XXXVII.

De weg naar het westen.--Het ontwaken van

Joe. Zijne koppigheid.--Einde der geschiedenis van

Joe.--Tagelet.--Ongerustheid van Kennedy.--Weg naar het

noorden.--Een nacht dicht bij Aghadés.

De wind werd bedaarder gedurende den nacht en de Victoria bleef stil

boven een grooten wilden vijgenboom. De doctor en Kennedy waakten

beurtelings en Joe maakte van die gelegenheid gebruik om een goeden

slaap te doen, vier-en-twintig uren achtereen.--"Dit geneesmiddel

heeft hij noodig," zeide Ferguson, "de natuur zal zich met zijne

genezing belasten." Op den dag werd de wind weder vrij sterk maar

veranderlijk, dan eens was hij noord, dan weder zuid, maar ten

laatste werd de Victoria westwaarts gevoerd. De doctor met de kaart

in de hand, herkende het koninkrijk Damerghou, een golvenden grond

van groote vruchtbaarheid, met de hutten der dorpen, vervaardigd van

riet en takken van de asclepia; de korenmolens verhieven zich in de

bebouwde velden op kleine stellages, die bestemd waren om hen tegen de

muizen en termiten te beschermen. Weldra bereikte men de stad Zinder,

herkenbaar aan haar uitgestrekt plein van strafoefeningen; in het

midden verheft zich de boom des doods, de beul waakt aan zijn voet,

en al wie onder zijn lommer doorgaat, wordt terstond opgehangen. Het

kompas raadplegende, kon Kennedy niet nalaten te zeggen: "Nu nemen wij

weder een weg naar het noorden!"--"Wat beteekent dat? Als hij ons naar

Tombuctou voert, zullen wij ons niet te beklagen hebben! Nooit zal er

schooner reis onder betere omstandigheden volbracht zijn!...."--"Noch

in betere gezondheid," antwoordde Joe, die zijn opgeruimd gelaat door

de gordijnen van de tent stak. "Daar is onze brave vriend!" riep

de jager uit, "onze redder! Hoe gaat het?"--"Zeer natuurlijk,

mijnheer Kennedy, zeer natuurlijk, nooit ben ik zoo wel geweest! Er

is niets dat een mensch zoozeer op zijn streek brengt, als een klein

uitspanningsreisje, voorafgegaan door een bad in het meer Tchad! Is

het niet zoo, meester?"--"Edel hart!" antwoordde Ferguson hem de hand

drukkende. "Hoeveel angst en onrust hebt gij ons veroorzaakt."--"Welnu,

en gij dan! gelooft gij dat ik gerust was over uw lot? Gij kunt u

beroemen mij een grooten schrik te hebben aangejaagd!"--"Wij zullen

elkander nooit verstaan, Joe, als gij de zaken zoo opvat."--"Ik zie

dat zijn val hem niet heeft veranderd," voegde Kennedy er bij. "Uwe

opoffering is verheven geweest, mijn jongen, en heeft ons gered,

want de Victoria zou in het meer zijn gevallen en eens daar zijnde,

had niemand hem er uit kunnen halen."--"Maar als mijne opoffering,

zoo als het u behaagt mijne buiteling te noemen, u gered heeft, heeft

het mij dan ook niet gered, daar wij allen eene goede gezondheid

genieten? Bij gevolg hebben wij elkander niets te verwijten."--"Men

zal zich nooit met dien knaap verstaan," zeide de jager.--"Het beste

middel om elkander eens te verstaan," zeide Joe, "is niet meer daarover

te spreken; wat gedaan is, is gedaan, hetzij goed of slecht, er valt

niets aan te veranderen."--"Stijfkop," zeide de doctor lachend, "gij

zult ons toch wel uwe avonturen willen verhalen?"--"Als gij er veel

aan hecht! Maar vooraf zal ik deze vette gans braden, want ik zie dat

mijnheer Dick zijn tijd niet heeft laten verloren gaan."--"Zoo als

gij zegt, Joe."--"Welnu! wij zullen weldra zien hoe dit afrikaansche

wild zich in een europeesche maag gedraagt."

