Peter Wysocki, de jonge held, die den slag van November [32] heeft

toegebracht door de militaire school tot medewerking te bewegen aan de

bevrijding van Warschau, is het eerste slachtoffer geweest. In 1833,

of daaromtrent, in Siberië aangekomen, waagde hij de onderneming

om gewapenderhand terug te keeren. Hij moest dus vernietigd worden:

hij kreeg vijftienhonderd stokslagen. Men kan er niet méér opleggen,

zonder den dood te veroorzaken. Uit verfijnde wreedheid wilde men,

dat hij in leven bleef, dat hij gespaard werd om de hardste straffen

der dwangarbeiders op hem toe te passen. Wat voor martelingen heeft

hij ondergaan! Maar een dergelijke ziel is sterk in vertrouwen op

't vaderland en God!

In 1837 is de beroemde dichter Sierocinski met drie van zijn

lotgenooten bezweken. In 1831 voor 't gerecht gebracht en

veroordeeld, had men hem, niettegenstaande zijn jeugd en zijn ambt

(hij was priester), soldaat gemaakt. Te paard gezet, met de lans

ter hand, leidde de ongelukkige het ruwe leven der Kozakken uit

de grensstreken, die in Siberië jacht maken op de Tartaren, de

smokkelaars. De autoriteiten in Siberië echter, verstandiger dan die

te Sint Petersburg, meenden dat men meer nut van hem kon trekken als

onderwijzer in een militaire school. Dáár beraamde deze zwakke en

tengere man, in wiens lichaam evenwel een veerkrachtige ziel huisde,

het vermetele plan, de stoutmoedigheid van Beniowski na te volgen en

te overtreffen, door in geheel Siberië te bewerken, wat hij alleen

voor Kamschatka deed, nl. de veroordeelden en de inwoners tot opstand

te brengen. Het land, dat naar gemeentelijke wetten geregeerd wordt,

zou ongetwijfeld voordeel hebben getrokken door zich af te zonderen

van het groote rijk, dat slechts het Zuidelijk gedeelte koloniseert

en het Noorden een wildernis laat. De oude stammen van het Noorden,

vroeger tevreden met hun zwervend herdersbestaan, leven, nu zij hun

rendierkudden niet meer kunnen weiden, alleen van de jacht, of liever

zij sterven uit en verdwijnen als de Roodhuiden van Amerika.

Er vormde zich een uitgebreide vereeniging. Het plan stond vast, om,

als men niet langer stand mocht kunnen houden, zich gewapenderhand

een doortocht te banen naar Bucharije, [33] misschien zelfs wel naar

Voor-Indië. Drie saamgezworenen werden verraders. Van 1834 tot 1837

werd de zaak te Sint-Petersburg gerechtelijk onderzocht; Sierocinski,

steeds onwrikbaar, behield al de kalmte van zijn ziel en maakte verzen

in zijn gevangenis.

Eindelijk kwam uit Sint-Petersburg het verschrikkelijk

vonnis. Verscheiden Polen en een Rus zouden zeven duizend stokslagen

krijgen! zonder dat hun er één geschonken mocht worden!--de overigen

drie duizend, wat trouwens genoeg is om er aan te bezwijken.--Generaal

Gatafiejew werd expresselijk overgezonden om een wakend oog op de

terechtstelling te houden. Zijn wreedheid maakte de verontwaardiging

zelfs van de Russen gaande.

Bij het aanbreken van den dag schaarden twee voltallige bataillons,

elk duizend man sterk, om de slagen te beter te kunnen tellen,

zich buiten de stad ieder in één linie. Gatafiejew plaatste zich in

het midden van de strafplaats. Voor spitsroeden gebruikte men dikke

stokken, en de soldaten werden dicht bij elkaar geposteerd, opdat de

slagen te harder konden aangebracht worden.

