Het land van den elleboog van den Niger.--Phantastisch gezicht
van het gebergte Homberi.--Kabra.--Tombuctou.--Plan van doctor
Barth.--Val.--Waarheen de hemel wil.
Gedurende dien Maandag deed doctor Ferguson aan zijne reisgezellen
talrijke mededeelingen aangaande de streek, welke zij doortrokken;
de grond, die vrij vlak was, stelde hun tocht geen hinderpaal in den
weg. De eenige zorg des doctors was over dien noordoosten wind, die
hevig woei en hem van de breedte van Tombuctou verwijderde. De Niger,
na tot aan deze stad noordwaarts op te zijn gegaan, kromt zich even als
een groote straal water, en valt in den Atlantischen Oceaan; in dien
elleboog is het land zeer verscheiden, nu eens weelderig vruchtbaar,
dan eens uiterst dor; de onbebouwde velden volgen op maïsvelden, die
vervangen worden door uitgestrekte velden met bremstruiken bedekt; alle
soorten van watervogels, pelikanen, talingen, martijnsvogels, leven
in talrijke troepen op de oevers der stroomsnellingen en moerassen.
Van tijd tot tijd zag men een kamp van Touaregs, die onder hunne
lederen tenten bleven, terwijl de vrouwen het werk daar buiten
verrichtten, de kameelen melkende, en pijpen rookende. De Victoria
was tegen acht uur des avonds meer dan 200 mijlen naar het westen
getrokken, de reizigers waren toen getuigen van een prachtig
schouwspel. Eenige stralen der maan baanden zich een weg door eene
opening in de wolken en, tusschen de regendruppels doorgaande, vielen
zij op de bergketen Homboria. Geen vreemder gezicht dan deze kruinen
van een bazaltachtig voorkomen; zij weerkaatsten in phantastische
beelden op den verduisterden hemel; men zou gezegd hebben dat het
ruïnen waren eener onmetelijke stad uit de middeleeuwen, even als de
ijsbanken der ijszeeën die in donkere nachten aan de verbaasde blikken
vertoonen.--"Daar is eene plaats uit de Geheimen van Udolpho," zeide
de doctor, "Anna Radciliffe zou deze bergen niet vreeslijker hebben
kunnen afschilderen."--"Waarachtig," antwoordde Joe, "ik zou des
avonds niet gaarne in dit land van spoken wandelen. Als het niet te
zwaar was, zou ik dit geheele landschap naar Schotland overbrengen,
dat zou een goed effect geven op de oevers van het meer Lomond, en
de reizigers zouden er in menigte heen snellen."--"Onze ballon is
niet groot genoeg om u dit te veroorlooven, maar het komt mij voor
dat onze richting verandert. Mooi! de nachtspoken dezer plaats zijn
zeer lief, zij voeren ons een aardigen zuidoosten wind toe, die ons op
den goeden weg zal terugbrengen." Inderdaad sloeg de ballon een meer
noordelijken weg in, en den 20sten des morgens zweefde hij over een
groot net van kanalen en rivieren, de geheele ineenstrengeling der
takken van den Niger; verscheidene van deze kanalen, bedekt met dik
gras, hadden het voorkomen van vette weiden. Daar vond de doctor den
weg terug van doctor Barth, toen deze zich op de rivier inscheepte
om haar tot aan Tombuctou af te zakken. De Niger, die hier 800 vaâm
[56] breed is, stroomde tusschen twee oevers rijk in kruisplanten en
tamarindeboomen; de huppelende kudden der gazellen vereenigden haar
geringde horens met het lange gras, waartusschen de alligator haar in
stilte bespiedde. Lange rijen ezels en kameelen, beladen met koopwaren
van Jenné, liepen onder schoone boomen; weldra vertoonde zich bij een
kromming der rivier een amphitheater van huizen; op hunne terrassen
en daken was de geheele voorraad, die in de omringende streken was
ingezameld, opgehoopt.--"Het is Kabra," riep de doctor vroolijk uit,
"het is de haven van Tombuctou, de stad zelve is geen vijf mijlen
van hier!"--"Dan zijt gij tevreden, mijnheer?" vroeg Joe.--"Verrukt,
mijn jongen.--Alles gaat goed."