De gans was weldra gebraden en opgegeten; Joe nam er een goed deel

van, als een mensch, die in vele dagen niets heeft genuttigd. Na

het gebruik van thee en grog verhaalde hij zijn reisgezellen zijne

avonturen; hij sprak met eene zekere ontroering; terwijl hij de zaken

op zijne hem gewone wijze beschouwde. De doctor drukte hem herhaalde

malen de hand, toen hij dezen waardigen dienaar meer bekommerd zag

over het lot zijns meesters, dan over het zijne; de overstrooming van

het eiland der Biddiomahs verklaarde hij hem uit de menigvuldigheid

van dit verschijnsel op het meer Tchad. Eindelijk kwam Joe aan het

oogenblik waarin hij in het moeras stekende een laatsten kreet van

wanhoop slaakte.

"Ik hield mij voor verloren," zeide hij, "en mijne gedachten waren u

gewijd, meester; en ik begon te worstelen om er uit te komen. Hoe? dat

zal ik u niet zeggen, ik was vast besloten mij niet te laten verzwelgen

zonder pogingen te doen om mij te redden, toen ik op twee schreden

afstands van mij een stuk pas afgesneden touw bemerkte: ik deed eene

laatste poging, en zoo goed en zoo kwaad als het ging gelukte het mij

dat te grijpen; ik trok en eindelijk was ik weder op vasten grond. Aan

het einde van het touw vond ik een anker! O, meester, ik heb wel

recht om 't het anker der redding te noemen, als gij daar ten minste

niets tegen hebt. Ik herkende het voor een anker van den Victoria,

gij waart dus daar geweest. Ik volgde de richting van het touw, dat

mij uwe richting aanwees, en na nieuwe pogingen trok ik mij uit het

slik. Ik had met mijn moed ook mijne krachten herkregen en ik liep

gedurende een gedeelte van den nacht, mij van het meer verwijderende;

eindelijk kwam ik aan den zoom van een onmetelijk woud. Daar was

eene beslotene ruimte, waar paarden graasden zonder eenig kwaad

te vermoeden; er zijn oogenblikken in het leven, dat iedereen kan

paard rijden, is het niet waar? Ik bedacht mij geene minuut, sprong

op den rug van een dezer dieren, en joeg met alle snelheid naar het

noorden. Ik zal u niet spreken van steden, die ik niet heb gezien,

noch van de dorpen die ik heb vermeden. Neen. Ik snelde over bezaaide

velden, ik sprong over kreupelhout, beklom pallissaden, en zette

mijn paard steeds aan. Ik kwam eindelijk aan de grens der bebouwde

velden. Mooi, daar was de woestijn! dat stond mij aan, want toen kon

ik beter en verder voor mij uitzien. Ik hoopte altijd den Victoria te

ontdekken. Maar niets daarvan. Na drie uren belandde ik als een gek

in eene legerplaats van Arabieren! Welk eene jacht!.... Ziet gij,

mijnheer Kennedy, een jager weet niet wat eene jacht is, als men

nooit op hem zelven jacht gemaakt heeft! En echter geef ik hem den

raad het nooit te beproeven. Mijn paard viel neer van vermoeienis,

men drong op mij aan, ik spring achter een Arabier op het paard! Ik

was niet boos op hem en ik hoop dat hij het mij vergeven zal dat ik

hem heb gewurgd; maar ik had u gezien en gij weet het overige. De

Victoria volgde mijn spoor en gij naamt mij op in de vlucht, even

als een ruiter een ring bij het ringsteken. Had ik niet gelijk op

u te rekenen? Welnu, mijnheer Samuel, gij ziet hoe eenvoudig dat

alles is. Niets ter wereld is natuurlijker! Ik ben gereed weder te

beginnen, als het u nogmaals een dienst kan bewijzen! En overigens,

zooals ik u zeide, meester, het is niet der moeite waard daarover

te spreken." "Mijn brave Joe!" antwoordde de doctor ontroerd, "edel

hart! Wij hadden geen ongelijk vertrouwen te stellen in uw vernuft

en uwe behendigheid."--"Bah! mijnheer, men laat zich slechts door de

omstandigheden leiden, en men redt zich uit den brand! Het veiligste,

ziet gij, is nog de zaken te nemen zoo als zij zich voordoen."

