XL.

Ongerustheid van doctor Ferguson.--Standvastige richting

naar hot zuiden.--Eene wolk sprinkhanen.--Gezicht van

Jenné.--Gezicht van Ségo.--Verandering van wind.--Verdriet

van Joe.

De bedding der rivier was toen door groote eilanden in nauwe

takken verdeeld, waar een snelle stroom ging. Op een daarvan zag

men eenige herdershutten, maar het werd onmogelijk, nauwkeurig

hoogte daarvan te nemen, want de snelheid van den Victoria

nam steeds toe. Ongelukkig ging hij nog meer naar het zuiden en

stak in eenige oogenblikken het meer Debo over. Ferguson zocht op

verschillende hoogten andere luchtstroomen in den dampkring, maar te

vergeefs. Hij liet deze manoeuvre spoedig varen, daar zij nog meer

gas deed verliezen. Hij zeide niets maar werd zeer ongerust. Deze

standvastige zuidewind verijdelde zijne berekeningen: hij wist niet

meer waarop hij moest rekenen. Als hij de Engelsche of Fransche

bezittingen niet bereikte, wat zou er dan van hen worden te midden

der woeste volken, die de kusten van Guinea onveilig maakten? Hoe

kon hij daar een schip wachten om naar Engeland terug te keeren? En

de richting van den wind voerde hem naar het koninkrijk Dahomey;

onder de meest woeste stammen, in handen van een koning, die bij

openbare feesten duizenden menschenoffers slachtte! Daar zouden

zij verloren zijn. Van een anderen kant voelde de doctor dat de

ballon zijne kracht verloor. Echter hoopte hij dat het einde van

den regen eene verandering in de stroomen van den dampkring zou

ten gevolge hebben. Hij werd dus op eene onaangename wijze tot het

juist begrip van den toestand teruggebracht door deze opmerking van

Joe: "Goed?" zeide deze, "daar wordt de regen heviger en ditmaal

zal het een zondvloed zijn, te oordeelen naar die wolk, die daar

ginds nadert."--"Nog eene wolk!" zeide Ferguson.--"En eene groote,"

antwoordde Kennedy.--"Zoo als ik er nooit eene heb gezien," zeide Joe,

"met een zelfkant."--"Ik heradem," zeide de doctor, zijn verrekijker

nederleggende, "dat is geene regenwolk."--"Niet!" zeide Joe.--"Neen,

het is eene wolk sprinkhanen."--"Zijn dat sprinkhanen!"--"Millioenen

sprinkhanen, die even als eene hoos over dit land zullen trekken,

en wee! den bodem, want als zij er op neerstrijken, zal hij vernield

worden."--"Ik zou dat wel willen zien!"--"Wacht een weinig Joe,

binnen tien minuten zal deze wolk ons hebben bereikt en gij zult er

zelf over kunnen oordeelen." Ferguson zeide de waarheid; die dikke,

donkere wolk van eene uitgestrektheid van verscheidene mijlen, kwam met

een oorverdoovend geraas aan, op den grond hare ontzaglijke schaduw

werpende; het was eene ontelbare menigte sprinkhanen; op honderd

schreden van den Victoria sloegen zij op een groen land neder, een

kwartier later hernamen zij hunne vlucht en de reizigers konden nog van

verre de geheel kaal gegeten boomen en struiken en de als afgemaaide

weiden zien. Men zou gezegd hebben dat een plotselinge winter het

veld onvruchtbaar had gemaakt.--"Welnu, Joe?"--"Welnu, mijnheer! het

is zeer merkwaardig, maar zeer natuurlijk; wat ééne sprinkhaan in

het klein zou doen, doen millioenen in het groot."--"Het is een

verschrikkelijke regen," zeide de jager, "die nog meer verwoestingen

aanricht dan de zwaarste hagelbui."--"En het is onmogelijk zich er

voor in te bewaren," antwoordde Ferguson; "somtijds zijn de inwoners

op het denkbeeld gekomen bosschen, ja zelfs oogstvelden in brand

te steken om de vlucht dezer insecten te stuiten, maar de eerste

rijen zich in de vlammen werpende, dooven die uit door hunne massa,

en de overigen gaan daar bedaard over heen. Gelukkig is er in deze

streken eene schadeloosstelling voor hunne verwoestingen; de inlanders

verzamelen deze insecten in menigte en eten ze met graagte."--"Het

zijn de reegeiten der lucht," zeide Joe, die, om zich te onderrichten,

zeide spijt te hebben dat hij ze niet kon proeven.

