Verschijnselen van plantengroei.--Phantastisch denkbeeld
van een franschen schrijver.--Prachtigland.--Het koninkrijk
Adamova.--De onderzoekingen van Burton en Speke vereenigd met
die van Barth.--De bergen Atlantika.--De rivier Benoké.--De
stad Yola.--De Bagélé.--De berg Mendif.
Sedert het oogenblik van hun vertrek, vorderden de reizigers zeer snel;
zij haastten zich de woestijn te verlaten, die hun bijna zoo noodlottig
was geweest. Tegen kwartier over negenen des morgens zag men eenige
verschijnselen van plantengroei, eenige kruiden drijvende op deze
zandzee, hetgeen hun, even als aan Columbus, aantoonde dat het land
nabij was; groene spruiten kwamen schuchter te voorschijn van tusschen
steenen, die zelf rotsen van dien Oceaan zouden worden. Nog zeer lage
heuvels golfden aan den horizon; zij teekenden zich nog niet duidelijk
af, maar de eentonigheid verdween daardoor. De doctor begroette met
vreugde deze nieuwe streek en, even als een zeeman die in den mast
wacht houdt, was hij op het punt uit te roepen: "Land! land!" een uur
later strekte zich het vasteland voor hunne oogen uit; het had wel is
waar nog een woest uitzicht, maar was toch minder effen, minder naakt;
eenige boomen teekenden zich af tegen den grijzen hemel. "Wij zijn dus
in een beschaafd land!" zeide de jager.--"Beschaafd, mijnheer Dick;
dat is bij manier van spreken, men ziet nog geene inwoners."--"Dat
zal niet lang duren," antwoordde Ferguson, "wanneer wij zoo spoedig
gaan."--"Zullen wij altijd in het land der negers zijn?"--"Altijd, Joe,
in afwachting van het land der Arabieren."--"Der Arabieren, mijnheer,
wezenlijke Arabieren! met hunne kameelen?"--"Neen, geene kameelen, die
zijn zeldzaam, om niet te zeggen onbekend in deze streken; men moet wat
noordelijker opgaan, om hen te ontmoeten."--"Dat is jammer."--"Waarom,
Joe?"--"Omdat, als wij tegenwind kregen, zij ons zouden kunnen
dienen."--"Hoe dan?"--"Mijnheer, het is een denkbeeld, dat mij voor
den geest komt: men zou hen aan het schuitje kunnen spannen en ons door
hen op sleeptouw doen nemen; wat zegt gij daarvan?"--"Mijn beste Joe,
dit denkbeeld heeft een ander vóór u gehad; het is ten uitvoer gebracht
door een zeer vernuftig fransch schrijver [43]..... wel is waar in
een roman. Reizigers laten een luchtballon door kameelen trekken;
daar komt een leeuw, die de kameelen verslindt, het sleeptouw inslikt
en hen in hunne plaats trekt en zoo vervolgens. Gij ziet, dat dit
alles slechts fantasie is en niets gemeens heeft met onze soort van
beweging."--Joe, een weinig beschaamd, dat zijn denkbeeld reeds bij
een ander was opgekomen, zocht welk dier den leeuw zou hebben kunnen
verslinden, maar vond het niet en begon weder het land te onderzoeken.
Een meer van middelmatige uitgestrektheid strekte zich voor zijne
blikken uit, met een amphitheater van heuvels, die nog geene bergen
konden worden genoemd: daar kronkelden talrijke en vruchtbare valleien
met hare ondoordringbare bosschen van de verschillendste boomen;
de élaïs met bladeren van vijftien voet lang op een stam met scherpe
doornen bezet, stak boven allen uit; de bombax verspreidde zijne zaden
door den wind, de pendanus, die "Kenda" der Arabieren, verspreidde
zijne balsemgeuren tot aan de streek, welke de Victoria doortrok;
de papayer met handvormige bladeren, de boom, die de Soedan-noot
voortbrengt, de baobab en de banaanboomen voltooiden dezen weelderigen
plantengroei van de streken tusschen de keerkringen.--"Daar zijn de
dieren," zeide Joe, "de menschen zijn niet ver af."--"Welke prachtige
olifanten!" riep Kennedy uit. "Zou er geen middel zijn een weinig
te jagen?"--"Hoe zouden wij stil kunnen houden met een zoo hevigen
luchtstroom? Neen, getroost u nog een weinig de marteling van Tantalus
[44], later zult gij u daarvoor schadeloos stellen."
