XXXVI.

Eene verzameling aan den horizon.--Een troep Arabieren.--De

vervolging.--Hij is het!--Val van het paard.--De gewurgde

Arabier.--Een kogel van Kennedy.--Manoeuvreeren.--Ontvoering

in de vlucht.--Joe wordt gered.

Sedert Kennedy zijn waarnemings-post voor in het schuitje had

ingenomen, onderzocht hij oplettend den horizon. Na eenigen tijd wendde

hij zich tot den doctor en zeide: "Als ik mij niet bedrieg zie ik daar

ginds een troep menschen of beesten zich bewegen, het is nog onmogelijk

hen te onderscheiden. In allen gevalle loopen zij snel, want zij jagen

eene wolk van stof op."--"Zou het weer een andere wind zijn?" zeide

Samuel, "of eene hoos, die ons naar het noorden zal voeren?" Hij

stond op om den horizon te onderzoeken.--"Ik geloof het niet, Samuel,

het is een troep gazellen of wilde ossen."--"Misschien, Dick, maar

zij zijn ten minste negen of tien mijlen van ons verwijderd en zelfs

met den verrekijker kan ik niets onderscheiden."--"In allen gevalle

zal ik hen niet uit het oog verliezen, er is iets bijzonders, dat mij

vreemd voorkomt, men zou zeggen dat het ruiterij was! Ik bedrieg mij

niet, het zijn wel ruiters! Zie!" De doctor keek oplettend naar den

hem aangewezen troep.--"Ik geloof dat gij gelijk hebt," zeide hij,

"het is een detachement Arabieren of Tibbous, zij gaan in dezelfde

richting als wij, maar wij gaan sneller en komen hen gemakkelijk

vooruit. In een half uur zullen wij in staat zijn te zien en te

oordeelen wat wij moeten doen."--Kennedy had weder zijn verrekijker

genomen en keek oplettend. De ruiters werden meer zichtbaar,

eenigen zonderden zich af.--"Het is blijkbaar," hernam Kennedy,

"eene manoeuvre of eene jacht, het schijnt wel dat die lieden iets

vervolgen. Ik zou wel willen weten wat daarvan is."--"Geduld Dick,

spoedig zullen wij hen inhalen en zelfs voorbijkomen als zij dezen

weg blijven volgen, wij gaan met eene snelheid van twintig mijlen

in het uur en geene paarden kunnen zoo snel loopen."--Kennedy ging

weder op zijn post en eenige oogenblikken daarna zeide hij: "Het zijn

Arabieren, die met de grootste snelheid rijden, ik kan het volmaakt

goed onderscheiden, zij zijn vijftig in getal. Ik zie hunne burnous in

den wind fladderen. Het is eene exercitie van ruiters, hun opperhoofd

gaat hen op honderd schreden vooruit en zij volgen hem."--"Wie zij ook

mogen zijn, Dick, zij zijn niet te vreezen en, als het noodzakelijk

is, zal ik stijgen."--"Wacht nog wat, Samuel.--Dat is zonderling,"

voegde Dick er, na een nieuw onderzoek bij, "er is iets waarvan ik mij

geene rekenschap kan geven; aan hunne pogingen en de ongeregeldheid

hunner linie schijnen deze Arabieren eerder iemand te vervolgen dan te

volgen."--"Zijt gij er zeker van, Dick?"--"Ja. Ik bedrieg mij niet, zij

volgen geen opperhoofd, die hen voorgaat, maar een vluchteling."--"Een

vluchteling," zeide Samuel ontroerd.--"Ja."--"Laat ons hem niet uit het

oog verliezen en wachten."--Men won spoedig drie of vier mijlen op die

ruiters, die echter pijlsnel reden.--"Samuel! Samuel!" riep Kennedy met

bevende stem uit.--"Wat is er, Dick?"--"Is het een zinsbedrog?"--"Is

het mogelijk?"--"Wat wilt gij zeggen?"--"Wacht."--En de jager

veegde spoedig de glazen van den verrekijker af en begon weder te

kijken.--"Welnu?" zeide de doctor.--"Hij is het, Samuel!"--"Hij!" zeide

deze laatste.--"Dit woord 'hij' zeide alles, het was niet noodig

hem te noemen."--"Hij is het, te paard! nauwelijks 100 schreden

van zijne vijanden! Hij vlucht!"--"Het is wel Joe!" zeide de doctor

verbleekende.--"Hij kan ons in zijne vlucht niet zien."--"Hij zal

ons zien," antwoordde Ferguson, de vlam van zijne gaspijp doende

minderen.--"Maar hoe?"--"In vijf minuten zullen wij op vijftig

voet van den grond en in vijftien boven hem zijn."--"Wij moeten hem

waarschuwen door een schot."--"Neen! hij kan niet op zijne schreden

terugkeeren, de mogelijkheid daartoe is hem afgesneden."--"Wat

dan te doen?"--"Wachten!"--"Wachten! En deze Arabieren?"--"Wij

zullen hen inhalen en voorbijkomen! Wij zijn geen twee mijlen van

hen af en als het paard van Joe volhoudt!"--"Groote God!" zeide

Kennedy.--"Wat is er?"--Kennedy had een kreet van wanhoop geslaakt,

toen hij Joe ter aarde zag vallen. Zijn paard, blijkbaar uitgeput, was

nedergestort.--"Hij heeft ons gezien!" riep de doctor uit, "toen hij

opstond heeft hij ons een teeken gegeven."--"Maar de Arabieren zullen

hem bereiken? waarom wacht hij? O! die moedige jongen! Hoezee?" zeide

de jager, die zich niet meer kon inhouden.