"Het was heel koud (Maart, in Siberië!) Men ontdeed Sierocinski

van zijn kleederen, en plaatste hem vóór den loop van een geweer,

met de bajonet tegen zijn borst gekeerd, wat gewoonte is bij zulke

straf oefeningen. Daarna werden twee soldaten aan weerskanten gesteld

van den veroordeelde, opdat zijn gang tusschen de rijen door noch zou

verflauwen, noch versnellen. Toen kwam de bataillonsdokter naderbij,

om den patiënt met versterkende droppels op te wekken, want zijn

zwak gestel was door drie jaren gevangenis uitgeput, en hij leek

meer een schim, dan een mensch; maar hij had zijn zielskracht en zijn

wilskracht behouden.

"Hij wendde het hoofd af, toen de dokter hem de droppels aanbood, en

antwoordde: "Drinkt ons bloed en het mijne, ik heb geen behoefte aan

uw droppels." Toen het teeken gegeven werd, begon hij met luider stem

den psalm Miserere [34] te zingen. Gatafiejew riep driemaal woedend

uit: "Harder slaan, harder, harder!" De slagen waren zoo krachtig,

dat, toen het slachtoffer, na de rijen één keer langs te zijn gegaan

en duizend stokslagen te hebben ontvangen, aan het andere eind van

't bataillon was gekomen, hij flauw viel en in zijn bloed badend op

de sneeuw nederzonk.

"Men wilde hem weêr overeind richten, maar hij kon niet meer op

zijn beenen blijven staan. Een stellage op een sleê was al in

gereedheid gebracht. Sierocinski werd er in knielende houding

opgeplaatst, zijn handen werden op zijn rug vastgebonden en hij

moest zich vooroverbuigen. In deze houding bevestigde men hem aan

het stellage, zóó dat hij zich onmogelijk kon bewegen. Op deze wijs

begon men hem door de rijen te slepen. Gatafiejew raasde aldoor:

"Harder! harder! harder!" Aanvankelijk kermde Sierocinski nog van pijn,

maar het werd hoe langer zoo flauwer en zwakker, om eindelijk geheel

op te houden.

"Hij ademde nog na vier-duizend slagen ontvangen te hebben; toen gaf

hij den geest. De drie-duizend, die overbleven werden aan zijn lijk

toegeteld, of liever aan zijn geraamte. Alle veroordeelden, hij vooral,

werden zoo met slagen overstelpt, dat, volgens de uitdrukking van

ooggetuigen, Polen zoowel als Russen, met wie ik erover gesproken heb,

het vleesch bij iederen slag stuksgewijze opzwol; men zag slechts

gebroken beenderen. Dit totdusver ongehoorde bloedbad wekte een

algemeene verontwaardiging op onder de Polen en zelfs onder de Russen.

"Een tweetal veroordeelden, die op de plaats dood waren gebleven, en

zij die nog adem haalden onder de wreedste folteringen, werden naar

het hospitaal overgebracht, en dadelijk daarop werden de Polen en een

Rus in éénzelfden kuil ter aarde besteld. De Polen kregen verlof een

kruis te planten op de laatste rustplaats dezer martelaars, en tot op

heden (1846) verheft zich dit gedenkteeken van zwart hout in de eenzame

steppen, zijn armen uitbreidende over het graf der slachtoffers, als om

ze te beschermen en de barmhartigheid van God over hen in te roepen."

VII.

VAN HET TOENEMEND SCHRIKBEWIND IN RUSLAND.

MARTELAARSCHAP VAN PESTEL EN RYLEJEW.

Het is juist honderd jaar geleden, dat Rusland de doodstraf heeft

afgeschaft. Onze wijsgeeren weenden toen tranen van vreugde. Zelfs

nu nog stelt een Russisch schrijver, Tolstoï, [35] er zijn roem

in. Gelukkig, menschlievend Rusland, dat alléén op aarde het levend

werk van God heeft weten te eerbiedigen, terwijl de Dood nog steeds

ten troon verheven is in de goddelooze wetgevingen van het barbaarsche

Westen!

