XXX.

Mosfeia.--De Scheik.--Denham, Clapperton, Oudney.--Vogel.--De

hoofdstad van Loggoum.--Toole.--Windstilte boven Kernak.--De

landvoogd en zijn hof.--De aanval.--De brandduiven.

Des anderen daags, den 11den Mei, hernam de ballon zijn avontuurlijken

loop, de reizigers vertrouwden op hem als de zeeman op zijn

schip. Vreeslijke orkanen, keerkringshitte, gevaarlijke opstijgingen,

nog gevaarlijker dalingen, dit alles was zij goed te boven gekomen. Men

kan zeggen dat Ferguson hem met een enkel gebaar bestuurde en de

doctor koesterde geene vrees omtrent den goeden uitslag der reis,

zonder echter het punt van aankomst te weten. Maar in dit land van

barbaren en dweepers verplichtte de voorzichtigheid hem de strengste

voorzorgen te nemen; hij beval dus zijne reisgenooten aan voortdurend

een oog in 't zeil te houden. De wind voerde hen een weinig meer

noordwaarts en tegen negen uur zagen zij de groote stad Mosfeia,

op eene hoogte gebouwd, welke zelve tusschen twee hooge bergen ligt

besloten; zij was onneembaar, een nauwe weg tusschen een moeras en

een bosch verleende den eenigen toegang tot haar. Op dit oogenblik

deed een Scheik, vergezeld van een geleide te paard, in veelkleurige

kleederen, voorafgegaan door trompetters en voorloopers, die de

takken voor hem uit den weg ruimden, zijne intrede in de stad. De

doctor daalde neder om deze inlanders meer van nabij te zien, maar

naar mate de ballon grooter werd in hunne oogen, gaven zij teekens

van groote vrees en snelden weg met al de snelheid hunner voeten of

paarden. De Scheik alleen ging niet van zijne plaats, nam zijn lang

musket, laadde het en wachtte moedig. De doctor naderde op nauwelijks

150 voet afstand en groette hem vriendelijk in het Arabisch. Maar op

deze woorden, die uit den hemel kwamen, sprong de Scheik ter aarde,

knielde in het stof op den weg en de doctor kon hem van zijn gebed

niet afhouden.--"Het is onmogelijk," zeide hij, "dat deze lieden ons

anders dan voor bovennatuurlijke wezens houden; bij de eerste aankomst

van Europeanen hielden zij hen voor een bovenmenschelijk ras. En

als de Scheik van deze ontmoeting spreekt, zal hij het feit met alle

hulpmiddelen eener arabische verbeeldingskracht opsieren. Oordeelt

nu eens, wat de legenden eens van ons zullen zeggen."--"Het zal

misschien te bejammeren zijn," antwoordde de jager, "in het belang

der beschaving zou het beter zijn voor eenvoudige menschen door te

gaan, dat zou aan die negers een geheel ander denkbeeld geven van de

europeesche macht."--"Juist, mijn waarde Dick; maar wat kunnen wij

er aan doen? Al verklaardet gij aan de geleerden van dit land in het

breede de samenstelling en werking van een luchtballon, zij zouden

het niet begrijpen en altijd aan eene bovennatuurlijke tusschenkomst

gelooven."--"Mijnheer," vroeg Joe, "gij hebt gesproken van de eerste

Europeanen, die dit land onderzocht hebben, wie zijn dat?"--"Mijn

beste jongen, wij zijn juist op den weg, dien Denham gevolgd is: te

Mosfeia werd hij ontvangen door den Sultan van Mandara; hij had Bornou

verlaten, vergezelde den Scheik op eene expeditie tegen de Fellatahs,

woonde den aanval op de stad bij, die met de pijlen harer bewoners

dapper weerstand bood aan de arabische kogels en de troepen van den

Scheik op de vlucht jaagde, dit alles was slechts een voorwendsel

tot moord en plundering; de majoor werd geheel uitgeplunderd, naakt

uitgeschud en zonder een paard, onder welks buik hij zich verborg en

dat hem, door zijn snellen loop, in staat stelde de overwinnaars te

ontkomen, zou hij nooit weder te Kouka, hoofdstad van Bornou gekomen

zijn."--"Wie was die majoor Denham?"--"Een onverschrokken Engelschman,

die van 1822 tot 1824 het bevel voerde over eene expeditie in Bornou,

vergezeld door kapitein Clapperton en doctor Oudney; zij vertrokken

in Maart van Tripoli, kwamen te Mourzouk, hoofdstad van Fezzan en den

weg volgende, dien later doctor Barth moest inslaan om naar Europa

terug te keeren, kwamen zij den 16den Februari 1823 te Kouka, bij het

meer Tchad. Denham deed verscheidene ontdekkingstochten in Bornou,

Mandara en aan de oostelijke oevers van het meer; gedurende dien

tijd drongen kapitein Clapperton en doctor Oudney den 15den December

1823 in Soudan tot Sackatou door en Oudney stierf van vermoeienis

en uitputting in de stad Murmur."--"Dit gedeelte van Afrika," vroeg

Kennedy, "heeft der wetenschap dus vele slachtoffers gekost?"--"Ja,

deze streek is noodlottig; wij gaan recht toe op het koninkrijk

Barghimi, waar Vogel in 1836 doortrok om in Wadaï door te dringen,

waar hij verdwenen is. Deze jongeling werd, drie-en-twintig jaar oud,

gezonden om doctor Barth te helpen: zij ontmoetten elkander den 1sten

December 1854, waarop Vogel het land begon te onderzoeken; omstreeks

1856 gaf hij in zijne laatste brieven zijn voornemen te kennen om het

koninkrijk Wadaï te doorkruisen, waar geen Europeaan nog was geweest;

het schijnt, dat hij de hoofdstad Wara bereikte, waar hij volgens

sommigen gevangen werd genomen, volgens anderen ter dood gebracht,

omdat hij een heiligen berg der omstreken had trachten te beklimmen;

maar men moet niet zoo licht aan den dood der reizigers gelooven, dit

wint de moeite uit hen op te zoeken; hoe dikwijls toch is de tijding

van den dood van doctor Barth officieel bekend gemaakt, hetgeen hem

dikwijls rechtmatig verbitterde! Het is dus zeer mogelijk dat Vogel

door den sultan van Wadaï wordt gevangen gehouden, in de hoop hem te

doen loskoopen. De baron Neimans ging op weg naar Wadaï, toen hij in

1855 te Kaïro stierf. Wij weten nu dat de Heuglin met de expeditie

van Leipzig de sporen van Vogel gevolgd is, dus zullen wij weldra

zekerheid hebben omtrent het lot van dien jongen en belangwekkenden

reiziger." [46]

Mosfeia was reeds lang aan den horizon verdwenen, Mandara vertoonde

aan de blikken der reizigers zijne verbazende vruchtbaarheid

met zijne acacia-bosschen en de kruidachtige planten der katoen-

en indigo-velden; de Shari, die 80 mijlen verder zich in het meer

Tchad stort, stroomde onstuimig verder. De doctor wees op de kaarten

zijn loop aan zijne reisgezellen.--"Gij ziet," zeide hij, "dat de

onderzoekingen van dien geleerde uiterst nauwkeurig zijn; wij gaan

recht af op het district Loggoum en misschien zelfs op de hoofdstad

Kernak; daar stierf de ongelukkige Toole, nauwelijks 22 jaar oud;

hij was een jonge Engelschman, vaandrig van het 80ste regiment, die

zich sedert eenige weken bij majoor Denham in Afrika had gevoegd,

waar hij weldra den dood vond. Men kan deze onmetelijke streek met

recht het kerkhof der Europeanen noemen."

Eenige kano's, vijftig voet lang, zakten de Shari af; de Victoria, 1000

voet van de aarde, trok weinig de aandacht der inlanders tot zich, maar

de wind, die tot heden nog al hevig was, begon te gaan liggen.--"Zullen

wij weder windstilte krijgen?" zeide de doctor.--"Goed, meester, wij

zullen niet altijd gebrek aan water hebben, noch de woestijn behoeven

te vreezen."--"Neen, maar nog geduchter volken."--"Zie," zeide Joe,

"iets dat op eene stad gelijkt."--"Dat is Kernak. De laatste zucht

van den wind voert ons daarheen en wij kunnen, als wij willen, een

nauwkeurigen platten grond daarvan teekenen."--"Zullen wij niet nader

komen?" vroeg Kennedy.--"Niets is gemakkelijker, Dick, wij zijn recht

boven de stad; laat mij de kraan van de gaspijp een weinig toedraaien

en wij zullen weldra dalen."

De Victoria bleef een halfuur daarna onbeweeglijk op tweehonderd voet

van den grond.--"Nu zijn wij dichter bij Kernak," zeide de doctor,

"dan een man op het kruis der St. Paulskerk te Londen van den grond

is. Dus kunnen wij op ons gemak zien."--"Wat is toch dit geluid van

houten hamers, dat men aan alle kanten hoort?" Joe keek oplettend

rond en zag dat het geraas werd gemaakt door de talrijke wevers,

die in de open lucht hun linnen klopten, dat uitgespreid was op

groote boomstronken. De hoofdstad van Loggoum kon dus in haar geheel

worden waargenomen, gelijk een ontrolde plattegrond; het was een ware

stad met op eene rechte lijn staande huizen en vrij breede straten;

op het midden van een groot plein werd slavenmarkt gehouden, er

was een groote toevloed van klanten; want de mandaraansche vrouwen,

die zeer kleine handen en voeten hebben, zijn zeer gezocht en worden

voordeelig verkocht.

