V.

Frank was Bertie in den laatsten tijd als een lastpost gaan beschouwen.

Hoewel hijzelf niet begreep waarom, zag hij zijn vriend ongaarne met Eve

samen en door hunne intimiteit kwam dit bijna dagelijks voor. Daarbij

had Eve het goed voorzien, dat zij zeer moeilijk zich tegen Bertie

anders kon gedragen dan zij tot nog toe gewoon was geweest te doen.

Intusschen, Bertie moest het dulden, dat Frank zeer koel tegen hem werd.

Na eene escapade van drie dagen was deze koelheid duidelijk gebleken:

Frank, die gewoonlijk na zulk eene geheimzinnige vlucht nieuwsgierig

uitvroeg, waar Bertie toch gezeten had, vroeg ditmaal ... niets. En

Bertie beloofde zichzelven, dat _deze_ escapade de laatste zoû geweest

zijn.

Daarna was het gesprek gekomen, waarvoor Bertie zoo gevreesd had; op een

vertrouwelijk oogenblik had Frank gesproken over zijn aanstaand huwelijk

en zijn vriend gevraagd wat hij van plan was hierna te doen.

--Je begrijpt, beste jongen! waren Franks zachte woorden geweest; dat ik je

met alle pleizier aan iets helpen zal: eene betrekking hier of in Holland.

Ik heb wel eenige connecties ... En, zoolang je nog niets hebt, zal ik je

natuurlijk niet zonder bijstand laten, daar kan je op rekenen. Maar ik huur

White-Rose niet meer in: Eve vindt het hier wat ver-afwonen en geeft de

voorkeur aan Kensington, zooals je weet ... We hebben intusschen een

gezelligen tijd samen gehad, niet waar?

En hij had Bertie op den schouder geklopt, dankbaar voor het

kameraadschappelijk leven, dat zij tusschen deze muren genoten hadden en

zelfs met een klein beetje medelijden voor dien armen jongen, die zich

de genietingen der weelde zoo aangenaam liet welgevallen en die, helaas!

geen weelde had. Verder drong hij echter niet in Bertie's

gemoedstoestand door: Bertie was immers gewend aan een vie de bohême: na

ellende had hij weelde gekend; nu zou het leven weêr een beetje minder

gemakkelijk voor hem worden: dat was alles.

Bertie zelf, walgend van de harteloosheid zijner eerste overpeinzingen,

liet zich doelloos meêsleepen van dag op dag, zonder meer aan zijne

intriges te denken. Daarbij had hij soms het naïeve geloof, dat het lot

hem in het laatste oogenblik toch gunstig zou blijken te zijn: zijn

fatalisme was als een godsdienst, die hem sterkte en hoop gaf.

Noodlot · 第 23 / 48 题