Men brengt dus niet meer ter dood in Rusland,--men verbant er

alleen. Slechts kan het voorkomen, dat de fijn-bewerktuigde mensch,

te dicht in de nabijheid van de pool gezonden, er van kou en ellende

omkomt. Ja, wat is daartegen te doen?

Men brengt niet ter dood,--men verlaagt in rang en stand. Slechts kan

daarbij iets voorkomen, als onlangs met een zekeren Paulof gebeurde. De

beul, zijn degen boven zijn hoofd in tweeën brekende, deed dit,

bij ongeluk, met zooveel kracht, dat hij hem den schedel insloeg.

Men brengt niet ter dood,--men ranselt met roeden. De knoet is

afgeschaft. Spaar de roede niet aan uw zoon. Het kan echter soms

gebeuren, dat de roeden knuppels zijn.

Het vonnis der 7000 stokslagen, waarvan wij hierboven gesproken hebben,

bevatte deze bespotting, dat, als de patiënten het leven behielden,

zij in de mijnen moesten gaan werken tot aan het eind van hun leven. Nu

sterft men gewoonlijk bij 3 of 4000 slagen.

Deze afschuwelijke huichelarij, die men overal in Rusland voelt, is

niet de daad van den mensch alleen. Zij is voornamelijk het gevolg

van het onoplosbaar vraagstuk, dat aan de regeering is voorgelegd:

Door dezelfde wetten de meest barbaarsche en de beschaafdste naties

te besturen. Het rijk heeft hierdoor alleen een afschuwelijken Janus

[36] voor zich geschapen, die, als hij naar het Westen ziet, zich

zachtzinnig voordoet, terwijl hij naar het Oosten zijn waar gelaat

toont, dat van Mongoolsche wreedheid.

De woeste stammen van Siberië hebben misschien alleen de juiste

opvatting van het bewind, dat boven hen staat. Zij stellen zich den

czaar niet voor als een mensch, maar als een tweehoofdig monster,

den dubbelen griffioen, half arend, half tijger, dien zij op het

Russisch wapen zien.

Dáár moet werkelijk het geheim der Russische wreedheid gezocht

worden. In deze niet tot één te brengen tweeslachtigheid ligt Ruslands

onmacht. Het werpt er verwoede hinderpalen tegen op, om haar te

overwinnen, en alle hinderpalen behandelt het als oproer. Maar in dit

onrechtvaardig pogen is het Rusland-zelf, dat in opstand komt tegen

de natuur.

Als deze tweeslachtigheid een heftig en ernstig man op haar pad

ontmoet, als Peter III of Paul I, [37] dan verschijnt ze in haar ware

gedaante, als razernij, krankzinnigheid.

Krankzinnigheid, niet zoozeer van het individu als van den

toestand. Peter de Groote, wat voor een genie hij ook was, vertoont

zich niettemin in vele zijner daden als een gek. Rus en barbaar

van geboorte, is hij door zijn wil een Europeaan: dus een levende

tegenstrijdigheid.

Bij Catharina is het juist andersom, daar zij een Duitsche was,

die Russin is geworden. Van geestesgesteldheid was zij zeer droog,

zeer precies, zeer koud, maar in haar daden geeft ze niettemin

het bewijs van het sterkste tegendeel. Als philosofe verdedigt zij

in Polen de verdraagzaamheid, maar bewerkt zij tegen de Polen den

Bartholomeüsnacht van de Ukraine. [38] Zij laat de revolutionnairen te

Praga [39] vermoorden, maar haar kleinzoon [40] door een Zwitserschen

revolutionnair opvoeden.

Alexander, zóó opgevoed, door zijn moeder een Duitscher, zacht van

aard, is van alle keizers juist degeen, onder wien het Russische volk

het meest geleden heeft. In zijn dolzinnige onderneming der militaire

kolonies, geleid door zijn onmenschelijken gunsteling Araschieff,

tastte hij Rusland in het hart aan, in het gezin, in den huiselijken

haard.

