat wij Serviërs in onze eigen taal Bojitch noemen,
wat "de kleine God" beteekent, niets anders zijn dan min of meer
gewijzigde vormen van aanbidding van den heidenschen god Dabog (of
Daybog), dien wij al genoemd hebben.
Onze heidensche voorouders waren gewoon een varken aan hun zonnegod
te offeren en in onzen tijd is er geen enkel huis in geheel Servië,
waar met Kerstmis niet als een van zelfsprekend feit, gebraden
varkensvleesch wordt opgediend. De mannen en jongens van het gezin
staan op dien dag heel vroeg op, om een groot vuur op het erf aan
te leggen en een speenvarken aan een spit te braden, waarvoor alle
voorbereidselen op Badgni dan gemaakt zijn. Op het oogenblik, dat men
het kleine varken boven het vuur houdt, wordt er om het te begroeten,
heftig met pistolen of geweren geschoten. Daar schot na schot valt,
is het duidelijk, dat het geheele dorp in beweging is. Want bijna
al de gezinnen in het dorp houden deze gewoonte in eere en elke
jongeman beschouwt het als zijn natuurlijke plicht een pistool af te
schieten, zoodat de naburige heuvelen telkens weergalmen, alsof er
een aanhoudende schermutseling plaats heeft. Nog vroeg in den morgen
gaat een der meisjes naar den gemeenschappelijken put om drinkwater
te halen, en als zij den put bereikt, brengt zij hem haar groet,
wenscht hem een gelukkigen Kerstmis en werpt er gelijktijdig een
handvol koren en een bosje of soms alleen een takje bazielkruid in. Het
koren wordt geofferd in de hoop, dat de oogst even overvloedig moge
zijn als het water, en van het bazielkruid verwacht men, dat het het
water altijd helder en zuiver houdt. De eerste beker water, dien zij
ophaalt, wordt gebruikt voor het maken van een koek (_Thesnitza),_
die aan den middagmaaltijd in evenveel stukjes wordt gebroken, als
het gezin leden telt. Een zilveren geldstuk wordt in het deeg gedaan
en hij of zij, die het vindt, wordt beschouwd als een lieveling van
het geluk in het komende jaar.
Gedurende den morgen verwacht elk huis een bezoeker (polaznik), die
gewoonlijk een jonge knaap is uit een naburig huis. Als de polaznik
het huis binnen gaat, breekt hij een klein takje van het einde der
smeulende Badgnak, terwijl hij het hoofd van het gezin begroet met
de woorden: "Christus is geboren!" en al de anderen antwoorden
hem met den kreet "waarlijk, Hij is geboren." De moeder werpt
een handvol tarwe naar hem toe. Dan nadert hij den haard en slaat
herhaaldelijk op de Badgnak met het takje, dat hij afgebroken heeft,
zoodat duizenden vonken den schoorsteen in vliegen, daarbij spreekt
hij zijn heilwenschen uit: "Moge de Heilige Kerstmis dit huis even
veel schapen, even veel koeken, even veel bijenkorven (en zoo voort)
geven, als er vonken in dit vuur zijn!" Dan legt hij op de Badgnak,
hetzij een zilveren, hetzij een gouden geldstuk, dat het hoofd van
het gezin behoudt om den smid te geven teneinde het door het ijzer te
smelten als zijn nieuwe ploeg wordt gemaakt, want, naar hij meent,
is dit een onfeilbaar middel om den grond vruchtbaarder te maken
en van tegenspoed bevrijd te blijven. De polaznik wordt natuurlijk
uitgenoodigd te blijven en deel te nemen aan den maaltijd en daarna
wordt hem een koek voorgezet, die ook een geldstuk bevat, soms van
goud, soms van zilver.
Na den maaltijd gaan al de jongelieden naar buiten om de een of
andere sport te beoefenen, meestal sledevaren, terwijl de ouderen
zich verzamelen rondom een gooslar (een nationalen zanger) en veel,
ja eindeloos vermaak scheppen in het luisteren naar zijn voordracht
van hun oude balladen.
De Dodola, een godsdienstige plechtigheid.
