Eene verzameling aan den horizon.--Een troep Arabieren.--De
vervolging.--Hij is het!--Val van het paard.--De gewurgde
Arabier.--Een kogel van Kennedy.--Manoeuvreeren.--Ontvoering
in de vlucht.--Joe wordt gered.
Sedert Kennedy zijn waarnemings-post voor in het schuitje had
ingenomen, onderzocht hij oplettend den horizon. Na eenigen tijd wendde
hij zich tot den doctor en zeide: "Als ik mij niet bedrieg zie ik daar
ginds een troep menschen of beesten zich bewegen, het is nog onmogelijk
hen te onderscheiden. In allen gevalle loopen zij snel, want zij jagen
eene wolk van stof op."--"Zou het weer een andere wind zijn?" zeide
Samuel, "of eene hoos, die ons naar het noorden zal voeren?" Hij
stond op om den horizon te onderzoeken.--"Ik geloof het niet, Samuel,
het is een troep gazellen of wilde ossen."--"Misschien, Dick, maar
zij zijn ten minste negen of tien mijlen van ons verwijderd en zelfs
met den verrekijker kan ik niets onderscheiden."--"In allen gevalle
zal ik hen niet uit het oog verliezen, er is iets bijzonders, dat mij
vreemd voorkomt, men zou zeggen dat het ruiterij was! Ik bedrieg mij
niet, het zijn wel ruiters! Zie!" De doctor keek oplettend naar den
hem aangewezen troep.--"Ik geloof dat gij gelijk hebt," zeide hij,
"het is een detachement Arabieren of Tibbous, zij gaan in dezelfde
richting als wij, maar wij gaan sneller en komen hen gemakkelijk
vooruit. In een half uur zullen wij in staat zijn te zien en te
oordeelen wat wij moeten doen."--Kennedy had weder zijn verrekijker
genomen en keek oplettend. De ruiters werden meer zichtbaar,
eenigen zonderden zich af.--"Het is blijkbaar," hernam Kennedy,
"eene manoeuvre of eene jacht, het schijnt wel dat die lieden iets
vervolgen. Ik zou wel willen weten wat daarvan is."--"Geduld Dick,
spoedig zullen wij hen inhalen en zelfs voorbijkomen als zij dezen
weg blijven volgen, wij gaan met eene snelheid van twintig mijlen
in het uur en geene paarden kunnen zoo snel loopen."--Kennedy ging
weder op zijn post en eenige oogenblikken daarna zeide hij: "Het zijn
Arabieren, die met de grootste snelheid rijden, ik kan het volmaakt
goed onderscheiden, zij zijn vijftig in getal. Ik zie hunne burnous in
den wind fladderen. Het is eene exercitie van ruiters, hun opperhoofd
gaat hen op honderd schreden vooruit en zij volgen hem."--"Wie zij ook
mogen zijn, Dick, zij zijn niet te vreezen en, als het noodzakelijk
is, zal ik stijgen."--"Wacht nog wat, Samuel.--Dat is zonderling,"
voegde Dick er, na een nieuw onderzoek bij, "er is iets waarvan ik mij
geene rekenschap kan geven; aan hunne pogingen en de ongeregeldheid
hunner linie schijnen deze Arabieren eerder iemand te vervolgen dan te
volgen."--"Zijt gij er zeker van, Dick?"--"Ja. Ik bedrieg mij niet, zij
volgen geen opperhoofd, die hen voorgaat, maar een vluchteling."--"Een
vluchteling," zeide Samuel ontroerd.--"Ja."--"Laat ons hem niet uit het
oog verliezen en wachten."--Men won spoedig drie of vier mijlen op die
ruiters, die echter pijlsnel reden.--"Samuel! Samuel!" riep Kennedy met
bevende stem uit.--"Wat is er, Dick?"--"Is het een zinsbedrog?"--"Is
het mogelijk?"--"Wat wilt gij zeggen?"--"Wacht."--En de jager
veegde spoedig de glazen van den verrekijker af en begon weder te
kijken.--"Welnu?" zeide de doctor.--"Hij is het, Samuel!"--"Hij!" zeide
deze laatste.--"Dit woord 'hij' zeide alles, het was niet noodig
hem te noemen."--"Hij is het, te paard! nauwelijks 100 schreden
van zijne vijanden! Hij vlucht!"--"Het is wel Joe!" zeide de doctor
verbleekende.--"Hij kan ons in zijne vlucht niet zien."--"Hij zal
ons zien," antwoordde Ferguson, de vlam van zijne gaspijp doende
minderen.--"Maar hoe?"--"In vijf minuten zullen wij op vijftig
voet van den grond en in vijftien boven hem zijn."--"Wij moeten hem
waarschuwen door een schot."--"Neen! hij kan niet op zijne schreden
terugkeeren, de mogelijkheid daartoe is hem afgesneden."--"Wat
dan te doen?"--"Wachten!"--"Wachten! En deze Arabieren?"--"Wij
zullen hen inhalen en voorbijkomen! Wij zijn geen twee mijlen van
hen af en als het paard van Joe volhoudt!"--"Groote God!" zeide
Kennedy.--"Wat is er?"--Kennedy had een kreet van wanhoop geslaakt,
toen hij Joe ter aarde zag vallen. Zijn paard, blijkbaar uitgeput, was
nedergestort.--"Hij heeft ons gezien!" riep de doctor uit, "toen hij
opstond heeft hij ons een teeken gegeven."--"Maar de Arabieren zullen
hem bereiken? waarom wacht hij? O! die moedige jongen! Hoezee?" zeide
de jager, die zich niet meer kon inhouden.