Alzoo, welke de persoonlijke aard der czaren ook moge zijn, de

verschrikkelijke regeeringsvorm gaat steeds verder in zijn woeden,

ten minste het wordt verfijnder. Alexander, die niet de wreede

koelheid van Catharina bezat, heeft niettemin Rusland veel dieper

getroffen. Maar wat heeft dit alles te beteekenen in vergelijking

met den czaar die thans regeert? [41]

Niemand heeft den dood op zoo groote schaal toegepast, niet op enkele

personen, maar op geheele volksstammen. De officiëele cijfers,

welke de Russen zelf bekend maken, doen van verbazing de handen

ineenslaan. Ongehoorde menschenslachtingen, welke het zwaard niet

zou hebben kunnen bewerkstelligen, zijn met behulp van de natuur tot

stand gebracht, ik bedoel, door snelle overplantingen van geheele

bevolkingen naar moordende luchtstreken.

Afstootend en op-zich-zelf-staand schouwspel, zoo'n ver om zich

grijpende werkzaamheid van den dood! Behoort een gewelddadige dood dan

zoozeer tot de noodzakelijkheden van het leven? Het was nog maar kort

geleden, dat de groote uitroeiïng door de Napoleontische oorlogen

had opgehouden, toen deze moordende volksverhuizingen begonnen,

veel noodlottiger dan veldslagen, en die, in vollen vredestijd,

geheele geslachten hebben verdelgd.

De keizer gaf in zijn jeugd geen enkel bizonder kenteeken van een

woesten aard, geen enkel van barbaarsche afwijkingen, zooals wèl zijn

broer Constantijn. Zijn levensbeschrijver Schnitzler merkt alleen

op, dat hij een spotzieke neiging had en er behagen in schepte de

hovelingen na te bootsen. Hij ontving, onder toezicht van zijn moeder,

zijn opvoeding in 't bizonder van een oude hofdame, gravin Von Lieven,

die hem zeker niet op de betere kanten van de menschelijke natuur

moet hebben gewezen.

Er werd een zeer sterke invloed op de vorstinnen van de keizerlijke

familie geoefend door een eerbiedwaardig geleerde, Rus in merg en been,

rechtschapen en onbaatzuchtig, den geschiedschrijver Karamsin. Zij

hadden hem een woning gegeven in het park van Tsarsko-Selo. [42]

Deze verdienstelijke man, grootgebracht naar den geest der Oudheid,

die langen tijd geleefd had in vertrouwelijken omgang met de vroegere

czaars, hield van niets zoozeer, bewonderde niets zoozeer als het

Schrikbewind en Robespierre. Hij was in 1793 te Parijs geweest, en had

er een groote voldoening van meêgenomen. Toen hij van den 9en Thermidor

[43] vernam, smolt hij in tranen weg. Al zijn streven bij Alexander,

in overeenstemming met de vorstinnen, was hem af te houden van zijn

zwak voor 't liberalisme.

Bij dezen invloed voegde zich een andere, die sterk op de Russische

groote wereld inwerkte, die van de Maistre. Dank zij dezen uitnemenden

schrijver leerde Rusland, als uit den mond van Frankrijk, dat

het despotisme, waarover het zich ontschuldigde, juist het ideaal

was der menschelijke samenleving. Hoewel Alexander de Maistre voor

korten tijd verwijderd had, werd zijn invloed steeds grooter, en de

Soirées de Saint-Petersbourg (1822) voerden dien ten toppunt. Zijn

paradoxale stelling over den lof van den beul, van dit levend wonder,

totdusver te zeer miskend, maakte een diepen indruk. Nicolaas [44]

was 26 jaar. Dit boek moest het zaad, door Karamsin uitgestrooid,

welig bij hem doen ontkiemen.