Gedurende deze geschiedenis van Joe had de ballon snel eene groote

uitgestrektheid doorloopen. Kennedy maakte weldra aan den horizon

op eene verzameling hutten opmerkzaam, die het aanzien van eene

stad hadden. De doctor raadpleegde zijne kaart en herkende Tagelel

in Damerghou. "Wij vinden hier," zeide hij, "den weg van Barth

weder. Daar scheidde hij van zijne twee reisgezellen, Richardson

en Overweg; de eerste moest den weg van Zinder, de tweede dien

van Maradi volgen en gij herinnert u dat Barth de eenige van deze

drie reizigers is, die Europa wederzag."--"Dus," zeide de jager,

"als wij op de kaart de richting van den Victoria volgen, gaan wij

recht noordwaarts."--"Ja, mijn waarde Dick."--"En verontrust u dit

niet een weinig?"--"Waarom?"--"Omdat die weg ons naar Tripoli voert

en boven de groote woestijn."--"O! wij zullen zoo ver niet gaan,

mijn vriend, ten minste ik hoop het."--"Maar waar wilt gij stil

houden?"--"Laat eens zien, Dick, zoudt gij niet nieuwsgierig zijn

om Tombuctou te bezoeken?"--"Tombuctou?"--"Zonder twijfel," zeide

Joe, "men mag geene reis door Afrika doen, zonder Tombuctou te

bezoeken."--"Gij zult de vijfde of zesde Europeaan zijn, die deze

geheimzinnige stad heeft gezien!"--"Naar Tombuctou dan."--"Laat

ons dan tusschen 17° en 18° breedte aankomen en daar zullen wij

een gunstigen wind zoeken, die ons naar het westen voert."--"Goed,"

antwoordde de jager; "maar moeten wij nog een langen weg noordwaarts

afleggen?"--"Ten minste 150 mijlen."--"Dan ga ik een weinig slapen,"

zeide Kennedy.--"Slaap, mijnheer," antwoordde Joe, "gij, meester,

doe even als mijnheer Kennedy, gij zult rust noodig hebben, want ik

heb u op eene onbescheidene wijze wakker gehouden."

De jager strekte zich onder de tent uit, maar Ferguson, op wien de

vermoeienis weinig invloed had, bleef op zijn post als waarnemer. Na

drie uren trok de Victoria buitengewoon snel over dat keisteenachtige

land, met rijen hooge en naakte bergen met grondvlakken van graniet;

enkele toppen bereikten zelfs eene hoogte van 4000 voet; de giraffen,

antilopen en struisvogels sprongen zeer vlug in de bosschen van

acacia's, mimosa's en dadelboomen; na de dorheid der woestijn hernam

de plantengroei zijn rijk. Het was het land der Kailouas, die zich het

gezicht bedekken met een band van katoen, even als hunne gevaarlijke

buren de Touaregs.

Ten tien uur des avonds, na een tocht van 250 mijlen, hield de Victoria

stil boven eene belangrijke stad; de maan deed zien dat een gedeelte

half verwoest was; eenige toppen van moskeeën verhieven zich door

den maneschijn verlicht; de doctor nam de hoogte der sterren waar,

en bevond dat hij op de breedte van Aghadès was. Deze stad, eertijds

het middelpunt van een levendigen handel, begon reeds te vervallen

toen doctor Barth haar bezocht. Daar men den ballon in den donker niet

had bemerkt, daalde hij neder op twee mijlen ten noorden van Aghadès,

op een groot gierstveld. De nacht was vrij rustig en verdween tegen

drie uur des morgens, terwijl een lichte wind den ballon naar het

oosten en zelfs een weinig naar het zuiden voerde. Ferguson haastte

zich van deze goede gelegenheid gebruik te maken; hij steeg spoedig

en ging voort te midden van heldere zonnestralen.

Vijf weken in een luchtballon · 第 40 / 56 题