De onheilen, die de Servische boeren het meest vreezen, zijn van
tweeerlei aard--droogte en zeer hevige stormen. In de heidensche
tijden was er een godin, die, naar men geloofde, heerschappij had
over de wateren en den regen. Toen de Serviërs tot het christendom
bekeerd waren, kenden zij de macht om den oceaan, rivieren en stormen
te bedwingen aan St. Nicolaas toe; en de Dalmatiërs, zeevarende lieden,
bidden nog altijd alleen tot hem; terwijl men in het hartje van Servië,
waar de boeren geen begrip hebben van wat groote schepen, en nog minder
van wat zeeën en meren zijn, zijn toevlucht neemt tot de geliefde godin
Doda of Dodola, telkens als er een overmatig lange droogte heerscht.
De Dodola is een zeer bijzondere godsdienstige plechtigheid. Gewoonlijk
wordt een Zigeunermeisje ontkleed en dan dicht omwikkeld met gras en
bloemen, zoodat zij er bijna geheel onder verborgen is. Zij draagt
een wijden krans van wilgentakken, doorweven met wilde bloemen om
haar middel en heupen en in dit fantastisch gewaad moet zij in het
dorp dansende van huis tot huis gaan, terwijl elke huisvrouw een
emmer water over haar uitstort en degenen, die haar vergezellen een
lied zingen, dat tot refrein heeft: Oy Dodo, oy Dodole.
Val, o regen! en lieflijke dauw!
Oy, Dodo! Oy Dodole!
Verfrisch onze weiden en akkers!
Oy, Dodo! Oy Dodole!
In elken volgenden regel wordt telkens voor een andere graansoort
of een andere plant aan Doda gesmeekt er spoedig regen op te doen
vallen. Dan geven de vrouwen van de kleine hoeven haar geschenken,
hetzij voedsel of geld; en de meisjes zingen andere liederen voor haar,
altijd in hetzelfde rhytme, bedanken, bieden haar goede wenschen aan
en vertrekken.
De Pinksterdagen.
Gedurende de Pinksterfeesten gaan ongeveer vijftien meisjes, meestal
Christen-Zigeunerinnen, van wie een de Banierdraagster, een andere
de koning en weer een andere de koningin (kralyitza) voorstelt,
gesluierd en begeleid door een groot aantal eerejonkvrouwen van deur
tot deur zingende en dansende het geheele dorp door. Haar liederen
hebben betrekking op het huwelijk, de keuze van een man of vrouw, het
geluk van het huwelijksleven, de zegen van het bezit van kinderen. Op
elk vers van haar liederen volgt het refrein, Lado, oy, Lado-leh!,
wat waarschijnlijk de naam is van de oude Slavonische God der Liefde.
Palmzondag.
In den winter, juist voor den vastentijd, wordt het groote feest
ter eere van den Dood gevierd, waarbij allen plechtig hun gestorven
bloedverwanten en vrienden herdenken en zoodra komt niet Palmzondag,
of allen vereenigen zich in de viering van het nieuwe leven.
Den voorafgaanden Zaterdag verzamelen de meisjes zich op een heuvel
en dragen verzen voor over de Opstanding van Lazarus en op Zondag,
voor zonsopgang, komen zij op de plaats samen, waar zij water putten
en dan voeren ze haar landelijke dansen (kollo) uit, terwijl zij
daarbij een lied zingen waarin o.a. wordt meegedeeld, dat het water
dof wordt door het gewei van een damhert en helder door zijn oog [25].
St. George's Dag.
Met St. George's Dag, 23 April (Dyourdyev Dan), lang voordat de
dag aanbreekt, staan al de leden van een Servisch gezin op en nemen
een bad in het water, waarin den vorigen dag voor zonsondergang een
aantal grassen en bloemen zijn geworpen--waarvan elk zijn bijzondere
beteekenis heeft. Van hem, die niet tijdig opstaat en door de zon in
bed wordt verrast, wordt gezegd, dat hij in ongenade is gevallen bij
St. George en dientengevolge maar weinig of geen geluk zat hebben,
bij al wat hij in de eerstvolgende maanden onderneemt.
Men ziet in deze plechtigheid een bewijs, dat de Servische boeren
daarmee hun onafhankelijkheid van de verschillende invloeden der
opnieuw ontwakende natuur verzinnelijken.
Ieder, die hun volksgewoonten bestudeert, zal opmerken, dat elk
jaargetijde op zijn beurt de Serviërs noopt, wat bij een eenvoudig
primitief volk ook zeer begrijpelijk is, om ceremoniën in acht te
nemen, die wijzen op de geheimzinnige betrekking, waarin de mensch
tot de natuur staat.