Tegen deze vreemde leeringen van de absolute willekeur kwam

evenwel een geheiligde macht in verzet die nooit sterft: de Wet, de

Rechtvaardigheid. De wetgevende proefnemingen van Catharina werden door

Alexander weêr hervat. Hij zocht, bij de gevaren waarin hij verkeerde,

een versterking in de wetten. Speranski begon in 1808 het Russisch

recht te verzamelen. Maar jonge, energieke mannen bepaalden zich

niet tot bijeenbrengen: zij wilden dat dit recht iets levends werd,

dat het een ziel had. Voor een van hen doemde het denkbeeld op een

wèrkelijk Russisch wetboek saam te stellen, gegrondvest op de vrijheid.

Pestel, zoo heette hij, was een man van genie, practisch, heelemaal

geen utopist. Hij schiep zich geen hersenschimmig Rusland. Hij nam het

zooals het is, communistisch, en liet het zoo. Hij onderstelde, dat,

door de gemeente te versterken, te bevrijden en door haar heur beginsel

(de bodem het eigendom van den bebouwer) in toepassing te doen brengen,

men het allereerste bestanddeel, het oorspronkelijke molecuul van de

Republiek bezat; dat, opklimmende naar het arrondissement (de gemeente

vàn de gemeenten), naar de provincie, en eindelijk tot het centrum, men

van het Russisch element gemaklijker kon komen tot het republikeinsch

bestuur dan tot het Tartaarsche czarendom of het Duitsche keizerschap.

Deze jonge man, toen nog luitenant, doch die als kolonel stierf,

maakte den veldtocht in Frankrijk meê, [45] en gaf er het bewijs van

een hooggestemd gevoel voor menschelijkheid en recht. Te Bar-sur-Aube

[46] gekomen, zag hij hoe Beiersche soldaten de inwoners mishandelden,

en zonder te onderzoeken of deze Duitschers ook Russische bondgenooten

waren, stormde hij met zijn getrouwen op hen los.

Alexander had juist in dien tijd aan de wereld het zonderlinge

schouwspel geschonken van een vrijzinnigen czaar. De vrienden van

Pestel werden daardoor om den tuin geleid. Zij vertrouwden kort daarop

hun verbeteringsplannen juist aan Alexander. Zij kwamen er een weinig

laat meê; Alexander was onder de macht gekomen van de mystieke mevrouw

Krüdener; hij was geen keizer meer, maar een heilige geworden. Hij

had den ouden mensch afgeschud, en, tegelijk ermede, elke herinnering

aan gedane beloften en gewekte verwachtingen uit de dagen van zijn

gevaar. Hij hoorde hen welwillend aan, werd bewogen, weende, en zei

hun dat voor zulke schoone zaken de maatschappij nog niet rijp was.

Ziende dat hij alles uitstelde tot het hemelsch Jerusalem,

namen zij den schijn aan van hun vereeniging te ontbinden, maar

sloten zich heimelijk hechter aaneen. Negen jaar lang hebben ze

aan haar uitbreiding gewerkt. Zoozeer lag zij in den geest en de

noodzakelijkheid van den tijd, dat de deelhebbers tot de ontdekking

kwamen van drie soortgelijke vereenigingen, die van elkanders bestaan

niets afwisten. De eene (de Ridders, verhelpers van misstanden) was

Russisch. Een tweede (de Onafhankelijkheid) was Poolsch. Een derde

omvatte Rusland, Polen, àlle Slavische landen, en droeg den naam van

Vereenigde Slaven.

Alle drie traden zij in nadere betrekking tot elkander en kwamen ze

tot overeenstemming. Twee punten alleen brachten verdeeldheid in de

groote Russische maatschappij: de bevrijding van Polen en de vrijmaking

der lijfeigenen. Om der billijkheidswil moet gezegd worden, dat de

stichters der vereenigingen hieromtrent niet aarzelden. Zelve hadden

zij elke lichamelijke kastijding van hun lijfeigenen afgeschaft. Zij

wilden den boer vrijmaken en hem den grond, dien hij bebouwde, in

eigendom afstaan: d.w.z. dat zij hun leven in de waagschaal stelden

voor de zegepraal van een denkbeeld, dat, als het verwezenlijkt werd,

hun in de eerste plaats hun vermogen zou gekost hebben.