Joe, onmiddellijk na zijn val opgestaan zijnde, op het oogenblik dat

een der vlugste ruiters zich op hem wierp, sprong op als een panther,

ontweek hem door een zijsprong, wierp zich achter op zijn paard,

greep den Arabier bij de keel en wurgde hem met zijne gespierde armen

en ijzeren vingers, wierp hem in het zand en vervolgde pijlsnel zijn

weg. Een schrille kreet der Arabieren klonk door de lucht, maar

geheel met hunne vervolging bezig zijnde, hadden zij den Victoria

op 500 schreden achter zich en nauwelijks dertig voet van den grond

niet bemerkt; zij zelven waren op nauwelijks twintig paardelengten

van den vluchteling af. Een van hen naderde Joe meer en meer en was

op het punt hem met zijne lans te doorboren, toen Kennedy met vast

oog en vaste hand hem door een kogel ter aarde deed buitelen. Joe

keerde op het gehoor van dien val zich zelfs niet om. Een deel der

bende staakte zijn loop en viel voorover in het stof op het zien van

den Victoria, de overigen zetten hunne vervolging voort.--"Wat doet

Joe toch?" riep Kennedy uit, "hij houdt niet stil."--"Hij doet beter

dan dat, Dick, ik heb hem begrepen! hij blijft in de richting van den

luchtballon en rekent op ons vernuft! Ah, die brave jongen. Wij zullen

hem voor den neus van die Arabieren ontvoeren, wij zijn niet meer

dan tweehonderd schreden van hem af."--"Wat moeten wij doen?" vroeg

Kennedy.--"Laat uw geweer liggen."--"Daar," zeide de jager, zijn wapen

nederleggende.--"Kunt gij 150 pond ballast in uwe armen houden?"--"Nog

wel meer."--"Neen! dat is voldoende."--De doctor stapelde zakken met

zand op tusschen de armen van Kennedy.--"Blijf achter in het schuitje

en houd u gereed dien ballast in eens weg te werpen. Maar bij uw leven,

doe het niet vóór mijn bevel."--"Wees gerust!"--"Zonder dat zouden

wij Joe niet kunnen bereiken, hij zou verloren zijn!"--"Reken op mij."

De Victoria was toen bijna boven de ruiters, die met lossen teugel Joe

achtervolgden. De doctor hield voor in het schuitje de ladder klaar,

gereed om haar uit te werpen op het gepaste oogenblik. Joe had den

afstand tusschen zich en zijne vervolgers behouden, dat is ongeveer

vijftig voet. De Victoria trok hen voorbij.--"Opgepast!" zeide Samuel

tot Kennedy.--"Ik ben gereed."--"Joe! pas op!..." riep de doctor met

zijn heldere stem, terwijl hij de ladder uitwierp, wier eerste sporten

het stof van den grond opjoegen. Op den roep van den doctor keerde Joe,

zonder zijn paard stil te doen staan, zich om, de ladder bereikte hem

en op het oogenblik dat hij er zich aan vast klampte riep de doctor

tot Kennedy:--"Werp uit!"--"Het is gedaan..." En de Victoria, ontdaan

van een gewicht dat zwaarder was dan Joe, steeg 150 voet in de lucht.

Joe hield zich stevig aan de ladder vast gedurende de hevige

schommelingen die de ballon beschreef; vervolgens een voor de

Arabieren onbegrijpelijk gebaar makende en met de vlugheid van

een clown klimmende, kwam hij bij zijne reisgezellen, die hem

in hunne armen ontvingen. De Arabieren slaakten een kreet van

verwondering en woede. De vluchteling was hun in de vlucht ontvoerd

en de Victoria verwijderde zich snel.--"Meester! meester!" zeide

Joe.--En van ontroering en vermoeienis bezwijkende, viel hij in

zwijm, terwijl Kennedy, bijna waanzinnig van vreugde, uitriep:

"Gered! gered!"--"Zeker!" zeide de doctor, die zijne koelbloedigheid

had teruggekregen.

Joe was bijna naakt, zijne bebloede armen, zijn lichaam met wonden

bedekt, dit alles getuigde van zijn lijden. De doctor verbond zijne

wonden en legde hem onder de tent neder.

Hij kwam weldra bij, vroeg een glas brandewijn, dat de doctor geloofde

hem niet te moeten weigeren, daar Joe niet iemand was dien men als

iedereen moest behandelen. Na gedronken te hebben, drukte Joe de hand

zijner twee reisgezellen en verklaarde zich bereid zijne avonturen

te verhalen. Maar men veroorloofde hem niet te spreken en hij viel

in een diepen slaap, waaraan hij groote behoefte scheen te hebben. De

Victoria nam toen een richting naar het westen. Door een sterken wind

voortgestuwd, zag men de grens van de doornachtige woestijn terug,

boven de palmboomen, die door den storm gekromd of uit den grond gerukt

waren, en toen men na de redding van Joe bijna 200 mijlen had afgelegd,

kwam men tegen den avond voorbij den tienden graad breedte.

Vijf weken in een luchtballon · 第 39 / 56 题