Het gezicht van den ballon had de reeds zoo dikwijls vermelde

gevolgen; eerst kreten en daarop eene stomme verbazing; de zaken

werden geschorst, het geraas hield op. De reizigers bleven

onbeweeglijk en verloren geene enkele bijzonderheid van deze

volkrijke stad uit het oog, zij daalden zelfs tot op zestig voet

van den grond. Toen kwam de gouverneur van Loggoum uit zijne woning,

zijn groenen standaard ontrollende, vergezeld door zijne muzikanten,

die op schelle buffelhoorns bliezen en de menigte verzamelde zich

om hem. Doctor Ferguson wilde zich doen verstaan, het gelukte hem

niet. Deze bevolking, met een hoog voorhoofd, gevlochte haren en een

arendsneus, scheen fier en verstandig, maar de tegenwoordigheid van

de Victoria bracht haar zonderling in de war; men zag ruiters naar

alle richtingen snellen; weldra werd het duidelijk dat de troepen

van den vorst zich verzamelden om een zoo buitengewonen vijand te

bestrijden. Joe ontplooide zakdoeken van alle kleuren, het baatte

niets. Echter gebood de Scheik, door zijn hof omringd, stilte en sprak

eene redeneering uit, waarvan de doctor niets begreep; het was arabisch

vermengd met barghimisch; maar aan de algemeene gebarentaal herkende

hij eene bepaalde uitnoodiging om heen te gaan; hij zou niets liever

hebben gewenscht, maar bij gebrek aan wind was dit onmogelijk. Zijne

onbeweeglijkheid verbitterde den Scheik en zijne hovelingen begonnen

te huilen om het monster te verplichten zijn weg te vervolgen.

Deze hovelingen waren zonderlinge personages, met vijf of zes

kakelbonte hemden om het lijf; zij hadden vreeslijk dikke buiken, van

welke eenigen valsch schenen. De doctor verbaasde zijne reisgezellen

door hun mede te deelen dat dit de wijze was om den sultan het hof te

maken. De omvang van het onderlijf was de maatstaf voor de eerzucht der

mannen. Deze dikke menschen maakten gebaren, schreeuwden, vooral een

van hen, die eerste minister moest zijn, als ten minste zijn omvang

hier beneden zijn belooning ontving. De menigte der negers voegde

hunne kreten bij die van het hof, terwijl zij de gebaren even als

apen nabootsten, hetgeen eene enkele en oogenblikkelijke beweging van

tienduizend armen veroorzaakte. Bij deze middelen tot het aanjagen

van vrees, die onvoldoende werden geacht, voegde men andere, die

geduchter waren. Soldaten, gewapend met bogen en pijlen, schaarden

zich in slagorde; maar reeds zwol de Victoria en steeg bedaard

buiten hun bereik. De Scheik, toen een musket grijpende, mikte op den

ballon. Maar Kennedy hield hem in het oog en met een kogel uit zijne

karabijn verpletterde hij het wapen in de hand van den Scheik. Op deze

onverwachte slag volgde eene algemeene vlucht, iedereen keerde, zoo

snel hij kon, naar zijne hut terug, en gedurende het overige gedeelte

van den dag bleef de stad geheel eenzaam. De nacht kwam en met hem

volkomen windstilte. Men moest besluiten onbeweeglijk te blijven op

driehonderd voet van den grond, geen enkel vuur schitterde in het

duister, er heerschte eene doodelijke stilte. De doctor verdubbelde

zijne waakzaamheid; die stilte kon wel een valstrik verbergen. En

hij had niet mis geraden. Tegen middernacht scheen de geheele stad

in vuur; honderden vuurstreepen kruisten zich even als vuurpijlen,

die eene aaneenschakeling van vlammen vormden.--"Dat is zonderling,"

zeide de doctor.--"Maar God vergeve mij!" antwoordde Kennedy, "men

zou zeggen dat de brand ons nadert."--Inderdaad verhief zich deze

vuurmassa, bij het geluid van verschrikkelijke kreten en losbrandingen

van musketten, naar de Victoria. Joe maakte zich gereed ballast uit te

werpen, Ferguson begreep weldra het verschijnsel. Duizenden duiven,

wier staarten voorzien waren van brandbare stoffen, waren tegen de

Victoria opgelaten; verschrikt stegen zij op terwijl zij in de lucht

kringen vuur beschreven. Kennedy begon al zijn schietgeweer te lossen,

maar wat vermocht hij tegen zulk eene tallooze menigte? Reeds omringden

de duiven het schuitje en den ballon, welke, dit licht terugkaatsende,

in eene vuurzee scheen te zweven. De doctor aarzelde niet en een stuk

kwarts uitwerpende, hield hij zich buiten het bereik der aanvallen van

die gevaarlijke vogels; twee uren lang zag men hen in den nacht heen

en weder vliegen, langzamerhand verminderde hun aantal en de vuren

gingen uit.--"Nu kunnen wij gerust slapen," zeide de doctor.--"Niet

slecht uitgedacht voor wilden," zeide Joe.--"Ja, zij bezigen gemeenlijk

deze duiven om de strooien daken der dorpen in brand te steken, maar

deze keer vloog het dorp hooger."--"Een ballon heeft bepaald geene

vijanden te vreezen."--"Wel zeker," antwoordde de doctor.--"Welke

dan?"--"De onvoorzichtigen in zijn schuitje; waakt dus overal en

altijd, mijne vrienden."

Vijf weken in een luchtballon · 第 33 / 56 题