De stichters, onsterfelijker nagedachtenisse, waren, voor de Zuidelijke

vertakking der vereeniging, Pestel, inmiddels tot kolonel bevorderd,

en de Mouravieff's, ook officieren; voor het Noorden waren het Rylejew,

de Bestousheff's, prins Obolenski en sommige anderen.

Welke bron men ook raadpleegt, het staat vast door aller getuigenissen,

dat Rylejew een der verhevenste karakters is, welke de geschiedenis ons

te aanschouwen geeft. Militair, daarna beambte bij het Amerikaansch

Genootschap, dat te Sint-Petersburg gevestigd was, had hij het niet

beneden zijn waardigheid geacht den onbezoldigden post van secretaris

bij de lijfstraffelijke rechtbank te aanvaarden; een daad, zooals

alleen een uitstekend burger die kan verrichten, in een land van

louter omkoopbaren, waar het van belang was dat deze betrekking niet

in onwaardige handen viel. Rylejew was een dichter, men leest nog

altijd met tranen in de oogen zijn profetisch poëem, waarin hij zich

zelf onder den naam van Mazeppa verpersoonlijkt: het op een wild,

onstuimig ros vastgebonden slachtoffer, dat, naar de woeste steppen

meêgesleurd, er verlaten en eenzaam moest omkomen.

Het eerst van alle Russen schreef Rylejew in dit gedicht het woord,

nog zoo weinig begrijpelijk voor de àndere Russen van toen, maar

verheven, heilig voor de toekomst... "Vóór alles ben ik burger."

Hij was een zachtzinnig man, vol menschenliefde, en toch

heldhaftig. Welke moeite het gerechtelijk onderzoek zich ook gaf om

een ander licht op zijn karakter te doen schijnen, het blijft een

onomstootelijk feit, dat hij, ziende hoe een der saamgezworenen het

vaste plan had opgevat keizer Alexander te vermoorden, hem bad zijn

voornemen ten minste uit te stellen, het hem op zijn knieën bezwoer,

en, toen hij onwrikbaar bleek, hem toevoegde: "dan zal ik jou veeleer

dooden."

Met zulke waardige aanvoerders, was het ongeluk der saamgezworenen,

dat zij zich niet nauwer onder elkander aansloten, dat zij aan andere

invloeden gehoorzaamden, en hun vereeniging te vèr uitstrekten.

De hoofden van een ander eedgenootschap, die zij tot het hunne

hadden toegelaten: Michaël Orloff met enkele zijner medestanders,

verzochten en kregen ook gedaan, dat boven Rylejew, wiens werkkring

niet heel hoog aangeschreven stond, en boven Pestel, dien men voor

te geslepen en te eerzuchtig hield, een dictator benoemd werd. Men

koos een man van hoogen rang, uit een geslacht, dat indertijd den

troon aan de Romanow's betwist had. Het was een prins Troubetskoi,

[47] zachtzinnig, zwak, besluiteloos, juist de persoon die er voor

aangelegd scheen een dergelijke onderneming te doen mislukken. Zij, die

hem deden benoemen, wilden door de omwenteling alleen een oligarchie

van groote heeren vestigen, en vreesden bovenal een energiek leider.

Wij zullen nooit de verbazing van Europa in 1825 vergeten, toen men

in de couranten las, dat noch Constantijn, noch zijn broer, [48]