Inderdaad ontrolde zich de koningin der woestijn, het geheimzinnige
Tombuctou, dat even als Rome en Athene hare scholen van geleerden
en leerstoelen van wijsbegeerte heeft gehad, voor de blikken der
reizigers. Ferguson volgde de minste bijzonderheden op den platten
grond, door Barth zelf geteekend en erkende de uiterste nauwkeurigheid
daarvan. De stad vormt een grooten driehoek beschreven in eene
onmetelijke vlakte van wit zand, de top richt zich naar het noorden en
loopt een eind de woestijn in; in de omstreken vertoonen zich nauwlijks
eenige grasplanten, kleine mimosa's en heesters. Wat het gezicht van
de stad betreft, dit heeft veel van een opeenhooping van ballen en
dobbelsteenen; zoo ziet zij er uit als men haar uit een luchtballon
overziet, de vrij nauwe straten zijn omzoomd met huizen, die
slechts eene verdieping hoog, en gebouwd zijn van in de zon gebakken
tichelsteenen, en hutten van stroo en riet, eenige kegelvormig, anderen
vierkant; op de terrassen zijn eenige mannen in hun schitterenden
mantel gehuld, achteloos uitgestrekt, met de lans of het musket in de
hand; op dit uur van den dag ziet men geene vrouwen. "Maar men zegt dat
zij schoon zijn," voegde de doctor daarbij. "Gij ziet de drie torens
der drie moskeën, die alleen van een groot aantal zijn overgebleven;
de stad heeft zeer veel van haren ouden luister verloren. Aan den top
des driehoeks verheft zich de moskee van Sankore met hare galerijen,
die op vrij schoone bogen rusten; verder, bij de wijk Sane-Gungu,
is de moskee van Sidi, Jahia en eenige huizen met twee verdiepingen;
zoekt geene paleizen noch monumenten; de Scheik is een eenvoudig
handelaar en zijne koninklijke woning een kantoor."--"Ik meen half
omvergeworpen wallen te zien," zeide Kennedy.--Zij zijn in 1826
door de Foullanahs verwoest; toen was de stad een derde grooter;
want Tombuctou, sedert de elfde eeuw het voorwerp der algemeene
begeerlijkheid, heeft achtereenvolgens toebehoord aan de Touaregs,
de Sonrayers, de Marokkanen, de Foullanahs. En dit groote middelpunt
der beschaving, waar een geleerde als Ahmed-Baba in de zestiende
eeuw eene bibliotheek van 1600 handschriften bezat, is nu slechts
eene stapelplaats van den handel van Midden-Afrika.
De stad scheen inderdaad zeer zorgeloos bewaakt te worden, zij
kenmerkte de aanstekende achteloosheid van steden, die vervallen;
onmetelijke puinhoopen waren in de voorsteden opeengestapeld en vormden
met den heuvel van de markt de eenige oneffenheden van den grond. Toen
de Victoria voorbijtrok, ontstond er wel eenige beweging, de trom
werd geroerd, maar nauwlijks had de laatste geleerde dier plaats den
tijd dit verschijnsel waar te nemen; de reizigers, door den wind der
woestijn teruggedreven, hernamen den kronkelenden loop der rivier en
weldra was Tombuctou niets meer dan eene der vluchtige herinneringen
hunner reis.--"En nu geleide de hemel ons, waar het hem behage."--"Als
het maar naar het westen is," antwoordde Kennedy.--"Bah!" zeide Joe,
"al kwamen wij te Zanzibar langs denzelfden weg terug, of al moesten
wij den Oceaan oversteken naar Amerika, dat zou mij niet bevreesd
maken."--"Men zou het eerst moeten kunnen, Joe."--"En wat ontbreekt
ons daarvoor?"--"Gas, mijn jongen; de stijgkracht van den ballon
vermindert merkbaar, en wij zullen dus zeer zuinig daarmede moeten
zijn, opdat hij ons naar de kust voere. Ik zal zelfs genoodzaakt zijn
ballast uit te werpen. Wij zijn te zwaar."--"Dat is het gevolg van het
niets doen en van den geheelen dag als een luiaard in zijne hangmat
te blijven liggen, meester, men wordt vet en zwaar. Onze reis is eene
reis van luiaards en als wij terugkomen zal men ons afschuwelijk
dik en vet vinden."--"Ziedaar opmerkingen, die Joe waardig zijn,"
antwoordde de doctor; "maar wacht op het einde; weet gij wat de
hemel ons weglegt? Wij zijn nog ver van het einde onzer reis."--"Waar
gelooft gij de kust van Afrika te bereiken, Samuel?"--"Ik zou zeer in
verlegenheid zijn om te antwoorden, Dick! wij zijn aan de genade van
zeer veranderlijke winden overgegeven, maar ik zal mij gelukkig achten
als ik tusschen Sierra-Leona en Portendick aankom; daar is eene streek
waar wij vrienden zullen ontmoeten."--"En het zal ons genoegen doen
hun de hand te drukken; volgen wij nu de begeerde richting?"--"Niet
volkomen, Dick; zie de magneetnaald; wij gaan naar het zuiden en gaan
den Niger opwaarts naar zijne bronnen."--"Eene fraaie gelegenheid
om die te ontdekken," zeide Joe, "als zij niet reeds bekend waren;
zou men geene andere bronnen van hem kunnen vinden?"--"Neen, Joe,
maar wees gerust, ik hoop dat wij zoo ver niet zullen gaan."
Toen de nacht viel, wierp de doctor de laatste zakken ballast uit;
de ballon steeg; de gaspijp, hoewel met volle vlam werkende, kon hem
nauwelijks op zijne hoogte houden; hij was toen zestig mijlen bezuiden
Tombuctou, en des anderen daags ontwaakte men aan de oevers van den
Niger, niet ver van het meer Debo.