XXXIX.

Het land van den elleboog van den Niger.--Phantastisch gezicht

van het gebergte Homberi.--Kabra.--Tombuctou.--Plan van doctor

Barth.--Val.--Waarheen de hemel wil.

Gedurende dien Maandag deed doctor Ferguson aan zijne reisgezellen

talrijke mededeelingen aangaande de streek, welke zij doortrokken;

de grond, die vrij vlak was, stelde hun tocht geen hinderpaal in den

weg. De eenige zorg des doctors was over dien noordoosten wind, die

hevig woei en hem van de breedte van Tombuctou verwijderde. De Niger,

na tot aan deze stad noordwaarts op te zijn gegaan, kromt zich even als

een groote straal water, en valt in den Atlantischen Oceaan; in dien

elleboog is het land zeer verscheiden, nu eens weelderig vruchtbaar,

dan eens uiterst dor; de onbebouwde velden volgen op maïsvelden, die

vervangen worden door uitgestrekte velden met bremstruiken bedekt; alle

soorten van watervogels, pelikanen, talingen, martijnsvogels, leven

in talrijke troepen op de oevers der stroomsnellingen en moerassen.

Van tijd tot tijd zag men een kamp van Touaregs, die onder hunne

lederen tenten bleven, terwijl de vrouwen het werk daar buiten

verrichtten, de kameelen melkende, en pijpen rookende. De Victoria

was tegen acht uur des avonds meer dan 200 mijlen naar het westen

getrokken, de reizigers waren toen getuigen van een prachtig

schouwspel. Eenige stralen der maan baanden zich een weg door eene

opening in de wolken en, tusschen de regendruppels doorgaande, vielen

zij op de bergketen Homboria. Geen vreemder gezicht dan deze kruinen

van een bazaltachtig voorkomen; zij weerkaatsten in phantastische

beelden op den verduisterden hemel; men zou gezegd hebben dat het

ruïnen waren eener onmetelijke stad uit de middeleeuwen, even als de

ijsbanken der ijszeeën die in donkere nachten aan de verbaasde blikken

vertoonen.--"Daar is eene plaats uit de Geheimen van Udolpho," zeide

de doctor, "Anna Radciliffe zou deze bergen niet vreeslijker hebben

kunnen afschilderen."--"Waarachtig," antwoordde Joe, "ik zou des

avonds niet gaarne in dit land van spoken wandelen. Als het niet te

zwaar was, zou ik dit geheele landschap naar Schotland overbrengen,

dat zou een goed effect geven op de oevers van het meer Lomond, en

de reizigers zouden er in menigte heen snellen."--"Onze ballon is

niet groot genoeg om u dit te veroorlooven, maar het komt mij voor

dat onze richting verandert. Mooi! de nachtspoken dezer plaats zijn

zeer lief, zij voeren ons een aardigen zuidoosten wind toe, die ons op

den goeden weg zal terugbrengen." Inderdaad sloeg de ballon een meer

noordelijken weg in, en den 20sten des morgens zweefde hij over een

groot net van kanalen en rivieren, de geheele ineenstrengeling der

takken van den Niger; verscheidene van deze kanalen, bedekt met dik

gras, hadden het voorkomen van vette weiden. Daar vond de doctor den

weg terug van doctor Barth, toen deze zich op de rivier inscheepte

om haar tot aan Tombuctou af te zakken. De Niger, die hier 800 vaâm

[56] breed is, stroomde tusschen twee oevers rijk in kruisplanten en

tamarindeboomen; de huppelende kudden der gazellen vereenigden haar

geringde horens met het lange gras, waartusschen de alligator haar in

stilte bespiedde. Lange rijen ezels en kameelen, beladen met koopwaren

van Jenné, liepen onder schoone boomen; weldra vertoonde zich bij een

kromming der rivier een amphitheater van huizen; op hunne terrassen

en daken was de geheele voorraad, die in de omringende streken was

ingezameld, opgehoopt.--"Het is Kabra," riep de doctor vroolijk uit,

"het is de haven van Tombuctou, de stad zelve is geen vijf mijlen

van hier!"--"Dan zijt gij tevreden, mijnheer?" vroeg Joe.--"Verrukt,

mijn jongen.--Alles gaat goed."

Inderdaad ontrolde zich de koningin der woestijn, het geheimzinnige

Tombuctou, dat even als Rome en Athene hare scholen van geleerden

en leerstoelen van wijsbegeerte heeft gehad, voor de blikken der

reizigers. Ferguson volgde de minste bijzonderheden op den platten

grond, door Barth zelf geteekend en erkende de uiterste nauwkeurigheid

daarvan. De stad vormt een grooten driehoek beschreven in eene

onmetelijke vlakte van wit zand, de top richt zich naar het noorden en

loopt een eind de woestijn in; in de omstreken vertoonen zich nauwlijks

eenige grasplanten, kleine mimosa's en heesters. Wat het gezicht van

de stad betreft, dit heeft veel van een opeenhooping van ballen en

dobbelsteenen; zoo ziet zij er uit als men haar uit een luchtballon

overziet, de vrij nauwe straten zijn omzoomd met huizen, die

slechts eene verdieping hoog, en gebouwd zijn van in de zon gebakken

tichelsteenen, en hutten van stroo en riet, eenige kegelvormig, anderen

vierkant; op de terrassen zijn eenige mannen in hun schitterenden

mantel gehuld, achteloos uitgestrekt, met de lans of het musket in de

hand; op dit uur van den dag ziet men geene vrouwen. "Maar men zegt dat

zij schoon zijn," voegde de doctor daarbij. "Gij ziet de drie torens

der drie moskeën, die alleen van een groot aantal zijn overgebleven;

