Piet leverde zijn verslag bij den stadsredacteur in, die het vlug
doorlas en herhaaldelijk lachte.
"Sapperloot, Piet, da's een heel stuk letterkunde..."
"Niet goed, meneer?"
"Niet goed? Kerel, 't is prachtig!"
En de heer van Dalen lachte nog harder.
"Ha-ha-ha... hoe wil je 't hebben Piet, als hoofdartikel of als
feuilleton?"
"O wel... wat weet ik niet... dat is mij hetzelfde," zei Piet, die
nog maar niet begreep, dat hij voor 't lapje gehouden werd.
Hij verkeerde in de heilige overtuiging, dat zijn ingeleverd verslag
correct was en het dien avond als een der voornaamste artikelen in de
courant zou prijken. Maar hoe groot was zijn verbazing en niet minder
zijn teleurstelling, toen hij dien namiddag bij het verschijnen van
de courant zijn prachtig stuk in dezen vorm terugvond: