De hoofdstad van Bornou.--De eilanden der Biddiomahs.--De
Condors.--De ongerustheid van den doctor.--Zijne
voorzorgen.--Een aanval in de lucht.--Het gescheurde
omkleedsel.--De val.--Verhevene opoffering.--De noordelijke
kust van het meer.
Sedert zijne aankomst aan het meer Tchad had de doctor een luchtstroom
gevonden, die hem meer naar het westen voerde, eenige wolken matigden
de hitte van den dag, en men gevoelde overigens op deze groote
uitgestrektheid water een weinig koelte; maar tegen een uur naderde
de ballon, dit gedeelte van het meer schuin overgestoken zijnde,
op nieuw liet land.
De doctor eerst een weinig teleurgesteld over deze richting, beklaagde
er zich niet meer over, toen hij de stad Kouka, de vermaarde hoofdstad
van Bornou, bemerkte; hij kon haar een oogenblik zien, omringd met hare
muren van witte klei; eenige moskeeën verhieven zich boven deze menigte
dobbelsteenen, waarop de arabische huizen hier gelijken. In de tuinen
achter de huizen en op de markten groeiden palm- en caoutchoucboomen,
gekroond met een tooisel van bladeren meer dan honderd voet breed. Joe
deed opmerken dat deze ontzettend groote parasols in overeenstemming
waren met de zonnestralen.
Kouka bestaat werkelijk uit twee zeer verschillende steden, van
elkander gescheiden door den "dendal," een wal van 300 vaam [47],
toen bezet met voetvolk en ruiterij. Aan den eenen kant verheft zich
de rijke stad met hare hooge en luchtige huizen, aan den anderen kant
de arme stad, zijnde eene treurige verzameling van lage kegelvormige
hutten, waar eene behoeftige bevolking een plantenleven leidt, want
Kouka heeft noch handel noch nijverheid. Kennedy vond dat het eenige
gelijkenis had met Edinburg, als het zich in eene vlakte uitspreidde
met hare twee geheel verschillende steden. Maar nauwelijks konden
de reizigers een blik daarop werpen: want met alle veranderlijkheid
welke de luchtstroomen van deze streek kenmerkt, voerde een tegenwind
hen veertig mijlen ver over het meer Tchad. Toen was het een nieuw
schouwspel; zij konden de talrijke eilanden van het meer tellen,
bewoond door de Biddiomahs, bloeddorstige roovers, wier nabuurschap
evenzeer wordt gevreesd als die van de Touaregs der Sahara. Zij
maakten zich gereed den Victoria moedig te ontvangen met pijlen
en steenen, maar deze was die eilanden spoedig voorbij, waarboven
hij scheen te zweven als een reusachtige schallebijter. Op dit
oogenblik zag Joe naar den horizon en Kennedy aansprekende zeide hij:
"Waarachtig, mijnheer Dick, gij die altijd van jagen droomt, zie hier
uwe zaak."--"Wat is het dan, Joe?"--"Deze keer zal mijn meester geene
tegenwerping maken."--"Wat is er dan toch?"--"Ziet gij daar ginds dien
troep groote vogels die op ons afkomen?"--"Vogels!" zeide de doctor,
zijn verrekijker nemende.--"Ik zie hen," antwoordde Kennedy, "zij zijn
ten minste twaalf in getal."--"Veertien, als het u belieft," zeide
Joe.--"Geve de hemel dat zij van eene kwaadaardige soort mogen wezen,
opdat de teerhartige Samuel niets hebbe te zeggen."--"Ik zal niets te
zeggen hebben," antwoordde Ferguson, "maar ik zag deze vogels liever
ver van ons."--"Zijt gij er bang voor?" vroeg Joe.--"Het zijn condors,
Joe, van de grootste soort, en als zij ons aanvallen...."--"Welnu! dan
zullen wij ons verdedigen, Samuel, wij hebben wapens genoeg om hen
te ontvangen. Ik geloof toch niet dat deze vogels zoo te vreezen
zijn."--"Wie weet?" antwoordde de doctor.
Tien minuten later was de troep op een geweerschot-afstand genaderd;
deze veertien vogels deden de lucht van hunne schorre kreten
weergalmen, zij naderden den ballon meer verwoed dan verschrikt over
zijne tegenwoordigheid.--"Wat schreeuwen zij," zeide Joe, "welk
geweld! Het staat hun waarschijnlijk niet aan, dat men hun gebied
betreedt en zich veroorlooft te vliegen zoo als zij."--"In waarheid,"
zeide de jager, "zij zien er vrij verschrikkelijk uit, en ik geloof dat
zij zeer geducht zouden zijn als zij eene goede karabijn hadden!"--"Zij
hebben die niet noodig," antwoordde Ferguson, die zeer ernstig werd.
De condors vlogen rond in ontzettend groote kringen, die langzamerhand
om den ballon kleiner werden; zij doorkruisten de lucht met eene
phantastische snelheid, soms met de snelheid van een kogel dalende. De
doctor ongerust zijnde besloot te stijgen om deze gevaarlijke vogels
te ontkomen. Maar de condors stegen met hem, weinig geneigd om hem
te verlaten.--"Het schijnt dat zij het op ons hebben voorzien,"
zeide de jager, zijne karabijn ladende.--Inderdaad zij naderden,
en meer dan een kwam op nauwelijks vijftig voet afstands en scheen
de wapens van Kennedy te braveeren, "Ik heb machtig grooten lust
op hen te schieten," zeide deze.--"Neen, Dick, laat ons ze niet
woedender maken. Dat zou hen aansporen om ons aan te vallen."--"Maar
ik zou ze gemakkelijk overwinnen."--"Gelooft gij dat! gij bedriegt u,
Dick."--"Wij hebben meer dan een kogel voor elk van hen."--"En als zij
op het bovenste gedeelte van den ballon nederschieten, hoe zult gij
hen dan bereiken? Stel u voor dat gij u bevindt in tegenwoordigheid
van een troep leeuwen op de aarde, of haaien in volle zee! Voor den
luchtreiziger is de toestand even gevaarlijk."--"Spreekt gij in ernst,
Samuel?"--"Zeer zeker, Dick."--"Wachten wij dan."--"Wacht. Houd u
gereed in geval van aanval, maar vuur niet zonder mijn bevel."
De vogels schoolden toen op geringen afstand zamen; men zag duidelijk
hun hals uitgestrekt door hun geschreeuw, hunne kraakbeenachtige
kuif, met paarsche tepeltjes bezet, verhief zich van woede. Zij waren
van de grootste soort; hun lichaam was meer dan drie voet lang en
het bovenste gedeelte hunner witte vleugels schitterde in de zon;
men zou hen gevleugelde haaien hebben genoemd, waarmede zij zeer veel
overeenkomst hadden.--"Zij volgen ons," zeide de doctor, toen hij hen
met zich zag stijgen, "en al stijgen wij nog zoo hoog, hun vlucht zou
hen nog hooger voeren."--"Wat dan te doen?" vroeg Kennedy.--De doctor
antwoordde niet.--"Hoor, Samuel," hernam de jager, "wij hebben 17
schoten tot onze beschikking, als wij met al onze wapenen vuur geven;
is er geen middel hen te vernietigen of te verstrooien? Ik belast mij
met een zeker aantal."--"Ik twijfel niet aan uwe behendigheid, Dick,
ik geloof gaarne dat zij, die den mond uwer karabijn voorbijvliegen,
dood zullen nedervallen, maar, ik herhaal het, als zij het bovenste
gedeelte van den ballon aanvallen, kunt gij hen niet meer zien, zij
zullen dit omkleedsel, dat ons houdt, verscheuren, en wij zijn 3000
voet hoog."
Op dit oogenblik schoot een der wildste vogels recht op den ballon toe
met open bek en klauwen, gereed om te bijten en te verscheuren.--"Vuur,
vuur!" riep de doctor uit. Nauwelijks had hij dit woord uitgesproken
of de vogel viel, doodelijk getroffen. Kennedy had een der geweren
met dubbelen loop genomen, Joe nam het andere.
Verschrikt door de losbarsting verwijderden de condors zich voor een
oogenblik, maar kwamen bijna terstond woedend terug. Kennedy trof met
zijn eersten kogel juist den hals van den naasten, Joe verbrijzelde
den vleugel van den anderen.--"Niet meer dan elf," zeide hij.--Toen
veranderden de vogels van tactiek en verhieven zich gezamenlijk
boven den ballon. Kennedy zag Ferguson aan. Ondanks zijn moed en
zijne koelbloedigheid verbleekte deze. Er heerschte een oogenblik
een verschrikkelijk stilzwijgen. Vervolgens hoorde men een gekraak
als van het scheuren van zijde en het schuitje schoot weg onder
de voeten der drie reizigers.--"Wij zijn verloren," riep Ferguson
uit, de oogen op den barometer slaande, die aanhoudend rees.--"Weg
met den ballast." In eenige oogenblikken waren alle stukken kwarts
verdwenen.--"Wij dalen steeds! Ledigt de waterbakken?--Joe! hoort
gij?--Wij storten in het meer!" Joe gehoorzaamde, de doctor boog
zich omlaag. Het meer scheen tot hem te komen als het wassende tij;
de voorwerpen werden zichtbaar grooter, het schuitje was slechts
200 voet van het water verwijderd.--"De mondbehoeften!" riep de
doctor. En de kist die haar bevatte werd weggeslingerd. De val werd
minder snel, maar de ongelukkigen daalden steeds. "Werpt nog meer
weg," riep de doctor voor de laatste maal.--"Er is niets meer,"
zeide Kennedy.--"Zeker!" antwoordde Joe, en hij verdween over den
rand van het schuitje.----"Joe! Joe!" zeide de doctor verstijfd van
schrik. Maar Joe kon hem niet meer hooren. De verlichte Victoria
begon weder te stijgen tot op duizend voet hoogte, en de wind in het
verscheurde omkleedsel vallende, voerde hem naar de noordkust van het
meer.--"Verloren!" zeide de jager met een kreet van wanhoop.--"Verloren
om ons te redden!" antwoordde Ferguson.--En deze zoo stoutmoedige
mannen kregen tranen in de oogen; zij bogen zich voorover om eenig
spoor van den ongelukkigen Joe te ontdekken, maar zij waren reeds te
ver. "Wat zullen wij doen?" vroeg Kennedy.--"Dalen zoodra het mogelijk
is, Dick, en dan wachten." Na een tocht van zestig mijlen daalde de
Victoria op eene onbewoonde kust neder, ten noorden van het meer; de
ankers hechtten zich vast in een niet zeer hoogen boom en de jagers
maakten hen stevig vast. De nacht kwam, maar Ferguson noch Kennedy
konden den slaap vatten.