keizer wilden zijn. [49] Zij bleven de een voor den ander tegenover

deze bloedige kroon en dien troon van vuur staan, zonder er met

den vinger aan te durven ráken. In dit land van broedermoord scheen

elk van beide, daartoe door den ander aangezet, de uitnoodiging tot

opvolging te beschouwen als een oproep tot den dood. Hun houding was

werkelijk ernstig gemeend. Constantijn, koning van Polen, gehuwd met

een Poolsche, was sedert 1822 bezweken voor de tranen van zijn vrouw

en had reeds van tevoren van de opvolging afstand gedaan. Nicolaas,

wien dit niet onbekend kon zijn, laat niettemin zijn broer tot

keizer uitroepen en den eed van trouw aan hem afleggen. Daarop doet

Constantijn opnieuw afstand en volhardt hierbij; de senaat roept nu

Nicolaas uit. Dit geschiedt met gesloten deuren, om twee uur in den

nacht. Geen verklaring aan het volk, noch aan het leger. Men beschikt

over het laatste als over een kudde; het heeft den eed al eenmaal

gezworen, en men laat het daarop het tegendeel bezweren.

Men wordt door medelijden aangegrepen, als men de onzekerheid

ziet, den volslagen moreelen nacht, waarin de eerlijke ziel van

den Russischen soldaat door zijn chefs gelaten wordt. De eenen,

aanhangers van Nicolaas, waagden het niet hem in te lichten over den

veranderden toestand. De anderen, de saamgezworenen, geen kans ziende

hem de begrippen van vrijheid te doen vatten, deden hem gelooven dat

Constantijn, aan wien hij trouw gezworen had, de werkelijke czaar

was, en hen zou straffen, die naar Nicolaas overliepen. Vervuld

van schroom en vrees, bleven die beklagenswaardige lieden voor 't

meerendeel werkeloos, roerloos. Sommigen werden slechts meêgesleept

door den drang van hun goeie hart en van hun menschelijkheid, toen

zij van ontslaggevingen hoorden en men hun zei, dat hun kameraden

vermoord werden.

De keizer had het paleis en de citadel gevuld met troepen, die van

alle gemeenschap waren uitgesloten. Om zich des te beter te verzekeren

van die in het paleis waren, gaf hij zijn zoon, een mooi kind van

acht jaar, in hun macht. Ze ontvingen hem met tranen in de oogen,

en ofschoon zij behoorden tot de Finsche troepen, die in den opstand

waren betrokken, betoonden zij zich onwrikbaar in hun trouw.

De saamgezworenen brachten alleen aan hun zij het regiment van

Finland, dat als vréémd stond tegenover Rusland en het tegen wil

en dank dient; het regiment van Moscou; het corps garde-mariniers,

en de gardegrenadiers, deze laatste niet dan na groote moeite, na een

kortstondig maar hevig gevecht, waarin de Bestousheff's de officieren

van Nicolaas neêrsabelden en het vaandel veroverden.

Zij plantten het op het onmetelijk plein, zeggen we liever de vlakte

van Sint-Isaäc, en vatten post achter het standbeeld van Peter den

Grooten. Er waren een groot aantal niet-militaire saamgezworenen,

tot de tanden gewapend, nog meer nieuwsgierigen en heel veel volk,

maar die alle als verzonken in dit uittermate groote veld. Zij haalden

de beide kolonels, de militaire hoofden van den opstand, Troubetskoi

en Boulatoff. Maar noch de een, noch de ander verscheen. Boulatoff

bleef zelfs den geheelen dag bij het escorte van den keizer, in zijn

onmiddellijke omgeving, 't zij omdat hij nog niet besloten was, 't zij,

zooals hij later pochte, dat hij zich dáár bevond om hem te dooden,

zoodra hij zijn moed zou zien verflauwen. Wat Troubetskoi betreft,

die zijn hoofd verloren had, hij liet alles in den steek, zoowel de

aanvoering van den opstand, als de zorg voor zijn papieren, welke

zooveel mannen in het verderf zouden storten. Hij zocht zijn toevlucht

bij een vrouw, zijn schoonmoeder; daarop bij den Oostenrijkschen

ambassadeur; eindelijk bij den keizer zelven, te midden van diens

generalen staf, als een verdoolde haas, die een schuilplaats tracht

te vinden bij de honden, die hem najagen.

Martelaren van Rusland · 第 4 / 9 段