Joe, onmiddellijk na zijn val opgestaan zijnde, op het oogenblik dat
een der vlugste ruiters zich op hem wierp, sprong op als een panther,
ontweek hem door een zijsprong, wierp zich achter op zijn paard,
greep den Arabier bij de keel en wurgde hem met zijne gespierde armen
en ijzeren vingers, wierp hem in het zand en vervolgde pijlsnel zijn
weg. Een schrille kreet der Arabieren klonk door de lucht, maar
geheel met hunne vervolging bezig zijnde, hadden zij den Victoria
op 500 schreden achter zich en nauwelijks dertig voet van den grond
niet bemerkt; zij zelven waren op nauwelijks twintig paardelengten
van den vluchteling af. Een van hen naderde Joe meer en meer en was
op het punt hem met zijne lans te doorboren, toen Kennedy met vast
oog en vaste hand hem door een kogel ter aarde deed buitelen. Joe
keerde op het gehoor van dien val zich zelfs niet om. Een deel der
bende staakte zijn loop en viel voorover in het stof op het zien van
den Victoria, de overigen zetten hunne vervolging voort.--"Wat doet
Joe toch?" riep Kennedy uit, "hij houdt niet stil."--"Hij doet beter
dan dat, Dick, ik heb hem begrepen! hij blijft in de richting van den
luchtballon en rekent op ons vernuft! Ah, die brave jongen. Wij zullen
hem voor den neus van die Arabieren ontvoeren, wij zijn niet meer
dan tweehonderd schreden van hem af."--"Wat moeten wij doen?" vroeg
Kennedy.--"Laat uw geweer liggen."--"Daar," zeide de jager, zijn wapen
nederleggende.--"Kunt gij 150 pond ballast in uwe armen houden?"--"Nog
wel meer."--"Neen! dat is voldoende."--De doctor stapelde zakken met
zand op tusschen de armen van Kennedy.--"Blijf achter in het schuitje
en houd u gereed dien ballast in eens weg te werpen. Maar bij uw leven,
doe het niet vóór mijn bevel."--"Wees gerust!"--"Zonder dat zouden
wij Joe niet kunnen bereiken, hij zou verloren zijn!"--"Reken op mij."
De Victoria was toen bijna boven de ruiters, die met lossen teugel Joe
achtervolgden. De doctor hield voor in het schuitje de ladder klaar,
gereed om haar uit te werpen op het gepaste oogenblik. Joe had den
afstand tusschen zich en zijne vervolgers behouden, dat is ongeveer
vijftig voet. De Victoria trok hen voorbij.--"Opgepast!" zeide Samuel
tot Kennedy.--"Ik ben gereed."--"Joe! pas op!..." riep de doctor met
zijn heldere stem, terwijl hij de ladder uitwierp, wier eerste sporten
het stof van den grond opjoegen. Op den roep van den doctor keerde Joe,
zonder zijn paard stil te doen staan, zich om, de ladder bereikte hem
en op het oogenblik dat hij er zich aan vast klampte riep de doctor
tot Kennedy:--"Werp uit!"--"Het is gedaan..." En de Victoria, ontdaan
van een gewicht dat zwaarder was dan Joe, steeg 150 voet in de lucht.
Joe hield zich stevig aan de ladder vast gedurende de hevige
schommelingen die de ballon beschreef; vervolgens een voor de
Arabieren onbegrijpelijk gebaar makende en met de vlugheid van
een clown klimmende, kwam hij bij zijne reisgezellen, die hem
in hunne armen ontvingen. De Arabieren slaakten een kreet van
verwondering en woede. De vluchteling was hun in de vlucht ontvoerd
en de Victoria verwijderde zich snel.--"Meester! meester!" zeide
Joe.--En van ontroering en vermoeienis bezwijkende, viel hij in
zwijm, terwijl Kennedy, bijna waanzinnig van vreugde, uitriep:
"Gered! gered!"--"Zeker!" zeide de doctor, die zijne koelbloedigheid
had teruggekregen.
Joe was bijna naakt, zijne bebloede armen, zijn lichaam met wonden
bedekt, dit alles getuigde van zijn lijden. De doctor verbond zijne
wonden en legde hem onder de tent neder.
Hij kwam weldra bij, vroeg een glas brandewijn, dat de doctor geloofde
hem niet te moeten weigeren, daar Joe niet iemand was dien men als
iedereen moest behandelen. Na gedronken te hebben, drukte Joe de hand
zijner twee reisgezellen en verklaarde zich bereid zijne avonturen
te verhalen. Maar men veroorloofde hem niet te spreken en hij viel
in een diepen slaap, waaraan hij groote behoefte scheen te hebben. De
Victoria nam toen een richting naar het westen. Door een sterken wind
voortgestuwd, zag men de grens van de doornachtige woestijn terug,
boven de palmboomen, die door den storm gekromd of uit den grond gerukt
waren, en toen men na de redding van Joe bijna 200 mijlen had afgelegd,
kwam men tegen den avond voorbij den tienden graad breedte.