Er was waarlijk genoeg om de verbeelding van een jager op te wekken;
het hart van Dick sprong in zijn binnenste op en zijne vingers hielden
de kolf van zijn geweer krampachtig vast. De dieren van deze streek
waren de planten waardig, de wilde os wentelde zich in zwaar gras,
waaronder hij geheel verdween; grijze, zwarte of gele olifanten
van de grootste soort trokken in massa door de bosschen, brekende,
knagende, plunderende en hun doortocht door vernieling kenteekenende;
van de met boomen begroeide helling der heuvels kwamen watervallen
en riviertjes te voorschijn, die naar het noorden stroomden; ginds
baadden zich rivierpaarden met groot geraas en lamentynen, twaalf voet
lang, met een vischvormig lichaam, strekten zich op de oevers uit,
hunne ronde, met melk gevulde uiers naar boven houdende. Het was eene
geheel zeldzame menagerie in eene wonderbare kooi, waar talrijke vogels
met duizenden kleuren de heesterachtige planten schakeerden. Aan deze
kwistigheid der natuur herkende de doctor het koninkrijk Adamova. "Wij
eigenen ons de hedendaagsche ontdekkingen toe," zeide hij, "ik heb het
afgebroken spoor der reizigers wedergevonden; dit is zeer gelukkig,
mijne vrienden, wij zullen nu de onderzoekingen van Burton en Speke
met die van doctor Barth kunnen verbinden, wij hebben Engelschen
verlaten om een Hamburger te vinden, en weldra zullen wij aan het
uiterste punt komen, dat die moedige reiziger heeft bereikt."--"Het
komt mij voor," zeide Kennedy, "dat tusschen de onderzoekingen van deze
beiden eene groote uitgestrektheid lands ligt, te oordeelen naar den
weg, dien wij hebben afgelegd."--"Dat is gemakkelijk te berekenen;
neem de kaart en zie welke breedte de zuidelijke punt van het meer
Ukéréoué heeft, dat Speke heeft bereikt."--"Het ligt bijna op 37°
lengte."--"En de stad Yola, die wij dezen avond zullen opnemen
en waar Barth geweest is, hoe is die gelegen?"--"Ongeveer op 12°
lengte."--"Dat is dus 25 graden, en tegen 60 mijlen per graad maakt
dit 1500 mijlen."--"Eene aardige wandeling," zeide Joe, "voor hen
die te voet gaan."--"Dat zal echter gebeuren. Livingstone en Moffat
dringen altijd verder naar het binnenland door; de Nyassa, dien zij
ontdekt hebben, is niet ver van het meer dat door Burton is gevonden;
vóór het einde van deze eeuw zullen deze onmetelijke streken doorzocht
zijn."--"Maar," voegde de doctor er bij, zijn kompas raadplegende,
"het spijt mij, dat de wind ons zoover naar het westen voert, ik had
liever noordwaarts willen gaan."
Na twaalf uren bevond zich de Victoria op de grenzen van Nigritië. De
eerste inwoners van dit land, Chouas Arabieren, weidden hunne zwervende
kudden. De hooge toppen van het Atlantika-gebergte kwamen boven den
horizon. Geen Europeesche voet had die bergen ooit betreden, wier
hoogte op ongeveer 1300 vaâm [45] wordt geschat. Hunne westelijke
helling bepaalt den loop van alle wateren van dit gedeelte van Afrika,
die zich in den Oceaan uitstorten; dit is het Maangebergte van deze
streek. Eindelijk zagen de reizigers een waren stroom en de doctor
herkende aan de ontzettende mierennesten, die in zijne nabijheid waren,
den Bénoué, een der groote takken van den Niger, dien de inboorlingen
den naam van "Bron der wateren" hebben gegeven.--"Deze stroom," zeide
de doctor "zal eens de natuurlijke weg van gemeenschap worden met het
binnenste van Nigritië; onder bevel van een onzer dappere kapiteins,
is de stoomboot la Pléiade hem reeds opgevaren tot aan de stad Yola;
gij ziet, dat wij in een bekend land zijn."