Het land werd tegen den avond moerassiger; de wouden maakten plaats

voor boschjes van opgaande boomen; op de oevers der rivier zag men

eenige tabaksplantages. Op een groot eiland zag men toen de stad Jenné

met de twee torens harer van aarde gebouwde moskee en den verpestenden

reuk der millioenen zwaluwnesten op hare muren. Eenige kruinen

van baobabs, mimosa's en dadelboomen kwamen tusschen de huizen te

voorschijn; zelfs des nachts scheen de werkzaamheid zeer groot. Jenné

is inderdaad eene groote handelsplaats, het voorziet in alle behoeften

van Tombuctou; zijne booten voeren op de rivier, zijne karavanen langs

lommerrijke wegen de verschillende voortbrengselen zijner nijverheid

daarheen.--"Als dit onze reis niet te veel verlengde," zeide de doctor,

"zou ik beproefd hebben in deze stad te dalen; er moet zich daar meer

dan een Arabier bevinden, die in Frankrijk of Engeland heeft gereisd

en aan wien onze wijze van reizen niet geheel onbekend kan zijn. Maar

het zou niet voorzichtig zijn."--"Dan zullen wij dit bezoek tot eene

volgende reis uitstellen," zeide Joe lachende. "Overigens, als ik mij

niet bedrieg, mijne vrienden, schijnt de wind meer uit het oosten te

komen, wij moeten deze gelegenheid niet voorbij laten gaan."

De doctor wierp eenige voorwerpen uit, die nutteloos waren geworden,

ledige flesschen en eene kist voor vleesch, die niet meer werd

gebruikt; het gelukte hem den Victoria op eene hoogte te houden,

die gunstiger was voor zijne plannen. Ten vier uur des morgens

verlichtten de eerste zonnestralen Sego, de hoofdstad van Bambarra,

die volmaakt herkenbaar was aan de vier steden waaruit zij bestaat, aan

hare moorsche moskeeën en aan het onophoudelijk heen en wedergaan der

ponten, die de inwoners naar de verschillende wijken overbrengen. Maar

de reizigers werden evenmin gezien als zij zelf iemand zagen; zij

snelden voorbij en rechtstreeks naar het noordwesten, waardoor

de ongerustheid des doctors langzamerhand bedaarde.--"Nog twee

dagen in deze richting en met deze snelheid zullen wij de rivier

Senegal bereiken."--"En zullen wij dan in een bevriend land zijn,

Samuel?"--"Nog niet geheel; maar als de Victoria ons in den steek liet,

konden wij de Fransche etablissementen bereiken! Maar ik wensch dat

hij het nog eenige honderd mijlen uithoudt, dan zullen wij zonder

vermoeienis, zonder vrees of gevaren de westkust bereiken."--"En dan

is het uit," zeide Joe. "Welnu! des te erger! Als het niet was om

het vermaak van te vertellen, zou ik nooit weer een voet op de aarde

zetten. Denkt gij dat men onze verhalen zal gelooven, meester?"--"Wie

weet het, mijn beste Joe? Eene zaak zal ten minste onbetwistbaar

zijn, duizend getuigen hebben ons van den eenen kant van Afrika zien

vertrekken; duizend getuigen zullen ons aan den anderen kant zien

aankomen."--"In dat geval," antwoordde Kennedy, "komt het mij moeielijk

voor te zeggen dat wij er niet zijn doorgetrokken."--"Ach! mijnheer

Samuel," hernam Joe met een diepen zucht, "ik zal meer dan eens

mijn gouderts betreuren! Dat zou gewicht bijgezet hebben aan onze

verhalen en de waarschijnlijkheid onzer reis. Voor een wichtje goud

per toehoorder, zou ik eene menigte menschen bijeenbrengen om mij te

hooren en te bewonderen."

Vijf weken in een luchtballon · 第 43 / 56 题