de stad heeft zeer veel van haren ouden luister verloren. Aan den top

des driehoeks verheft zich de moskee van Sankore met hare galerijen,

die op vrij schoone bogen rusten; verder, bij de wijk Sane-Gungu,

is de moskee van Sidi, Jahia en eenige huizen met twee verdiepingen;

zoekt geene paleizen noch monumenten; de Scheik is een eenvoudig

handelaar en zijne koninklijke woning een kantoor."--"Ik meen half

omvergeworpen wallen te zien," zeide Kennedy.--Zij zijn in 1826

door de Foullanahs verwoest; toen was de stad een derde grooter;

want Tombuctou, sedert de elfde eeuw het voorwerp der algemeene

begeerlijkheid, heeft achtereenvolgens toebehoord aan de Touaregs,

de Sonrayers, de Marokkanen, de Foullanahs. En dit groote middelpunt

der beschaving, waar een geleerde als Ahmed-Baba in de zestiende

eeuw eene bibliotheek van 1600 handschriften bezat, is nu slechts

eene stapelplaats van den handel van Midden-Afrika.

De stad scheen inderdaad zeer zorgeloos bewaakt te worden, zij

kenmerkte de aanstekende achteloosheid van steden, die vervallen;

onmetelijke puinhoopen waren in de voorsteden opeengestapeld en vormden

met den heuvel van de markt de eenige oneffenheden van den grond. Toen

de Victoria voorbijtrok, ontstond er wel eenige beweging, de trom

werd geroerd, maar nauwlijks had de laatste geleerde dier plaats den

tijd dit verschijnsel waar te nemen; de reizigers, door den wind der

woestijn teruggedreven, hernamen den kronkelenden loop der rivier en

weldra was Tombuctou niets meer dan eene der vluchtige herinneringen

hunner reis.--"En nu geleide de hemel ons, waar het hem behage."--"Als

het maar naar het westen is," antwoordde Kennedy.--"Bah!" zeide Joe,

"al kwamen wij te Zanzibar langs denzelfden weg terug, of al moesten

wij den Oceaan oversteken naar Amerika, dat zou mij niet bevreesd

maken."--"Men zou het eerst moeten kunnen, Joe."--"En wat ontbreekt

ons daarvoor?"--"Gas, mijn jongen; de stijgkracht van den ballon

vermindert merkbaar, en wij zullen dus zeer zuinig daarmede moeten

zijn, opdat hij ons naar de kust voere. Ik zal zelfs genoodzaakt zijn

ballast uit te werpen. Wij zijn te zwaar."--"Dat is het gevolg van het

niets doen en van den geheelen dag als een luiaard in zijne hangmat

te blijven liggen, meester, men wordt vet en zwaar. Onze reis is eene

reis van luiaards en als wij terugkomen zal men ons afschuwelijk

dik en vet vinden."--"Ziedaar opmerkingen, die Joe waardig zijn,"

antwoordde de doctor; "maar wacht op het einde; weet gij wat de

hemel ons weglegt? Wij zijn nog ver van het einde onzer reis."--"Waar

gelooft gij de kust van Afrika te bereiken, Samuel?"--"Ik zou zeer in

verlegenheid zijn om te antwoorden, Dick! wij zijn aan de genade van

zeer veranderlijke winden overgegeven, maar ik zal mij gelukkig achten

als ik tusschen Sierra-Leona en Portendick aankom; daar is eene streek

waar wij vrienden zullen ontmoeten."--"En het zal ons genoegen doen

hun de hand te drukken; volgen wij nu de begeerde richting?"--"Niet

volkomen, Dick; zie de magneetnaald; wij gaan naar het zuiden en gaan

den Niger opwaarts naar zijne bronnen."--"Eene fraaie gelegenheid

om die te ontdekken," zeide Joe, "als zij niet reeds bekend waren;

zou men geene andere bronnen van hem kunnen vinden?"--"Neen, Joe,

maar wees gerust, ik hoop dat wij zoo ver niet zullen gaan."

Toen de nacht viel, wierp de doctor de laatste zakken ballast uit;

de ballon steeg; de gaspijp, hoewel met volle vlam werkende, kon hem

nauwelijks op zijne hoogte houden; hij was toen zestig mijlen bezuiden

Tombuctou, en des anderen daags ontwaakte men aan de oevers van den

Niger, niet ver van het meer Debo.

Vijf weken in een luchtballon · 第 42 / 56 题