Talrijke slaven hielden zich met veldarbeid bezig, den sorgho
kweekende, eene soort van gierst, die het voornaamste deel van hunne
voeding uitmaakt. De domste verbazing teekende zich op hun gelaat
bij het verschijnen van den ballon, die als een luchtverheveling
voorbij ging. Des avonds hield hij stil op 40 mijlen afstand van Yola
en vóór hem, maar in de verte, verhieven zich de puntige toppen van
den berg Mendif. De doctor liet de ankers uitwerpen in den top van
een hoogen boom; maar een hevige wind slingerde den ballon zoodanig,
dat hij hem bijna in eene horizontale stelling bracht en soms den
toestand van het schuitje uiterst gevaarlijk maakte. Ferguson sloot
dien nacht geen oog, dikwijls was hij op het punt het ankertouw door
te hakken en den storm te ontvluchten. Eindelijk bedaarde deze en de
schommelingen van den luchtballon hadden niets verontrustends meer.
Des anderen daags was de wind minder hevig, maar verwijderde
de reizigers van de stad Yola, die, pas weder opgebouwd door de
Foullanaas, de nieuwsgierigheid van Ferguson opwekte; men moest
zich echter getroosten noordwaarts en zelfs een weinig oostwaarts
te gaan. Kennedy stelde voor in dit land halt te houden om te jagen;
Joe beweerde, dat de behoefte aan versch vleesch zich deed gevoelen;
maar de woeste zeden van dit land, de houding der bevolking, eenige
geweerschoten op de Victoria gelost, deden den doctor besluiten zijne
reis te vervolgen. Men trok toen eene streek door, die het tooneel
was van moord en brand, waar onophoudelijk wordt oorlog gevoerd en
waar de sultans hun rijk op het spel zetten te midden van een woest
bloedbad. Talrijke en volkrijke dorpen met langwerpige hutten strekten
zich uit tusschen de groote weiden, wier dik gras met paarsche
bloemen was bezaaid; de hutten op groote bijenkorven gelijkende,
werden beschut door puntige palissaden. De hellingen der heuvels
herinnerden aan de "glen" in de Schotsche hooglanden en Kennedy maakte
dikwijls die opmerking. In weerwil zijner pogingen ging de doctor recht
noord-oostwaarts naar het Mendif-gebergte, dat in de wolken verdween;
de hooge toppen dezer bergen scheiden het dal van den Niger van het
dal van het meer Tchad. Weldra zag men den Bagélé met zijne 28 dorpen,
die als het ware aan zijne zijde hingen, als een troep kinderen aan den
boezem hunner moeder; het was een prachtig schouwspel voor de blikken
van hen, die dit in hun geheel konden overzien; de kloven waren bedekt
met velden rijst en arachiden. Ten drie uur bevond de Victoria zich
tegenover het gebergte Mendif. Men had het niet kunnen mijden en moest
het overtrekken; de doctor gaf door middel van eene temperatuur van 180
graden aan den ballon eene nieuwe stijgkracht van bijna 1600 pond; hij
steeg hooger dan 8000 voet. Dit was de grootste hoogte die zij op hunne
reis hadden bereikt en de temperatuur werd zoo laag dat de reizigers
hunne dekens moesten gebruiken. Ferguson haastte zich te dalen; het
omkleedsel van den ballon spande zich uit tot barstens toe; echter had
hij den tijd om den vulkanischen oorsprong der bergen waar te nemen,
wier uitgedoofde kraters nu slechts diepe afgronden zijn. Eene groote
menigte vogelendrek gaf aan de zijden van het Mendif gebergte het
aanzien van kalkrotsen, en er was genoeg voorraad om de landen van
geheel het Vereenigde Koninkrijk te bemesten. Ten vijf uur ging de
ballon, beschut tegen de zuidewinden, zachtjes langs de helling der
bergen en hield stil op eene groote opene plek, ver van elke woning;
zoodra hij op den grond was gekomen, werden er voorzorgen genomen om
hem er stevig vast te houden en Kennedy met zijn geweer in de hand,
begaf zich naar de hellende vlakte. Weldra kwam hij terug met een
half dozijn wilde eenden en eene soort van kleine snippen, die Joe
zoo goed hij kon gereed maakte. Het maal was aangenaam en de nacht
ging in diepe rust voorbij.